, Hoofdstuk 1 – Geschiedenis van het internationale publiekrecht
1.1 Ontstaan van het moderne internationale recht
Het moderne internationale publiekrecht ontwikkelde zich vooral vanaf de zeventiende eeuw, toen de soevereine
staat het centrale subject van de internationale rechtsorde werd. De ontwikkeling van soevereiniteit, territoriale
afbakening en diplomatie vormde de basis voor een stelsel waarin staten juridisch naast elkaar staan.
De klassieke rechtsorde was primair gericht op:
staatssoevereiniteit;
territoriale onafhankelijkheid;
niet-inmenging;
verdragsverhoudingen.
Internationaal recht was aanvankelijk vooral statenrecht: staten bepaalden gezamenlijk de regels waaraan zij
zich verbonden.
1.2 Van statenmaatschappij naar internationale gemeenschap
In de negentiende en twintigste eeuw verbreedde het internationale recht zich. Internationale organisaties,
permanente diplomatie, internationale conferenties en multilaterale verdragen kregen een steeds grotere
betekenis.
Belangrijke ontwikkeling was de verschuiving van een uitsluitend bilaterale naar een multilaterale rechtsorde.
Internationale regels gingen steeds vaker algemene belangen beschermen, zoals vrede, mensenrechten, handel
en milieu.
1.3 Volkenbond en Verenigde Naties
De Eerste Wereldoorlog leidde tot institutionalisering van internationale samenwerking via de Volkenbond. De
Volkenbond bleek onvoldoende effectief om internationale vrede duurzaam te waarborgen.
Na de Tweede Wereldoorlog ontstond in 1945 de Verenigde Naties (VN). Het VN-Handvest vormt sindsdien
een fundamenteel constitutioneel kader van de internationale rechtsorde.
Kernbeginselen zijn:
soevereine gelijkheid van staten;
verbod op geweld;
vreedzame geschillenbeslechting;
niet-inmenging;
internationale samenwerking.
Het geweldverbod van artikel 2 lid 4 VN-Handvest is een centraal uitgangspunt; zelfverdediging op grond van
artikel 51 en maatregelen van de Veiligheidsraad onder hoofdstuk VII vormen belangrijke
uitzonderingsmechanismen.