HOOFDSTUK 4 - MAATSCHAPPELIJKE ONGELIJKHEID
§4,1
De cultuur van de etnische groepen is duidelijk ondergeschikt aan die van autochtone
groepen. Dit hangt samen met de ondergeschikte maatschappelijke positite. Dit komt door 2
dingen:
Positietoewijzing in de samenleving krijgt elke groep zijn positie toegewezen
Positiewerving zij verwerven zich een bepaalde plaats in de samenleving
Sociale klassen maatschappelijke lagen die in de samenleving min of meer dezelfde
positie innemen.
Maatschappelijke ladder een rijtje van beroepen, waarbij bovenaan de beroepen staan
die hoog worden gewaardeerd en onderaan de beroepen die minder worden gewaardeerd
De vijf beroepslagen:
1, bovenlaag: kapitaalbezitters en topbestuurders van grote ondernemingen
2, ondernemers: eigenaren van kleine en middelgrote ondernemingen
3, professionele middenklasse: hoog opgeleide werknemers
4, werknemersklasse: schilders, automonteurs, elektriciens
5, onderklasse: mensen met lage inkomens of uitkeringen
Onderklasse mensen gedurende lange tijd in een slechte financiële positie verkeren.
Open samenleving de kansen om te stijgen op de maatschappelijke ladder zijn groot.
Sociale mobiliteit het stijgen of dalen op de sociale ladder,
De positie van allochtonen op de arbeidsmarkt is niet goed, zeker niet als Nederland in een
politieke crisis heerst. Allochtonen krijgen dan nog minder kansen en er heerst dan nog meer
werkloosheid. In verhouding tot de rest van de beroepsbevolking zijn er relatief veel niet-
westerse allochtonen die in de ww of wao zitten. Dit heeft 3 oorzaken :
Laag opleidingsniveau
Discriminatie
Ze zoeken in de eigen allochtone kennissenkring naar werk en niet via de reguliere
advertenties
Deze oorzaken hebben negatieve gevolgen zoals de kwaliteti van de huisvesting en de
gezondheid. Toch zijn er ook groepen die het goed op de arbeidsmarkt. Bijv. Chinezen en
Vietnamezen. Deze immigranten werkten keihard en werkten zeer concurrerend. Het zijn
gerespecteerde burgers in de Nederlandse samenleving geworden.
§4,2
De allochtonen hebben op de arbeidsmarkt een duidelijk achterstand:
Werkloosheid onder allochtonen is zeer groot
Er is sprake van veel meer langdurige werkloosheid onder allochtonen dan
autochtonen
Allochtonen hebben vaker lagere functies dan autochtonen.
, Allochtonen hebben vaker dan autochtonen een tijdelijk dienstverband. 1 op 4 niet-
westerse allochtonen een uitkering
Een aantal oorzaken waarom allochtonen meer werkloos raken dan autochtonen:
Het verdwijnen van het werk in de secundaire sector industrie.
De verschuiving van de werkgelegenheid naar de dienstensector tertiaire sector
commerciële dienstverlening.
Het proces van verdringing de mensen met lagere opleidingen worden verdrongen
door de hoger opgeleiden
Discriminatie door werkgevers en uitzendbureaus
Indirecte of institutionele discriminatie
Om de positie te verbeteren moeten deze mensen zelfinitiatief nemen. Door bijv. een betere
taalbeheersing, dit is een voorwaarde om meer kansen te krijgen.
6 gevolgen van de achterstandsituatie leiden tot:
Laag inkomen
Weinig ontplooiingskansen, waardoor men zich miskend voelt
Weinig status
Weinig sociale contacten
Verveling
Afnemende sociale contacten bij werkloosheid. Het isolement wordt nog verder
versterkt. Betaalde arbeid levert bijdrage aan de sociale cohesie een samenhang
van een groepering door saamhorigheid van de leden, gemeten naar de mate waarin
de leden de grenzen van de groepering willen handhaven
3 aanbevelingen met betrekking tot werk en inkomen:
Negatieve beeldvorming wordt bestreden door het versterken van de
sociaaleconomische positief en arbeidsparticipatie van allochtonen.
Bij toekomstige arbeidsmigratie wordt voorkomen dat tussen werknemers verschillen
ontstaan in arbeidsvoorwaarden.
Zolang evenredigheid voor allochtonen op de arbeidsmarkt niet is bereikt, is
registratie van arbeidsparticipatie noodzakelijk en worden convenanten tussen
sociale partners gestimuleerd en actief door de overheid ondersteun den geïnitieerd.
Begin 2016 deden meer dan de helft van alle Marokkanen en Turken in Nederland mee in
arbeidsparticipatie. Beide groepen zijn nu flink gedaald t.o.v. Nederlanders.
Gedurende de economische crisis 2009-2016 daalden het aantal procenten van Turken en
Marokkanen in arbeidsparticipatie aanzienlijk meer dan die van de Nederlanders. Vaak heeft
ruim de helft van de vrouwen met een Surinaamse of Antiliaanse achtergrond werk. Dat is
meer dan Turkse en Marokkaanse vrouwen. Toch blijft het zo dat mensen met een hoge
opleiding meer arbeidskansen hebben.
Ten opzichte van de 1 generatie allochtonen heerst er meer werkloosheid onder de 2 e
generatie allochtonen, dit komt door de gemiddeld jongere leeftijd van de allochtonen.
,Nederlanders hebben vaak een vaste arbeidspositie. Personen met een niet-westerse
achtergrond hebben dit vaak niet, zij verkeren in een onzekere arbeidspositie.
§4,3
Achterstand allochtonen in het onderwijs door:
Kinderen van niet-westerse allochtonen hebben een gemiddeld lager
onderwijsniveau dan kinderen van autochtonen
Kinderen van niet-westerse- allochtonen presteren relatief slechter op de basisschool
In het voortgezet onderwijs volgen niet-westerse allochtonen leerlingen vooral de
lagere onderwijsniveaus
Kinderen van niet-westerse allochtonen stromen relatief vaker door naar
vervolgonderwijs.
Meer drop-outs schoolverlaters zonder diploma, onder etnische minderheden
Dit allen komt ook mede door het feit dat het Nederlands onderwijs niet is ingericht op
kinderen van etnische minderheden. Toch wordt de positie van allochtonen geleidelijk beter,
maar de achterstand blijft.
Zwarte scholen ontstaan door:
De samenstelling van woonwijken
De keuzevrijheid van ouders
Het beleid van scholen dat zijn oorsprong vindt in artikel 23 van de grondwet
4 aanbevelingen voor het onderwijs:
Een gelijke behandeling van jongens en meisjes in het onderwijs moeten worden
gewaarborgd
Er moet werk worden gemaakt van vroegtijdig verwerven van de Nederlandse taal
Segregatie in het onderwijs wordt bestreden door keuzemogelijkheden te vergroten
In het onderwijs wordt meer aandacht besteed aan de overdracht van de
kernwaarden van de Nederlandse rechtsstaat, samenlevingopbouw en geschiedenis.
Chinese en Ethiopische leerlingen doen het goed in het voortgezet onderwijs. De
doorstroom van het onderwijs naar studeren wordt zelfs groter. Turkse leerlingen doen het
over het algemeen het slechtst. Daarna volgen de Marokkanen. Over het algemeen kan je
het niveau van etnische groepen als redelijk goed betitelen.
De prestaties van leerlingen op zwarte scholen liggen lager dan leerlingen op een gemengde
witte school. Echter bij het wegwerken van een taalachterstand doen zwarte scholen het
beter dan witte scholen. Een nadeel van zwarte scholen is wel dat de niet-westerse
allochtone minder in contact komen met autochtone leerlingen. Dit is nadelig voor de
integratie.
Vluchtelingengroepen beheersen de Nederlandse taal beter dan Turken en Marokkanen
door:
Het gemiddelde hogere opleidingsniveau onder de vluchtelingengroep
De geringere omvang van de groep
, De grotere spreiding over Nederland.
§4,4
Achterstandswijken, prachtwijken, krachtwijken, vogelaarwijken, aandachtswijken wijken,
waar een concentratie is van culturele minderheden, de schooluitval is groot, de
werkloosheid hoog en de verloedering toeslaat.
In 4 grote steden (Rotterdam, Amsterdam, Den Haag, Utrecht in Nederland woont het
grootste gedeelte. Hier zijn de problemen ook het groots. Vaken wonen allochtonen met
veel mensen in een relatief kleine woning. Van de niet-westerse allochtonen is 1 op de 4
niet tevreden over de woning. Van de autochtonen bewoners is slecht een op de vijftien
ontevreden over de woning.
De ontevredenheid van de allochtonen concentreert zich op enkele zaken:
De woningen zijn klein
Veel huurwoningen zijn volgens de allochtonen slecht onderhouden
De woning zijn kwalitatief slechter omdat het oudere woningen betreft
De woonomgeving van de allochtonen is slechter omdat het oudere woningen
betreft
De woonomgeving van de allochtonen is slecht
Molukkers hebben vaak een afwijkende woonsituatie. Zij werden tijdelijk in kampen geplaats
i.v.m. hun terugkeer naar een vrije Molukse republiek.
Waardoor hebben etnische minderen het nu zo moeilijk op de woningmarkt:
Het toewijzingsbeleid van woningbouwcorporaties.
Spreidingsbeleid van gemeente
Weerstand van de bevolking tegen ‘nieuwkomers’. Niet iedereen wil allochtonen in
de buurt.
Het probleem ligt echter ook bij de allochtonen zelf. De etnische minderheden hebben
behoefte aan contacten met leden van de eigen groep. Men zoekt naar woning in een buurt
waar meer etnische minderheden wonen i.v.m. sociale contacten. Omdat de immigratie is
afgenomen en de witte vlucht uit buurten afneemt, is de verkleuring van buurten ook wat
afgevlakt sinds 2007 tot 2018.
Concentratie van etnische minderheden verkleint de kansen op contact met autochtonen.
Concentratie heeft geen duidelijk invloed op het opleidingsniveau of de arbeidsmarkt. Het is
niet ondenkbaar dat verminderde sociaal-culturele integratie en specifieker, minder
informele contacten tussen autochtonen en allochtonen vervolgens leidt tot verminderde
sociaaleconomische integratie.
3 adviezen:
De randgemeenten en de regio dragen bij aan het huisvesten van mensen met een
laag inkomen
De diversiteit van het woningaanbod in grote steden wordt vergroot om de vlucht
van de middenklasse naar de randgemeenten te voorkomen
Sociaaleconomisch zwakke wijken worden beter onderhouden, overlast wordt
aangepakt en criminaliteit bestreden.
§4,1
De cultuur van de etnische groepen is duidelijk ondergeschikt aan die van autochtone
groepen. Dit hangt samen met de ondergeschikte maatschappelijke positite. Dit komt door 2
dingen:
Positietoewijzing in de samenleving krijgt elke groep zijn positie toegewezen
Positiewerving zij verwerven zich een bepaalde plaats in de samenleving
Sociale klassen maatschappelijke lagen die in de samenleving min of meer dezelfde
positie innemen.
Maatschappelijke ladder een rijtje van beroepen, waarbij bovenaan de beroepen staan
die hoog worden gewaardeerd en onderaan de beroepen die minder worden gewaardeerd
De vijf beroepslagen:
1, bovenlaag: kapitaalbezitters en topbestuurders van grote ondernemingen
2, ondernemers: eigenaren van kleine en middelgrote ondernemingen
3, professionele middenklasse: hoog opgeleide werknemers
4, werknemersklasse: schilders, automonteurs, elektriciens
5, onderklasse: mensen met lage inkomens of uitkeringen
Onderklasse mensen gedurende lange tijd in een slechte financiële positie verkeren.
Open samenleving de kansen om te stijgen op de maatschappelijke ladder zijn groot.
Sociale mobiliteit het stijgen of dalen op de sociale ladder,
De positie van allochtonen op de arbeidsmarkt is niet goed, zeker niet als Nederland in een
politieke crisis heerst. Allochtonen krijgen dan nog minder kansen en er heerst dan nog meer
werkloosheid. In verhouding tot de rest van de beroepsbevolking zijn er relatief veel niet-
westerse allochtonen die in de ww of wao zitten. Dit heeft 3 oorzaken :
Laag opleidingsniveau
Discriminatie
Ze zoeken in de eigen allochtone kennissenkring naar werk en niet via de reguliere
advertenties
Deze oorzaken hebben negatieve gevolgen zoals de kwaliteti van de huisvesting en de
gezondheid. Toch zijn er ook groepen die het goed op de arbeidsmarkt. Bijv. Chinezen en
Vietnamezen. Deze immigranten werkten keihard en werkten zeer concurrerend. Het zijn
gerespecteerde burgers in de Nederlandse samenleving geworden.
§4,2
De allochtonen hebben op de arbeidsmarkt een duidelijk achterstand:
Werkloosheid onder allochtonen is zeer groot
Er is sprake van veel meer langdurige werkloosheid onder allochtonen dan
autochtonen
Allochtonen hebben vaker lagere functies dan autochtonen.
, Allochtonen hebben vaker dan autochtonen een tijdelijk dienstverband. 1 op 4 niet-
westerse allochtonen een uitkering
Een aantal oorzaken waarom allochtonen meer werkloos raken dan autochtonen:
Het verdwijnen van het werk in de secundaire sector industrie.
De verschuiving van de werkgelegenheid naar de dienstensector tertiaire sector
commerciële dienstverlening.
Het proces van verdringing de mensen met lagere opleidingen worden verdrongen
door de hoger opgeleiden
Discriminatie door werkgevers en uitzendbureaus
Indirecte of institutionele discriminatie
Om de positie te verbeteren moeten deze mensen zelfinitiatief nemen. Door bijv. een betere
taalbeheersing, dit is een voorwaarde om meer kansen te krijgen.
6 gevolgen van de achterstandsituatie leiden tot:
Laag inkomen
Weinig ontplooiingskansen, waardoor men zich miskend voelt
Weinig status
Weinig sociale contacten
Verveling
Afnemende sociale contacten bij werkloosheid. Het isolement wordt nog verder
versterkt. Betaalde arbeid levert bijdrage aan de sociale cohesie een samenhang
van een groepering door saamhorigheid van de leden, gemeten naar de mate waarin
de leden de grenzen van de groepering willen handhaven
3 aanbevelingen met betrekking tot werk en inkomen:
Negatieve beeldvorming wordt bestreden door het versterken van de
sociaaleconomische positief en arbeidsparticipatie van allochtonen.
Bij toekomstige arbeidsmigratie wordt voorkomen dat tussen werknemers verschillen
ontstaan in arbeidsvoorwaarden.
Zolang evenredigheid voor allochtonen op de arbeidsmarkt niet is bereikt, is
registratie van arbeidsparticipatie noodzakelijk en worden convenanten tussen
sociale partners gestimuleerd en actief door de overheid ondersteun den geïnitieerd.
Begin 2016 deden meer dan de helft van alle Marokkanen en Turken in Nederland mee in
arbeidsparticipatie. Beide groepen zijn nu flink gedaald t.o.v. Nederlanders.
Gedurende de economische crisis 2009-2016 daalden het aantal procenten van Turken en
Marokkanen in arbeidsparticipatie aanzienlijk meer dan die van de Nederlanders. Vaak heeft
ruim de helft van de vrouwen met een Surinaamse of Antiliaanse achtergrond werk. Dat is
meer dan Turkse en Marokkaanse vrouwen. Toch blijft het zo dat mensen met een hoge
opleiding meer arbeidskansen hebben.
Ten opzichte van de 1 generatie allochtonen heerst er meer werkloosheid onder de 2 e
generatie allochtonen, dit komt door de gemiddeld jongere leeftijd van de allochtonen.
,Nederlanders hebben vaak een vaste arbeidspositie. Personen met een niet-westerse
achtergrond hebben dit vaak niet, zij verkeren in een onzekere arbeidspositie.
§4,3
Achterstand allochtonen in het onderwijs door:
Kinderen van niet-westerse allochtonen hebben een gemiddeld lager
onderwijsniveau dan kinderen van autochtonen
Kinderen van niet-westerse- allochtonen presteren relatief slechter op de basisschool
In het voortgezet onderwijs volgen niet-westerse allochtonen leerlingen vooral de
lagere onderwijsniveaus
Kinderen van niet-westerse allochtonen stromen relatief vaker door naar
vervolgonderwijs.
Meer drop-outs schoolverlaters zonder diploma, onder etnische minderheden
Dit allen komt ook mede door het feit dat het Nederlands onderwijs niet is ingericht op
kinderen van etnische minderheden. Toch wordt de positie van allochtonen geleidelijk beter,
maar de achterstand blijft.
Zwarte scholen ontstaan door:
De samenstelling van woonwijken
De keuzevrijheid van ouders
Het beleid van scholen dat zijn oorsprong vindt in artikel 23 van de grondwet
4 aanbevelingen voor het onderwijs:
Een gelijke behandeling van jongens en meisjes in het onderwijs moeten worden
gewaarborgd
Er moet werk worden gemaakt van vroegtijdig verwerven van de Nederlandse taal
Segregatie in het onderwijs wordt bestreden door keuzemogelijkheden te vergroten
In het onderwijs wordt meer aandacht besteed aan de overdracht van de
kernwaarden van de Nederlandse rechtsstaat, samenlevingopbouw en geschiedenis.
Chinese en Ethiopische leerlingen doen het goed in het voortgezet onderwijs. De
doorstroom van het onderwijs naar studeren wordt zelfs groter. Turkse leerlingen doen het
over het algemeen het slechtst. Daarna volgen de Marokkanen. Over het algemeen kan je
het niveau van etnische groepen als redelijk goed betitelen.
De prestaties van leerlingen op zwarte scholen liggen lager dan leerlingen op een gemengde
witte school. Echter bij het wegwerken van een taalachterstand doen zwarte scholen het
beter dan witte scholen. Een nadeel van zwarte scholen is wel dat de niet-westerse
allochtone minder in contact komen met autochtone leerlingen. Dit is nadelig voor de
integratie.
Vluchtelingengroepen beheersen de Nederlandse taal beter dan Turken en Marokkanen
door:
Het gemiddelde hogere opleidingsniveau onder de vluchtelingengroep
De geringere omvang van de groep
, De grotere spreiding over Nederland.
§4,4
Achterstandswijken, prachtwijken, krachtwijken, vogelaarwijken, aandachtswijken wijken,
waar een concentratie is van culturele minderheden, de schooluitval is groot, de
werkloosheid hoog en de verloedering toeslaat.
In 4 grote steden (Rotterdam, Amsterdam, Den Haag, Utrecht in Nederland woont het
grootste gedeelte. Hier zijn de problemen ook het groots. Vaken wonen allochtonen met
veel mensen in een relatief kleine woning. Van de niet-westerse allochtonen is 1 op de 4
niet tevreden over de woning. Van de autochtonen bewoners is slecht een op de vijftien
ontevreden over de woning.
De ontevredenheid van de allochtonen concentreert zich op enkele zaken:
De woningen zijn klein
Veel huurwoningen zijn volgens de allochtonen slecht onderhouden
De woning zijn kwalitatief slechter omdat het oudere woningen betreft
De woonomgeving van de allochtonen is slechter omdat het oudere woningen
betreft
De woonomgeving van de allochtonen is slecht
Molukkers hebben vaak een afwijkende woonsituatie. Zij werden tijdelijk in kampen geplaats
i.v.m. hun terugkeer naar een vrije Molukse republiek.
Waardoor hebben etnische minderen het nu zo moeilijk op de woningmarkt:
Het toewijzingsbeleid van woningbouwcorporaties.
Spreidingsbeleid van gemeente
Weerstand van de bevolking tegen ‘nieuwkomers’. Niet iedereen wil allochtonen in
de buurt.
Het probleem ligt echter ook bij de allochtonen zelf. De etnische minderheden hebben
behoefte aan contacten met leden van de eigen groep. Men zoekt naar woning in een buurt
waar meer etnische minderheden wonen i.v.m. sociale contacten. Omdat de immigratie is
afgenomen en de witte vlucht uit buurten afneemt, is de verkleuring van buurten ook wat
afgevlakt sinds 2007 tot 2018.
Concentratie van etnische minderheden verkleint de kansen op contact met autochtonen.
Concentratie heeft geen duidelijk invloed op het opleidingsniveau of de arbeidsmarkt. Het is
niet ondenkbaar dat verminderde sociaal-culturele integratie en specifieker, minder
informele contacten tussen autochtonen en allochtonen vervolgens leidt tot verminderde
sociaaleconomische integratie.
3 adviezen:
De randgemeenten en de regio dragen bij aan het huisvesten van mensen met een
laag inkomen
De diversiteit van het woningaanbod in grote steden wordt vergroot om de vlucht
van de middenklasse naar de randgemeenten te voorkomen
Sociaaleconomisch zwakke wijken worden beter onderhouden, overlast wordt
aangepakt en criminaliteit bestreden.