College 2
Symptomen en syndromen en de relatie met behandeling
Wat treffen we aan in de forensische psychiatrie?
Verschillende studies keken welke stoornissen het meest voorkomen in de forensische psychiatrie.
• Studie 1 (Hildebrand): er wordt veel alcoholmisbruik/afhankelijkheid, schizofrenie en parafilie
stoornissen (pedofilie) gezien. Mogelijke verklaring voor het hoge aantal parafilie is het gebruik van
een andere definitie van pedofiele stoornis. Zo is die verandert sinds 2013; als er niet naar gehandeld
wordt of als er geen lijdensdruk is, wordt er niet gesproken van een stoornis, maar van geaardheid.
• Studie 2: deze toont As II stoornissen aan, met name Cluster B (antisociaal, borderline en narcistisch).
• Studie 3 (Pham & Saloppé): hier wordt hoge prevalenties gevonden van stemmingsstoornissen,
anxiety stoornissen, middelen-gerelateerde stoornissen. Daarnaast wordt ook veel Cluster B
gevonden. De vraag is of As I stoornissen wellicht onderliggend zijn aan cluster B. Eerst moet er
onderscheid gemaakt worden tussen distaal (wat neem je mee?) en proximaal (wat ontwikkelt zich
vanwege het verblijf?). Het “past incarceration syndrome” betekent dat er stoornissen ontwikkeld zijn
tijdens de opname. Angststoornissen kunnen bij sommigen onderliggend zijn. Zo vond een studie
dat psychopaten bang zijn voor ego inflatie, maar enkel bij een zwakke “ik” functie. Dit is het grootst
bij primaire psychopathie.
• Studie 4 (van Veeken & Bogaerts): in deze studie werd bijna geen stemmingsstoornis gevonden, maar
wel veel Cluster B en psychotische stoornissen. Daarnaast is er naar IQ gekeken, maar het getal zegt
niet veel. Dit is omdat je onderscheid moet kunnen maken tussen cognitief en sociaal functioneren.
Het gebruiken van patiënt profielen heeft invloed op de resultaten.
Samengevat: Cluster B komt in alle studies veel voor. Slechts 1 à 2 studies vonden dat stemmingsstoornissen
wat voorkwamen, waar een andere studie juist vond dat deze vaak voorkwamen. Echter, van alle studies zijn
de samples redelijk klein. Daarnaast komt het voor dat de stoornis pas ontdekt wordt als de behandelaar er
oog voor heeft; stel je bent erg gefocust op het vinden van stemmingsstoornissen, ga je hier specifiek
vragenlijsten voor geven.
Forensische psychiatrie en delict factoren
Verschillende meta-analyses hebben onderzoek gedaan naar crimineel gedrag een psychopathologie.
Psychose
Geweld: Douglas et al. vond dat psychose geassocieerd is met gemiddeld 49-68% toegenomen
geweldsrisico (OR 1.49). Zij toonden echt ook het belang van moderatoren aan.
Evaluatie op symptoomniveau: Coid et al. vonden dat hallucinaties en (hypo)manische symptomen bij
psychose niet geassocieerd zijn met een verhoogd geweldsrisico, tenzij ook sprake van comorbide ASPS.
Alleen paranoïde wanen waren geassocieerd met een toegenomen geweldsrisico (OR 2.9), onafhankelijk van
comorbide middelenmisbruik of andere psychische stoornissen. Een andere meta-analyse vond echter dat
zowel positieve, negatieve als gedesorganiseerde symptomen geassocieerd zijn met een verhoogd
geweldsrisico, maar positieve symptomen het sterkst. Negatieve symptomen zijn vaak gevolgen van het
stukmaken door positieve symptomen. Na een psychose kom je hierdoor niet altijd terug op je oude niveau.
1
Symptomen en syndromen en de relatie met behandeling
Wat treffen we aan in de forensische psychiatrie?
Verschillende studies keken welke stoornissen het meest voorkomen in de forensische psychiatrie.
• Studie 1 (Hildebrand): er wordt veel alcoholmisbruik/afhankelijkheid, schizofrenie en parafilie
stoornissen (pedofilie) gezien. Mogelijke verklaring voor het hoge aantal parafilie is het gebruik van
een andere definitie van pedofiele stoornis. Zo is die verandert sinds 2013; als er niet naar gehandeld
wordt of als er geen lijdensdruk is, wordt er niet gesproken van een stoornis, maar van geaardheid.
• Studie 2: deze toont As II stoornissen aan, met name Cluster B (antisociaal, borderline en narcistisch).
• Studie 3 (Pham & Saloppé): hier wordt hoge prevalenties gevonden van stemmingsstoornissen,
anxiety stoornissen, middelen-gerelateerde stoornissen. Daarnaast wordt ook veel Cluster B
gevonden. De vraag is of As I stoornissen wellicht onderliggend zijn aan cluster B. Eerst moet er
onderscheid gemaakt worden tussen distaal (wat neem je mee?) en proximaal (wat ontwikkelt zich
vanwege het verblijf?). Het “past incarceration syndrome” betekent dat er stoornissen ontwikkeld zijn
tijdens de opname. Angststoornissen kunnen bij sommigen onderliggend zijn. Zo vond een studie
dat psychopaten bang zijn voor ego inflatie, maar enkel bij een zwakke “ik” functie. Dit is het grootst
bij primaire psychopathie.
• Studie 4 (van Veeken & Bogaerts): in deze studie werd bijna geen stemmingsstoornis gevonden, maar
wel veel Cluster B en psychotische stoornissen. Daarnaast is er naar IQ gekeken, maar het getal zegt
niet veel. Dit is omdat je onderscheid moet kunnen maken tussen cognitief en sociaal functioneren.
Het gebruiken van patiënt profielen heeft invloed op de resultaten.
Samengevat: Cluster B komt in alle studies veel voor. Slechts 1 à 2 studies vonden dat stemmingsstoornissen
wat voorkwamen, waar een andere studie juist vond dat deze vaak voorkwamen. Echter, van alle studies zijn
de samples redelijk klein. Daarnaast komt het voor dat de stoornis pas ontdekt wordt als de behandelaar er
oog voor heeft; stel je bent erg gefocust op het vinden van stemmingsstoornissen, ga je hier specifiek
vragenlijsten voor geven.
Forensische psychiatrie en delict factoren
Verschillende meta-analyses hebben onderzoek gedaan naar crimineel gedrag een psychopathologie.
Psychose
Geweld: Douglas et al. vond dat psychose geassocieerd is met gemiddeld 49-68% toegenomen
geweldsrisico (OR 1.49). Zij toonden echt ook het belang van moderatoren aan.
Evaluatie op symptoomniveau: Coid et al. vonden dat hallucinaties en (hypo)manische symptomen bij
psychose niet geassocieerd zijn met een verhoogd geweldsrisico, tenzij ook sprake van comorbide ASPS.
Alleen paranoïde wanen waren geassocieerd met een toegenomen geweldsrisico (OR 2.9), onafhankelijk van
comorbide middelenmisbruik of andere psychische stoornissen. Een andere meta-analyse vond echter dat
zowel positieve, negatieve als gedesorganiseerde symptomen geassocieerd zijn met een verhoogd
geweldsrisico, maar positieve symptomen het sterkst. Negatieve symptomen zijn vaak gevolgen van het
stukmaken door positieve symptomen. Na een psychose kom je hierdoor niet altijd terug op je oude niveau.
1