Samenvatting CV stelsel: bloed
- Functies van het bloed:
Transport:
Opgeloste:
Gassen: zuurstof en CO2
Voedingsstoffen: van darmkanaal naar bloed
Hormonen: insuline naar cellen voor toegang glucose tot cel
Afvalstoffen: naar nieren
Stabilisering van de Ph/interstitiële vloeistof:
Via diffusie tussen interstitiële vloeistoffen en bloed
Absorberen en neutraliseren van gevormde zuren (melkzuur bij inspanning)
Beperking vloeistofverlies bij verwonding
Vervoer van (enzymen/factoren) om stollingsproces op te starten
Vervoer van bloedcellen voor propvorming bij beschadigde bloedvaten
Verdediging tegen gifstoffen, ziekteverwerking
Witte bloedcellen (WBC)
Vervoer gevormde antistoffen
Stabilisering van lichaamstemperatuur
Actieve skeletspieren leveren warmte
Vervoer van warmte via de bloedbaan naar andere weefsels
Te hoog: naar huid – afgifte huid
Te laag: voorkeur bloedstroom naar hersenen en warmte gevoelige organen
- Samenstelling van het bloed:
Volume bloed:
Man: 5-6l
Vrouw 4-5l
Soorten afnames:
Arterieel
Veneus
Capillair
Gemeenschappelijke eigenschappen:
Temp: 38°C
5X viceuzer dan water
Ph: 7,35-7,45
bestandsdelen
1) Plasma:
Plasma eiwitten (ET): 7%
Andere opgeloste stoffen: 1%
Water: 92%
2) Vaste bloedbestandsdelen:
Bloedplaatjes: thrombocyten
Witte bloedcellen: leucocyten
, Rode bloedcellen: erytrocyten
- Bloedplasma:
+/- 55% van bloedvolume
Bestaat voor 92% uit water
Samenstelling zelfde als interstitële vocht, behalve:
Plasma: bevat meer ET (bepaalt de osmotische druk)
Ionenconcentratie is gelijk: continue uitwisseling
Opgeloste gassen: verschil in concentratie
Plasma-eiwitten: 7g ET/100ml plasma
Vorming in de lever: albumine/fibrinogeen
Vorming door plasmacellen: immunoglobulinen
Albumine
60% van totale plasma eiwitten
Geven osmotische druk van plasma – kunnen door vorm bloedbaan niet
verlaten
Transport van VT
Globuline
35% van totale ET, antistoffen en transporteiwitten
Antistoffen: immuunglobulinen
Transport ET: binden zich aan kleine ionen: thyroïd bindend globuline
Transport van VT: lipo-proteïnen
Fibrinogeen
Speelt rol bij bloedstolling: onoplosbare strengen, vormen raamwerk voor
stolsel=fibrine
4% van alle ET
Plasma zonder fibrinogeen: serum
Lever:
Vormt 90% van de plasma-eiwitten
Immunoglobulines: gevormd door plasmacellen van het lymfevaatstelsel
RODE BLOEDCELLEN
- Relatieve hoeveelheid:
Bevatten pigment: hemoglobine
Functie: vervoer van gassen
Omvang: 99,9% van vaste
bloedbestandsdelen
Man: 1 microliter: 5,4miljoen RBC
Vrouw: 1 microliter: 4,8miljoen RBC
Hematocriet: % cellen in vol. Bloed
Man: 46% (grenswaarden 40-54%)
Vrouw: 42% (grenswaarden 37-47%)
Verschil: aanmaak oiv androgenen en fysieke arbeid
Structuur en functie:
Doel: transport van zuurstof en CO2
- Functies van het bloed:
Transport:
Opgeloste:
Gassen: zuurstof en CO2
Voedingsstoffen: van darmkanaal naar bloed
Hormonen: insuline naar cellen voor toegang glucose tot cel
Afvalstoffen: naar nieren
Stabilisering van de Ph/interstitiële vloeistof:
Via diffusie tussen interstitiële vloeistoffen en bloed
Absorberen en neutraliseren van gevormde zuren (melkzuur bij inspanning)
Beperking vloeistofverlies bij verwonding
Vervoer van (enzymen/factoren) om stollingsproces op te starten
Vervoer van bloedcellen voor propvorming bij beschadigde bloedvaten
Verdediging tegen gifstoffen, ziekteverwerking
Witte bloedcellen (WBC)
Vervoer gevormde antistoffen
Stabilisering van lichaamstemperatuur
Actieve skeletspieren leveren warmte
Vervoer van warmte via de bloedbaan naar andere weefsels
Te hoog: naar huid – afgifte huid
Te laag: voorkeur bloedstroom naar hersenen en warmte gevoelige organen
- Samenstelling van het bloed:
Volume bloed:
Man: 5-6l
Vrouw 4-5l
Soorten afnames:
Arterieel
Veneus
Capillair
Gemeenschappelijke eigenschappen:
Temp: 38°C
5X viceuzer dan water
Ph: 7,35-7,45
bestandsdelen
1) Plasma:
Plasma eiwitten (ET): 7%
Andere opgeloste stoffen: 1%
Water: 92%
2) Vaste bloedbestandsdelen:
Bloedplaatjes: thrombocyten
Witte bloedcellen: leucocyten
, Rode bloedcellen: erytrocyten
- Bloedplasma:
+/- 55% van bloedvolume
Bestaat voor 92% uit water
Samenstelling zelfde als interstitële vocht, behalve:
Plasma: bevat meer ET (bepaalt de osmotische druk)
Ionenconcentratie is gelijk: continue uitwisseling
Opgeloste gassen: verschil in concentratie
Plasma-eiwitten: 7g ET/100ml plasma
Vorming in de lever: albumine/fibrinogeen
Vorming door plasmacellen: immunoglobulinen
Albumine
60% van totale plasma eiwitten
Geven osmotische druk van plasma – kunnen door vorm bloedbaan niet
verlaten
Transport van VT
Globuline
35% van totale ET, antistoffen en transporteiwitten
Antistoffen: immuunglobulinen
Transport ET: binden zich aan kleine ionen: thyroïd bindend globuline
Transport van VT: lipo-proteïnen
Fibrinogeen
Speelt rol bij bloedstolling: onoplosbare strengen, vormen raamwerk voor
stolsel=fibrine
4% van alle ET
Plasma zonder fibrinogeen: serum
Lever:
Vormt 90% van de plasma-eiwitten
Immunoglobulines: gevormd door plasmacellen van het lymfevaatstelsel
RODE BLOEDCELLEN
- Relatieve hoeveelheid:
Bevatten pigment: hemoglobine
Functie: vervoer van gassen
Omvang: 99,9% van vaste
bloedbestandsdelen
Man: 1 microliter: 5,4miljoen RBC
Vrouw: 1 microliter: 4,8miljoen RBC
Hematocriet: % cellen in vol. Bloed
Man: 46% (grenswaarden 40-54%)
Vrouw: 42% (grenswaarden 37-47%)
Verschil: aanmaak oiv androgenen en fysieke arbeid
Structuur en functie:
Doel: transport van zuurstof en CO2