Samenvatting: IGRAK partim Romeins
1. Inleiding en omkadering (ppt 1)
1.1 Wat is Romeinse archeologie?
Definitie
- Wetenschappelijke discipline die alle materiële bronnen en fysieke resten
uit de Romeinse oudheid bestudeert
- Periode: ontstaan van Rome in de 8e – 7e eeuw v.C. tot en met de
teloorgang van het RR en de overgang naar de MDL in de 5 e – 6e eeuw n.C.
- Verschillende onderverdelingen (chronologie of plaatselijk) en
subdomeinen
Artistiek aangenaam
- Kenmerk: groot deel van de materiële overblijfselen wordt als artistiek
aangenaam ervaren; naar het oog van de hedendaagse waarnemer
bezitten ze hoge kwaliteiten
- Visie ligt aan de basis van de ontwikkeling van de klassieke archeologie in
Europa, vooral met het oog op het definiëren van de eigen culturele
identiteit
o Gebeurde al in Oudheid: Romeinen eigenen zich de Grieks cultuur
toe om hun eigen culturele dominantie te legitimeren, ook met
Etrusken en Egyptenaren
Constantijn: slangenzuil uit heiligdom Delphi naar
Constantinopel (dia 4)
Theodosius: obelisk van Egyptische farao naar circus
o Ook in verdere geschiedenis: Napoleon verzamelt Romeinse
antiquiteiten
Renaissance en ontstaan van de studie
- In 15e – 16e eeuw: opnieuw gebruiken en herwerken van klassieke kunst
- Twee trends: de wens om deze materialen beter te begrijpen en om er
meer van te vinden > proces intensifieert in 18 e eeuw
- Tegen deze achtergrond ontwikkelt de systematische studie van de antieke
cultuur zich
- Grondlegger: Winckelmann > interpretatief kader om antieke
beeldhouwkunst te begrijpen opgesteld
Creatie van politieke identiteiten
- 19e eeuw: Napoleon en Egypte
- Jaren ’30-’40: Mussolini gebruikt ideaalbeeld Rome voor politieke ideologie
(dia 5-6)
o Leidde tot grootschalige opgravingen en het tentoonstellen van
resten
1
, o Impact op architectuur en stadsplanning Rome: aanleggen van de
Via dei Fori Imperiali en Piazza Augusto Imperatore
Kunsthistorische archeologie
- Een harde breuk tussen archeologie en kunstgeschiedenis van de
Romeinse oudheid is er niet
- Sinds gehele geschiedenis van de discipline zijn deze twee benaderingen
één
- Dankzij antieke bronnen is deze discipline goed gewapend om betrouwbare
reconstructie van verleden na te streven
Methodes
- Romeinse archeologie is vandaag een dynamische, holistische en
multidisciplinaire discipline > moeilijk om hoofdlijnen aan te duiden
- Thema’s: bv. culturele veranderingen en diversiteit binnen RR
o Archeologie kan hierbij in het bijzonder aandacht geven aan lokale,
kleinschalige tendensen, en aan niet-elitaire lagen van de bevolking
- Recente ontwikkelingen:
o mogelijk om op steeds grotere schaal naar nederzettingen en
landschappen te kijken, bv. door fieldwalking of geofysische survey
o polychromie door microscopische analyses (dia 6-9)
1.2 Waarom zijn Romeinse archeologie en kunst belangrijk?
Spiegel voor moderne maatschappij
- Door terug te kijken naar verleden kunnen we het heden beter begrijpen
- Groot deel van Westers zijn en denken gaat terug tot oudheid > oudheid
als spiegel
- Studie ervan kan onze eigen moderne visies beter omkaderen en
nuanceren
Fysieke aanwezigheid
- Klassieke landschap nog steeds te zien in terrassen, veldmarkeringen,
steden, gebouwen, …
- Grote erfenis in westerse kunst (dia 10)
Blik op Romeinse leefwereld
- Groot deel bevolking analfabeet > moeten grafisch geïnformeerd worden
> blik op hoe Romeinen hun samenleving vormgaven en beleefden (dia
11)
- Sociaal belang: typische publieke en private gebouwen geven kijk op
manier van leven
1.3 Hoe kijken naar Romeinse kunst en architectuur?
Volwaardige kunst?
2
, - Tot diep in 20e eeuw visie dat Romeinse kunst minderwaardig werd aanzien
tegenover de Griekse: idee dat Romeinen zelf weinig toevoegden
o Reden 1: kunsthistorici, bv. ook Winckelmann verkondigen deze visie
o Reden 2: Romeinen zelf ook verantwoordelijk, door conservatief
blijven verheerlijken van de Griekse kunst en het respect voor de
traditie
- Sinds late 19e eeuw: wijziging dankzij sociaaleconomische geschiedenis en
wetenschappelijk onderbouwde kunstgeschiedenis
o Voldoende pogingen om vernieuwing en verandering te brengen
Hybride mentaliteit
- Tijdens expansie RR komen Romeinen in contact met de Hellenistische
staten > assimilatie op cultureel en artistiek gebied
- Romeinse kunst vormt zich als samensmelting van vele elementen van
verschillende oorsprong
- Naast het overnemen ook toevoegingen en verbeteringen op vlak van
decoratie, schaal en monumentaliteit
1.4 Wat is Romeinse kunst?
1.4.1 Griekse, Italische en Etruskische componenten
Tot 3e eeuw v.C. : weinig Romeinse kunst
- Enkel lokaal handwerk, utilitaire gebouwen en vreemde kunststromingen
- Verklaringen voor late verschijning van eigen, originele en meer
hoogstaande kunstvormen
o Agrarische en sobere levenswijze in Koningstijd en Vroege Republiek
(8e-5e eeuw)
o Militaire ingesteldheid: alle aandacht en middelen naar politieke
expansie
o Samenleving ingesteld op praktisch nut
o Opvatting bij delen van de elite dat Griekse kunst negatieve invloed
had op zeden (bv. Cato de Oudere)
3e – 1e eeuw v.C. : mentaliteitswijziging tijdens de veroveringen
- Veroveringen Etrurië, Magna Graecia en Hellenistische staten >
rijkdommen stromen Rome binnen
- Steeds groter deel van de elite gaat zich spiegelen aan hogere Griekse
cultuur
- Politieke machthebbers gebruiken het als propaganda
- Vroegste culturele ontwikkelingen te danken aan nabijheid van 2 grote
beschavingen
Dominante Grieks-Hellenistische component (dia 12-17)
3
, - Rechtstreekse overname van klassieke repertoria, bv. mythologische
scènes, de grote bouworden, de basistechnieken en de grote stijlen (o.a.
realisme en idealisering)
- Hellenisering: 7e eeuw v.C. – 3e eeuw n.C.
o Eerste kennismaking via Etrusken (7e eeuw v.C.)
o Grote doorbraak door veroveringen in Zuid-Italië en in Hellenistische
Oosten
- Griekse tempels, strak geplande urbanisatie, schilderkunst in graven en op
keramiek, sculpturen (allen in Zuid-Italië) > invloed op Romeinse kunst
- Reeds vanaf de 5e eeuw v.C. in Rome tempels voor Griekse goden:
overname van godsdienst leidde tot overname van mythe en artistieke
voorstellingsvorm
- Rome geleidelijk aan overspoeld door Griekse kunstwerken
o Grootschalige plundering om privé-huizen mee te sieren: de
“nouveau riche” verzamelwoede neemt vanaf 2e eeuw v.C. grote
proporties aan
Wanneer Griekse bronnen opgedroogd zijn, golf van imitatie
en reproductie
o Talrijke kunstenaars, filosofen, architecten worden naar Rome
gehaald
- Bijna naïef om Griekse en Romeinse kunst van elkaar te scheiden: veel
marmeren kopieën van originele Griekse bronzen beelden
o Bronzen beelden doorheen tijd vaak versmolten
o Onze visie op Griekse kunst bepaald door Romeinse kopieën
- Belang van de context vaak verloren
o Vb. beeld keizer Hadrianus uit Sagalassos (dia 18-19)
Bij tentoonstelling nadruk volledig op esthetische kwaliteiten
door hellenistische invloed
Oorspronkelijke setting vergeten: stond in nis van badhuis op
hoogte en polychroom
- Vergelijking met de norm van Griekse kunst > alles wat hiervan afwijkt
wordt ‘slecht’, ‘lokaal/provinciaal’ (dia 21-22)
o Vb. geblokte en ruw uitgewerkte figuren van grafstèle uit Ostia
o Vb. funeraire stèles uit Palmyra, 1e eeuw n.C.
We kunnen niet spreken van Grieks vs. Romeins, centraal vs.
lokaal/provinciaal, elitair vs. non-elitair
Vloeiende kunst waarin alle vormen een plaats hebben
Italische component (dia 21-23)
- ‘Onbeholpenheid’ vaak gelinkt aan Italische component: regio Latium en
omringende volkeren in Midden-Italië (Osken, Samnieten, Umbriërs)
- Bv. Krijger van Capestrano, 6e eeuw v.C.
4
1. Inleiding en omkadering (ppt 1)
1.1 Wat is Romeinse archeologie?
Definitie
- Wetenschappelijke discipline die alle materiële bronnen en fysieke resten
uit de Romeinse oudheid bestudeert
- Periode: ontstaan van Rome in de 8e – 7e eeuw v.C. tot en met de
teloorgang van het RR en de overgang naar de MDL in de 5 e – 6e eeuw n.C.
- Verschillende onderverdelingen (chronologie of plaatselijk) en
subdomeinen
Artistiek aangenaam
- Kenmerk: groot deel van de materiële overblijfselen wordt als artistiek
aangenaam ervaren; naar het oog van de hedendaagse waarnemer
bezitten ze hoge kwaliteiten
- Visie ligt aan de basis van de ontwikkeling van de klassieke archeologie in
Europa, vooral met het oog op het definiëren van de eigen culturele
identiteit
o Gebeurde al in Oudheid: Romeinen eigenen zich de Grieks cultuur
toe om hun eigen culturele dominantie te legitimeren, ook met
Etrusken en Egyptenaren
Constantijn: slangenzuil uit heiligdom Delphi naar
Constantinopel (dia 4)
Theodosius: obelisk van Egyptische farao naar circus
o Ook in verdere geschiedenis: Napoleon verzamelt Romeinse
antiquiteiten
Renaissance en ontstaan van de studie
- In 15e – 16e eeuw: opnieuw gebruiken en herwerken van klassieke kunst
- Twee trends: de wens om deze materialen beter te begrijpen en om er
meer van te vinden > proces intensifieert in 18 e eeuw
- Tegen deze achtergrond ontwikkelt de systematische studie van de antieke
cultuur zich
- Grondlegger: Winckelmann > interpretatief kader om antieke
beeldhouwkunst te begrijpen opgesteld
Creatie van politieke identiteiten
- 19e eeuw: Napoleon en Egypte
- Jaren ’30-’40: Mussolini gebruikt ideaalbeeld Rome voor politieke ideologie
(dia 5-6)
o Leidde tot grootschalige opgravingen en het tentoonstellen van
resten
1
, o Impact op architectuur en stadsplanning Rome: aanleggen van de
Via dei Fori Imperiali en Piazza Augusto Imperatore
Kunsthistorische archeologie
- Een harde breuk tussen archeologie en kunstgeschiedenis van de
Romeinse oudheid is er niet
- Sinds gehele geschiedenis van de discipline zijn deze twee benaderingen
één
- Dankzij antieke bronnen is deze discipline goed gewapend om betrouwbare
reconstructie van verleden na te streven
Methodes
- Romeinse archeologie is vandaag een dynamische, holistische en
multidisciplinaire discipline > moeilijk om hoofdlijnen aan te duiden
- Thema’s: bv. culturele veranderingen en diversiteit binnen RR
o Archeologie kan hierbij in het bijzonder aandacht geven aan lokale,
kleinschalige tendensen, en aan niet-elitaire lagen van de bevolking
- Recente ontwikkelingen:
o mogelijk om op steeds grotere schaal naar nederzettingen en
landschappen te kijken, bv. door fieldwalking of geofysische survey
o polychromie door microscopische analyses (dia 6-9)
1.2 Waarom zijn Romeinse archeologie en kunst belangrijk?
Spiegel voor moderne maatschappij
- Door terug te kijken naar verleden kunnen we het heden beter begrijpen
- Groot deel van Westers zijn en denken gaat terug tot oudheid > oudheid
als spiegel
- Studie ervan kan onze eigen moderne visies beter omkaderen en
nuanceren
Fysieke aanwezigheid
- Klassieke landschap nog steeds te zien in terrassen, veldmarkeringen,
steden, gebouwen, …
- Grote erfenis in westerse kunst (dia 10)
Blik op Romeinse leefwereld
- Groot deel bevolking analfabeet > moeten grafisch geïnformeerd worden
> blik op hoe Romeinen hun samenleving vormgaven en beleefden (dia
11)
- Sociaal belang: typische publieke en private gebouwen geven kijk op
manier van leven
1.3 Hoe kijken naar Romeinse kunst en architectuur?
Volwaardige kunst?
2
, - Tot diep in 20e eeuw visie dat Romeinse kunst minderwaardig werd aanzien
tegenover de Griekse: idee dat Romeinen zelf weinig toevoegden
o Reden 1: kunsthistorici, bv. ook Winckelmann verkondigen deze visie
o Reden 2: Romeinen zelf ook verantwoordelijk, door conservatief
blijven verheerlijken van de Griekse kunst en het respect voor de
traditie
- Sinds late 19e eeuw: wijziging dankzij sociaaleconomische geschiedenis en
wetenschappelijk onderbouwde kunstgeschiedenis
o Voldoende pogingen om vernieuwing en verandering te brengen
Hybride mentaliteit
- Tijdens expansie RR komen Romeinen in contact met de Hellenistische
staten > assimilatie op cultureel en artistiek gebied
- Romeinse kunst vormt zich als samensmelting van vele elementen van
verschillende oorsprong
- Naast het overnemen ook toevoegingen en verbeteringen op vlak van
decoratie, schaal en monumentaliteit
1.4 Wat is Romeinse kunst?
1.4.1 Griekse, Italische en Etruskische componenten
Tot 3e eeuw v.C. : weinig Romeinse kunst
- Enkel lokaal handwerk, utilitaire gebouwen en vreemde kunststromingen
- Verklaringen voor late verschijning van eigen, originele en meer
hoogstaande kunstvormen
o Agrarische en sobere levenswijze in Koningstijd en Vroege Republiek
(8e-5e eeuw)
o Militaire ingesteldheid: alle aandacht en middelen naar politieke
expansie
o Samenleving ingesteld op praktisch nut
o Opvatting bij delen van de elite dat Griekse kunst negatieve invloed
had op zeden (bv. Cato de Oudere)
3e – 1e eeuw v.C. : mentaliteitswijziging tijdens de veroveringen
- Veroveringen Etrurië, Magna Graecia en Hellenistische staten >
rijkdommen stromen Rome binnen
- Steeds groter deel van de elite gaat zich spiegelen aan hogere Griekse
cultuur
- Politieke machthebbers gebruiken het als propaganda
- Vroegste culturele ontwikkelingen te danken aan nabijheid van 2 grote
beschavingen
Dominante Grieks-Hellenistische component (dia 12-17)
3
, - Rechtstreekse overname van klassieke repertoria, bv. mythologische
scènes, de grote bouworden, de basistechnieken en de grote stijlen (o.a.
realisme en idealisering)
- Hellenisering: 7e eeuw v.C. – 3e eeuw n.C.
o Eerste kennismaking via Etrusken (7e eeuw v.C.)
o Grote doorbraak door veroveringen in Zuid-Italië en in Hellenistische
Oosten
- Griekse tempels, strak geplande urbanisatie, schilderkunst in graven en op
keramiek, sculpturen (allen in Zuid-Italië) > invloed op Romeinse kunst
- Reeds vanaf de 5e eeuw v.C. in Rome tempels voor Griekse goden:
overname van godsdienst leidde tot overname van mythe en artistieke
voorstellingsvorm
- Rome geleidelijk aan overspoeld door Griekse kunstwerken
o Grootschalige plundering om privé-huizen mee te sieren: de
“nouveau riche” verzamelwoede neemt vanaf 2e eeuw v.C. grote
proporties aan
Wanneer Griekse bronnen opgedroogd zijn, golf van imitatie
en reproductie
o Talrijke kunstenaars, filosofen, architecten worden naar Rome
gehaald
- Bijna naïef om Griekse en Romeinse kunst van elkaar te scheiden: veel
marmeren kopieën van originele Griekse bronzen beelden
o Bronzen beelden doorheen tijd vaak versmolten
o Onze visie op Griekse kunst bepaald door Romeinse kopieën
- Belang van de context vaak verloren
o Vb. beeld keizer Hadrianus uit Sagalassos (dia 18-19)
Bij tentoonstelling nadruk volledig op esthetische kwaliteiten
door hellenistische invloed
Oorspronkelijke setting vergeten: stond in nis van badhuis op
hoogte en polychroom
- Vergelijking met de norm van Griekse kunst > alles wat hiervan afwijkt
wordt ‘slecht’, ‘lokaal/provinciaal’ (dia 21-22)
o Vb. geblokte en ruw uitgewerkte figuren van grafstèle uit Ostia
o Vb. funeraire stèles uit Palmyra, 1e eeuw n.C.
We kunnen niet spreken van Grieks vs. Romeins, centraal vs.
lokaal/provinciaal, elitair vs. non-elitair
Vloeiende kunst waarin alle vormen een plaats hebben
Italische component (dia 21-23)
- ‘Onbeholpenheid’ vaak gelinkt aan Italische component: regio Latium en
omringende volkeren in Midden-Italië (Osken, Samnieten, Umbriërs)
- Bv. Krijger van Capestrano, 6e eeuw v.C.
4