2.3 probleem 8: Do we need psychology?
Leerdoelen:
- Wat is reductionisme?
- Is psychologie te reduceren?
Gelezen:
- Bem & de Jong
- Artikel Hochstein
- Artikel Chemero
- Artikel Clark
Klassieke reductie – een macro-fenomeen verklaren in termen van onderliggende micro-
mechanismen.
Heeft een slechte reputatie omdat dit stelt dat organismen dan ‘niets anders’ dan dingen
zijn. Terwijl reductie aan de andere kant juist voor verklaringen zorgt, het belangrijkste doel
van de wetenschap.
Reductionisme – een filosofische houding die stelt dat alle fenomenen uiteindelijk te
reduceren zijn tot iets als basisnatuurkunde.
Aspecten van reductie – er bestaan 2 belangrijke aspecten van reductie:
1. Claim over de structuur van de wereld: complexe dingen zijn opgebouwd uit simpelere
dingen.
2. Theory reduction: reductie is een relatie tussen theorieën. Alle wetenschappen kunnen
worden gereduceerd tot 1 basiswetenschap met 1 theoretische structuur.
Reduced theory – wordt gereduceerd, cognitieve psychologie.
Reducing theory – reduceert, neurowetenschappen.
Complexity assumption – complexe dingen kunnen worden begrepen door deze op te delen
in de bestanddelen. Als je iets wil verklaren, moet je het dus steeds verder opbreken.
Non-transitivity of explanation – alledaagse fenomenen worden ‘weg’ verklaard door de
wetenschap. Doordat een object gereduceerd wordt, verliest het namelijk zijn functie en
kenmerken. Reductie zou dan gelijk staan aan eliminatie, terwijl reductie interessant kan zijn
voor de psychologie.
D-N-model (deductive-nomological model) – de verklaring van een gebeurtenis volgt
logisch uit een algemene wet of set van wetten. Het positivisme zag deze eenmaking van de
wetenschap met 1 theorie als een ideaal. Sluit aan bij theory reduction.
Voorwaarden reductie – Nagel gaf twee voorwaarden voor theoriereductie:
1. Deducibility: theorieën moeten af en geformaliseerd zijn.
2. Connectability: het gebruiken van bridge laws, dit zijn regels die zorgen voor
gelijkwaardigheid tussen twee theorieën. Dit doen ze door ervoor te zorgen dat
concepten van de gereduceerde theorie goed overeenkomen met die van de
reducerende theorie.
Dit kan alleen als een oudere theorie klopt, dit is echter een probleem: als een oude theorie
niet juist is, kan deze niet consistent zijn met een nieuwe (waarschijnlijk wel juiste) theorie
, en wordt er niet aan deducibility voldaan. Als de concepten van de oude theorie worden
losgelaten, zijn er geen bridge laws en wordt er niet voldaan aan connectability.
Smooth reduction – reductie waar weinig wordt aangepast aan een oude theorie, bv.
klassieke reductie.
Bumpy reduction – reductie waar veel wordt aangepast of geëlimineerd, bv. NWR.
Vooruitgang in de wetenschap bestaat uit het samenvoegen van eerdere gescheiden kennis
in een enkele theorie. Oude theorieën worden dus in een bepaalde mate behouden en
worden samengevoegd met nieuwe kennis, voor een meer samenhangende theorie
(gereduceerd maar niet geëlimineerd).
Reacties op het falen van het reductiemodel – het reductiemodel is niet succesvol gebleken
in het beschrijven van echte wetenschap. De theorie wordt in de praktijk bijna altijd
gecorrigeerd of geëlimineerd. Kuhn stelde al dat er voor wetenschappelijke vooruitgang
sprake moet zijn van het corrigeren en loslaten van oude theorieën.
Er bestaan twee reacties op dit falen van het reductiemodel:
1. Nonreductive materialism: reductie bevat het concept physicalism, wat stelt dat alles
fysiek is. Dit is niet aannemelijk omdat er ook patronen zijn die niet zichtbaar zijn in de
wetten van de natuurkunde. Om nonreductive materialism te onderbouwen wordt het
concept supervenience gebruikt, dit stelt dat mentale processen bepaald worden door
materiële processen, maar dat deze niet te reduceren zijn tot materiële processen
(multiple realizablity).
2. Eliminativisme: onstaan new wave reductionism (NWR), dit stelt dat neurowetenschap
psychologie volledig zal vervangen of radicaal contrueren, in plaats van het te reduceren.
NWR stelt dat theorieën van hoger niveau niet autonoom zijn, maar moeten worden
gecorrigeerd. Dit kan worden gedaan door reductie (het opnemen van de oude theorie in
een nieuwe theorie) maar ook door het compleet elimineren van een oude theorie.
Wanneer cognitieve psychologie dus niet overeenkomt met neurowetenschap kan deze
gecorrigeerd of geëlimineerd worden.
Co-evolution – Bem stelt dat psychologie en neurowetenschappen het best naast elkaar
kunnen bestaan in plaats van dat ze elkaar aanpassen of elimineren.
Diachronic – dimensies reduceren.
Synchronic – dimensies naast elkaar laten bestaan.
Artikel: (Hochstein) Giving up on convergence and autonomy: Why the theories of
psychology and neuroscience are codependent as well as irreconcilable.
Er is al lang een debat gaande over hoe de relatie tussen neurowetenschap en psychologie
het beste kan worden geïnterpreteerd. Ze proberen namelijk beiden op wetenschappelijke
wijze cognitief gedrag te bestuderen en verklaren maar ze voorspellen dit gedrag met
andere theorieën en modellen.
Filosofen van wetenschap zijn met twee ideeën gekomen om deze relatie te interpreteren:
Leerdoelen:
- Wat is reductionisme?
- Is psychologie te reduceren?
Gelezen:
- Bem & de Jong
- Artikel Hochstein
- Artikel Chemero
- Artikel Clark
Klassieke reductie – een macro-fenomeen verklaren in termen van onderliggende micro-
mechanismen.
Heeft een slechte reputatie omdat dit stelt dat organismen dan ‘niets anders’ dan dingen
zijn. Terwijl reductie aan de andere kant juist voor verklaringen zorgt, het belangrijkste doel
van de wetenschap.
Reductionisme – een filosofische houding die stelt dat alle fenomenen uiteindelijk te
reduceren zijn tot iets als basisnatuurkunde.
Aspecten van reductie – er bestaan 2 belangrijke aspecten van reductie:
1. Claim over de structuur van de wereld: complexe dingen zijn opgebouwd uit simpelere
dingen.
2. Theory reduction: reductie is een relatie tussen theorieën. Alle wetenschappen kunnen
worden gereduceerd tot 1 basiswetenschap met 1 theoretische structuur.
Reduced theory – wordt gereduceerd, cognitieve psychologie.
Reducing theory – reduceert, neurowetenschappen.
Complexity assumption – complexe dingen kunnen worden begrepen door deze op te delen
in de bestanddelen. Als je iets wil verklaren, moet je het dus steeds verder opbreken.
Non-transitivity of explanation – alledaagse fenomenen worden ‘weg’ verklaard door de
wetenschap. Doordat een object gereduceerd wordt, verliest het namelijk zijn functie en
kenmerken. Reductie zou dan gelijk staan aan eliminatie, terwijl reductie interessant kan zijn
voor de psychologie.
D-N-model (deductive-nomological model) – de verklaring van een gebeurtenis volgt
logisch uit een algemene wet of set van wetten. Het positivisme zag deze eenmaking van de
wetenschap met 1 theorie als een ideaal. Sluit aan bij theory reduction.
Voorwaarden reductie – Nagel gaf twee voorwaarden voor theoriereductie:
1. Deducibility: theorieën moeten af en geformaliseerd zijn.
2. Connectability: het gebruiken van bridge laws, dit zijn regels die zorgen voor
gelijkwaardigheid tussen twee theorieën. Dit doen ze door ervoor te zorgen dat
concepten van de gereduceerde theorie goed overeenkomen met die van de
reducerende theorie.
Dit kan alleen als een oudere theorie klopt, dit is echter een probleem: als een oude theorie
niet juist is, kan deze niet consistent zijn met een nieuwe (waarschijnlijk wel juiste) theorie
, en wordt er niet aan deducibility voldaan. Als de concepten van de oude theorie worden
losgelaten, zijn er geen bridge laws en wordt er niet voldaan aan connectability.
Smooth reduction – reductie waar weinig wordt aangepast aan een oude theorie, bv.
klassieke reductie.
Bumpy reduction – reductie waar veel wordt aangepast of geëlimineerd, bv. NWR.
Vooruitgang in de wetenschap bestaat uit het samenvoegen van eerdere gescheiden kennis
in een enkele theorie. Oude theorieën worden dus in een bepaalde mate behouden en
worden samengevoegd met nieuwe kennis, voor een meer samenhangende theorie
(gereduceerd maar niet geëlimineerd).
Reacties op het falen van het reductiemodel – het reductiemodel is niet succesvol gebleken
in het beschrijven van echte wetenschap. De theorie wordt in de praktijk bijna altijd
gecorrigeerd of geëlimineerd. Kuhn stelde al dat er voor wetenschappelijke vooruitgang
sprake moet zijn van het corrigeren en loslaten van oude theorieën.
Er bestaan twee reacties op dit falen van het reductiemodel:
1. Nonreductive materialism: reductie bevat het concept physicalism, wat stelt dat alles
fysiek is. Dit is niet aannemelijk omdat er ook patronen zijn die niet zichtbaar zijn in de
wetten van de natuurkunde. Om nonreductive materialism te onderbouwen wordt het
concept supervenience gebruikt, dit stelt dat mentale processen bepaald worden door
materiële processen, maar dat deze niet te reduceren zijn tot materiële processen
(multiple realizablity).
2. Eliminativisme: onstaan new wave reductionism (NWR), dit stelt dat neurowetenschap
psychologie volledig zal vervangen of radicaal contrueren, in plaats van het te reduceren.
NWR stelt dat theorieën van hoger niveau niet autonoom zijn, maar moeten worden
gecorrigeerd. Dit kan worden gedaan door reductie (het opnemen van de oude theorie in
een nieuwe theorie) maar ook door het compleet elimineren van een oude theorie.
Wanneer cognitieve psychologie dus niet overeenkomt met neurowetenschap kan deze
gecorrigeerd of geëlimineerd worden.
Co-evolution – Bem stelt dat psychologie en neurowetenschappen het best naast elkaar
kunnen bestaan in plaats van dat ze elkaar aanpassen of elimineren.
Diachronic – dimensies reduceren.
Synchronic – dimensies naast elkaar laten bestaan.
Artikel: (Hochstein) Giving up on convergence and autonomy: Why the theories of
psychology and neuroscience are codependent as well as irreconcilable.
Er is al lang een debat gaande over hoe de relatie tussen neurowetenschap en psychologie
het beste kan worden geïnterpreteerd. Ze proberen namelijk beiden op wetenschappelijke
wijze cognitief gedrag te bestuderen en verklaren maar ze voorspellen dit gedrag met
andere theorieën en modellen.
Filosofen van wetenschap zijn met twee ideeën gekomen om deze relatie te interpreteren: