H8 Politieke strijd en emancipatie (1800 - 1900)
Voorkennis:
- De verlichting was een beweging die rede, wetenschap en individuele rechten benadrukte.
Vrijheid en gelijkheid waren belangrijke punten in deze periode (18e eeuw).
- De Franse revolutie (1789 - 1799) leidde tot de val van het absolutisme en de opkomst van
democratische ideeën. Het legde de basis voor moderne politieke ideologieën.
- De verklaring van de rechten van de mens en de burger (1789) met belangrijke principes als
gelijkheid, vrijheid soevereiniteit en gelijkheid in de wet.
- De opkomst van Napoleon Bonaparte (1799).
- Door de industriële revolutie was er sociale onrust en vraag naar politieke hervormingen, zoals
betere arbeidsomstandigheden en uitbreiding van het kiesrecht.
Kenmerkende aspecten:
* 32 Discussies over de ‘sociale kwestie’.
* 34 De opkomst van emancipatiebewegingen.
* 35 Voortschrijdende democratisering, met deelname van steeds meer mannen en vrouwen aan het
politieke proces.
* 36 De opkomst van politiek-maatschappelijke stromingen: liberalisme, nationalisme, socialisme,
confessionalisme en feminisme.
Emancipatie : het streven van groepen in de samenleving om een achtergestelde positie om te
zetten in een volwaardige positie.
Tijdlijn:
Tot 1795 : oude republiek bestuurd door regenten.
1795 - 1806 : Bataafse republiek; patriotten en Franse revolutie.
1806 - 1810 : Napoleon bezet Holland maakt zijn broer koning.
1810 : Holland wordt onderdeel van het Franse rijk.
1815 : Koning Willem 1 van Oranje, centraal bestuurd koninkrijk met België, constitutionele
monarchie, parlement.
1830 : Belgische afscheiding, Nederland krijgt haar huidige omvang.
1848 : Politiek liberalisme, Thorbecke maakt een nieuwe democratische grondwet met ministeriële
verantwoordelijkheid.
Voorkennis:
- De verlichting was een beweging die rede, wetenschap en individuele rechten benadrukte.
Vrijheid en gelijkheid waren belangrijke punten in deze periode (18e eeuw).
- De Franse revolutie (1789 - 1799) leidde tot de val van het absolutisme en de opkomst van
democratische ideeën. Het legde de basis voor moderne politieke ideologieën.
- De verklaring van de rechten van de mens en de burger (1789) met belangrijke principes als
gelijkheid, vrijheid soevereiniteit en gelijkheid in de wet.
- De opkomst van Napoleon Bonaparte (1799).
- Door de industriële revolutie was er sociale onrust en vraag naar politieke hervormingen, zoals
betere arbeidsomstandigheden en uitbreiding van het kiesrecht.
Kenmerkende aspecten:
* 32 Discussies over de ‘sociale kwestie’.
* 34 De opkomst van emancipatiebewegingen.
* 35 Voortschrijdende democratisering, met deelname van steeds meer mannen en vrouwen aan het
politieke proces.
* 36 De opkomst van politiek-maatschappelijke stromingen: liberalisme, nationalisme, socialisme,
confessionalisme en feminisme.
Emancipatie : het streven van groepen in de samenleving om een achtergestelde positie om te
zetten in een volwaardige positie.
Tijdlijn:
Tot 1795 : oude republiek bestuurd door regenten.
1795 - 1806 : Bataafse republiek; patriotten en Franse revolutie.
1806 - 1810 : Napoleon bezet Holland maakt zijn broer koning.
1810 : Holland wordt onderdeel van het Franse rijk.
1815 : Koning Willem 1 van Oranje, centraal bestuurd koninkrijk met België, constitutionele
monarchie, parlement.
1830 : Belgische afscheiding, Nederland krijgt haar huidige omvang.
1848 : Politiek liberalisme, Thorbecke maakt een nieuwe democratische grondwet met ministeriële
verantwoordelijkheid.