Samenvatting Historische contexten Geschiedenis 4.1 t/m 4.3
Hoofdstuk 4: ‘’Verlichtingsidieeen en de democratische
revoluties (1650-1848)
4.1 ‘’Welke ideeën ontstonden tijdens de Verlichting over de ideale samenleving, 1670-
1789 ‘’
Kenmerkende aspecten:
- het streven van vorsten naar absolute macht
- wetenschappelijke revolutie
- rationeel optimisme en een ‘verlicht denken’ dat werd toegepast op alle terreinen van de
samenleving; godsdienst, politiek, economie en sociale verhoudingen
- voortbestaan van het Ancien Regime met pogingen om het vorstelijk bestuur een
eigentijdse verlichte vorm te geven (verlicht absolutisme)
Inleiding
halverwege 17e eeuw verlicht denken ontstaan: empirisme en rationalisme stelden
oude inzichten ter discussie Traditie en (bij)geloof vervangen door verstand en rede.
Verlichtingsdenkers: tegen intolerantie en misbruik macht kerk en staat
Verlichting: veranderingen in het denken van sociale verhoudingen, politiek, economie
en geloof:
opbouw geloof op basis van rede en niet van erfrecht en religie
relatie tussen vorst en onderdaan, staat en burger, vrijheid en gelijkheid werd
betwijfeld
de ontdekking en publicatie van natuurwetten stimuleerden discussie over de
invloed van God op het dagelijks leven ideeën over scheiding kerk-staat en
religieuze tolerantie.
Optimisme en vooruitgangsgedachte centraal in de Verlichting
Verlicht denken kon in vele opzichten:
Politiek maatschappelijk verlichtingsdenken: Locke, Rousseau en Voltaire.
De religieuze kant: Spinoza die nadacht over God in het dagelijks leven (overal)
Kant vatte samen wat Verlichting betekent en de gevaren van doorgevoerd
rationalisme
Tijdens de Verlichting was er veel sprake van absolute vorsten en werd deze macht op
politiek, economisch, militair en religieus gebied verder uitgebreid en gecentraliseerd
dit kon d.m.v. Le Droit Divin
De Verlichting leidde tot een verandering in de politieke cultuur ideeën werden op
verschillende manieren openbaar gemaakt vorsten moesten rekening houden met de
publieke opinie in alle lagen van de bevolking
Publicatie van (radicale) Verlichtingsidieeen werd in de gaten gehouden en soms
verboden.
In sommige landen waren de vorsten geïnteresseerd in de verlichte ideeën, maar lieten
hun absolutisme niet los
, Verlichte denken over de ideale samenleving
Inleiding
In de 17e eeuw twee denkstromingen: empirisme en rationalisme
Empirisme: kennis en wetenschap komt voort uit ervaringen, door veelvuldige precieze
waarnemingen en natuurkundige proeven
Rationalisme: de nadruk van het verstand(de rede) gebruiken, logisch nadenken
Loslaten van de idealen van de Bijbel en geloof leidde tot spectaculaire uitvindingen inde
17e eeuw de wetenschappelijke revolutie
Verlichtingsdenkers zijn geïnspireerd door het humanisme uit de 15e en 16e eeuw
Thomas More en Erasmus beide voorstanders verdraagzaamheid, en geïnspireerd
door de wetenschappelijke revolutie
Locke, Voltaire, Rousseau en Montesquieu geloofden dat een kritische houding t.o.v. de
sociale verhoudingen, het bestuur en de rechtspraak zou zorgen oor een rechtvaardigere
samenleving
Absolute vorsten wilden hun macht niet kwijt en verboden het drukken en verspreiden
van geschriften die hun macht zouden aantasten waren vooral bang voor
ongehoorzaamheid van de burgers, chaos en machtsverlies
De Republiek
Meningsverschillen in de Republiek door de nieuwe maatschappelijke denkbeelden en
opvattingen op geloofsgebied:
Coornhert tegen achterstelling andersgelovigen. Gewetens- en geloofsvrijheid
en vrijheid van eredienst hij was voor minder invloed van geloof op de
maatschappij
Stevin nadrukkelijk plaats voor God en geloof de maatschappij had een
sterk geloof nodig om de discipline onder het volk te handhaven
maatschappelijke orde door een sterk geloof
Descartes en Spinoza radicale Verlichting afwijkend godsbeeld dat door
weinigen geaccepteerd werd
Descartes (1596-1650) vertrouwen op eigen verstand is waarneming wel
juist? (geen empirist dus rationalist) ‘cogito ergo sum’’: ik denk dus ik ben
God bestaat volgens Descartes wel, want hij heeft lichaam en ziel in elkaar gezet
volgens hem. Hij schreef Principia Philosophiae waarin hij het hele universum
wiskundig-mechanisch beschreef voor gelovige mensen was dit ondenkbaar
de almacht van God werd hierin namelijk te minimaal benoemd. Calvinisten
noemden hem atheïst en volksverleider, en omdat hij in het Frans ipv Latijn
schreef ontstond er veel kritiek de maatschappelijke orde kwam door hem in
de knoei
Spinoza (1632-1677) bekend met Descartes’ werk hij was Joods en voor
totale vrijheid van denken en spreken hij schreef in Tractacus Teologico-
Politicus erg kritisch over de Bijbel, doordat het het vrije denken beperkt
alleen een republikeinse staatsorganisatie kon voor persoonlijke vrijheden
zorgen democratie cruciaal. Niet de kerkorganisaties maar de staat moest
voor de armen zorgen minder invloed van de kerk volgens hem. God was
volgens hem ‘natuur’ ‘’de hele werkelijkheid is God’. Zoals Descartes werden
zijn opvattingen ook bekritiseerd door calvinisten en Joden 1656: banvloek +
verstoten uit de joodse gemeenschap
Hoofdstuk 4: ‘’Verlichtingsidieeen en de democratische
revoluties (1650-1848)
4.1 ‘’Welke ideeën ontstonden tijdens de Verlichting over de ideale samenleving, 1670-
1789 ‘’
Kenmerkende aspecten:
- het streven van vorsten naar absolute macht
- wetenschappelijke revolutie
- rationeel optimisme en een ‘verlicht denken’ dat werd toegepast op alle terreinen van de
samenleving; godsdienst, politiek, economie en sociale verhoudingen
- voortbestaan van het Ancien Regime met pogingen om het vorstelijk bestuur een
eigentijdse verlichte vorm te geven (verlicht absolutisme)
Inleiding
halverwege 17e eeuw verlicht denken ontstaan: empirisme en rationalisme stelden
oude inzichten ter discussie Traditie en (bij)geloof vervangen door verstand en rede.
Verlichtingsdenkers: tegen intolerantie en misbruik macht kerk en staat
Verlichting: veranderingen in het denken van sociale verhoudingen, politiek, economie
en geloof:
opbouw geloof op basis van rede en niet van erfrecht en religie
relatie tussen vorst en onderdaan, staat en burger, vrijheid en gelijkheid werd
betwijfeld
de ontdekking en publicatie van natuurwetten stimuleerden discussie over de
invloed van God op het dagelijks leven ideeën over scheiding kerk-staat en
religieuze tolerantie.
Optimisme en vooruitgangsgedachte centraal in de Verlichting
Verlicht denken kon in vele opzichten:
Politiek maatschappelijk verlichtingsdenken: Locke, Rousseau en Voltaire.
De religieuze kant: Spinoza die nadacht over God in het dagelijks leven (overal)
Kant vatte samen wat Verlichting betekent en de gevaren van doorgevoerd
rationalisme
Tijdens de Verlichting was er veel sprake van absolute vorsten en werd deze macht op
politiek, economisch, militair en religieus gebied verder uitgebreid en gecentraliseerd
dit kon d.m.v. Le Droit Divin
De Verlichting leidde tot een verandering in de politieke cultuur ideeën werden op
verschillende manieren openbaar gemaakt vorsten moesten rekening houden met de
publieke opinie in alle lagen van de bevolking
Publicatie van (radicale) Verlichtingsidieeen werd in de gaten gehouden en soms
verboden.
In sommige landen waren de vorsten geïnteresseerd in de verlichte ideeën, maar lieten
hun absolutisme niet los
, Verlichte denken over de ideale samenleving
Inleiding
In de 17e eeuw twee denkstromingen: empirisme en rationalisme
Empirisme: kennis en wetenschap komt voort uit ervaringen, door veelvuldige precieze
waarnemingen en natuurkundige proeven
Rationalisme: de nadruk van het verstand(de rede) gebruiken, logisch nadenken
Loslaten van de idealen van de Bijbel en geloof leidde tot spectaculaire uitvindingen inde
17e eeuw de wetenschappelijke revolutie
Verlichtingsdenkers zijn geïnspireerd door het humanisme uit de 15e en 16e eeuw
Thomas More en Erasmus beide voorstanders verdraagzaamheid, en geïnspireerd
door de wetenschappelijke revolutie
Locke, Voltaire, Rousseau en Montesquieu geloofden dat een kritische houding t.o.v. de
sociale verhoudingen, het bestuur en de rechtspraak zou zorgen oor een rechtvaardigere
samenleving
Absolute vorsten wilden hun macht niet kwijt en verboden het drukken en verspreiden
van geschriften die hun macht zouden aantasten waren vooral bang voor
ongehoorzaamheid van de burgers, chaos en machtsverlies
De Republiek
Meningsverschillen in de Republiek door de nieuwe maatschappelijke denkbeelden en
opvattingen op geloofsgebied:
Coornhert tegen achterstelling andersgelovigen. Gewetens- en geloofsvrijheid
en vrijheid van eredienst hij was voor minder invloed van geloof op de
maatschappij
Stevin nadrukkelijk plaats voor God en geloof de maatschappij had een
sterk geloof nodig om de discipline onder het volk te handhaven
maatschappelijke orde door een sterk geloof
Descartes en Spinoza radicale Verlichting afwijkend godsbeeld dat door
weinigen geaccepteerd werd
Descartes (1596-1650) vertrouwen op eigen verstand is waarneming wel
juist? (geen empirist dus rationalist) ‘cogito ergo sum’’: ik denk dus ik ben
God bestaat volgens Descartes wel, want hij heeft lichaam en ziel in elkaar gezet
volgens hem. Hij schreef Principia Philosophiae waarin hij het hele universum
wiskundig-mechanisch beschreef voor gelovige mensen was dit ondenkbaar
de almacht van God werd hierin namelijk te minimaal benoemd. Calvinisten
noemden hem atheïst en volksverleider, en omdat hij in het Frans ipv Latijn
schreef ontstond er veel kritiek de maatschappelijke orde kwam door hem in
de knoei
Spinoza (1632-1677) bekend met Descartes’ werk hij was Joods en voor
totale vrijheid van denken en spreken hij schreef in Tractacus Teologico-
Politicus erg kritisch over de Bijbel, doordat het het vrije denken beperkt
alleen een republikeinse staatsorganisatie kon voor persoonlijke vrijheden
zorgen democratie cruciaal. Niet de kerkorganisaties maar de staat moest
voor de armen zorgen minder invloed van de kerk volgens hem. God was
volgens hem ‘natuur’ ‘’de hele werkelijkheid is God’. Zoals Descartes werden
zijn opvattingen ook bekritiseerd door calvinisten en Joden 1656: banvloek +
verstoten uit de joodse gemeenschap