David De Clercq
VERPLEEGKUNDIGE AANDACHTSPUNTEN
BIJ HET GEBRUIK VAN PSYCHOFARMACA
1.1 ACUTE SITUATIES VERSUS MEDICAT IE
Op acute psychiatrische afdeling regelmatig in contact met hoog dringende situaties waarbij een arts
niet altijd mogelijk is… noodzakelijk om de situatie goed in te schatten!
- VPK mogen geen medicatie voorschrijven; maar wel adviserende rol in het acuut opstarten,
dosiswijziging of stopzetten medicatie
In de praktijk zien we de VPK een rol spelen op vlak van medicatiewijzigingen o.a. in volgende
situaties:
Acute opwindingstoestand door psychose, manie, delier
Het optreden van katatonie
Het optreden van bijwerkingen van medicatie, intoxicatie of onthouding van middelen
1.1.1 KATATONIE
= een syndroom dat gekenmerkt wordt door motorische symptomen, inactief gedrag
(‘terugtrekgedrag’), opwinding en bizar (zich herhalend) gedrag.
Prevalentie:
- Ondergediagnosticeerd en onderbehandeld
- De geschatte prevalentie op psychiatrische opnameafdelingen is ongeveer 10%
Oorzaak:
- Blootstelling aan sommige toxische stoffen en het gebruik van bepaalde medicijnen
- Schizofrenie – depressie
- Autisme, bipolaire stoornis, PTSS – en ook bij neurologische ziekten en stofwisselingziekten
3 vormen:
I. Hypoactief motorische verschijnselen en terugtrekgedrag
II. Hyperactief opwinding en bizar gedrag
III. Mengvormen
Deze kenmerken zich vooral door onbeweeglijkheid, rigiditeit
Motorische (motorische starheid), katalepsie (verstijving van het hele
verschijnselen lichaam) en flexibilitas cerea (wasachtige buigzaamheid):
ledematen blijven in de stand staan waarin iemand anders deze
gebogen heeft.
Terugtrekgedra Terugtrekgedrag kenmerkt zich door inactiviteit, zoals mutisme
g (niet praten), negativisme (weigeren van opdrachten), staren
, David De Clercq
Bij opwinding is er juist sprake van het tegenovergestelde van
terugtrekgedrag. Er is sprake van impulsiviteit, hyperactiviteit,
Opwinding
ongerichte agressie en autonome instabiliteit (verstoorde
lichaamsfuncties zoals temperatuur, hartslag en AH.
Bizar, zich Hierbij moet men denken aan echolalie/echopraxie (het napraten
herhalend of nadoen), grimasseren (vreemde gelaatsuitdrukkingen),
gedrag stereotiep gedrag, overdreven mee- of tegenwerken.
ZE KOMEN NIET ALLEMAAL TEGELIJK VOOR BIJ 1 PATIËNT!
Behandeling:
- Hoge dosissen benzodiazepines
- Elektroconvulsietherapie (ECT)
- Herstel van vochtbalans en de voeding
- Huidverzorging
- Voorkomen van contracturen
weigeren van eten/drinken? Halfuur voor het eten parenteraal lorazepam (1-2mg) geven,
de patiënt kan dan vaak kortdurend meewerken + intrusieve methoden zoals gedwongen of IV
voeding worden voorkomen!
1.1.2 BIJW ERKINGEN VAN ANTIPSYCHOTICA
De hierna genoemde bijwerkingen kan je in de spoedeisende psychiatrie tegenkomen en vereisen
dringende interventies:
1.1.2.1 EXTRAPIRAMIDALE SYNDROMEN (EPS)
- Worden gelinkt aan blokkeren van dopaminereceptoren
- Kunnen zowel in begin als tijdens behandeling optreden
- Risicomomenten: bij opstart AP of bij dosisverhoging
Symptomen:
Onnatuurlijk aandoende bewegingen zoals spiertrekkingen in het gezicht (rollende ogen,
spiertrekkingen van de tong); extreem = acute dystonie
Krampachtige strekking van het lichaam
Spierstijfheid
Moeizaam op gang komen na stilstaan of stilzitten
Juist niet in staat zijn om langdurig stil te staan of te zitten
Trillende vingers en handen
Maskerachtige uitdrukking van het gezicht
Behandeling:
VERPLEEGKUNDIGE AANDACHTSPUNTEN
BIJ HET GEBRUIK VAN PSYCHOFARMACA
1.1 ACUTE SITUATIES VERSUS MEDICAT IE
Op acute psychiatrische afdeling regelmatig in contact met hoog dringende situaties waarbij een arts
niet altijd mogelijk is… noodzakelijk om de situatie goed in te schatten!
- VPK mogen geen medicatie voorschrijven; maar wel adviserende rol in het acuut opstarten,
dosiswijziging of stopzetten medicatie
In de praktijk zien we de VPK een rol spelen op vlak van medicatiewijzigingen o.a. in volgende
situaties:
Acute opwindingstoestand door psychose, manie, delier
Het optreden van katatonie
Het optreden van bijwerkingen van medicatie, intoxicatie of onthouding van middelen
1.1.1 KATATONIE
= een syndroom dat gekenmerkt wordt door motorische symptomen, inactief gedrag
(‘terugtrekgedrag’), opwinding en bizar (zich herhalend) gedrag.
Prevalentie:
- Ondergediagnosticeerd en onderbehandeld
- De geschatte prevalentie op psychiatrische opnameafdelingen is ongeveer 10%
Oorzaak:
- Blootstelling aan sommige toxische stoffen en het gebruik van bepaalde medicijnen
- Schizofrenie – depressie
- Autisme, bipolaire stoornis, PTSS – en ook bij neurologische ziekten en stofwisselingziekten
3 vormen:
I. Hypoactief motorische verschijnselen en terugtrekgedrag
II. Hyperactief opwinding en bizar gedrag
III. Mengvormen
Deze kenmerken zich vooral door onbeweeglijkheid, rigiditeit
Motorische (motorische starheid), katalepsie (verstijving van het hele
verschijnselen lichaam) en flexibilitas cerea (wasachtige buigzaamheid):
ledematen blijven in de stand staan waarin iemand anders deze
gebogen heeft.
Terugtrekgedra Terugtrekgedrag kenmerkt zich door inactiviteit, zoals mutisme
g (niet praten), negativisme (weigeren van opdrachten), staren
, David De Clercq
Bij opwinding is er juist sprake van het tegenovergestelde van
terugtrekgedrag. Er is sprake van impulsiviteit, hyperactiviteit,
Opwinding
ongerichte agressie en autonome instabiliteit (verstoorde
lichaamsfuncties zoals temperatuur, hartslag en AH.
Bizar, zich Hierbij moet men denken aan echolalie/echopraxie (het napraten
herhalend of nadoen), grimasseren (vreemde gelaatsuitdrukkingen),
gedrag stereotiep gedrag, overdreven mee- of tegenwerken.
ZE KOMEN NIET ALLEMAAL TEGELIJK VOOR BIJ 1 PATIËNT!
Behandeling:
- Hoge dosissen benzodiazepines
- Elektroconvulsietherapie (ECT)
- Herstel van vochtbalans en de voeding
- Huidverzorging
- Voorkomen van contracturen
weigeren van eten/drinken? Halfuur voor het eten parenteraal lorazepam (1-2mg) geven,
de patiënt kan dan vaak kortdurend meewerken + intrusieve methoden zoals gedwongen of IV
voeding worden voorkomen!
1.1.2 BIJW ERKINGEN VAN ANTIPSYCHOTICA
De hierna genoemde bijwerkingen kan je in de spoedeisende psychiatrie tegenkomen en vereisen
dringende interventies:
1.1.2.1 EXTRAPIRAMIDALE SYNDROMEN (EPS)
- Worden gelinkt aan blokkeren van dopaminereceptoren
- Kunnen zowel in begin als tijdens behandeling optreden
- Risicomomenten: bij opstart AP of bij dosisverhoging
Symptomen:
Onnatuurlijk aandoende bewegingen zoals spiertrekkingen in het gezicht (rollende ogen,
spiertrekkingen van de tong); extreem = acute dystonie
Krampachtige strekking van het lichaam
Spierstijfheid
Moeizaam op gang komen na stilstaan of stilzitten
Juist niet in staat zijn om langdurig stil te staan of te zitten
Trillende vingers en handen
Maskerachtige uitdrukking van het gezicht
Behandeling: