1 BEROEPSPROFIEL
Functieprofiel: duidelijke beschrijving van taken -> (WZC en G-dienst): hier werken de meeste ergo’s
• Vertaling van het beroepsprofiel naar een specifieke werksetting
• Geen wettelijk karakter MAAR ondersteunend en profilerend
1.1 BEROEPSPROFIEL VS STAGE
Bijvoorbeeld:
Pag. 13 (functieprofiel G- dienst) inventarisatie problemen en mogelijkheden: de ergotherapeut:
• Neemt contract en maakt kennis met de patiënt
• Pleegt overleg met de verwijzer
• Observeert, analyseert en inventariseert de mogelijkheden en beperkingen van de patiënt (functies en
vaardigheden)
En zijn milieu (bevorderend of beperkend):
• Evalueert de mogelijkheden en beperkingen van de patiënt en zijn milieu met behulp van geriatrische
assessmentinstrumenten
• Formuleert de totaalvraag
• Selecteert de gegevens met ergotherapeutische relevantie
• Kadert de ergotherapeutische gegevens multidisciplinair
,1.2 HOUDING ERGOTHERAPEUT
Grondhouding:
• Maatschappelijk verantwoorde zorg
- Visienota SAR WGG 24/02/2011
- SAR WGG = strategische Adviesraad voor het Welzijns-, Gezondheids- en Gezinsbeleid
- Uitgangspunten:
➢ Kwaliteit
➢ Performantie de mate waarin gestelde doelstellingen efficiënt + effectief uitgevoerd worden
➢ Relevantie
➢ Rechtvaardigheid
➢ Toegankelijkheid
• Empowerment = in een cliëntgericht samenwerkingsverband is empowerment een proces van het in staat
stellen van mensen om keuzes te maken en controle uit te oefenen en beslissingen te nemen over hun eigen
leven
- Empowerment werkt slechts als hij wordt uitgewerkt over verschillende (systeem) niveaus:
➢ Macroniveau
❖ = Maatschappelijke structuren, de overkoepelende beheerraden, koepel organisatie en
beleidsmakers. Bv. de Vlaamse ouderenraad*
➢ Mesoniveau
❖ = omgevingsstructuren, de personeelsomkadering en kwalificaties en competenties van het
MDT, de visie en de werking -> aantal organisatorische randvoorwaarden bv. empowerment
dient opgenomen te zijn in de visie en het beleid van de inrichtende organisatie
➢ Microniveau
❖ = het individu, de oudere en zijn sociale relaties -> gericht op het activeren van de
betrokkenen -> vergroten van de weerbaarheid en de veerkracht
- Link ouderenzorg (huidige generatie: stille generatie/ nieuwe generatie: protest generatie)
Kenmerken Kenmerken
Stille generatie Protest generatie
Stilzwijgende instemming met het merendeel van de
handelingen die voor hen worden bepaald
Genoten beperkte opleiding Hebben opleiding gehad
Arbeid en zorg voor kinderen stond centraal
Hun opvoeding was: niet mopperen en klagen Mondiger en kritisch ingesteld
Zijn tevreden met hetgeen ze krijgen Eisen hoger niveau van dienstverlening
Uitdaging Uitdaging
Empoweren Regie over eigen leven in handen te blijven nemen
Stimuleren in het nemen van beslissingen Nodige ondersteuning geven
Dragen van verantwoordelijkheid in functie van hun
leven
*De Vlaamse Ouderenraad is het advies- en inspraakorgaan van ouderen bij de Vlaamse regering. De vzw is een
overlegplatform van diverse organisaties van en voor ouderen. We streven naar een sterk ouderenbeleid in
Vlaanderen, over alle beleidsdomeinen heen.
Vanuit de signalen en ervaringen van ouderen geven we beleidsadviezen, zetten we sensibiliseringsacties op,
informeren we ouderen over wat hen aanbelangt en ondersteunen we onderzoek rond ouderen.
2
, 2 HET GERIATRISCH PROFIEL
Net zoals de jongere niet bestaat, bestaat ook de oudere niet. Ouderen worden gekenmerkt door een enorme
diversiteit.
• Niet op basis van leeftijd
• (+65) jongbejaarden ↔ (+85) bejaarden ↔ (+90) hoogbejaarden
• Geriatrische patiënt beantwoordt veeleer aan bepaalde karakteristieken die samen het geriatrisch profiel
vormen
• Wel beantwoorden meer ouderen aan geriatrisch profiel bij toenemende leeftijd
• Geriatrische patiënten vragen een specifieke deskundigheid
De meest voorkomende kenmerken van ouderen met geriatrische syndromen:
• Vallen
• Acute verwardheid
• Ondervoeding
• Incontinentie
• Verminderde mobiliteit
• Vergeetachtigheid
• Moedeloosheid
2.1 ASSESSMENT
Vergeetachtigheid/ cognitie:
• MMSE ≤ 24 -> cognitief OK
• MOCA ≤ 26: meer specifieker
Moedeloosheid/ stemming:
• GDS- 15 score 5-10 (= mild depressief, score > 10 ernstig depressief )
Acute verwardheid/ delirium:
• CAM score 3 of 4
Verminderde mobiliteit/ ADL:
• Basale ADL (=b- ADL): KATZ score > 1: hoe meer problemen, hoe meer tegemoetkomingen het WZC krijgt
• Instrumentele ADL (= I- ADL): Lawton en Brody -> bv. betalen in winkel
• Geavanceerde ADL (= a-ADL): is nog in ontwikkeling
Vallen:
• Praktijkrichtlijn
Ondervoeding:
• MNA en MNA- SF
Decubitus:
• Norton of Bradenschaal
= veel medicatie tegelijk nemen
• ≥ 5 med. bij opname
Incontinentie/ obstipatie:
• Katz
Overbelaste mantelzorg:
• CaregiverStrainIndex
Mobiliteit/ gehoor/ visus
3