Doel - uitgangspunt 1
↪ Het verbeteren van het welzijn van individuen of groepen
Welzijn => Schalocks => Quality of life
8 domeinen:
- emotioneel welbevinden
- interpersoonlijke relaties
- persoonlijke ontplooiing
- lichamelijk welbevinden
- zelfbepaling
- sociale inclusie
- materieel welbevinden
- rechten
Indien we het verminderen of verdwijnen van probleemgedrag voorop stellen = defectdenken
↪ beheersmatige visie: het onder controle krijgen van een probleem
↪ plaats/betekenis vh probleem in het licht van KVL.
↪ onbedoelde ongewenste effecten die onze gekozen aanpak heeft op
de KVL van de persoon
Werkinstrument bij agogisch handelen - uitgangspunt 2
De relatie
Dialoog of verbinding kan verstoord/bedreigd zijn
bv: gedrag dat een afstand schept
=> optimale verbinding proberen behouden
Opvoeder begeleider zijn VS. opvoeder begeleider studeren - uitgangspunt 3
Inzichten (cognitief aspect) & vaardigheden (technisch aspect)
⇩
kunnen het vermogen tot
⇩
afstemming (sensitieve responsiviteit; emotioneel aspect) ondersteunen
=> als OPV bewust omgaan met de eigen veerkracht & het behouden van ademruimte.
,Wederzijdse emotionele beschikbaarheid voor het ontwikkelen van een veilige
gehechtheidsrelatie
Grondhouding: Wederzijdse emotionele beschikbaarheid
Voortdurende wisselwerking tussen beiden
De Belie - 4 dimensies met betrekking tot emotionele beschikbaarheid van de ouder en
vertaalt die naar de positie van begeleider :
1. Sensitieve responsiviteit
2. Sensitief structureren
3. Niet- intrusiviteit
4. Niet- vijandigheid
=> dit zijn onderling te integreren dimensies
Goede afstemming vraagt het bieden van een sensitieve structuur, waarbij vanuit een milde
houding ruimte gecreëerd wordt met respect voor de grenzen vd cliënt.
,OPV let bij zijn aanbod op:
- de reacties vd cliënt ; reacties die beïnvloed worden door:
- de relatie met de begeleider
- actueel welbevinden vd cliënt
- emotioneel ontwikkelingsniveau
- manier waarop de cliënt zijn begeleiders in het contact probeert te betrekken
⇨ De eigenheid van een relatie ligt in de dynamiek ; het actief en circulair op elkaar inspelen
vd verschillende cliënt - en begeleider- dimensies.
Dimensies aan begeleiders zijde
Mentaliseren : herkennen van noden en emotionele signalen - emotioneel begrijpen
↪ nodig om het gedrag vd cliënt te kunnen lezen (hypotheses/veronderstellingen)
Op basis van intuïtie (impliciete kennis) vermengd met eigen emotionele arousal.
Begeleider Client
Sensitieve responsiviteit Responsiviteit van kind/jongere/cliënt
aanvoelen en gepast reageren
Sensitief structureren
houvast & helpende grenzen
Niet- intrusiviteit Contactinitiatieven van kind/jongere/cliënt
niet- indringendheid
ruimte bieden/laten
Niet- vijandigheid
mildheid
⇨ Zien vd emotionele noden vd cliënt en zien & omgaan met de eigen emotionele noden
emotionele arousal: de mate waarin jouw autonoom zenuwstelsel geactiveerd is.
↪ Window of tolerance = stresstolerantievenster
Bij mentaliseren maken we de lift-beweging tussen deze impliciete vormen van kennis, ons
buikgevoel, ons hoofd en ons denken/theoretische kaders & reflecties.
, Sensitieve responsiviteit
Sensitiviteit: aanvoelen - de mate waarin je als Opv afgestemd bent op de emotionele
toestand van de cliënt, en in staat bent die signalen juist te interpreteren.
Responsiviteit: op passende wijze en tijdig reageren
=> afstemmen en gepast reageren
1. aanvaarden vd persoon
Onvoorwaardelijke acceptatie veronderstelt een groot vermogen tot mildheid.
2. delen van plezier en positieve perspectieven
delen van plezier vormt graadmeter voor sensitieve responsiviteit
3. timen, doseren en anticiperen
helpen doseren, anticiperen op die negatieve lange- termijn gevolgen, die wij zien.
4. herkennen van intenties/verlangens
Ook achter lastig gedrag positieve intenties zien
5. Lichamelijke basale zorg
sensitief geven van lichamelijke zorg: subtiele prikkeldosering, voorspelbaarheid,..
6. spiegelen en empathisch reageren
ruimte bieden voor negatieve emoties.
7. bijsturen van verkeerde afstemming
in staat zijn eigen gedrag bij te sturen en erkennen dat je fouten mag maken
Containment
De ondraaglijke gevoelens die de cliënt (als copingsmechanisme) op je projecteert te
kunnen verwerken en te dragen en je er niet mee te laten overspoelen.
Met containment biedt je de cliënt houvast.
Splitting (copingmechanisme)
Persoon is niet in staat tegenstrijdige gevoelens die hij tegenover anderen voelt te
verzoenen. Hij krijgt positieve en negatieve gevoelens niet verenigd in zijn gevoelsleven.