Anatomie Respiratoire Systeem
Circulatie en Ademhaling I
Functie respiratoire systeem:
- Geleidend deel (de pijpen) = ventilatie
- Respiratoir deel = gaswisseling
Dode ruimte is de lucht die je wel inademt, maar die niet betrokken wordt bij de gasuitwisseling.
Anatomie:
- Bovenste respiratoir deel = neusholte, farynx, larynx
- Onderste respiratoir deel = trachea, bronchiën, bronchiolen, alveoli
Drie gaten in het diafragma vormen openingen voor slokdarm, aorta en vena cava inferior.
Bovenkwab: bovenrug of bovenborst
Middenkwab: rond tepel
Bij een klaplong zit de long niet meer vast aan de thoraxwand. Er zit dan lucht tussen de viscerale en
pariëtale pleurae.
De pleura werkt volgens het ballonprincipe zoals het pericard. Tussen de pariëtale pleura en de
thoraxwand zit een bindweefsellaag. Soms volgt de pleura de long niet maar laat hij potentiële
ruimte over voor uitzetting bij inademing. Recessus costodiafragmaticus is de potentiële ruimte aan
de achterkant.
Thoracocentesis = vocht uit de thorax halen. Dit gebeurt uit de recessus costofragmaticus tussen
twee ribben in. Hierbij moet niet in de intercostale zenuwen, aders en slagaders geprikt worden.
Origo = ontspringen van de spier
Insertie = waar de spier heen gaat
Als de buik tijdens de inademing naar binnen gaat is er paralaese van het diafragma.
Een thorax bestaat uit botten, gewrichten en spieren. De wervels in de thorax zijn T1 t/m T12.
Typisch aan thoracale wervels is dat er twee connectievlakken zijn voor ribben. Verschillende soorten
ribben:
- Echte (verae) ribben zitten rechtstreeks aan het sternum
- Valse (spuriae) ribben zitten samen verbonden aan kraakbeen dat naar het sternum gaat.
- Zwevende (fluctuantes) ribben zitten niet vast aan het sternum.
Twee gewrichten: articulationes costovertebrales (zorgt voor het vergroten van de thorax, zit tussen
rib en wervel) en articulationes sternocostales. Er zijn twee contactvlakken tussen hoofd van de rib
en nek van de wervel en ….
Bij de hoogste 6 wervels staan de ribben in 180 graden, bij de laagste 6 wervels staan in een punt
naar achter. Bovenste ribben vergroten ventro-dorsale diameter, onderste links-rechts diameter. Dit
hoort allebei bij de borstademhaling. Bij buikademhaling vergroot de cranio-caudale diameter.
Bucket-handle
Pump-handle
Circulatie en Ademhaling I
Functie respiratoire systeem:
- Geleidend deel (de pijpen) = ventilatie
- Respiratoir deel = gaswisseling
Dode ruimte is de lucht die je wel inademt, maar die niet betrokken wordt bij de gasuitwisseling.
Anatomie:
- Bovenste respiratoir deel = neusholte, farynx, larynx
- Onderste respiratoir deel = trachea, bronchiën, bronchiolen, alveoli
Drie gaten in het diafragma vormen openingen voor slokdarm, aorta en vena cava inferior.
Bovenkwab: bovenrug of bovenborst
Middenkwab: rond tepel
Bij een klaplong zit de long niet meer vast aan de thoraxwand. Er zit dan lucht tussen de viscerale en
pariëtale pleurae.
De pleura werkt volgens het ballonprincipe zoals het pericard. Tussen de pariëtale pleura en de
thoraxwand zit een bindweefsellaag. Soms volgt de pleura de long niet maar laat hij potentiële
ruimte over voor uitzetting bij inademing. Recessus costodiafragmaticus is de potentiële ruimte aan
de achterkant.
Thoracocentesis = vocht uit de thorax halen. Dit gebeurt uit de recessus costofragmaticus tussen
twee ribben in. Hierbij moet niet in de intercostale zenuwen, aders en slagaders geprikt worden.
Origo = ontspringen van de spier
Insertie = waar de spier heen gaat
Als de buik tijdens de inademing naar binnen gaat is er paralaese van het diafragma.
Een thorax bestaat uit botten, gewrichten en spieren. De wervels in de thorax zijn T1 t/m T12.
Typisch aan thoracale wervels is dat er twee connectievlakken zijn voor ribben. Verschillende soorten
ribben:
- Echte (verae) ribben zitten rechtstreeks aan het sternum
- Valse (spuriae) ribben zitten samen verbonden aan kraakbeen dat naar het sternum gaat.
- Zwevende (fluctuantes) ribben zitten niet vast aan het sternum.
Twee gewrichten: articulationes costovertebrales (zorgt voor het vergroten van de thorax, zit tussen
rib en wervel) en articulationes sternocostales. Er zijn twee contactvlakken tussen hoofd van de rib
en nek van de wervel en ….
Bij de hoogste 6 wervels staan de ribben in 180 graden, bij de laagste 6 wervels staan in een punt
naar achter. Bovenste ribben vergroten ventro-dorsale diameter, onderste links-rechts diameter. Dit
hoort allebei bij de borstademhaling. Bij buikademhaling vergroot de cranio-caudale diameter.
Bucket-handle
Pump-handle