INTUÏTIE VS OVERDRACHT
INTUÏTIE
WAT IS INTUÏTIE?
Het woord intuïtie is afkomstig uit het Latijn en betekent letterlijk 'innerlijk zien'.
Met intuïtie bedoelen de meeste mensen iets anders dan de rationeel denkende geest. Het gaat
over stil staan, voelen en spontaan 'weten', zonder concreet te beredeneren.
• Moeilijk/onmogelijk te verifiëren
• Geen zichtbare bewijzen
• Kwestie van geloof
• (aan)voelen
• fingerspitzengefühl
INTUÏTIE EN …
Negative capability (John Keats)
Het begrip negatief vermogen heeft betrekking op het vermogen die nodig is om te kunnen gaan met
onbeantwoorde vragen. De term werd door dichters en filosofen gebruikt om het vermogen te beschrijven
om waarheden waar te nemen en te herkennen die buiten het bereik van opeenvolgende redeneringen
liggen.
Empathie
Empathie is inlevingsvermogen, het vermogen om zich in te leven in de situatie en gevoelens van anderen. Zich
kunnen verplaatsen in anderen draagt bij aan het kunnen begrijpen van emoties van anderen en aan
communicatie.
Archetype volgens Jung
De 12 archetypen van Jung zijn 12 persoonlijkheidstypen. Verschillende typen met drijfveren, die rollen
hanteren om doelen die men nastreeft te bereiken.
De 12 archetypen van Jung beschrijven een set van menselijke basismotivaties. Elke archetype wordt door
Jung beschreven als een bepaald type naar normen, waarden en persoonlijkheidskenmerken. Het beste te
omschrijven als een set van motivaties, verlangens, de angsten en talenten van mensen.
Jung stelt dat een mens geboren wordt met een set aan herinneringen. Archetypen zijn volgens Jung
universele, archaïsche symbolen en beelden die voortkomen uit het collectieve onbewuste.
1
,Apprehensie
In de psychologie is apprehension een term die wordt toegepast op een model van bewustzijn waarin niets
wordt bevestigd of ontkend van het object, maar de geest zich er slechts bewust van is.
Serendipity
Het vermogen of fenomeen om waardevolle of aangename dingen te vinden waarnaar niet wordt gezocht.
INTUÏTIE IS GOED NOCH FOUT
• Een plaats in ons geheugen?
• Een herkenning ‘déjà-vu’?
• Tussen ratio en emotie?
• Een voorgevoel, visueel, emotie, energie?
VOELWETEN
• Wanneer het emotioneel bewustzijn is geïntegreerd met het rationele bewustzijn.
• Intuïtie is iets weten zonder te weten hoe je het weet.
• Achtergrondsweten ‘vrijzwevende aandacht’
• Ronddwalen
TYPES VAN INTUÏTIE
Type 1: Type2:
Snel, pre-verbaal, automatisch Tijdsintensief, rationeel, inspanning, snel
onderbroken
PATROONHERKENNING VS CREATIEVE INVAL
!!! Intuïties zijn belangrijke informatieverschaffers maar door hun subjectief persoonlijke karakter zijn ze niet
‘zonder meer’ betrouwbaar !!!
BEKENDE VERSUS ONBEKENDE
intuïtie ‘Weten’
Diepgang & Verwoorden van intuïtie, stimuleert
perspectief actie en verdiept het leerproces
QUOTEJE OVER INTUÏTIE
In een geopende hand kan je haar vasthouden,
bal je je vuist dan ontglipt ze je.
2
,INTUÏTIE EN COACHING: MODEL VAN SCHELDON
Het model van Sheldon verklaart hoe coaches ten goede en ten kwade omgaan met intuïtie.
"ACHTERHOUDEN" "NIET-WETEN TOESTAAN"
• Keuze van de coach om de intuïtie niet te delen • Coaches herkennen intuïtie, maar wisten niet wat die in
• Behoefte aan meer informatie vaststellen de gegeven fase betekende.
• Erkennen dat de intuïtie misschien niets constructiefs • Intuïtie "aan bieden" door een voorgevoel te delen.
toevoegt • Leidende tactiek die zachte taal gebruikte om de dialoog
• Zich bewust te zijn van de behoefte aan zorgvuldigheid met de cliënt aan te gaan.
in de eerste dagen van coaching. • Manier om de intuïtie aan de coachee uit te drukken
• Discretie • Laat voldoende ruimte voor de cliënt om zich er al dan
• Besluiten wanneer het, het beste is de intuïtie voor niet mee te identificeren.
zichzelf te houden.
"EEN KANS MISSEN" "EEN RISICO NEMEN"
• Intuïtie verwerpen of intuïtie dempen • Gebruik van intuïtie
• Niet weten hoe deze te verwoorden • Minimale voorbereiding en weinig reflectie.
• Slecht voorbereid zijn (overvallen door de kans om de • Coaches hun intuïtie uitspraken, kwamen over als
aanmatigend of opschepperig, en zelfs als gewoon
intuïtie te gebruiken).
verkeerd. Zij noemde dit "een hit en een misser".
• Deze blokkade leidde tot verlies van terrein bij de cliënt. • De relatie tussen coach en cliënt was misschien niet
voldoende ontwikkeld om de coach de intuïtie te laten
uitspreken.
• Het gevolg was dat zowel het coachingsvertrouwen als
het vertrouwen in de coach eronder leden.
Sheldon concludeerde dat het identificeren van de intuïtie een vaardigheid is. Weten wat je ermee moet
doen is een heel andere vaardigheid. Een ervaren en volwassen coach moet beide kunnen.
3
,OVERDRACHT
PSYCHISCH APPARAAT
DISCOURS EN COMMUNICATIE
4
,OVERDRACHT, TEGENOVERDRACHT EN WEERSTAND
Overdracht Tegenoverdracht
De cliënt draagt (onbewust) oude gevoelens over De hulpverlener draagt (onbewust) in zijn functie
op de hulpverlener. als autoriteit eigen oude (kind)gevoelens over op
de cliënt.
• Er is een onduidelijkheid in communicatie met een
ander. --> de coachee reageert op een manier die jij • Tegen-overdracht: emotionele reacties die een
niet had verwacht. persoon of situatie bij de coach oproept, blinde
vlekken bij de hulpverlener
• Heftige gevoelens zijn niet te verklaren vanuit het
• Wat de coach ervaart, wat er bij de coach wordt
hier- en- nu
opgeroepen, door wat de coachee zegt
• Wat de coachee ervaart, wat er bij hem/haar
wordt opgeroepen, door wat de coach zegt • Bewijzen goede coach te zijn
• Creativiteit
• De coachee heeft (misschien) dingen verdrongen, • Koppigheid
die door jouw vragen naar boven (kunnen) komen • Eigen ideaal
• Eigen levensfrustraties
--> zorgt voor 'onverwachte reactie' vanuit de
• Compenserende relaties
coachee (bv.'seg je lijkt wel op …')
• T’ogenblik
• Overdracht kan zowel positief als negatief zijn • Valorisatie
(negatief: de coachee vergelijkt jou met iemand die
hij/zij niet graag heeft/ Positief --> coachee vergelijkt
jou met goede vriendin, wordt verliefd, …)
• Verschillende (historische) betekenissen
• Innerlijke wereld van personen wordt duidelijk door hoe ze zich gedragen en in relatie gaan met anderen
• ‘Overdrachtsrelatie’
• Weerstand: onbewust het veranderingsproces tegengaan
➔ Verandering is (altijd) moeilijk
• (Tegen)-overdracht wordt soms wel en soms niet verwoord
• Overdracht maakt in wisselende mate deel uit van alle relaties.
• Relaties worden vaak bepaald door een of ander kenmerk van de ander dat een attribuut
vertegenwoordigt van een ‘significant other’
• Externalisatie of projectie van aspecten of personen uit het verleden. (bv. Waarom kijk je zo boos? - die
persoon is niet perse boos, maar jij projecteert dat gevoel op die andere omdat je zelf het gevoel niet
kan plaatsen)
5
, GEDRAG KENT 2 DIMENSIES
1. Officiële motivatie (manifest) --> wat je toont
2. Reële motivatie (Latent – wensvervulling) --> wat we doen, doen we vooral voor onszelf --> wat je echt wilt
• BEHOEFTE AAN WAARDERING (mensen willen gewaardeerd worde, // narratieve coaching: coachee wordt
gewaardeerd (tijd en luisterend oor)
• NON-VERBAAL/ VERBAAL (overdracht kan beide zijn)
• Ontstaat in INTERACTIE
• HERHALING (je beseft niet dat je iets herhaalt
OVERDRACHT IN PROFESSIONELE SITUATIES
• Coachee probeert op ‘subtiele’ (onbewuste) manier gedrag bij de coach uit te lokken.
• Jij doet jouw coachee denken aan haar vriendin, zij vertoont gedrag die jou nog meer in die positie zet
• Als coach kunnen we overdracht registreren en vasthouden om aldus de coachee beter te begrijpen.
• Benoemen wat bijna onbespreekbaar is
• Opsporen van weerstand, OD en TOD door waarschijnlijke veronderstelling (mislukkingen, successen, antipathie…)
• "zou het kunnen dat…"
BRONNEN OVERDRACHT
REAKTIENIVEAU REFERENTIEFUNCTIE COMPENSATIEFUNCTIE WEERSTANDSUITING
(AUTORITEIT)
• Vermijding
• Significante relatie/ • Coach wordt • Noodzakelijk voor
• Ontkenning
dominante stijl / rol-relaties morele groei
• Verschuilen
OAFLG (Orale fase bondgenoot • Ziekmelding
(verslaving) ; Anale fase (niet (coach als excuus • Coachee komen graag • Projectie
loslaten of verzamelwoede) ; om gedrag die bij jou want • Geruchtvorming
Fallische fase (continu willen (nog niet) gepast compenseert • Afstandelijke reacties
menselijke behoefte • Competitie
bewijzen en in de spotlight is, toch te doen)
van aandacht en naar • Antagonisme
staan) ; Latentiefase ; (vb. assertiviteit) geluisterd worden • Conflicten
Genitale fase) --> lust
verandert doorheen je • Verzet vanuit de
ontwikkeling ‘buitenwereld’
• Regressie (niet functioneren
op hoogste niveau;
afhankelijk opstellen)
• Identificatie
6