MEMBRUM SUPERIUS
ARTHROLOGIE
De gewrichten binnen het bovenste lidmaat kunnen in vier groepen worden onderverdeeld, deze
van:
de schoudergordel en van de bovenarm
de elleboog en voorarm
de pols
de hand
Tip !
Probeer zo snel als mogelijk het overzicht in de naamgeving van deze gewrichten in jouw
hoofd te krijgen !
Inhoudsopgave
1 GEWRICHTEN VAN DE SCHOUDERGORDEL EN DE BOVENARM...........................................................3
1.1 Art. sternoclavicularis.......................................................................................................................3
1.2 Art. acromioclavicularis....................................................................................................................5
1.3 Art. humeri.......................................................................................................................................6
2 GEWRICHTEN VAN DE ELLEBOOG EN DE ONDERARM.......................................................................10
2.1 Art. cubiti........................................................................................................................................10
2.2 Artt. radioulnares...........................................................................................................................12
3 GEWRICHTEN VAN DE POLS...............................................................................................................14
3.1 Art. radiocarpea.............................................................................................................................14
3.2 Artt. intercarpeae...........................................................................................................................15
3.3 De bewegingen...............................................................................................................................16
4 DE GEWRICHTEN VAN DE HAND........................................................................................................18
4.1 Artt. carpometacarpeae II-V...........................................................................................................18
4.2 Art. carpometacarpea pollicis........................................................................................................18
,4.3 Artt. intermetacarpeae...................................................................................................................19
4.4 Artt. metacarpophalangeae...........................................................................................................19
4.5 Artt. interphalangeae.....................................................................................................................19
, 1 GEWRICHTEN VAN DE SCHOUDERGORDEL EN DE
BOVENARM
Deze gewrichten bestaan uit de verbindingen die de clavicula vormt met het sternum (art.
sternoclavicularis) en het acromion van de scapula (art. acromioclavicularis), alsmede het
schoudergewricht (art. humeri).
1.1 Art.
sternoclavicularis
1.1.1 Facies articulares
In de art. sternoclavicularis maakt de facies articularis sternalis van de clavicula geleding met de
incisura clavicularis van het manubrium sterni en het kraakbeen (cartilago costalis) van de eerste rib.
Het gewrichtsvlak van de clavicula is groter dan dit van het sternum. Het is zadelvormig: convex van
boven naar onder, concaaf van achter naar voren, en bedekt met kraakbeen.
Het gewrichtsvlak van het sternum vertoont een lichte concaviteit. Het gewricht is derhalve
discongruent (grootte en vorm?? van de gewrichtsvlakken zijn niet gelijk).
Denkvraag
Wat is het voordeel van deze discongruentie ?
Wat is het nadeel van deze discongruentie ?
Deze discongruentie wordt echter min of meer opgeheven door een biconvexe discus articularis.
Deze laatste is van boven vast aan de achter-bovenste boord van het gewrichtsvlak van de clavicula,
van onder aan het kraakbeen van de eerste rib, het sternum en het omringend gewrichts kapsel.
Hij verdeelt het gewricht in twee kamers, hetgeen aan de beweeglijkheid ervan ten goede komt.
Daarbij is een ruimere beweging mogelijk tussen de discus en de clavicula dan tussen de discus en
het sternum.
1.1.2 Capsula articularis
Het gewrichtskapsel is dik maar slap en wordt versterkt door capsulaire en extracapsulaire
ligamenten.
ARTHROLOGIE
De gewrichten binnen het bovenste lidmaat kunnen in vier groepen worden onderverdeeld, deze
van:
de schoudergordel en van de bovenarm
de elleboog en voorarm
de pols
de hand
Tip !
Probeer zo snel als mogelijk het overzicht in de naamgeving van deze gewrichten in jouw
hoofd te krijgen !
Inhoudsopgave
1 GEWRICHTEN VAN DE SCHOUDERGORDEL EN DE BOVENARM...........................................................3
1.1 Art. sternoclavicularis.......................................................................................................................3
1.2 Art. acromioclavicularis....................................................................................................................5
1.3 Art. humeri.......................................................................................................................................6
2 GEWRICHTEN VAN DE ELLEBOOG EN DE ONDERARM.......................................................................10
2.1 Art. cubiti........................................................................................................................................10
2.2 Artt. radioulnares...........................................................................................................................12
3 GEWRICHTEN VAN DE POLS...............................................................................................................14
3.1 Art. radiocarpea.............................................................................................................................14
3.2 Artt. intercarpeae...........................................................................................................................15
3.3 De bewegingen...............................................................................................................................16
4 DE GEWRICHTEN VAN DE HAND........................................................................................................18
4.1 Artt. carpometacarpeae II-V...........................................................................................................18
4.2 Art. carpometacarpea pollicis........................................................................................................18
,4.3 Artt. intermetacarpeae...................................................................................................................19
4.4 Artt. metacarpophalangeae...........................................................................................................19
4.5 Artt. interphalangeae.....................................................................................................................19
, 1 GEWRICHTEN VAN DE SCHOUDERGORDEL EN DE
BOVENARM
Deze gewrichten bestaan uit de verbindingen die de clavicula vormt met het sternum (art.
sternoclavicularis) en het acromion van de scapula (art. acromioclavicularis), alsmede het
schoudergewricht (art. humeri).
1.1 Art.
sternoclavicularis
1.1.1 Facies articulares
In de art. sternoclavicularis maakt de facies articularis sternalis van de clavicula geleding met de
incisura clavicularis van het manubrium sterni en het kraakbeen (cartilago costalis) van de eerste rib.
Het gewrichtsvlak van de clavicula is groter dan dit van het sternum. Het is zadelvormig: convex van
boven naar onder, concaaf van achter naar voren, en bedekt met kraakbeen.
Het gewrichtsvlak van het sternum vertoont een lichte concaviteit. Het gewricht is derhalve
discongruent (grootte en vorm?? van de gewrichtsvlakken zijn niet gelijk).
Denkvraag
Wat is het voordeel van deze discongruentie ?
Wat is het nadeel van deze discongruentie ?
Deze discongruentie wordt echter min of meer opgeheven door een biconvexe discus articularis.
Deze laatste is van boven vast aan de achter-bovenste boord van het gewrichtsvlak van de clavicula,
van onder aan het kraakbeen van de eerste rib, het sternum en het omringend gewrichts kapsel.
Hij verdeelt het gewricht in twee kamers, hetgeen aan de beweeglijkheid ervan ten goede komt.
Daarbij is een ruimere beweging mogelijk tussen de discus en de clavicula dan tussen de discus en
het sternum.
1.1.2 Capsula articularis
Het gewrichtskapsel is dik maar slap en wordt versterkt door capsulaire en extracapsulaire
ligamenten.