Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 3 out of 17 pages
Summary

Samenvatting Basiskennis taalonderwijs: hét boek voor de kennisbasistoets taal!

Document preview thumbnail
Preview 3 out of 17 pages

In deze samenvatting staat álles wat je nodig hebt voor de kennisbasistoets van taal. De hoofdstukken zijn overzichtelijk met alle begrippen beschreven.

Content preview

Huizenga, H., & Robbe, R. (2013). Basiskennis taalonderwijs. Groningen/Houten: Noordhoff Uitgevers.


Nederlands
Samenvatting boek Basiskennis taalonderwijs
Hoofdstuk 3 Mondelinge taalvaardigheid
3.1 Taalverwerving
Theorieën over taalverwerving
Behaviorisme
Kinderen leren taal door imitatie
Eerst concrete zelfstandige naamwoorden leren die je kunt aanwijzen

Creatieve constructietheorie
Kinderen hebben een aangeboren taalvermogen waarmee ze zinnen kunnen maken
Aangeboren taalleermechanisme; een kind kan elke willekeurige taal aanleren

Interactionele benadering
Interactie en taalaanbod van omgeving is belangrijk.

Eerstetaalverwerving
Fonologisch niveau = spraakklanken
Morfologisch niveau = vorming van woorden
Semantisch niveau = betekenis
Syntactisch niveau = regels voor combineren van woorden
Pragmatisch niveau = regels eigen maken per situatie

Ontwikkeling
1. Prelinguale periode (0-1 jaar)
2. Linguale periode
- Vroeglinguale periode (1-2.5 jaar)
- Differentiatiefase (2,5-5 jaar)
- Voltooiingsfase (5-9 jaar)
Gemiddelde leeftijden.

Prelinguale periode
Geluiden produceren, geen taal, soort communicatie, huilen
Vocaliseren = zelf klanken produceren; klinkers 1,5 mnd
Vocaal spel = verschil in toonhoogte, luidheid en duur, tonen die wij niet kennen produceren 4 mnd
Brabbelen = klankgroepen herhalen; /bababa/, 7 mnd

Linguale periode
Vroeglinguale periode
Brabbelen  betekenisvol taalgebruik
Spreekmechanisme is nog niet helemaal ontwikkeld; niet alles uit kunnen spreken
Eenwoordzin = eigenschap aan voorwerp koppelen 1 jaar
Tweewoordzin = twee woorden combineren 1,5 jaar
Meerwoordzin = zin met meer dan twee woorden maken 2 jaar
500 woorden kennen rond tweede jaar: actieve woordenschat vooral inhoudswoorden.
Functiewoorden nog niet.

De differentiatiefase
3 jaar: 1000 woorden actieve woordenschat. Functiewoorden worden gebruikt. Nieuwe
woordsoorten leren. Vormveranderingen, tijdverschil.
Zie figuur 3.4 voor overzicht ontwikkeling. Pagina 49.

Pagina 1 van 17

,Huizenga, H., & Robbe, R. (2013). Basiskennis taalonderwijs. Groningen/Houten: Noordhoff Uitgevers.


Overgeneralisaties = taalregels verkeerd toepassen: loopte, gevald en meegebrengd
Neologismen = niet-bestaande woorden die kinderen zelf bedenken

De voltooiingsfase
Tussen 3000 en 4000 woorden actief, 6000 tot 8000 passief 5 à 6 jaar
Volwassenen tussen 50.000 en 100.000 woorden.
Passieve zinnen zijn nog lastig

Tweedetaalverwerving
Simultane tweetaligheid = twee talen gelijktijdig leren, ook als je voor je derde een tweede taal leert
Successieve tweetaligheid = tweede taal leren nadat je de eerste hebt geleerd. Grens bij 3 e jaar.
Tweede taal blijft vaak iets achter.
Overeenkomsten twee talen: zelfde volgorde, klanksysteem eigen maken, accent.

3.2 Spreek- en luisterstrategieën
Spreekstrategieën
Spreekstrategie = manier van spreken die iemand hanteert een bepaald spreekdoel te bereiken
Rekening houden met: inhoud, doel en publiek, plannen, presenteren, reflecteren op doel en inhoud.
Gespreksvorm, presentatietechnieken en taalgebruik hanteren.

Luisterstrategieën
Globaal luisteren = begrijpen van informatie, niet op details letten; begrijpend luisteren
Intensief luisteren = begrijpen van informatie + op details letten
Kritisch luisteren = mening vormen tijdens luisteren
Gericht luisteren = met een doel luisteren naar een specifiek onderwerp
Actief luisteren  luisterresponsen geven (knikken, oogcontact)

3.3 Spreek- en luisterdoelen
Spreekdoelen = informeren, amuseren, instrueren, overtuigen

Informeren = overbrengen van feiten
Instrueren = uitleggen, verduidelijken
Amuseren = doel om luisteraars te vermaken
Overtuigen = mening innemen
Combinatie van doelen gebeurt vaak.

Luisterdoelen = iets willen weten(intensief L.), gevoel ondergaan(globaal L.), mening vormen (kritisch
L.), handeling willen uitvoeren(gericht L.)

3.4 Gesprekssoorten
Kringgesprek, interview, uitleg, presentatie, etc.
Verschilt in vorm, lengte, opbouw, spreekstijl en doelstelling.
Monoloog, dialoog, groepsgesprek(polyloog).

3.5 Hoe gebruik je kennis van mondelinge taalvaardigheid?
Kinderen de regels leren van gesprekssoorten. Inzicht krijgen in niveau van het kind.




Pagina 2 van 17

, Huizenga, H., & Robbe, R. (2013). Basiskennis taalonderwijs. Groningen/Houten: Noordhoff Uitgevers.


Hoofdstuk 4 Woordenschat
4.1 Het woordgeheugen
Woordgeheugen = mentaal lexicon; langetermijngeheugen, informatie permanent opgeslagen.

Verschillende identiteiten van een woord:
Akoestische identiteit = wijze waarop een woord klinkt
Articulatorische identiteit = wijze waarop je een woord uitspreekt
Fonologische identiteit = 1 en 2 samen; klank van een woord
Morfologische identiteit = nieuwe woorden kunnen vormen uit bestaande woorden m.b.v. bestaande
voor- en achtervoegsels
Semantische identiteit = betekenis van een woord
Syntactische identiteit = mogelijkheden van een woord om met andere woorden gecombineerd te
worden
Orthografische identiteit = spelling van een woord

Kinderen leren het eerst de fonologische(klank) en de semantische(betekenis) identiteit van
woorden.

Concrete betekenis = betekenis die ligt op ervaringsniveau; iets wat je concreet kunt
aanwijzen/ervaren. Vanaf 1 jaar.
Abstracte betekenis = betekenis in je hoofd, kun je niet aanwijzen. In context wordt het verduidelijkt.
Vanaf 2 jaar.
Contextuele betekenis = alle relaties die een woord heeft met andere woorden. Vanaf 3 à 4 jaar.
Diepe woordkennis = kennis van woorden verder uitdiepen.
Productieve/actieve woordenschat = woorden die kinderen gebruiken om met anderen te
communiceren.
Receptieve/passieve woordenschat = woorden die kinderen begrijpen of betekenis herkennen.

4.2 Woordenschatverwerving
Principes voor woordenschatverwerving
Labelen = woord koppelen aan voorwerp/gebeurtenis uit de werkelijkheid in concrete context
Categoriseren =betekenissen van woorden combineren en onderbrengen bij overkoepelende
begrippen
Netwerkopbouw = betekenissen van een woord in het geheugen aan elkaar koppelen.

4.3 Woordleerstrategieën
Woordleerstrategieën = werkwijzen die bewust worden ingezet om de betekenis van woorden te
achterhalen. Bij onbekende woorden.

- Analyseren van een woord
Woord opsplitsen in delen; makkelijker achter de betekenis komen.
- Gebruikmaken van de (verbale en non-verbale) context
- Gebruikmaken van een bron in de eerste of de tweede taal
Zoeken in woordenboek/op internet/vragen aan persoon
- Letten op overeenkomsten tussen eerste en tweede taal
Woord herhalen en opschrijven
Woord ophalen uit geheugen
Woord produceren

4.4 Soorten taalgebruik
Vaktaalwoorden = woorden die je op school leert en thuis/buiten school niet gebruikt.
Schooltaal = abstracte begrippen die leerlingen moeten kennen om onderwijs te kunnen volgen.

Pagina 3 van 17

Connected book
 image
Henk Huizenga, Robbe Basiskennis taalonderwijs
Publisher: 26-04-2013 ISBN: 9789001822965 Edition: 1

Document information

Study
Summarized whole book?
Yes
Uploaded on
October 1, 2019
Number of pages
17
Written in
2019/2020
Type
Summary
$7.20

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
maaikemeulenbelt
4.1
(12)
Sold
86
Followers
72
Items
19
Last sold
3 months ago

Reviews from verified buyers




Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions