Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 37 pages
Summary

Samenvatting tentamen Organisatiekunde, beleid en recht Pedagogiek

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 37 pages

Binnen de opleiding Pedagogiek wordt het tentamen 'Organisatiekunde, beleid en recht' behandeld. Het boek 'Jeugdprofessionals tussen praktijk en overheidsbeleid' komt uit 2024. De samenvatting omvat het volledige boek H1 t/m H10.

Content preview

Samenvatting Organisatiekunde, beleid en recht
Boek Jeugdprofessionals tussen praktijk en overheidsbeleid H1 t/m 10

Hoofdstuk 1 Ingeklemd tussen beleid en praktijk
Met nieuwe wetgeving en de decentralisatie van het sociaal domein in 2015 kwam het jeugdbeleid
grotendeels in handen van de gemeentelijke overheid. Het idee hierachter was dat gemeenten, die dichter
bij gezinnen en jongeren staan, sneller lichte jeugdhulp en opvoedondersteuning kunnen bieden door
maatwerk te leveren. Het beleid waar jeugdprofessionals in hun uitvoerende werk mee worden
geconfronteerd sluit niet altijd aan bij de praktijk. (Jeugd)professionals kunnen een beroep doen op
internationale en nationale mensen- en grondrechten en beroepscodes.

1.1 Tussen beleid en praktijk

Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP): reflecteert op de effecten van het decentralisatieproces in het
sociaal domein en de wetgeving die hiermee gepaard ging.

De hoop was dat met het lanceren van nieuwe wetgeving en het inzetten van de decentralisatie van het
sociaal domein in 2015, de burger zelfredzamer en meer participatief zou worden en dus minder een
beroep zou doen op de overheid. Maar dat is niet voor iedereen weggelegd. De samenleving is tot nu toe
niet heel veel zorgzamer geworden en het jeugdstelsel is nog altijd complex. Daarnaast heeft de
coronapandemie nog altijd langdurige negatieve effecten De sociale samenhang in de samenleving is onder
druk komen te staan, kwetsbare groepen mensen zijn kwetsbaarder geworden, sociale ongelijkheid is
gegroeid, armoede en gezondheidsverschillen zijn toegenomen. Dit alles bij elkaar vermindert de
ontwikkelingsmogelijkheden van kinderen en jongeren.

1.2 Beroepscompetentie, beroepscode en jeugdbeleid

Als het gaat om jeugdbeleid zijn deze competenties van belang:
• Pedagogen/jeugdprofessionals dragen als onderzoekende professional systematisch bij aan
beroepsinnovaties en kennisontwikkeling
• Pedagogen/|jeugdprofessionals onderzoeken relevante pedagogische vraagstukken en vertalen
uitkomsten naar beleidsadviezen voor (pedagogische) instellingen, overheden, matschappelijke
organisaties en het bedrijfsleven
• Pedagogen/jeugdprofessionals onderzoeken beleid van instellingen, overheden, maatschappelijke
organisaties en het bedrijfsleven en wijzen op de gevolgen ervan voor het opgroeien en opvoeden

De verschillende aspecten voor beleidsbeïnvloeding zijn door het beroepsprofiel van de sociaal werker
(BPSW) als volgt uitgewerkt:
• Actief signaleren en agenderen waar beleid niet voldoet en alternatieven aandragen
• Toegang verwerven tot het debat waarin beleid wordt ontwikkeld
• Actief meedoen aan beleidsontwikkeling

‘’Een professional toetst zijn opdracht vanuit organisatie en beleid aan de beroepsnormen in de code. Als
een opdracht op gespannen voet staat met de beroepsnormen, dan heeft hij met de beroepscode een
"gezaghebbend" document in handen waarmee hij het gesprek kan aangaan.’’

1.3 Structuurgericht en gelaagd werken

De jeugdprofessional heeft te maken met een aantal lagen/niveaus die het uitvoerende werk direct en
indirect beïnvloeden:
• Een bestuurlijke en juridische laag (beleid): ministeries en gemeenten die met wet-en regelgeving de
beleidskaders bepalen van het jeugdbeleid en optreden als financiers en opdrachtgevers
• Een organisatorische laag: zorgorganisaties en jeugd (welzijns)instellingen op lokaal en regionaal niveau,
Centra voor Jeugd en Gezin (CJG), wijkteams die samen met andere keten- en netwerkpartners het
uitvoerende werk van professionals organiseren, begeleiden en inkaderen

,• Een laag van jeugdprofessionals in het veld: pedagogen, jongerenwerkers, schoolmaatschappelijk
werkers, enzovoort om jongeren en gezinnen methodisch te ondersteunen, eventueel samen met
vrijwilligers, buddy’s en mantelzorgers
• Een laag van gebruikers: cliënten, klanten (jongeren, gezinnen, families), bewoners, buurt en andere
doelgroepen die ondersteuning behoeven

Professionals in het sociaal en jeugddomein opereren binnen een context waarin zij gehinderd kunnen
worden door wet- en regelgeving, en beleidsmatige en organisatorische afspraken die niet aansluiten bij de
praktijk. Een jeugdprofessional moet kunnen schakelen tussen al die verschillende lagen en niveaus,
oftewel kunnen balanceren tussen praktijk en beleid (dubbelrol).

Structuurgericht werken: het publiek maken van een door velen ervaren knellend vraagstuk en het
teweegbrengen van verandering van beleid om het probleem op te lossen. Daarbij tillen de
(jeugd)professionals de problematiek boven het individuele niveau van de hulpverlening uit en is het
streven gericht op bredere beleidsverandering en maatschappijhervorming. Het is in de jeugdhulp, en zeker
bij de jeugdbescherming, niet heel gebruikelijk dat professionals structuurgericht-politiserend werken.

1.4 Interprofessioneel samenwerken

Professionals die interprofessioneel samenwerken denken en handelen niet alleen vanuit het eigen
referentiekader (opleidings- en ervaringsachtergrond), maar verplaatsen zich ook in het referentiekader
van professionals van een andere discipline om tot gezamenlijke oplossingen te komen. Interprofessioneel
werken houdt eveneens in dat professionals zich beroepshalve (kritisch) moeten verhouden tot beleid,
bestuur en politiek

Integraal werken: (jeugd)professionals moeten problemen van kinderen, jongeren en gezinnen (mensen)
in hun leefwereld of dagelijkse doen verstaan en begrijpen, en de professionele ondersteuning en
hulpverlening moet hier methodisch nauw bij aansluiten.

Kinderarmoede kent verschillende dimensies, zoals onder andere:
• Sociale dimensie (gevolgen van sociale uitsluiting, gebrekkige mogelijkheden tot participatie)
• Economische dimensie (de gevolgen als ouders een te laag inkomen hebben om rond te komen)
• Psychologische dimensie (het krijgen van stress en zich eenzaam voelen)
• Fysieke dimensie (een slechtere gezondheid)
• Ruimtelijke dimensie (waar je woont in welke wijken, buurten en huizen en met welke
bevolkingssamenstelling)
• Politiek-bestuurlijke dimensie (welke politieke en beleidskeuzes zijn gemaakt om (kinder)armoede te
bestrijden en werken deze ook in de praktijk?)




Hoofdstuk 2 Jeugdbeleid in Nederland

,2.1 Beleid en overheid

Instellingsbeleid: beleid dat jeugd(zorg)organisaties en welzijnsinstellingen zelf maken om te komen tot
een goede uitvoering.

Beleid: het kiezen van doelen, het effectief (doelgericht) en efficiënt (doelmatig) inzetten van middelen in
een bepaalde tijdsvolgorde. Beleid is niet statisch, maar vrijwel altijd in (cyclische) beweging.

Beleid omvat drie belangrijke, samenhangende onderdelen:
• Beleidsdoelen (voorbeeld: Het voortijdig schoolverlaten is een maatschappelijk probleem omdat
jongeren zonder startkwalificatie minder kans maken op de arbeidsmarkt en maatschappelijk buiten de
boot dreigen te vallen. Het terugdringen van het voortijdig schoolverlaten is dan een beleidsdoel.)
• Middelen (voorbeeld: Om voorgaand doel te bereiken kan de overheid middelen inzetten zoals een
strengere verzuim- en leerplicht, extra zorgvoorzieningen voor risicojongeren etc.)
• Planning (voorbeeld: De middelen worden voor een bepaalde periode ingezet, daarna wordt bepaald of
het doel is bereikt en of het beleid moet worden gestopt of voortgezet.)

Binnen het jeugdbeleid zijn er drie vormen van beleid te onderscheiden:
• Curatief (genezend) beleid: gericht op het beperken van negatieve gevolgen van een situatie of
gebeurtenis door achteraf maatregelen te treffen.
• Preventief (voorkomend) beleid: gericht op het voorkomen van een ongewenste situatie door voortijdig
maatregelen te nemen.
• Repressief (onderdrukkend) beleid: bestaat uit het onderdrukken, beteugelen of bedwingen van een
ongewenste (acute) situatie. Bijvoorbeeld het toepassen van dwangmaatregelen in het jeugd- en
gezinsbeleid. Zo kunnen ernstige probleemgezinnen via de RvdK een gezinscoach opgelegd krijgen.

De overheid: vormt het hoogst bevoegde gezag op een bepaald territorium of grondgebied en bestaat uit
bestuurders, bestuursorganen en het ambtelijk apparaat.

De belangrijkste kerntaken van de overheid zijn:
• Zorgen voor openbare orde en veiligheid.
• Zorgen voor sociaaleconomische zaken als werkgelegenheid, sociale zekerheid en
arbeidsomstandigheden.
• Zorgen voor sociaal-culturele zaken als welzijn, onderwijs, volksgezondheid en kunst

2.2 Jeugd als beleidsprobleem en -vraagstuk

Jongeren scoren altijd hoog op de klachtenlijst van bewoners en genieten met enige regelmaat de politieke
aandacht van de overheid. Volgens sommigen was het vroeger allemaal beter, maar dat was niet zo. De
Griekse filosoof Socrates beklaagde zich lang geleden al over de mentaliteit en het gedrag van jongeren.

Probleem = een situatie die (groepen) mensen als ongewenst en verstorend beschouwen omdat het hen
op de een of andere manier persoonlijk en in negatieve zin raakt. Aan deze situatie wil men een eind
maken of in ieder geval wat veranderd zien.

Bestuurskundigen spreken van getemde en ongetemde beleidsproblemen:
• Getemde problemen: relatief eenvoudige kwesties waarvan deskundigen weten hoe deze in elkaar
steken (inzicht in oorzaak en gevolgen) en hoe deze door middel van beleid zijn op te lossen.
• Ongetemde problemen: de kennis en inzichten van professionals lopen uiteen en men verschilt van
mening over de meest wenselijke oplossing. Proefondervindelijk wordt dan in de praktijk vastgesteld welke
maatregel al dan niet werkt. (bijv. jeugdcriminaliteit)

Het oplossen van problemen is voor beleidsmakers en -uitvoerders moeilijk wanneer iets voor de één een
onwenselijke situatie is, maar voor de ander juist acceptabel is. (jeugdkwesties die voor jeugd acceptabel
zijn)

, Het problematiseren van kwesties met de jeugd wordt vooral duidelijk bij het stigmatiseren: het indelen
van jongeren in een bepaalde generatie, zoals generatie X, Y of Z/ de Einstein generatie, de
protestgeneratie etc.

Door de geprikkelde houding van de burger t.a.v. bepaalde groepen jongeren in menige gemeente nemen
de roep om en de behoefte aan het stellen van grenzen en het nemen van harde maatregelen toe. Het
beleid krijgt daardoor een zeker militant karakter.

Overreactie bij ongewenste situaties heeft vaak te maken met het feit dat de samenleving de laatste
decennia complexer is geworden. Niet alleen qua bevolkingsgroei, maar vooral wat betreft samenstelling
van de bevolking. De enorme diversiteit aan nieuwe bevolkingsgroepen met hun eigen culturele
gewoonten en geloofsovertuigingen brengt de nodige onzekerheden, knelpunten en soms spanningen met
zich mee.

Hoewel de tweede en derde generatie allochtone jongeren het qua integratie, leren en studeren steeds
beter doen, is er nog altijd sprake van een aanzienlijke achterstand op gebied van scholing, werk en wonen.
De grote meerderheid stroomt na de basisschool door naar het (v)mbo en vindt daarna moeilijk een baan.
Hun uitzichtloze situatie leidt tot wantrouwen en verwarring, waardoor de kans op criminaliteit en
illegaliteit toeneemt. Hun vertrouwen in politiek, democratie en het oplossend vermogen van de overheid
is gering.

2.3 Jeugdbeleid door de tijd heen

Sociale kwestie: de gevolgen van de industrialisatie tijdens de tweede helft van de 19e eeuw voor de
ontwikkeling, het welzijn en gezondheid van jeugd. Dit trok de aandacht van sociaal betrokken burgers en
kerken, die zich steeds meer zorgen gingen maken. Langzaam drong de ernst van deze problematiek ook bij
de overheid door.

De afschaffing van kinderarbeid (kinderwetje van houten 1874) en de invoering van de Leerplichtwet in
1901 waren de eerste tekenen dat het welzijn en de gezondheid van jongeren de aandacht van de overheid
hadden. De in 1899 opgerichte Nederlandse Bond tot Kinderbescherming oefende druk uit op de overheid
om nodige wettelijke voorzieningen te treffen ter bescherming van jonge verwaarloosde kinderen.

In het jaar van de Leerplichtwet (1901) traden ook de Kinderwetten in werking, waarin de opvoedingsplicht
van ouders werd geregeld. Dit betekende dat wanneer de plicht niet werd nagekomen, de overheid het
recht kreeg om in te grijpen in het gezin. De verantwoordelijkheid van de opvoeding werd dan
overgedragen aan de door de overheid gesubsidieerde Voogdijraad. Later (1921) werden de maatregelen
uitgebreid met de aanstelling van kinderrechters en de ondertoezichtstelling.

In 1915 werd een ‘Staatscommissie tot onderzoek naar de ontwikkeling van jeugdigen’ ingesteld, naar
aanleiding van klachten over baldadigheid van jongeren. In 1919 constateerde deze commissie dat de
voortgaande industrialisatie, urbanisatie en ontwrichtende effecten van WOI op de samenleving negatieve
en demoraliserende invloeden hadden op gedrag van jongeren. Daarom was het volgens de commissie
nodig om jongeren te vormen en beschaven. Door jeugd te disciplineren kon de toekomst in bedwang
gehouden worden.

Na 1945 heerste angst dat jongeren, moreel ontwricht door de bezettingsjaren, weerloos meegesleurd
zouden worden door het hoge tempo waarin Nederland moderniseerde. In 1948 gaf de regering opdracht
een onderzoek in te stellen naar ‘het ontstaan en beïnvloeding van de mentaliteit van de zogenoemde
massajeugd’. De jeugd was verwilderd dus de overheid moest zich beleidsmatig en financieel intensiever
gaan bemoeien met onmaatschappelijke gezinnen en verondersteld misplaatst gedrag van jongeren.

In 1952 werd een Ministerie van Maatschappelijk werk opgericht dat zich buiten het onderwijs(beleid)
bezig ging houden met het opgroeiproces van kind tot jongvolwassene. Jongeren moesten worden
begeleid in hun gedrag en ontwikkeling en vooral niet worden onderdrukt. Voor het eerst stelde de
overheid subsidies beschikbaar om dergelijke doelen te verwezenlijken.

Connected book
 image
Publisher: 17 mei 2024 ISBN: 9789046909034 Edition: 3

Document information

Study
Summarized whole book?
Yes
Uploaded on
February 25, 2025
Number of pages
37
Written in
2024/2025
Type
Summary
$8.84

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
roomdarijn
2.0
(1)
Sold
14
Followers
0
Items
1
Last sold
4 months ago

Reviews from verified buyers




Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions