1. Domein en nulpunten
- Het domein van een rationale functie is de verzameling van alle reële
getallen, uitsluitend de nulpunten van de noemer
- De nulpunten van een rationale functie zijn de nulpunten van de teller die
verschillend zijn van de nulpunten van de noemer
- In een tekentabel plaats je een streep onder de nulpunten van de noemer
2. Verticale asymptoten en perforaties
- Een verticale asymptoot is een nulpunt van de noemer, dat geen nulpunt van
de teller is
- Een perforatie is het getal dat zowel een nulpunt van de noemer als een
nulpunt van de teller is
3. Gedrag op oneindig
- Wanneer de hoogste graad in de noemer van de functie zit, is de x-as een
asymptoot van deze functie ( y = x )
- Wanneer de graad van de noemer gelijk is aan de graad van de teller heb je
een horizontale asymptoot ( y = a )
- Wanneer de graad van de teller precies één meer is dan de graad van de
noemer heb je een schuine asymptoot ( y = x - a )
4. Functievoorschrift opstellen
- Wanneer je een functievoorschrift opstelt voor een even functie gebruik je
een 1 in de teller
- Wanneer je een functievoorschrift opstelt voor een oneven functie gebruik je
een x in de teller