• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 63 pages
Summary

Samenvatting - H6: geneesmiddelen (Farmacologie)

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 63 pages

samenvatting van de slides in combinatie met de cursus en de notities de gemaakt zijn tijdens de les

Content preview

FARMACOLOGIE GM

LAURA PAUWELS | FBT 3D

BIOMEDISCHE LABORATORIUMTECHNOLOGIE | 2024-2025

,6.1 CARDIOVASCULAIR STELSEL

6.1.1 HYPERTENSIE

Hiertoe behoren de geneesmiddelen tegen een te hoge bloeddruk

6.1.1.1 ALFA-BLOKKERS
 Blokkerend effect op de α-receptoren O.S. thv bloedvaten
→ vasodilatatie
→ bloeddrukdaling
 Het gebruik is omstreden wegens aanwijzingen van een hogere
mortaliteit. (cfr. ALLHAT studie - ‘Antihypertensive and LipidLowering
Treatment to Prevent Heart Attack Trial’ – JAMA 288, 2981-2997)
 Vb GM: Minipress ® prazosine  uit markt sept 2020
 Enkel nog terazosine

6.1.1.2 CENTRAAL WERKENDE ANTIHYPERTENSIVA
 Werken in op CZS: gaan centraal de α-receptoren presynaptisch
stimuleren
 Stimulering van de centrale receptoren remt de perifere
sympaticusactiviteit.
 De plaats is beperkt wegens een gebrek aan gegevens over hun
invloed op morbiditeit en mortaliteit.
 Methyldopa soms gebruikt tijdens zwangerschap – rekening houden
met nevenwerkingen: depressie, sedatie, leverstoornissen.

6.1.1.3 VASODILATOREN
 Directe vaatverwijdende werking (rechtstreeks op bloedvaten)
nl:
o Selectieve postsynaptische α1 -blokker
o Het verlaagt de perifere weerstand door verwijding
van arteriolen
 Vb. Ebrantil® (Urapidil)
6.1.2 ANGINA PECTORIS

= Hartbeklemming
= Onevenwicht O2 -toevoer en O2 -verbruik → O2- behoefte  + HF  → pijn
Aanvallen van pijnlijk + beklemd gevoel op borst → linkerschouder en -arm,
soms → onderkaak
Aanvallen :
 Door vernauwing kransslagaderen
o Normaal: hartspier voldoende van bloed voorzien
o Bij inspanning en emoties: behoefte aan voeding en O2 niet
voldaan = inspanningsangor
 Door tijdelijke coronaire spasmen, bv. ‘s nachts: rust-angor = spastische
angor


PAGE 1

,  Soms combinatie van beiden: instabiele angor
Therapie :
 O2 -toevoer verbeteren
o Chirurgie: bypass, stent
o Medicatie: inwerken op spasmen
 O2 -verbruik verminderen hart minder vlug laten samentrekken door
inwerking op
o Veneuze kant → minder bloed te verwerken
o Arteriële kant → kleinere weerstand waartegen gepompt
 Soorten GM
o Nitraten: acuut of chronisch
o β-blokkers
o Calciumantagonisten : als β-blokkers onvoldoende effect hebben
o Molsidomine


6.1.2.1 NITRATEN
Werking : verbeteren de doorbloeding van de kransslagaders door een
verwijding van de bloedvaten
Wordt omgezet tot NO
 Heffen spasmen op: zuurstof-toevoer naar coronairen stijgt
 Zuurstofverbruik daalt: ze geven veneuze ‘pooling’
Soorten :
 Acuut: persoon voelt plots pijn: sublinguale tabletten toedienen
 Chronisch:
o Oraal (3 à 5 x daags)
o Zalven, crèmes
o Pleisters (T.T.S.)
Opgelet voor tolerantie
Bijwerkingen : hoofdpijn, rood, warm gezicht, duizeligheid, vermoeidheid,
misselijkheid + te lage BD (RR)
Nitroglycerine zelf wordt in de lever afgebroken en mag daarom niet geslikt
worden. Het middel bestaat daarom alleen in de vorm van injectie- of
infusievloeistof, of een spray.
Isosorbidedinitraat (Cedocard®): afgeleid, kan oraal toegediend worden

6.1.2.2 MOLSIDOMINE
Dit GM verbetert eveneens de doorbloeding.
Onstabiele molecule → stelt NO vrij → vasodilatatie
Orale toediening vb. Corvaton®

6.1.2.3 IVABRADINE
 Directe werking op de sinusknoop (vertraagt hartritme)



PAGE 2

,  Onderhoudsbehandeling als b-blokkers tegenaangewezen
6.1.3 HARTFALEN

= Decompensatio cordis:
 Te geringe werking van hart, niet krachtig genoeg samentrekken →
onvoldoende bloed naar organen → compensatie: organen houden vocht
vast → hart nog zwaarder belast
 Symptomen:
o Opstapeling van vocht in  organen: oedeem
 Gezwollen voeten en enkels
 Bedlegerige personen: ter hoogte van rug
o Ter hoogte van de longen: kortademigheid (dispnoe) →patiënt kan
rechtop beter ademen
o Moeheid
o Gewichtstoename
 Oorzaken :
o Aandoening kransslagader
o Hoge bloeddruk
o Hartritmestoornissen
o Hartklep-afwijkingen
o Cardiomyopathie
 Behandeling :
o Eerst toedienen van diuretica (bespreking zie verder):
vochtreserves uitplassen
o Tegenwoordig zal men heel vaak β-lytica voorschrijven. Hierbij
moet de dosering individueel zeer goed opgevolgd worden!(zie
6.1.5)
o Verder maakt men gebruik van ACE-inhibitoren (zie 6.1.7.1)
o Ook Angiotensine-II-inhibitoren kunnen worden voorgeschreven
o Vervolgens:
 Vroeger: digitalis of gelijkwaardig middel
 Nu meestal bij chronisch hartfalen: GM die hart minder
belasten

6.1.3.1 DIGITALISGLYCOSIDEN
 Digitalisglycosiden (> vingerhoedskruid)
 Vnl. digoxine (Lanoxin ®) , methyldigoxine en digitoxine (niet in
België)
 Digoxine blokkeert Na+ /K+pomp in cellen van de hartspier.
 Gevolg: Caintracellulair in hartspier
 kracht van de hartspier ↑ = positief inotroop effect → aanzuigend
en uitpompend vermogen↑
 De hartfrequentie ↓
 Een onregelmatige pols kan regelmatig worden


PAGE 3

Table of contents

  1. 01 6.1 Cardiovasculair stelsel 2
    1. 6.1.1 hypertensie 2
    2. 6.1.2 Angina pectoris 2
    3. 6.1.3 Hartfalen 4
    4. 6.1.4 Diuretica 6
    5. 6.1.5 Bèta-blokkers 7
    6. 6.1.6 Calciumantagonisten 9
    7. 6.1.7 Middelen inwerkend op het renine-angiotensine systeem 9
    8. 6.1.8 Anti-aritmica 11
    9. 6.1.9 Geneesmiddelen bij hypotensie 12
    10. 6.1.10 Geneesmiddelen bij arteriële vaatstoornissen 12
    11. 6.1.11 Veno-en capillarotropica 13
    12. 6.1.12 Hypolipemiërende geneesmiddelen 13
  2. 02 6.2 bloed en stolling 17
    1. 6.2.1 Antitrombotica 17
    2. 6.2.2 Antihemorragica 19
    3. 6.2.3 Middelen i.v.m. de bloedvorming 19
  3. 03 6.3 Gastro-intestinaal stelsel 20
    1. 6.3.1 Maag- en duodenumpathologie 20
    2. 6.3.2 Spasmolytica 21
    3. 6.3.3 Lever-, gal- en pancreaspathologie 21
    4. 6.3.4 Anti-emetica 21
    5. 6.3.5 Laxativa 22
    6. 6.3.6 Antidiarreïca 23
    7. 6.3.7 Middelen bij inflammatoire aandoeningen van de GI tractus 23
    8. 6.3.8 Middelen bij anale pathologie 24
  4. 04 6.4 Ademhalingsstelsel 24
    1. 6.4.1 Geneesmiddelen bij astma en COPD 24
    2. 6.4.2 Antitussiva, mucolytica en expectorantia 26
    3. 6.4.3 Diverse geneesmiddelen bij respiratoire aandoeningen 26
  5. 05 6.5 Hormonaal stelsel 27
    1. 6.5.1 Diabetes 27
    2. 6.5.2 Schildklierpathologie 28
    3. 6.5.3 Geslachtshormonen 29
    4. 6.5.4 Corticosteroïden 30
    5. 6.5.5 Hypofysaire en hypothalame hormonen 32
    6. 6.5.6 Diverse GM in verband met het hormonale stelsel 32
  6. 06 6.6 Gynaeco-obstetrie 33
  7. 07 6.7 Urogenitaal stelsel 33
    1. 6.7.1 Geneesmiddelen bij blaasfunctiestoornissen 33
    2. 6.7.2 Mictieklachten bij mannen 33
    3. 6.7.3 Geneesmiddelen bij erectiestoornissen 34
    4. 6.7.4 Diverse middelen bij urogenitale problemen 34
  8. 08 6.8 Pijn en koorts 34
    1. 6.8.1 Medicamenteuze koorts- en pijnbestrijding 34
    2. 6.8.2 Niet-opioïde analgetica-antipyretica 36
    3. 6.8.3 Opioïden = narcotische analgetica 38
    4. 6.8.4 Opioïdantagonisten 40
  9. 09 6.9 Osteo-articulaire aandoeningen 40
    1. 6.9.1 Niet-steroïdale anti-inflammatoire farmaca 40
    2. 6.9.2 Chronische artritis 40
    3. 6.9.3 Jicht 41
    4. 6.9.4 Artrose 41
    5. 6.9.5 Osteoporose en ziekte van Paget 41
  10. 10 6.10 Zenuwstelsel 42
    1. 6.10.1 Hypnotica, sedativa en anxiolytica 42
    2. 6.10.2 Antipsychotica 43
    3. 6.10.3 Antidepressiva 44
    4. 6.10.4 Middelen bij ADHD en narcolepsie 46
    5. 6.10.5 Middelen ivm afhankelijkheid 47
    6. 6.10.6 Antiparkinsonmiddelen 47
    7. 6.10.7 Anti-epileptica 48
    8. 6.10.8 Middelen bij spierspasticiteit 49
    9. 6.10.9 Antimigrainemiddelen 49
    10. 6.10.10 Cholinesterase-inhibitoren 50
    11. 6.10.11 Anti- Alzheimermiddelen 50
  11. 11 6.11 infecties 51
    1. 6.11.1 Antibacteriële middelen 51
    2. 6.11.2 Antimycotica 53
    3. 6.11.3 Antiparasitaire middelen 53
  12. 12 6.12 Immuniteit 55
    1. 6.12.1 Vaccins 55
    2. 6.12.2 Immunoglobulinen 55
    3. 6.12.3 Immunomodulatoren 55
    4. 6.12.4 Allergie 57
  13. 13 6.13Antitumorale geneesmiddelen of Cytostatica 57
    1. 6.13.1 Chemotherapie 57
    2. 6.13.2 Targeted therapie 60
    3. 6.13.3 Immuuntherapie 61
    4. 6.13.4 Diverse antitumorale middelen 61
    5. 6.13.5 Antihormonale middelen in de oncologie 61
    6. 6.13.6 Middelen bij ongewenste effecten van antitumorale GM 62
  14. 14 6.18 Anesthesie 62

Document information

Study
Uploaded on
December 23, 2024
Number of pages
63
Written in
2024/2025
Type
Summary
$5.76

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
LP02
4.7
(10)
Sold
74
Followers
3
Items
25
Last sold
2 days ago


Reviews from verified buyers




Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions