College 5
Seksuele problemen
~~ Hieronder is een beknopt overzicht te vinden van wat er besproken is (en gaat worden) in de colleges ~~
Zorgstandaard: een belangrijk punt is dat er zorgstandaarden bestaan voor alle stoornissen. In dit geval is
er een zorgstandaard voor parafiele stoornissen en hyperseksualiteit en een zorgstandaard voor seksuele
dysfuncties. Deze geven de beste omgangsmanier aan bij seksuele problematiek.
Verschillende seksuele stoornissen
Seksuele dysfuncties: dit is een groep van stoornissen gekarakteriseerd door klinisch significante verstoring
in een persoons vermogen om seksueel te reageren of seksueel plezier te ervaren. Denk hierbij aan
vertraagde/vroege ejaculatie, erectiestoornis en genito-pelvic pijn/penetratie pijn. Zo hebben problemen
met het sympathische en parasympatische zenuwstelsel invloed op ejaculatieproblematiek. In de DSM-V zijn
geslachts-specifieke seksuele dysfuncties toegevoegd (bv. mannelijke/vrouwelijke arousal stoornis). Voor
het doel van diagnostische precisie moet er een minimumduur zijn van 6 maanden plus een frequentie van
75-100%. Daarnaast moet de ernst gedefinieerd worden als mild, moderaat of ernstig. Het is relevant voor
forensische patiënten; soms veroorzaakt door bv. medicatie voor de behandeling van seksuele stoornissen
in mannen. In slachtoffers is er een associatie gevonden tussen seksuele dysfunctie en seksueel misbruik.
Genderdysforie: dit is een nieuwe klasse in de DSM-V, waar het in de DSM-IV seksuele en geslachtsidentiteit
stoornissen werd genoemd, samen met gender identity disorder; de distress die een persoon ervaart als
resultaat van de sekse en geslacht die hen toegeschreven zijn bij geboorte. De toegeschreven sekse en
geslacht matchen niet met een persoons gender identity. Gender identity disorder is geen seksuele dysfunctie
of een parafilie! Het wordt gezien als een multi-categoriaal concept, niet een dichotomie; in de DSM-V zijn
er aparte criteria voor kinderen, adolescenten en volwassenen. Wel zijn er terminologie veranderingen,
waaronder “the other sex” is vervangen door “some alternative gender” en “gender” wordt gebruikt in plaats
van “sex”. De vraag is of er relevantie is voor forensische psychologie; geslacht speelt een belangrijke rol in
huiselijk geweld. Zo is geweld verschillend voor mannen en vrouwen en zijn hierbij ook verschillen in de
interpretatie van geweld; vrouwen voelen zich sneller een dader dan mannen. Daarnaast zijn mannen
gemiddeld sterker dan vrouwen.
1
Seksuele problemen
~~ Hieronder is een beknopt overzicht te vinden van wat er besproken is (en gaat worden) in de colleges ~~
Zorgstandaard: een belangrijk punt is dat er zorgstandaarden bestaan voor alle stoornissen. In dit geval is
er een zorgstandaard voor parafiele stoornissen en hyperseksualiteit en een zorgstandaard voor seksuele
dysfuncties. Deze geven de beste omgangsmanier aan bij seksuele problematiek.
Verschillende seksuele stoornissen
Seksuele dysfuncties: dit is een groep van stoornissen gekarakteriseerd door klinisch significante verstoring
in een persoons vermogen om seksueel te reageren of seksueel plezier te ervaren. Denk hierbij aan
vertraagde/vroege ejaculatie, erectiestoornis en genito-pelvic pijn/penetratie pijn. Zo hebben problemen
met het sympathische en parasympatische zenuwstelsel invloed op ejaculatieproblematiek. In de DSM-V zijn
geslachts-specifieke seksuele dysfuncties toegevoegd (bv. mannelijke/vrouwelijke arousal stoornis). Voor
het doel van diagnostische precisie moet er een minimumduur zijn van 6 maanden plus een frequentie van
75-100%. Daarnaast moet de ernst gedefinieerd worden als mild, moderaat of ernstig. Het is relevant voor
forensische patiënten; soms veroorzaakt door bv. medicatie voor de behandeling van seksuele stoornissen
in mannen. In slachtoffers is er een associatie gevonden tussen seksuele dysfunctie en seksueel misbruik.
Genderdysforie: dit is een nieuwe klasse in de DSM-V, waar het in de DSM-IV seksuele en geslachtsidentiteit
stoornissen werd genoemd, samen met gender identity disorder; de distress die een persoon ervaart als
resultaat van de sekse en geslacht die hen toegeschreven zijn bij geboorte. De toegeschreven sekse en
geslacht matchen niet met een persoons gender identity. Gender identity disorder is geen seksuele dysfunctie
of een parafilie! Het wordt gezien als een multi-categoriaal concept, niet een dichotomie; in de DSM-V zijn
er aparte criteria voor kinderen, adolescenten en volwassenen. Wel zijn er terminologie veranderingen,
waaronder “the other sex” is vervangen door “some alternative gender” en “gender” wordt gebruikt in plaats
van “sex”. De vraag is of er relevantie is voor forensische psychologie; geslacht speelt een belangrijke rol in
huiselijk geweld. Zo is geweld verschillend voor mannen en vrouwen en zijn hierbij ook verschillen in de
interpretatie van geweld; vrouwen voelen zich sneller een dader dan mannen. Daarnaast zijn mannen
gemiddeld sterker dan vrouwen.
1