H16 scheikunde samenvatting
16.2 Amfolyten
- Sterke zuur splitst in water volledig in ionen → aflopende reactie
- Zwak zuur splitst in water gedeeltelijk in ionen → evenwichtsreactie
- Amfolyt= deeltje die als zuur EN als base kan reageren
- PO4 is een voorbeeld van een amfolyt
- Aminozuren zijn amfolyten
- https://www.youtube.com/watch?v=yax9dgJ_z6I ← uitleg amfolyten
- Een amfolyt gedraagt zich in water als een zuur als Kz groter is dan Kb
- Een amfolyt gedraagt zich in water als een base als Kb groter is dan Kz
- Voorbeeld:
○ HCO3- reageert in water als base want de Kb is groter dan de Kz
- Kz= 4,7 x 10-10
- Kb= 2,2 x 10-8
16.3 Bufferoplossing
- Buffer= een oplossing waarvan de pH maar weinig verandert bij toevoeging van een
kleine hoeveelheid zuur of base of bij verdunning.
- Bufferoplossing= een mengsel van een zwak zuur en zijn geconjugeerde zwakke base
- https://www.youtube.com/watch?v=9QB5U0BXP1o ← uitleg buffers
- https://www.youtube.com/watch?v=AyO1nY67v1M ← examenvraag buffers
16.4 Buffers in het lichaam
- Bij een verhouding van 1:1 van een zuur en geconjugeerde base geldt → Kz = [H3O+]
- Hiermee is de pH van een buffer afhankelijk van de verhouding tussen een zuur en
zijn geconjugeerde base.
- Een buffer in het lichaam is het eiwit hemoglobine > zorgt voor het constant houden
van de pH in het bloed, ook zorgt het voor het transport van zuurstof en
koolstofdioxide in je lichaam.
- Elke heemgroep bevat een ijzerion in het midden > bindt zuurstof die door het
hemoglobine naar de cellen wordt vervoerd.
, - Hemoglobine bevat een basische groep die in waterige omgeving een H +-ion kan
opnemen.
- Het enzym koolzuuranhydrase → CO2 in het bloed reageert hierdoor snel met water
onder vorming van HCO3- en H+.
- De H+ die vrijkomt wordt opgenomen door de hemoglobine buffer.
- H+ (aq) + Hb (aq) ⇆ HHb HHb+ (aq)
- In de longen is een grote hoeveelheid O2 aanwezig. HHb+ neemt deze zuurstof op en
er ontstaat HHbO2+
- HHbO2+ is een sterker zuur dan HHb+, dus staat het een H+ af aan HCO3- → H2CO3
- Door toename van H2CO3 verschuift het evenwicht en ontstaat er CO2 dat door de
longen wordt uitgeademd:
- H2CO3 (aq) ⇆ HHb CO2 (aq) + H2O (l)
16.2 Amfolyten
- Sterke zuur splitst in water volledig in ionen → aflopende reactie
- Zwak zuur splitst in water gedeeltelijk in ionen → evenwichtsreactie
- Amfolyt= deeltje die als zuur EN als base kan reageren
- PO4 is een voorbeeld van een amfolyt
- Aminozuren zijn amfolyten
- https://www.youtube.com/watch?v=yax9dgJ_z6I ← uitleg amfolyten
- Een amfolyt gedraagt zich in water als een zuur als Kz groter is dan Kb
- Een amfolyt gedraagt zich in water als een base als Kb groter is dan Kz
- Voorbeeld:
○ HCO3- reageert in water als base want de Kb is groter dan de Kz
- Kz= 4,7 x 10-10
- Kb= 2,2 x 10-8
16.3 Bufferoplossing
- Buffer= een oplossing waarvan de pH maar weinig verandert bij toevoeging van een
kleine hoeveelheid zuur of base of bij verdunning.
- Bufferoplossing= een mengsel van een zwak zuur en zijn geconjugeerde zwakke base
- https://www.youtube.com/watch?v=9QB5U0BXP1o ← uitleg buffers
- https://www.youtube.com/watch?v=AyO1nY67v1M ← examenvraag buffers
16.4 Buffers in het lichaam
- Bij een verhouding van 1:1 van een zuur en geconjugeerde base geldt → Kz = [H3O+]
- Hiermee is de pH van een buffer afhankelijk van de verhouding tussen een zuur en
zijn geconjugeerde base.
- Een buffer in het lichaam is het eiwit hemoglobine > zorgt voor het constant houden
van de pH in het bloed, ook zorgt het voor het transport van zuurstof en
koolstofdioxide in je lichaam.
- Elke heemgroep bevat een ijzerion in het midden > bindt zuurstof die door het
hemoglobine naar de cellen wordt vervoerd.
, - Hemoglobine bevat een basische groep die in waterige omgeving een H +-ion kan
opnemen.
- Het enzym koolzuuranhydrase → CO2 in het bloed reageert hierdoor snel met water
onder vorming van HCO3- en H+.
- De H+ die vrijkomt wordt opgenomen door de hemoglobine buffer.
- H+ (aq) + Hb (aq) ⇆ HHb HHb+ (aq)
- In de longen is een grote hoeveelheid O2 aanwezig. HHb+ neemt deze zuurstof op en
er ontstaat HHbO2+
- HHbO2+ is een sterker zuur dan HHb+, dus staat het een H+ af aan HCO3- → H2CO3
- Door toename van H2CO3 verschuift het evenwicht en ontstaat er CO2 dat door de
longen wordt uitgeademd:
- H2CO3 (aq) ⇆ HHb CO2 (aq) + H2O (l)