• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 2 out of 7 pages
Summary

Samenvatting - Economie module 1, 2 en 3

Document preview thumbnail
Preview 2 out of 7 pages

samenvatting over module 1, 2 en 3 van economie. Boek: praktische economie. Geschikt voor havo 4 en havo 5

Content preview

economie

Module 1

Hoofdstuk 1

Onze wensen noemen wij behoeften. Deze behoeften zijn onbegrensd. Om
deze behoeften te voorzien heb je middelen nodig. Schaarste betekent dat
er te weinig middelen zijn om onze behoeften te bevredigen. Als je met
hetzelfde middel verschillende behoeften kan voorzien, noem je dat
alternatief aanwendbaar. Hoe een middel gebruikt wordt, noem je de
aanwendingsrichting. Als het aantal middelen beperkt is, moet je een
keuze maken wat de aanwendingsrichting wordt. Onze behoeften worden
niet door iedereen gedeeld. Iedereen heeft een voorkeur. Om de beste
aanwendingsrichting te bepalen kan je een paar stappen nemen. Bepaal
eerst alle mogelijke aanwendingsrichtingen van het middel. Daarna
bereken je de kosten en opbrengsten voor elk aanwendingsrichting. Dat
noem je ook wel de baten. Als laatst kies je de aanwendingsrichting waar
de opbrengsten ver boven de kosten staan. De keuze die je dan maakt
heet de nettobaten.

Alle middelen die mensen bij elkaar hebben noem je het budget. Er zijn 2
soorten middelen: tastbare middelen en tijd. Een budget beperkt de
keuzes die iemand kan maken. De combinaties van producten waar jij je
middelen aan besteed, noem je productcombinaties. De combinaties kan
je achterhalen met een budgetlijn. Zo een lijn geeft alle mogelijke
productcombinaties weer. {budget= (prijs goed 1 x aantal goed 1) + (prijs
goed 2 x aantal goed 2). Met een budgetlijn kan je makkelijk de
verschuivingen in de productcombinaties zien. Een verschuiving kan 2
oorzaken hebben: het budget of de prijs verandert.

Hoofdstuk 2

Met een ruil worden middelen geruild. Elke partij bij een ruil is dan de
vrager en de aanbieder. Een ruil komt tot stand wanneer beiden partijen er
baat bij hebben. Er is dan sprake van wederzijds voordeel. In een autarkie
wordt er niet geruild en is iedereen zelfvoorzienend. Dit komt in de praktijk
niet voor, want de behoeften van mensen zijn dan minder bevredigd. Bij
een ruil moet de ruilverhouding bekend zijn. De waarde van het ene
middel uitgedrukt in het aantal eenheden van het andere middel. Een ruil
is een overdracht van een eigendomsrecht. Dit is vastgelegd in een patent
(octrooi). Muziek, kunst en literatuur wordt beschermd. Dit gebeurd door
vast te leggen wie de eigenaar is van het intellectuele eigendomsrecht.
Het auteursrecht.

Transactiekosten zijn de kosten die worden gemaakt voor het maken van
een geschikte ruil. Door transactiekosten kan de ruil niet doorgaan, omdat

, het wederzijds voordeel dan verdwijnt. Instituties zijn organisaties die een
ruil makkelijker maken doordat zij de transactiekosten verlagen. Er kan
ook een contract worden opgesteld.

Arbeid is tijd inruilen voor werk. De verdiende loon wordt na het werken
uitgegeven aan producten. De productie en consumptie wisselen elkaar af.
Iedereen is consument en producent. De beloning die wordt gegeven
hangt af van de arbeidsproductiviteit. Dat is de productie per gewerkte
eenheid. De arbeidsproductiviteit kan door scholing worden verhoogd;
nieuwe kennis en vaardigheden aanleren; of door specialisatie; het
productieproces wordt over meerdere mensen verdeeld waardoor iedereen
een deeltaak vervult. Dit heet de arbeidsdeling. De transactiekosten,
specialisatie en arbeidsdeling bepalen samen de organisatievorm. Dat is
de manier waarop de activiteiten van een institutie onderling
georganiseerd is.

Hoofdstuk 3

Geld is een ruilmiddel. Geld kan je ook inruilen voor tijd. Dan is geld een
oppotmiddel. Met geld kan je ook rekenen, waardoor het een rekenmiddel
is. Geld als rekenmiddel is een waardemeter. Bij een directe ruil je 2
middelen. Door geld is een directe ruil vervangen voor een indirecte ruil. Je
ruilt het geld voor een middel. Hierdoor is geld ook een betaalmiddel, ook
wel valuta. Zodat geld deze 3 functies kan vervullen, zijn er een paar
eisen: het moet deelbaar, handzaam, duurzaam en moeilijk na te maken
zijn.

De waarde van geld is tegenwoordig gebaseerd op vertrouwen, ook wel
fiduciair. Dit soort geld komt voor in chartale en chirale vorm. Chartaal
geld is geld wat je kan aanraken; cash. Giraal geld kan je niet aanraken;
het staat op de bankrekening.

Chartaal geld heeft 4 waarden: intrinsiek, nominaal, reëel en extern. Giraal
heeft er 3: nominaal, reëel en extern. Intrinsieke waarde is de waarde van
het materiaal waarvan het geld is gemaakt. De nominale waarde is de
waarde die op het geld gedrukt staat; denominatie. Bij giraal geld is de
nominale waarde de omvang van het banktegoed. De nominale waarde
wordt ook de extrinsieke waarde genoemd. De reëel (interne) waarde van
geld is gelijk aan de koopkracht. De nominale waarde blijft altijd gelijk. De
intrinsieke waarde schommelt en de reëel waarde gaat altijd dezelfde
richting op; naar beneden. Deze geldontwaarding heet inflatie.

Het proces van nieuw geld in de omloop brengen heet geldschepping. De
centrale bank kan dit doen door chartaal of giraal geld uit te geven. Al het
chartaal en chiraal geld heet samen de maatschappelijke geldhoeveelheid.
Het monetair beleid bepaalt de keuze van het type wisselkoers en de

Document information

Level
School year
5
Uploaded on
November 13, 2024
Number of pages
7
Written in
2024/2025
Type
Summary
$7.00

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
1
Followers
0
Items
1
Last sold
5 days ago



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions