Hoorcollege 6 (9-3): Kritische theorie
Benaderingen in de geesteswetenschappen
- Benaderingen in de geesteswetenschappen onderscheiden en vergelijken en bespreken in
drie verschillende dimensies:
o Object (ontologie).
Ideeën wat je precies moet onderzoeken en wat er is. Geschiedenis en
sociale wetenschappen bestuderen ingewikkeld deel werkelijkheid ->
historische, sociale en culturele werkelijkheid.
o Methode (epistemologie).
Hoe deze werkelijkheid bestuderen?
o Kennisdoel.
Waar is de wetenschap goed voor? Wat wil je bereiken?
Ontologie
- Collectief/individu.
o Is de historische werkelijkheid een product van individuen of van een collectief?
Verschillende benaderingsmogelijkheden.
- Structuur/agency.
o Structuren bepalen ideeën of bepalen handelingen van individuen gebeurtenissen?
- Structuur/geschiedenis.
o Tijdloze structuren aantreffen of ontwikkelen deze structuren zich door de
geschiedenis?
Methode
- Verklaren/interpreteren.
o Dilthey gebruikt dit om geesteswetenschappen en natuurwetenschappen van elkaar
te onderscheiden.
- Collectivisme/individualisme.
o Werken vanuit het individu of collectief.
o Valt vaak samen met het kijken naar collectief in de geschiedenis.
- Waarnemersperspectief/deelnemersperspectief.
o Perspectief van buiten (waarnemer met hedendaags perspectief) of perspectief van
binnen (waarnemer met perspectief van toen).
Kennisdoel
- Kennis/toepassing.
o Kennis als doel -> klassieke idee van wetenschapsfilosofie.
o Onderscheid maken tussen kennis als doel of toepassing als doel.
- Kennis/begrip.
o Objectieve kennis of begrip (interpretatie). Onderscheid speelt in hermeneutiek
grote rol.
- Kennis/legitimatie.
- Kennis/kritiek.
o Onderscheid tussen onbevooroordeelde kennis of kritische theorie.
Historisme
- Ontologie: individuen, geschiedenis.
- Methode: empirisch onderzoek, individualisme.
, - Doel: kennis (wie es eigentlich gewesen), legitimatie (politieke status quo verdedigen).
Hermeneutiek
- Ontologie: individuen, geschiedenis.
- Methode: interpretatie, individualisme.
- Doel: begrip (niet alleen kennis, maar ook wat het verleden te zeggen heeft).
Positivisme
- Ontologie: structuren, wetten.
- Methode: empirisch onderzoek, collectivisme.
- Doel: kennis, vooruitgang.
Kritische theorie
- Ontologie: structuren, geschiedenis.
- Methode: dialectiek, reflexiviteit, collectivisme.
- Doel: kritiek, verandering.
Verschillende visies op de sociaal-culturele werkelijkheid in de geschiedenis van de filosofie
- Aristoteles:
o Veel vroegmoderne ideeën over wetenschap, maatschappij en politiek zijn
geïnspireerd op Aristoteles.
o Mensen van nature deel van een politieke gemeenschap (polis).
o Primaat van het collectief -> Buiten de politieke gemeenschap kunnen mensen niet
bestaan. De gemeenschap is de voorwaarde voor het bestaan van de mens.
o Politieke gemeenschap is een natuurlijk gegeven.
- Thomas Hobbes (1588-1679) en John Locke (1632-1704):
o Politieke gemeenschap is het resultaat van een sociaal contract.
o Sociaal contract wordt gesloten door individuen die in de natuurstaat op zichzelf
bestonden.
Hobbes: individuen leefden in de natuurstaat in oorlog, ellendig leven voor
strijd. Om zich tegen elkaar te beschermen sociaal contract sluiten en macht
overdragen aan de staat en de overheid. Uiteindelijk niet tegen de overheid
verzetten -> legitimatie van tamelijk absolutistische theorie van de staat
gebaseerd op individualistische theorie.
Locke: individuen hebben in de natuurstaat rechten op eigen lichaam,
arbeid. Via sociaal contract sluiten mensen zich aan in een gemeenschap,
gemeenschap heeft als taak de mensen te beschermen. Zij geven een deel
van hun vrijheid op ten behoeve van veiligheid. Individualistische kern.
o Primaat van het individu.
- Achttiende eeuw: ontdekking van de samenleving.
o Laag tussen staat en individu ontdekt -> de samenleving.
o Volgens Aristoteles ligt het primaat bij de politiek, bij Hobbes en Locke ook.
- Adam Smith (1723-1790):
o Thematisering van samenleving tussen individu en de staat.
o Positieve visie op de samenleving
Invisible hand. Mensen nemen rationele beslissingen uit eigen belang, maar
door de onzichtbare hand van de economie levert dit voor iedereen meer
welvaart op.
Sympathy. Vermogen om je in anderen in te leven en te bedenken wat
andere zouden willen en wat hun doelen zijn. In de samenleving kunnen
mensen optreden doordat zij in staat zijn zich in anderen in te leven.
Benaderingen in de geesteswetenschappen
- Benaderingen in de geesteswetenschappen onderscheiden en vergelijken en bespreken in
drie verschillende dimensies:
o Object (ontologie).
Ideeën wat je precies moet onderzoeken en wat er is. Geschiedenis en
sociale wetenschappen bestuderen ingewikkeld deel werkelijkheid ->
historische, sociale en culturele werkelijkheid.
o Methode (epistemologie).
Hoe deze werkelijkheid bestuderen?
o Kennisdoel.
Waar is de wetenschap goed voor? Wat wil je bereiken?
Ontologie
- Collectief/individu.
o Is de historische werkelijkheid een product van individuen of van een collectief?
Verschillende benaderingsmogelijkheden.
- Structuur/agency.
o Structuren bepalen ideeën of bepalen handelingen van individuen gebeurtenissen?
- Structuur/geschiedenis.
o Tijdloze structuren aantreffen of ontwikkelen deze structuren zich door de
geschiedenis?
Methode
- Verklaren/interpreteren.
o Dilthey gebruikt dit om geesteswetenschappen en natuurwetenschappen van elkaar
te onderscheiden.
- Collectivisme/individualisme.
o Werken vanuit het individu of collectief.
o Valt vaak samen met het kijken naar collectief in de geschiedenis.
- Waarnemersperspectief/deelnemersperspectief.
o Perspectief van buiten (waarnemer met hedendaags perspectief) of perspectief van
binnen (waarnemer met perspectief van toen).
Kennisdoel
- Kennis/toepassing.
o Kennis als doel -> klassieke idee van wetenschapsfilosofie.
o Onderscheid maken tussen kennis als doel of toepassing als doel.
- Kennis/begrip.
o Objectieve kennis of begrip (interpretatie). Onderscheid speelt in hermeneutiek
grote rol.
- Kennis/legitimatie.
- Kennis/kritiek.
o Onderscheid tussen onbevooroordeelde kennis of kritische theorie.
Historisme
- Ontologie: individuen, geschiedenis.
- Methode: empirisch onderzoek, individualisme.
, - Doel: kennis (wie es eigentlich gewesen), legitimatie (politieke status quo verdedigen).
Hermeneutiek
- Ontologie: individuen, geschiedenis.
- Methode: interpretatie, individualisme.
- Doel: begrip (niet alleen kennis, maar ook wat het verleden te zeggen heeft).
Positivisme
- Ontologie: structuren, wetten.
- Methode: empirisch onderzoek, collectivisme.
- Doel: kennis, vooruitgang.
Kritische theorie
- Ontologie: structuren, geschiedenis.
- Methode: dialectiek, reflexiviteit, collectivisme.
- Doel: kritiek, verandering.
Verschillende visies op de sociaal-culturele werkelijkheid in de geschiedenis van de filosofie
- Aristoteles:
o Veel vroegmoderne ideeën over wetenschap, maatschappij en politiek zijn
geïnspireerd op Aristoteles.
o Mensen van nature deel van een politieke gemeenschap (polis).
o Primaat van het collectief -> Buiten de politieke gemeenschap kunnen mensen niet
bestaan. De gemeenschap is de voorwaarde voor het bestaan van de mens.
o Politieke gemeenschap is een natuurlijk gegeven.
- Thomas Hobbes (1588-1679) en John Locke (1632-1704):
o Politieke gemeenschap is het resultaat van een sociaal contract.
o Sociaal contract wordt gesloten door individuen die in de natuurstaat op zichzelf
bestonden.
Hobbes: individuen leefden in de natuurstaat in oorlog, ellendig leven voor
strijd. Om zich tegen elkaar te beschermen sociaal contract sluiten en macht
overdragen aan de staat en de overheid. Uiteindelijk niet tegen de overheid
verzetten -> legitimatie van tamelijk absolutistische theorie van de staat
gebaseerd op individualistische theorie.
Locke: individuen hebben in de natuurstaat rechten op eigen lichaam,
arbeid. Via sociaal contract sluiten mensen zich aan in een gemeenschap,
gemeenschap heeft als taak de mensen te beschermen. Zij geven een deel
van hun vrijheid op ten behoeve van veiligheid. Individualistische kern.
o Primaat van het individu.
- Achttiende eeuw: ontdekking van de samenleving.
o Laag tussen staat en individu ontdekt -> de samenleving.
o Volgens Aristoteles ligt het primaat bij de politiek, bij Hobbes en Locke ook.
- Adam Smith (1723-1790):
o Thematisering van samenleving tussen individu en de staat.
o Positieve visie op de samenleving
Invisible hand. Mensen nemen rationele beslissingen uit eigen belang, maar
door de onzichtbare hand van de economie levert dit voor iedereen meer
welvaart op.
Sympathy. Vermogen om je in anderen in te leven en te bedenken wat
andere zouden willen en wat hun doelen zijn. In de samenleving kunnen
mensen optreden doordat zij in staat zijn zich in anderen in te leven.