GROEPSDYNAMICA
HOOFDSTUK 1: GROEPSDYNAMICA ALS VAKGEBIED
BELANG KENNIS VAN GROEPSDYNAMICA ALS PRAKTIJKGERICHT ORTHOPEDAGOOG
Als praktijkgericht orthopedagoog komen we in verschillende situaties terecht om mensen in hun dagelijkse
leven te begeleiden. We moeten echter ook oog hebben voor hun context en de ruimere groep waarbinnen
hun leven zich afspeelt, zoals cultuur, gezin, klas… Daarnaast werkt een praktijkgericht orthopedagoog ook
vaak in team, of moeten overleggen met andere hulpverleners of zorgorganisaties. We moeten dus als het
ware kunnen coördineren, participeren en bijdragen aan groepen.
Dit vraagt om inzicht in groepsprocessen en dynamieken, want een groep is namelijk niet alleen een optelsom
van individuen. Binnen een groep beïnvloeden we elkaar, er ontstaan groepsnormen, rolverdelingen,
communicatiepatronen en machtsverhoudingen. Deze groepsfenomenen zijn vaak subtiel maar van grote
invloed op het functioneren van de groep en haar leden, waardoor we dus een goed begrip moeten hebben
van groepen en hun dynamieken.
DEFINITIE GROEPSDYNAMICA
Groepsdynamica: de studie van hoe groepen zich vormen, hoe ze functioneren en hoe ze weer uiteenvallen.
DE GROEP ALS VERBINDENDE SCHAKEL TUSSEN INDIVIDU EN MAATSCHAPPIJ
Veel menselijk gedrag kan beter begrepen worden door aandacht voor de groepen waarin dat gedrag
plaatsvindt. Ieder mens is sterk sociaal bepaald door de groepen waartoe hij vroeger behoord heeft, met name
het ouderlijk gezin of een vervangende opvoedingssituatie, en door de groepen waarvan hij op dit moment
deel uitmaakt.
MAATSCHAPPIJ GROEP
INDIVIDU
Een persoon staat niet los van zijn sociale omgeving, maar komt juist door zijn relaties binnen groepen in
contact met bredere maatschappelijke en culturele invloeden. Via groepen, en in het bijzonder via de
gezinsgroep, leert een individu essentiële levensvaardigheden zoals taal, denkpatronen, waarneming en het
interne waardensysteem. Groepen zijn dus de belangrijkste kanalen voor cultuuroverdracht.
MAAR INDIVIDU IS GEEN PASSIEF SLACHTOFFER VAN DE OMSTANDIGHEDEN.
INDIVIDU GROEP
MAATSCHAPPIJ
Het individu wordt niet enkel beïnvloed door zijn omgeving, maar beïnvloedt die omgeving ook zelf. Dat dit
gebeurt in groepen spreekt voor zich, slecht enkelen kunnen ook de maatschappij rechtstreeks beïnvloeden.
Onrechtstreeks denken we aan politieke of economische topfiguren die via groepen invloed uitoefenen op
maatschappelijke omstandigheden.
INDIVIDU GROEP
↓
MAATSCHAPPIJ ↓ ↓
Psychologie Groepsdynamica
DE KRACHT VAN GROEPEN
DE KRACHT VAN GROEPEN
POSITIEVE KRACHT NEGATIEVE KRACHT
plezier maken, waardering krijgen, leren van Conflict, Pesterij, Macht, Dwang, Chantage,
elkaar, vriendschap, er niet alleen voor staan, een Zondebokken, Rivaliteit
eigen identiteit krijgen, veiligheid, vertrouwen,
informatie krijgen, aangemoedigd worden,
lotgenoot zijn van elkaar, jezelf beter leren
kennen, inspiratie, gezelligheid …
, “Een groep is meer dan louter de optelsom van de kwaliteiten van elk lid.”
ONDERSCHEID TUSSEN GROEPSTAAK EN GROEPSPROCES
GROEPSTAAK GROEPSPROCES
= wat een groep doet = manier waarop groepsleden met elkaar omgaan
Ontstaat uit organisatie Ontstaat uit mensen
Verwijst naar de inhoud en de groepsactiviteiten Verwijst naar relationele en gevoelsaspecten,
sociaal-emotionele behoeften
• processtructuur > informele, psychologische
• taakstructuur > formele, zakelijke functies: functies:
• Groepsleden • Groepscohesie (samenhang)
• Groepsdoel • Relatiepatronen & omgangsvormen
• Werkwijze • Ontwikkelingsfasen vd groep
• Taakverdeling (taaknormen) & vormgeving • Groepsnormen (procesnormen)
• Evaluatie & resultaat • Rollen
• Bedacht en afgesproken; min of meer • Spontaan en onvoorspelbaar
voorspelbaar • Zorgt voor voortbestaan groep omwille van de
• Zorgt voor voortbestaan groep t.o.v. buitenwereld groep
BELANG VAN HET ONDERSCHEID EN HOE BEWUST HANTEREN
Taak en proces zijn beide belangrijk. De groepsleider moet steeds beide kanten in het vizier houden. Als de
groepsleider de taak verwaarloost, gaan de procesverschijnselen een eigen leven leiden. Ziet hij het proces
niet, dan mist hij belangrijke voeding en energie die nodig zijn om de groepstaak te volbrengen.
Als er misverstanden en onduidelijkheden in de groep ontstaan, speelt de verwarring tussen taak en proces
vrijwel altijd mee. Dan heeft de groepsleider met kennis over dit onderscheid een machtig instrument in
handen. Dankzij het onderscheid tussen taak en proces kan de groepsleider vaak snel zien en voelen wat er
speelt en zijn observaties gebruiken om de groep te helpen.
, HOOFDSTUK 2: DEF VAN DE GROEP EN SOORTEN GROEPEN
WAT KENMERKT EEN GROEP
Groepsdynamica is de studie van groepen mensen in een directe contactsituatie (face-to-face), ze zijn een
verzameling individuen die in een bepaalde context meer interactie hebben met elkaar dan met anderen
daarbuiten. De twee bepalende hoofdelementen: interactie en context.
Een groep wordt ook wel gedefinieerd als een aantal mensen dat zichzelf als een eenheid waarneemt en macht
heeft om gezamenlijk tegenover de omgeving te handelen. De leden zijn zicht bewust van hun lidmaatschap =
groepsbewustzijn.
KENMERKEN VAN EEN GROEP (REMMERSWAAL)
1. Motivatie: bepaald belang of persoonlijke behoefte
2. Doelstelling: gemeenschappelijk doel
3. Structuur: via groepswaarden en -normen individueel gedrag reguleren en als eenheid functioneren &
rollen aannemen tegenover elkaar
4. Interdependentie: wederzijdse betrokkenheid vd leden “iets gebeurt, iedereen wordt beïnvloedt”
5. Interactie: wederkerige beïnvloeding met elkaar, verbaal, lichamelijk en emotioneel
Groep = twee of meer personen, in interactie met elkaar, die elkaar beïnvloeden, een doel hebben en
gemotiveerd zijn, en daarvoor als eenheid functioneren.
KENMERKEN VAN EEN GROEP (HARE)
eerst interactie zijn voordat er sprake kan zijn vh ontstaan van groepen
Leden delen gezamenlijk doel
Ontwikkelen een reeks normen
verwachtingen tav alle groepsleden
ontstaan van rollen
verwachtingen tav individuele groepsleden
wordt netwerk van interpersoonlijke attracties > sympathieën en antipathieën voor elkaar
doel+ normen+ rollen+ attracties ontwikkeling groepsstructuur
SOORTEN GROEPEN
• primaire: persoonlijke, intieme relaties in directe contactsituaties en spontaan gedrag (iemand uit deze
groep vervangen, verandert of vernietigt de bestaande relaties, is heel moeilijk)
• secundaire: koel, onpersoonlijk, rationeel en formeel contact, grote sociale afstand
• informele: doel, rollen en normen zijn vaag en impliciet, vrij van organisatorische beperkingen, autonoom
• formele: hoge mate van organisatie, doelen worden beheerst door factoren buiten directe controle
van de groep, niet autonoom
• lidmaatschap: groep waartoe je formeel behoort, meestal alleen nominaal of door fysiek aanwezig te zijn
bij bijeenkomsten, geen echte psychologische participatie
• referentie: individu participeert echt als persoon, neemt bepaalde plaats in in groepsstructuur
• ingroup: wij-groep “cohesie bij een gemeenschappelijke vijand – stereotypering vd vijand”
• outgroup: zij-groep
HOOFDSTUK 1: GROEPSDYNAMICA ALS VAKGEBIED
BELANG KENNIS VAN GROEPSDYNAMICA ALS PRAKTIJKGERICHT ORTHOPEDAGOOG
Als praktijkgericht orthopedagoog komen we in verschillende situaties terecht om mensen in hun dagelijkse
leven te begeleiden. We moeten echter ook oog hebben voor hun context en de ruimere groep waarbinnen
hun leven zich afspeelt, zoals cultuur, gezin, klas… Daarnaast werkt een praktijkgericht orthopedagoog ook
vaak in team, of moeten overleggen met andere hulpverleners of zorgorganisaties. We moeten dus als het
ware kunnen coördineren, participeren en bijdragen aan groepen.
Dit vraagt om inzicht in groepsprocessen en dynamieken, want een groep is namelijk niet alleen een optelsom
van individuen. Binnen een groep beïnvloeden we elkaar, er ontstaan groepsnormen, rolverdelingen,
communicatiepatronen en machtsverhoudingen. Deze groepsfenomenen zijn vaak subtiel maar van grote
invloed op het functioneren van de groep en haar leden, waardoor we dus een goed begrip moeten hebben
van groepen en hun dynamieken.
DEFINITIE GROEPSDYNAMICA
Groepsdynamica: de studie van hoe groepen zich vormen, hoe ze functioneren en hoe ze weer uiteenvallen.
DE GROEP ALS VERBINDENDE SCHAKEL TUSSEN INDIVIDU EN MAATSCHAPPIJ
Veel menselijk gedrag kan beter begrepen worden door aandacht voor de groepen waarin dat gedrag
plaatsvindt. Ieder mens is sterk sociaal bepaald door de groepen waartoe hij vroeger behoord heeft, met name
het ouderlijk gezin of een vervangende opvoedingssituatie, en door de groepen waarvan hij op dit moment
deel uitmaakt.
MAATSCHAPPIJ GROEP
INDIVIDU
Een persoon staat niet los van zijn sociale omgeving, maar komt juist door zijn relaties binnen groepen in
contact met bredere maatschappelijke en culturele invloeden. Via groepen, en in het bijzonder via de
gezinsgroep, leert een individu essentiële levensvaardigheden zoals taal, denkpatronen, waarneming en het
interne waardensysteem. Groepen zijn dus de belangrijkste kanalen voor cultuuroverdracht.
MAAR INDIVIDU IS GEEN PASSIEF SLACHTOFFER VAN DE OMSTANDIGHEDEN.
INDIVIDU GROEP
MAATSCHAPPIJ
Het individu wordt niet enkel beïnvloed door zijn omgeving, maar beïnvloedt die omgeving ook zelf. Dat dit
gebeurt in groepen spreekt voor zich, slecht enkelen kunnen ook de maatschappij rechtstreeks beïnvloeden.
Onrechtstreeks denken we aan politieke of economische topfiguren die via groepen invloed uitoefenen op
maatschappelijke omstandigheden.
INDIVIDU GROEP
↓
MAATSCHAPPIJ ↓ ↓
Psychologie Groepsdynamica
DE KRACHT VAN GROEPEN
DE KRACHT VAN GROEPEN
POSITIEVE KRACHT NEGATIEVE KRACHT
plezier maken, waardering krijgen, leren van Conflict, Pesterij, Macht, Dwang, Chantage,
elkaar, vriendschap, er niet alleen voor staan, een Zondebokken, Rivaliteit
eigen identiteit krijgen, veiligheid, vertrouwen,
informatie krijgen, aangemoedigd worden,
lotgenoot zijn van elkaar, jezelf beter leren
kennen, inspiratie, gezelligheid …
, “Een groep is meer dan louter de optelsom van de kwaliteiten van elk lid.”
ONDERSCHEID TUSSEN GROEPSTAAK EN GROEPSPROCES
GROEPSTAAK GROEPSPROCES
= wat een groep doet = manier waarop groepsleden met elkaar omgaan
Ontstaat uit organisatie Ontstaat uit mensen
Verwijst naar de inhoud en de groepsactiviteiten Verwijst naar relationele en gevoelsaspecten,
sociaal-emotionele behoeften
• processtructuur > informele, psychologische
• taakstructuur > formele, zakelijke functies: functies:
• Groepsleden • Groepscohesie (samenhang)
• Groepsdoel • Relatiepatronen & omgangsvormen
• Werkwijze • Ontwikkelingsfasen vd groep
• Taakverdeling (taaknormen) & vormgeving • Groepsnormen (procesnormen)
• Evaluatie & resultaat • Rollen
• Bedacht en afgesproken; min of meer • Spontaan en onvoorspelbaar
voorspelbaar • Zorgt voor voortbestaan groep omwille van de
• Zorgt voor voortbestaan groep t.o.v. buitenwereld groep
BELANG VAN HET ONDERSCHEID EN HOE BEWUST HANTEREN
Taak en proces zijn beide belangrijk. De groepsleider moet steeds beide kanten in het vizier houden. Als de
groepsleider de taak verwaarloost, gaan de procesverschijnselen een eigen leven leiden. Ziet hij het proces
niet, dan mist hij belangrijke voeding en energie die nodig zijn om de groepstaak te volbrengen.
Als er misverstanden en onduidelijkheden in de groep ontstaan, speelt de verwarring tussen taak en proces
vrijwel altijd mee. Dan heeft de groepsleider met kennis over dit onderscheid een machtig instrument in
handen. Dankzij het onderscheid tussen taak en proces kan de groepsleider vaak snel zien en voelen wat er
speelt en zijn observaties gebruiken om de groep te helpen.
, HOOFDSTUK 2: DEF VAN DE GROEP EN SOORTEN GROEPEN
WAT KENMERKT EEN GROEP
Groepsdynamica is de studie van groepen mensen in een directe contactsituatie (face-to-face), ze zijn een
verzameling individuen die in een bepaalde context meer interactie hebben met elkaar dan met anderen
daarbuiten. De twee bepalende hoofdelementen: interactie en context.
Een groep wordt ook wel gedefinieerd als een aantal mensen dat zichzelf als een eenheid waarneemt en macht
heeft om gezamenlijk tegenover de omgeving te handelen. De leden zijn zicht bewust van hun lidmaatschap =
groepsbewustzijn.
KENMERKEN VAN EEN GROEP (REMMERSWAAL)
1. Motivatie: bepaald belang of persoonlijke behoefte
2. Doelstelling: gemeenschappelijk doel
3. Structuur: via groepswaarden en -normen individueel gedrag reguleren en als eenheid functioneren &
rollen aannemen tegenover elkaar
4. Interdependentie: wederzijdse betrokkenheid vd leden “iets gebeurt, iedereen wordt beïnvloedt”
5. Interactie: wederkerige beïnvloeding met elkaar, verbaal, lichamelijk en emotioneel
Groep = twee of meer personen, in interactie met elkaar, die elkaar beïnvloeden, een doel hebben en
gemotiveerd zijn, en daarvoor als eenheid functioneren.
KENMERKEN VAN EEN GROEP (HARE)
eerst interactie zijn voordat er sprake kan zijn vh ontstaan van groepen
Leden delen gezamenlijk doel
Ontwikkelen een reeks normen
verwachtingen tav alle groepsleden
ontstaan van rollen
verwachtingen tav individuele groepsleden
wordt netwerk van interpersoonlijke attracties > sympathieën en antipathieën voor elkaar
doel+ normen+ rollen+ attracties ontwikkeling groepsstructuur
SOORTEN GROEPEN
• primaire: persoonlijke, intieme relaties in directe contactsituaties en spontaan gedrag (iemand uit deze
groep vervangen, verandert of vernietigt de bestaande relaties, is heel moeilijk)
• secundaire: koel, onpersoonlijk, rationeel en formeel contact, grote sociale afstand
• informele: doel, rollen en normen zijn vaag en impliciet, vrij van organisatorische beperkingen, autonoom
• formele: hoge mate van organisatie, doelen worden beheerst door factoren buiten directe controle
van de groep, niet autonoom
• lidmaatschap: groep waartoe je formeel behoort, meestal alleen nominaal of door fysiek aanwezig te zijn
bij bijeenkomsten, geen echte psychologische participatie
• referentie: individu participeert echt als persoon, neemt bepaalde plaats in in groepsstructuur
• ingroup: wij-groep “cohesie bij een gemeenschappelijke vijand – stereotypering vd vijand”
• outgroup: zij-groep