-
01
Elektrische signalering en het actiepotentiaal
3
-
02
.Celmembraan en rustpotentiaal
3
-
03
.Actiepotentiaal (Elektrisch Signaal)
3
-
04
.Voortplanting van het actiepotentiaal:
4
-
05
.Rol van myeline
4
-
06
Chemische signalering en het postsynaptische neuron
4
-
07
.Neurotransmitterafgifte en receptoren
4
-
08
.Effect van neurotransmitters
4
-
09
.Belangrijkste neurotransmitters
5
-
10
.Lokalisatie van neurotransmitters
5
-
11
Hoe coderen neuronen informatie?
5
-
12
.Actiepotentialen en informatieoverdracht
5
-
13
.Specialisatie van hersengebieden
5
-
14
De grove organisatie van de hersenen
5
-
15
.Grijze en witte stof
5
-
16
.Witte stofbanen
6
-
17
.Ventrikels en cerebrospinale vloeistof (CSV)
6
-
18
Een hiërarchisch beeld van het centrale zenuwstelsel
6
-
19
.Evolutie van de hersenen
6
-
20
Termen van referentie en doorsnede
7
-
21
De cerebral cortex
8
-
22
De subcortex
8
-
23
De basale ganglia
9
-
24
.Basale ganglia
9
-
25
.Functie
9
-
26
.Stoornissen
9
-
27
.Belangrijkste structuren
9
-
28
.Functie van de circuits
9
-
29
Het limbisch systeem
10
-
30
.Limbisch systeem
10
-
31
.Belangrijke structuren
10
-
32
.Locatie
10
-
33
.Functie van andere structuren
10
-
34
Het diencephalon
11
-
35
.Diencephalon
11
-
36
.Thalamus
11
-
37
.Hypothalamus
11
-
38
De middenhersenen en achterhersenen
12
-
39
.Middenhersenen
12
-
40
.Cerebellum (Kleine hersenen):
12
-
41
.Pons
12
-
42
Medulla oblongata:
13
-
43
.Vroege Embryonale Ontwikkeling
38
-
44
.Ontwikkeling van het Zenuwstelsel en Hersenen
38
-
45
.Fase van Miniatuurmens (49 Dagen)
38
-
46
.Kenmerken van de Ontwikkeling van het Kinderbrein
38
-
47
.Invloeden op de Ontwikkeling en Mogelijke Gebreken
38
-
48
.Functie van de Neurale Buis en Stamcellen
40
-
49
.Rol van Stamcellen en Progenitorcellen
40
-
50
.Neurogenese bij Volwassenen
40
-
51
.Belang van Nieuwe Neuronen in Volwassen Hersenen
40
-
52
.Invloed van Ervaring op Neuronoverleving
40
-
53
.Controverse over Neurogenese in de Cortex
40
-
54
.Neuroblastproductie en Kwetsbaarheid van de Hersenen
41
-
55
.Proces van Celmigratie en Differentiatie
41
-
56
.Vorming van Corticale Gebieden en Subventriculaire Zone
41
-
57
.Navigatie en Radiale Gliacellen
41
-
58
.Voordelen van Adaptieve Gliavezels
42
-
59
.Kenmerken van Neuronale Migratie in de Cerebrale Cortex
42
-
60
.Problemen met Migratie en Voorbeeld van de Reeler Muis
42
-
61
.Migratiestoornissen bij Mensen
42
-
62
.Neurale Rijping en Synapsvorming
42
-
63
.Verschillen in Groei van Axonen en Dendrieten
42
-
64
.Mechanismen voor Axonale Groei
43
-
65
.Verstoringen in de Vorming van Neurale Paden
43
-
66
.Verstoringen door Beschadiging van Doelgebieden
43
-
67
.Studie van Atypische Vezelgroei door Gerald Schneider
43
-
68
.Onregelmatigheden bij Kinderen met Bewegingsstoornissen
44
-
69
.Axonale Aanpassing bij Obstakels
44
-
70
.Aanpassingsvermogen van het Zich Ontwikkelende Brein
44
-
71
.Aantal Synapsen en Genetische Programmering
44
-
72
.Fasen van Synapsvorming in Primaten
44
-
73
.Synaptische Stabiliteit en Geheugen in Volwassenheid
45
-
74
.Geboorte van Gliacellen
45
-
75
.Functie van Myelinisatie als Index van Hersenrijping
45
-
76
.Observaties van Paul Flechsig
45
-
77
.Vroege en Late Myelinisatie
46
-
78
.Huidig Onderzoek naar Myelinisatie
46
-
79
.MRI- en fMRI-technieken in Hersenonderzoek
46
-
80
.Studie door Nitin Gogtay en het NIMH
46
-
81
.Rijping van Specifieke Corticale Gebieden
47
-
82
.Langdurige Corticale Rijping
47
-
83
.Corticale Verdunning en Cognitieve Correlaties
47
-
84
.Vergelijkingen tussen Gezonde Kinderen en Kinderen met Neuro-ontwikkelingsstoornissen
47
-
85
.Tijdelijke Corticale Afwijkingen bij ADHD
48
-
86
.Progressief Corticaal Verlies bij Kinderlijk Begonnen Schizofrenie
48
-
87
.Functionele Beeldvormingstechnieken voor Hersenenstudies
48
-
88
.fNIRS voor Beeldvorming bij Jonge Kinderen
49
-
89
.Hersenplasticiteit en Aanpassingsvermogen
49
-
90
.Rol van Epigenetische Veranderingen
49
-
91
.Invloed van Interne Gebeurtenissen tijdens Ontwikkeling
49
-
92
.Omgevingsinvloeden op Hersenontwikkeling
49
-
93
.Invloed van Vroege Ervaringen op Hersenontwikkeling
49
-
94
.Impact van Avondale Ervaringen (ACEs) op Gezondheid
50
-
95
.Effecten van Prenatale Ervaringen op Hersenontwikkeling
50
-
96
.Invloed van Psychoactieve Middelen tijdens de Zwangerschap
50
-
97
.Effecten van Omgeving op Hersengrootte
50
-
98
.Rol van Leefomstandigheden
51
-
99
.Specifieke Invloed op de Occipitale Cortex
51
-
100
.Invloed van Omgevingscomplexiteit op Hersenontwikkeling
51
-
101
.Verschillen in Reactie op Ervaring tussen Jong en Oud
51
-
102
.Langetermijneffecten van Vroege Ervaring
51
-
103
.Mogelijke Invloed van Prenatale Ervaring
51
-
104
.Experimenten van Robbin Gibb en Collega’s
52
-
105
.Invloed van het Moederlijk Dieet op Genmethylering
52
-
106
.Rol van het Prenatale Microbioom
52
-
107
.Experimenten met het Microbioom bij Muizen
52
-
108
.Geografische en Culturele Variaties in het Microbioom
53
-
109
.Invloed van Vroege Optische Verstoring op Visuele Ontwikkeling
53
-
110
.Verzwakking van Verbindingen door Gebrek aan Visuele Stimulatie
53
-
111
.Invloed van Specifieke Visuele Stimulatie
53
-
112
.Genetische Programmering en Omgevingsinvloeden
54
-
113
.Invloed van Verrijkte Ervaring op Corticale Organisatie
54
-
114
.Vroege Spraakperceptie en Taalomgeving
54
-
115
.Toepassing van Kennis over Corticale Reorganisatie
55
-
116
Evaluatie
71
-
117
Magneto-encefalografie
71
-
118
Structurele beeldvorming
72
-
119
Computertomografie
73
-
120
Magnetische resonantie beeldvorming
73
-
121
.Magnetisch veld en protonen
73
-
122
.Radiofrequentiepuls
74
-
123
.Ontspanning van protonen
74
-
124
.T1- en T2-relaxatietijden
74
-
125
Dit is in contrast met methoden zoals EEG en MEG die de elektrische of magnetische velden meten die worden gegenereerd door de neurale activiteit zelf.
76
-
126
Functionele magnetische resonantie beeldvorming (fMRI)
76
-
127
.Simpel samengevat
77
-
128
.Ruimtelijke en temporele resolutie van fMRI
77
-
129
.Beperkingen door de hemodynamische respons
78
-
130
.Aantal trials en nulgebeurtenissen:
78
-
131
.Gegevensverzameling
78
-
132
Functionele nabij-infraroodspectroscopie
78
-
133
.Geluid en het gehoorsysteem
79
-
134
.Constante perceptie
79
-
135
.Aanvulling door het brein
79
-
136
.Verschil tussen horen en zien
79
-
137
.Zuivere tonen en toonhoogte
80
-
138
De intensiteit (hard/zacht) van een geluidsgolf (amplitude, hoe hoog de golf piekt) beïnvloedt de subjectieve ervaring van luidheid, gemeten in decibel. Hoe groter de amplitude, hoe luider het geluid.
80
-
139
.Fysieke versus waargenomen eigenschappen
80
-
140
.Combinaties van tonen
81
-
141
.Het ontbrekende fundamentele fenomeen
81
-
142
.Timbre
81
-
143
.Drie hoofdonderdelen van het oor
81
-
144
.Werking van het basilair membraan
82
-
145
.Geluidslokalisatie
83
-
146
.Auditief pad van oor naar hersenen
83
-
147
.Neuronaal aantal en actieve informatieverwerking
84
-
148
.Top-down paden
84
-
149
.Tonotopische organisatie
84
-
150
.Uitdagingen bij gehooronderzoek in een MRI-scanner
85
-
151
.Oplossing: Spaarzaam scannen
85
-
152
.Basisverwerking van auditieve informatie
85
-
153
.Hiërarchische verwerking van auditieve kenmerken
85
-
154
.Toonhoogte verwerking
86
-
155
.Hiërarchische opbouw van auditieve kenmerken
86
-
156
.Center-surround eigenschappen in de primaire auditieve cortex
86
-
157
.Hiërarchische verwerking van auditieve stimuli
87
-
158
.Respons op luidheid en locatie
87
-
159
.Specialisatie voor "wat" versus "waar" in de auditieve cortex
87
-
160
.Onderzoek van Rauschecker en Tian
88
-
161
.Twee routes in de auditieve verwerking
88
-
162
.Dorsale route als "hoe"-route
88
-
163
.Oplossingen voor het lokaliseren van geluid
88
-
164
.Lokalisatie in de ruimte
89
-
165
.Ruimtelijke oriëntatie
89
-
166
.Auditief geheugen en stroomsegregatie
90
-
167
.Model van Näätänen (auditief geheugen)
90
-
168
.Mismatch Negativity (MMN)
90
-
169
Het wordt gegenereerd anterior in de primaire auditieve cortex, maar hebben ook een inferior frontale component. Deze regio`s kunnen gelinked zijn aan afwijking detectie en aandacht orientatie
90
-
170
.Voorbeeld van MMN
90
-
171
.Complexere auditieve patronen
91
-
172
.MMN en ruimtelijke afwijkingen
91
-
173
.Pariëtale betrokkenheid bij auditieve stroomsegregatie
91
-
174
.Cusack – Perceptueel ambigue auditieve stimuli
91
-
175
.Patiënten met unilaterale neglect
92
-
176
.De pariëtale kwabben en het cocktailpartyprobleem
92
-
177
.EEG-onderzoek door Kerlin
92
-
178
.fMRI-onderzoek door Worden en Miller
92
-
179
Evaluatie van auditieve codering
92
-
180
Ruimtelijke informatie en de dorsale route
92
-
181
Ventrale route en inhoud van geluiden
93
-
182
.Muziekwaarneming
93
-
183
.Verschil tussen muziekwaarneming en muziekproductie
93
-
184
.Essentiële kenmerken van muziek
93
-
185
.Muziek en hersenhelften
94
-
186
.Model van muziekverwerking (Peretz en Coltheart)
94
-
187
.Onderscheid binnen muziek
95
-
188
.Hersenbeschadiging en herkenning van melodieën
95
-
189
.Geheugen voor bekende melodieën
96
-
190
.Stoornissen in ritme versus toonhoogte
96
-
191
.Interacties tussen auditief en motorsysteem
96
-
192
.Aangeboren amusia (toondoofheid)
97
-
193
.Invloed op spraakverwerking
97
-
194
.Taalverschillen en amusia
97
-
195
.Verschillen tussen toonhoogteverwerking in muziek en spraak
98
-
196
.Model van Peretz en Coltheart – Stadia van toonhoogteverwerking
98
-
197
.Muzikale syntaxis
98
-
198
.Neurale respons op muzikale syntaxis
99
-
199
.Andere regio's bij muzikale syntaxis
99
-
200
.Weglating van timbre in het model van Peretz en Coltheart
99
-
201
.Kenmerken van verschillende instrumenten
99
-
202
.Invloed van hersenletsel op timbreperceptie
99
-
203
.Muziek en emotie
100
-
204
.Culturele herkenning van emoties in muziek
100
-
205
.Neurale verwerking van emotionele muziek
100
-
206
.Emotieverwerking en muziek
100
-
207
.Stemmen en sociale informatie
100
-
208
.Fysieke kenmerken van de stem
100
-
209
.Emotionele en persoonlijke informatie in de stem
101
-
210
.Unieke stemhandtekening
101
-
211
.Parallelle routes voor stemverwerking
101
-
212
.Stem-selectief gebied in de hersenen
101
-
213
.Verschillende regio's voor verschillende aspecten van stemgeluiden
101
-
214
.Homologe regio's in dieren
102
-
215
.Case study: Onvermogen om bekende stemmen te herkennen
102
-
216
.Relatie tussen stem- en gezichtsherkenning
102
-
217
.Onduidelijke functie van muziek
102
-
218
.Evolutionaire verklaringen voor muziek
102
-
219
.Tegenovergestelde visie van Pinker
102
-
220
.Link tussen muziek en spraak
103
-
221
.Voorkeuren van primaten voor muziek
103
-
222
.Verschil in spraakverwerking en andere auditieve stimuli
103
-
223
.Wernicke's hypothese
103
-
224
.Beeldvormingsstudies en primaire auditieve cortex
103
-
225
.Linkerhersenhelft-specialisatie voor spraak
104
-
226
.Specialisatie van linker- en rechterhersenhelft
104
-
227
.Zuivere woorddoofheid:
104
-
228
.Spectrogram en spraakperceptie
104
-
229
.Variabiliteit in spraak
105
-
230
.Productie van klinkers en medeklinkers
105
-
231
.Categorische perceptie
106
-
232
.Co-articulatie
106
-
233
.Motortheorie van spraakperceptie
106
-
234
.Spiegelneuronen en de motortheorie
107
-
235
.Beperkingen van de motortheorie
107
-
236
Dit suggereert dat auditieve gerelateerde gebieden kunnen zelfstandig spraakperceptie ondersteunen, maar er is bewijs dat de motorische gebieden een contribuerende eigenschap heeft.
107
-
237
.Rol van motorische representaties bij spraakperceptie
107
-
238
.Rechterhersenhelft en prosodie
108
-
239
Auditieve ventrale en dorsale routes voor "wat" en "hoe"
108
-
240
.Auditieve ventrale ("wat") en dorsale ("waar") routes
108
-
241
."Hoe"-route binnen de dorsale route
108
-
242
.Ventrale "wat"-stroom
108
-
243
.Dorsale "hoe"-stroom
109
-
244
.Posterieure STS-regio als multisensorisch gebied
109
-
245
.Functie van de "wat"- en "hoe"-route
109
-
246
.Fonologische lus en kortetermijngeheugen
109
-
247
.Herhaling van spraak en de "hoe"-route
110
-
248
.Relatie tussen korte- en langetermijngeheugen
110
-
249
Lippen lezen en stemmen zien — de McGurk-illusie
110
-
250
Visuele informatie en spraakperceptie
110
-
251
.Verklaringen voor de McGurk-illusie
111
-
252
.Verdere onderzoeken
111
-
253
.Aandacht en sensorische overbelasting
111
-
254
.Onoplettendheidsblindheid (bottelneck reference)
112
-
255
.Veranderingsblindheid (gerelateerd aan onopleetendheidsblindheid):
112
-
256
.Aandacht en de hersenen:
112
-
257
.Bottom-up en top-down aandacht:
112
-
258
Spatiële en niet-spatiële aandacht:
112
-
259
.Spotlight metafoor:
113
-
260
.Posner's studie van ruimtelijke aandacht:
113
-
261
Bevindingen van de studie:
113
-
262
.Exogene en endogene oriëntering van aandacht:
113
-
263
.Visueel zoeken (tevens een endogeen fenomeen):
114
-
264
.Niet-ruimtelijke aandachtsprocessen:
114
-
265
.Rol van pariëtale en frontale kwabben in aandacht:
115
-
266
.Ventraal en dorsaal pad:
115
-
267
.Laterale intrapariëtale area (LIP) en aandacht:
115
-
268
.Neurale verwerking in LIP (Laterale Intrapariëtale Area):
116
-
269
.Functie van LIP in aandacht en oogbewegingen:
116
-
270
.Multisensorische integratie in LIP:
116
-
271
.Aandacht en hersenactiviteit bij mensen:
116
-
272
.Functionele connectiviteit en top-down/bottom-up aandacht:
117
-
273
.Aandachtsverwerking bij apen:
117
-
274
.Twee aandachtsnetwerken (Corbetta en Shulman):
117
-
275
.Temporoparietale en frontale activering bij stimulusveranderingen:
118
-
276
.Dominantie van de rechter pariëtale kwab in ruimtelijke aandacht:
118
-
277
.Pseudo-neglect ruimtelijke aandacht rechterkant:
118
-
278
.Hemisferische verschillen in pariëtale kwabben en ruimtelijke aandacht:
118
-
279
.Hemisferische asymmetrie en pseudo-neglect:
119
-
280
.Niet-ruimtelijke aandachtstekorten:
119
-
281
.Verschillende rollen van linker en rechter pariëtale kwabben in niet-ruimtelijke aandacht volgens Mevorach:
119
-
282
.Relatie tussen ruimtelijke en niet-ruimtelijke aandacht:
119
-
283
.Buiksprekerillusie en visuele "vangst":
120
-
284
.Verklaring van de visuele dominantie:
120
-
285
.Multisensorische integratie:
120
-
286
.Tactiele equivalent van de buiksprekerillusie:
121
-
287
.Definities van aandacht, perceptie en bewustzijn:
121
-
288
.Relatie tussen perceptie en aandacht:
121
-
289
.Aandacht en hersenactiviteit:
122
-
290
.Verwachting en neurale activiteit:
122
-
291
.Relatie tussen perceptie en bewustzijn:
122
-
292
.Dehaene Model:
122
-
293
.Attentional blink-paradigma (voorbeeld):
122
-
294
.Alternatieve theorie van bewustzijn:
123
-
295
.Verschil tussen de twee modellen:
123
-
296
.Evaluatie van Aandacht:
123
-
297
.Opkomende trends in onderzoek naar aandacht:
123
-
298
.Vergelijking met andere cognitieve functies:
123
-
299
.Gebrek aan consensus:
124
-
300
Voorbeeld: Stel er worden kort gekleurde letters laten zien, waar je niet je seriële aandacht aan kan besteden, dan kan het zijn dat deelnemers claimen dat ze een rode “H” hebben gezien, terwijl het een blauwe “H”was en een rode “E”.
125
-
301
Dit bewijst de conclusie van FIT dat aandacht moet worden ingezet om samengevoegde eigenschappen, goed te kunnen onderscheiden.
125
-
302
TMS over de parientiele kwab laten je langzamer zoeken bij meerdere kenmerken, maar niet als er maar één kenmerk is.
125
-
303
Mensen met parientiele schade maken vaker fouten in de illusoire conjucties als deze maar korter worden laten zien.
125
-
304
Kenmerken van verwaarlozing
133
-
305
.Frontale Lobben
157
-
306
.Pariëtale Lobben
157
-
307
.Dorsale versus Ventrale Stroom
157
-
308
.Competitieve Selectie
158
-
309
.Gevolgen van Schade aan de Stromen
158
-
310
.Optische Ataxie
158
-
311
.Dissociaties in de Normale Populatie
159
-
312
.Dorsale Stroom en Sensorimotorische Transformatie
159
-
313
.Verschillende Acties: Reiken versus Oogbewegingen
159
-
314
.Belangrijke Neurale Regio's
159
-
315
.Voorkeurshoeken van Neuronen
160
-
316
.Plannen en Voorspellen van Acties
160
-
317
.Distinctie tussen Grijpen en reiken
160
-
318
.Functies van het Anterieur Intrapariëtale Gebied (AIP)
161
-
319
.Anatomische Verbindingen
161
-
320
.Gebruik van Gereedschappen
161
-
321
.Sensorimotorische Transformatie
161
-
322
.Betrokken Hersenregio's
161
-
323
.Premotorische Cortex
162
-
324
.Actie-vocabulaire
162
-
325
Andere neuronen kunnen gespecialiseerd zijn in verschillende handvormen (bijv. precisiegrip, volledige handgreep).
162
-
326
Het voordeel van een opgeslagen repertoire is dat de hersenen bepaalde aspecten van de acties niet elke keer opnieuw hoeven te berekenen, en het kan ook bepaalde soorten acties mogelijk maken om geassocieerd te worden met vertrouwde objecten.
162
-
327
.Verbinding tussen Sensorische en Motorische Systemen
162
-
328
.Fantoomledematen
163
-
329
.Verklaring van Fantoomledematen
163
-
330
.Variabiliteit van Fantoomsensaties
163
-
331
.Experiment van Ramachandran en Rogers-Ramachandran
163
-
332
.Integratie van Sensorische en Motorische Informatie
163
-
333
.Evolutionaire Ontwikkelingen
163
-
334
.Impact van Gereedschappen
164
-
335
.Kenmerken van Gereedschappen
164
-
336
.Representatie van Gereedschappen in de Hersenen
164
-
337
.Interactie tussen Sensorische en Motorische Eigenschappen
164
-
338
.Afhankelijkheid van Hersengebieden
165
-
339
.Opslag van bject-gebaseerde Acties
165
-
340
.Onderzoek van Chao en Martin
165
-
341
.Onderzoek van Rumiati
166
-
342
.Ideomotorische Apraxie
166
-
343
.Semantische Representaties en Object-gerelateerde Gebaren
166
-
344
.Impact van Semantische Dementie
166
-
345
.Linkerhersenhelft en Object-gebaseerde Acties
167
-
346
.Onderzoek naar Linkshandigen
167
-
347
.Rol van Taaldominantie
167
-
348
.Neurale Activatie en Actie
168
-
349
.Sensorimotorische Transformatie
168
-
350
.Opslag van Object-afhankelijke Acties
168
-
351
.Semantische Representaties en Affordances
168
-
352
.Rol van Subcorticale Structuren
168
-
353
.Studie van Krams
168
-
354
.Corticaal-Subcorticale Lussen
169
-
355
.Functie van het Cerebellum
169
-
356
.Patiënten met Cerebellaire Laesies
169
-
357
.Basale Ganglia en Hun Circuits
169
-
358
.Rol van het Ruggenmerg
170
-
359
.Ziekte van Parkinson
170
-
360
.Neuropathologie
170
-
361
.Basale Ganglia en Motorische Circuit en begrijpen symtomen parkinson
171
-
362
.Beweging en Actie bij Parkinson
171
-
363
.Reactietijd en Acties
171
-
364
.Relatief Gespaarde Acties (verklaring)
172
-
365
.Functionele Beeldvorming
172
-
366
.Cognitieve Taken en Motorische Vereisten
172
-
367
.Stroop-Test Variant van Brown en Marsden
172
-
368
Motorische Symptomen van de Ziekte van Parkinson
173
-
369
Hyperkinetische Stoornissen van de Basale Ganglia
173
-
.Ziekte van Huntington
173
-
Deze verschuiving bevordert beweging in het algemeen. Omdat het indirecte pad verzwakt is en het directe pad normaal blijft, ontstaat er een onevenwicht in de motorische controle: er is minder remming van bewegingen en de motorische cortex krijgt relatief meer signalen om bewegingen uit te voeren.
173
-
.Hypokinetisch en hyperkenetisch
174
-
Ziekte van Parkinson: Vermindering van beweging (hypokinetisch)
174
-
Ziekte van Huntington: Verhoging van beweging (hyperkinetisch)
174
-
.Syndroom van Gilles de la Tourette
174
-
370
.Circuits voor Bewegingsinitiatie en -uitvoering
174
-
371
.Leren en geheugen
175
-
372
.Korte-termijngeheugen (STM) vs. lange-termijngeheugen (LTM)
175
-
373
.Modellen van korte-termijngeheugen en werkgeheugen
176
-
374
.Werkgeheugenmodellen en korte-termijnopslag
176
-
375
.Fonologisch korte-termijngeheugen en verbaal werkgeheugen
177
-
376
.Visueel-ruimtelijk korte-termijngeheugen (STM)
179
-
377
.Neurale basis van visueel-ruimtelijk STM
179
-
378
.Uitdagingen voor werkgeheugenmodellen gebaseerd op lange-termijnactivatie
180
-
379
.Neurale basis van visueel STM
180
-
380
.Kenmerken van korte-termijngeheugensystemen
181
-
381
.Meervoudige geheugensystemen
181
-
382
.Declaratief vs. non-declaratief geheugen
181
-
383
.Binnen declaratief geheugen (onderverdeling)
182
-
384
.Overlapping van geheugensystemen
182
-
385
.Patiënt HM en amnesie
183
-
386
.Verstoord geheugen bij amnesie
184
-
387
.Episodisch geheugen en amnesie
184
-
388
.Amnesie in Hollywood vs. klinische amnesie
184
-
389
.Kortetermijngeheugen bij amnesie
185
-
390
.Impliciet leren en geheugen bij amnesiepatiënten
186
-
391
.Semantisch geheugen bij amnesie
186
-
392
.Samenvattend over amnesie
187
-
393
.Leren en geheugen bij amnesiepatiënten
188
-
394
.Goldman-Rakic's Model van Werkgeheugen:
210
-
395
.Petrides' Alternatieve Model:
211
-
396
.Self-Ordered Pointing Task
211
-
397
Overkomen van sterke en automatische reactie
212
-
398
.Overwinnen van sterke of automatische reacties
212
-
399
.Go/No-Go Tests
212
-
400
.Inhibitie en Neurale Activiteit
212
-
401
.Functies van Stroop en Go/No-Go Tests
213
-
402
.Specifieke Hersengebieden
213
-
403
.Go/No-Go Taak
213
-
404
.Schade aan de Prefrontale Cortex
213
-
405
.Stroop Test en Hersengebieden
213
-
406
.Wisconsin Card Sorting Test (WCST)
213
-
407
. Taakwisseling en Perseveratie
214
-
408
. Kenmerken van de WCST
214
-
409
.Voorbeeld van Voorspelbare Taakwisselingen
214
-
410
. Switch Cost
214
-
411
. Evaluatie van Switch Cost
214
-
412
.Voorbeelden van Taakwissel
214
-
413
.Functionele Beeldvormingsstudies
214
-
414
.Uitdagingen bij Hersengebied- en Proceslinken
215
-
415
.Voorbeeld van Taakwisseling
215
-
416
. Studie van Rushworth
215
-
417
.Multi-tasking versus Task-switching
215
-
418
. Impact van Prefrontale Laesies
215
-
419
. Fractionering van Executieve Functies
216
-
420
.Six Element Test
216
-
421
. Moeilijkheden bij Taakcoördinatie
216
-
422
.Definitie van Executieve Functies in de Jaren '90
216
-
423
.Indicatoren van Prefrontale Functies
216
-
424
.Modellen van Executieve Functies
216
-
425
.Effect van Laesies
217
-
426
.Complexiteit van Hedendaagse Opvattingen
217
-
427
.Politieke Carrière
217
-
428
.Bijdragen aan Neurologie en Neurochirurgie
217
-
429
.Impact van de Lobotomie
217
-
430
.Uitvoering van de Procedure
217
-
431
.Toepassing en Beoordeling
218
-
432
.Laatste Jaren en Erfenis
218
-
433
.Benaderingen van Executieve Functies
218
-
434
.Kernprincipes van Executieve Functies
218
-
435
.Modellen van Executieve Functies
218
-
436
.Onderscheid in Executieve Functies
218
-
437
.Betrokken Hersengebieden
219
-
438
.Taak van Dias
219
-
439
.Experimentele Opzet
219
-
440
.Dimensieoverschakeling
219
-
441
.Interpretatie van Resultaten
220
-
442
.Probleem in de Oudere Literatuur
220
-
443
.Somatic Marker Hypothesis
220
-
444
.Opslag en Functie van Somatische Markers
220
-
445
.Onderzoek naar de Hypothese
220
-
446
.Resultaten van de Taak
221
-
447
.Huidgeleidingsreactie (SCR)
221
-
448
.Profielen van Patiënten met Laesies
221
-
449
.Sociopathie en Hersenschade
221
-
450
.Falen van Reversal Learning
221
-
451
.Delay Discounting (Tijdelijke Korting)
222
-
452
.Mechanismen van Delay Discounting
222
-
453
.Organisatie van Executieve Functies
222
-
454
.Multiple-Demand Network
222
-
455
.Cognitieve Controle
223
-
456
.Neurale Activiteit in Laterale PFC
223
-
457
.Vloeibare Intelligentie
223
-
458
.Gekristalliseerde Intelligentie
224
-
459
.Meta-analyses en Functionele Beeldvorming
224
-
460
.Patiënten met Prefrontale Cortex Laesies
224
-
461
.Correlaties met Executieve Functies
224
-
462
.Multiple-Demand Netwerk
224
-
463
Neuroeconomics
225
-
464
.Psychologie van Economische Besluitvorming
225
-
465
.Sociale Elementen in Economische Beslissingen
225
-
466
.Waardeverdeling
225
-
467
.Intuïtie en Emotie in Besluitvorming
225
-
468
.Neurologische Betrokkenheid
225
-
469
.Functie van de Rostrale Prefrontale Cortex
226
-
470
.FMRI-experiment van Koechlin
226
-
471
.Patiënten met Frontale Laesies
226
-
472
.Hiërarchische Organisatie van Executieve Functies
226
-
473
Anterieure Prefrontale Cortex: Voert meerdere taken tegelijkertijd uit (multitasking). Wanneer je bijvoorbeeld bezig bent met meerdere projecten of moet schakelen tussen verschillende doelstellingen.
226
-
474
.Model van Koechlin en Summerfield
226
-
475
.Contextuele Informatie en Cognitieve Controle
227
-
476
.Branching Control
227
-
477
Studie van Koechlin
227
-
478
.Standpunt van Badre en D’Esposito
228
-
479
.Voorbeeld van Semantische Beslissingen
228
-
480
.Theorie van Burgess
228
-
481
.Verbinding met Sociale Cognitie
228
-
482
.Controverse over Hemisferische Specialisaties
229
-
483
.Neuropsychologische Onderzoeken
229
-
484
.Model van Stuss en Collega’s
229
-
485
.Activiteit in de Mediale Regio's
229
-
486
.Herziene SAS-model
229
-
487
Monitoring Stage: Verbonden met de rechter laterale PFC
229
-
488
.Wisconsin Card Sorting Test
230
-
489
.Taak-setting versus Monitoring
230
-
490
.Probleem met Task-switching
230
-
491
Rol van de Linker Dorsolaterale PFC
230
-
492
.Effect van TMS op de Linker DLPFC
231
-
493
.Monitoring en Controlemechanismen
231
-
494
.Studie van Cabeza
231
-
495
.Studie van Stuss
231
-
496
.Reactietijden en Wachttijden
231
-
497
.Effect van TMS
232
-
498
.Alternatieve Visie op de Rechter Laterale PFC
232
-
499
.Monitoring versus Inhibitie
232
-
500
.fMRI-studie van Duann
232
-
501
.Hedendaagse Modellen van Executieve Functies
232
-
502
.Kritiek op Ongedifferentieerde Modellen
232
-
503
.Verschillende Behandelingsmechanismen
233
-
504
.Niveaus van Organisatie
233
-
505
.Anatomische Positionering
233
-
506
.Verbindingen en Activiteit
233
-
507
.Rol in Executieve Functies
233
-
508
.Effecten van Laesies
234
-
509
.Foutgerelateerd Potentiaal
234
-
510
.Dubbelzinnigheid over Rol
234
-
511
.Rol in Responsconflicten
234
-
512
.Conflict- en Foutdetectie
234
-
513
.Cognitieve versus Affectieve Reacties
234
-
514
.Kosten-Batenanalyse
234
-
515
.Motivatie en Energization
235
-
516
.Taakwisselstudie
235
-
517
.Diermodellen
235
-
518
.Samenvatting
235
-
519
.Functie van Emoties
235
-
520
.Flexibiliteit van Emotionele Associaties
236
-
521
.Emoties en Sociaal Gedrag
236
-
522
.Neurologische Basis van Emoties
236
-
523
.Cognitieve Controle en Emoties
236
-
524
.Veelzijdigheid van Emoties
236
-
525
.Kenmerken van Emoties
236
-
526
.Verschillende Theorieën
237
-
527
.Methoden van Meting
237
-
528
.Kenmerken van Emoties
237
-
529
.Continuïteit van Emoties
238
-
530
.Charles Darwin
238
-
531
.Sigmund Freud (1856-1939)
238
-
532
.James-Lange Theorie van Emotie
238
-
533
.Kritische Vragen
239
-
534
.Lichamelijke Veranderingen en ANS
239
-
535
.Schachter en Singer
239
-
536
.Hedendaagse Theorieën
239
-
537
.Cannon-Bard Theorie van Emotie
239
-
538
.Rol van de Hypothalamus
239
-
539
.Papez-circuit
240
-
540
.Deliberatieve Analyse
240
-
541
.MacLean's Bijdrage
240
-
542
.Hedendaagse Neurobiologie
240
-
543
.Alternatieve Standpunten
241
-
544
.Basisemotiesbenadering
241
-
545
.Alternatieve Hedendaagse Benadering
241
-
546
.Etnografisch Onderzoek naar Basisemoties
241
-
547
.Kenmerken van Basisemoties
241
-
548
.Kritiek op de Basisemotiesbenadering
242
-
549
.Kritiek op Emotionele Categorieën
242
-
550
.Theorie van Barrett
242
-
551
.Constructie van Emoties
242
-
552
.Cross-Culturele Variatie
242
-
553
.Theorie van Rolls
243
-
554
.Stimulus en Emotionele Toestand
243
-
555
.Basisemoties versus Constructie van Emoties
243
-
556
.Mogelijkheden binnen de Basisemotiesbenadering
243
-
557
.Morele Emoties
244
-
558
.Evolutie van Morele Emoties
244
-
559
.Unieke Menselijke Emoties
244
-
560
.Kernset van Ideeën over Emoties
244
-
561
.Veelzijdigheid van Emoties
244
-
562
.Categorische Verschillen tussen Emoties
245
-
563
.Toekomstige Secties
245
-
564
.Morele Oordelen
245
-
565
.Oorsprong van Morele Standaarden
245
-
566
.Hersenstructuren en Morele Emoties
245
-
567
.Theory of Mind en Sociaal Gedrag
246
-
568
.Impact van Orbitofrontale Laesies
246
-
569
.Atypisch Gedrag bij Morele Dilemma's
246
-
570
.Introductie van Belangrijke Hersenstructuren
246
-
571
.Verwerking van Sociale en Niet-Sociale Stimuli
246
-
572
.Beoordeling van Theorieën
246
-
573
.Anatomie van de Amygdala
247
-
574
.Functie in Emotioneel Geheugen en Leren
247
-
575
.Rol bij Angstconditionering
247
-
576
.Leren en Opslaan van Angstreacties
247
-
577
.Amygdala-Activatie bij Angstreacties
248
-
578
.Geconditioneerde Respons en Geheugen
248
-
579
.Sociale Angstconditionering
248
-
580
.Amygdalalaesies en Emotieherkenning
248
-
581
.Theoretische Verklaringen
248
-
582
.Functionele Beeldvorming en Amygdala-Activatie
249
-
583
.Detectie van Bedreigingen
249
-
584
.Specifieke Reacties op Fobieën
249
-
585
.Neurale Paden naar de Amygdala
249
-
586
.De Amygdala en Angstverwerking
250
-
587
.Effect van Laesies op Leren
250
-
588
.Functionele Beeldvorming en Affectieve Stimuli
250
-
589
.Anatomie en Functie van de Insula
250
-
590
.Walging en Emotionele Herkenning
250
-
591
.Selectieve Laesies en Waarneming
251
-
592
.Morele Walging
251
-
593
.Brede Rol van de Insula
251
-
594
.Functie van de Orbitofrontale Cortex
251
-
595
.Onderzoek naar Chocoladeconsumptie
251
-
596
.Beloningen en Straffen
252
-
597
.Flexibiliteit in Gedrag
252
-
598
.Invloed van Cognitieve Beoordeling
252
-
599
.Verschillen met de Laterale Prefrontale Cortex
252
-
600
.Breder Spectrum van Functies
253
-
601
.Reactie op Sociale Stimuli
253
-
602
.Lichamelijke Signalering en Reacties
253
-
603
.Sociale Pijn en Emotionele Circuits
253
-
604
.Sociale versus Technische Uitsluiting
254
-
605
.Dorsaal versus Ventraal Striatum
254
-
606
.Verbindingen tussen Frontale Cortex en Basale Ganglia
254
-
607
.Limbische Lus
254
-
608
.Dopamine en de Nucleus Accumbens
254
-
609
.Beloningen bij Mensen
255
-
610
.Cruciale Hersengebieden in Emotionele Verwerking
255
-
611
.Verschillende Functies van Emotionele Regio's
255
-
612
.Core Affect en Emotionele Dimensies
255
-
613
.Rol van Cognitie in Emoties
256
-
614
.Gezichtsverwerking als Sociaal Object
256
-
615
Gezichtuitdrukkingen herkennen
256
-
616
.Modellen van Gezichtsverwerking
256
-
617
.Ondersteuning voor het Model van Haxby
257
-
618
.Mechanismen van Gezichtsuitdrukking Herkenning
257
-
619
.Rol van Hersengebieden bij Gezichtsuitdrukkingen
257
-
620
.Simulatietheorie
257
-
621
.Ondersteunend Bewijs
258
-
622
.Sociale Verwijzing
258
-
623
.Wat is het Capgras-syndroom?
258
-
624
.Verklaring van het Syndroom
258
-
625
.Huidgeleidingsreacties
259
-
626
.Belang van Oogcontact en Blikrichting
259
-
627
.Blikrichting en Sociale Cognitie
259
-
628
.Neurologische Basis
259
-
629
.Autisme en Oogcontact
259
-
630
.Mechanismen van Gezichtsuitdrukking Herkenning
260
-
631
.Rol van de Superieure Temporale Sulcus (STS)
260
-
632
.Oogopslag en Intenties
260
-
633
.Basisarchitectuur van Gezichtsverwerking
260
-
634
.Raciale Verschillen en Emotionele Evaluatie
260
-
635
.Expertise en Raciale Herkenning
261
-
636
.Amygdala-Activatie en Racial Bias
261
-
637
.Gezichtsuitdrukkingen als Weergave van Mentale Toestanden
261
-
638
.Simulatietheorie
261
-
639
.Theory of Mind (ToM)
262
-
640
.Debat tussen Simulatie en Mentalisatie
262
-
641
.Empathie en Neurobiologie
262
-
642
.Activering van Pijn-gerelateerde Hersengebieden
263
-
643
.Empathie en Gecoördineerde Processen
264
-
644
.Mechanismen van Empathie volgens Decety en Jackson
264
-
645
.Autisme en Diagnose
264
-
646
.Gedragskenmerken en Onderzoek
265
-
647
.Valse Overtuiging Test
265
-
648
Dit fenomeen wordt ook wel "mind-blindness" genoemd.
265
-
649
.Selectieve Moeilijkheden in Mentaliseren bij Autisme
265
-
650
.Kritiek op de Theory of Mind-verklaring
266
-
651
.Cognitieve Sterke en Zwakke Punten
266
-
652
.Zwakke Centrale Coherentie
266
-
653
.Empathizing vs. Systemizing een andere verklaring voor andere verwerkingsstijl
266
-
654
.Theorieën Over Sociale Tekortkomingen bij Autisme
267
-
655
.Uitvoerend Functioneren
267
-
656
.Broken-Mirror Theory
267
-
657
.Ondersteunend Bewijs
267
-
658
.Kerntekort en Sociale Beperkingen
267
-
659
.Bronnen van Bewijs voor de Neurale Basis van Theory of Mind
268
-
660
.Meta-analyse van Functionele Beeldvormingsliteratuur
268
-
661
.Recente Reviews
268
-
662
.Activatie van Taal- en Semantisch Geheugen
268
-
663
.Onderzoek van Zahn
269
-
664
.Variatie in Testmethoden
269
-
665
.Reactiviteit op Menselijk Denken
269
-
666
.Patiëntstudies en Theory of Mind
269
-
667
.Betrokkenheid bij Taalpragmatics
269
-
668
.Integratie van Informatie
270
-
669
.Verbinding met Verhaalbegrip
270
-
670
.Activatie bij Diverse Taken
270
-
671
.Patiënten met Laesies
270
-
672
.Vergelijking van Taken
270
-
673
.Toekenning van Mentale Toestanden
270
-
674
.Vereiste Processen voor Theory of Mind
271
-
675
.Controverse in Mechanismen
271
-
676
.Ondersteunend Bewijs
271
-
677
.Rol van Autisme
271