Inspanningsfysiologie, oefentherapie en training
H2 ENERGIELEVERING BIJ INSPANNING
Bewegen kost energie (2.1)
Energie, arbeid, vermogen en capaciteit (2.1.1)
Energie
- Tijdens bewegen wordt arbeid verricht je lichaam verplaatst zich of je tlt een gewicht op. Een
deel van de energie wordt verbruikt voor het verplaatsen. We leveren mechanische arbeid, maar
een deel van de gebruikte energie komt vrij als warmte. Bij bewegingen moeten allerlei
inwendige weerstanden worden overwonnen en de producte van energie kent zelf ook veel
verliesen. De vrijgemaakte energie die niet voor de voortbeweging wordt benut, wordt omgezet
in warmte.
o Mechanische arbeid de kracht die nodig is voor het verplaatsen van een gewicht x de
afstand van de verplaatsing.
Arbeid
- Newton x meter (Nm) of joule (J).
o Wanneer je een voorwerk van 1 kg oppakt, levert dit gewicht een kracht van 10 newton.
Om het tegen de zwaartekracht in 1 meter op te tllen, lever je arbeid, en wel 10 N x 1
meter = 10 Joule.
Vermogen
- P = arbeid / tjd ( in J/s, W of Nm/s)
Capaciteit
- Geeft weer hoe lang je met de beschikbare energie een prestate kunt volhouden.
- Aerobe capaciteit
o De totale hoeveelheid energie die d.m.v. de aerobe stofwisseling kan worden
vrijgemaakt.
Energiesystemen en energievoorraden (2.1.2)
Het meest economische proces is de volledige verbranding van veten m.b.v. zuurstof. levert de
meeste energie op.
Ook de volledige verbranding van suikers is efcicnt, maar de voorraden hiervoor zijn beperkt. De
verzamelnaam voor suikerhoudende reservestofen koolhydraten. Zetmeel, glycogeen, maltose,
sacharose ect zijn allemaal koolhydraten, maar de term glucose wordt veel gebruikt, omdat koolhydraten
na de spijsvertering overwegend als glucose aan de spieren worden aangeboden.
, Inspanningsfysiologie, oefentherapie en training
Glucose is een koolhydraat dat het lichaam snel kan afreken en dat voor een deel in de lever, maar ook
in spieren ligt opgeslagen. Glucose wordt sneller omgezet dan vet.
- Snelle energieleverancier
energieoorraad glucose
- Langzame energieleverancier
vetvoorraad
Het zenuwstelsel gebruikt alleen glucose voor de
hersenactviteit.
In de spieren is direct inzetbare energie in de
vorm van energierijke fosfaten, adenosine
trifosfaat (ATP) en creatnefosfaat (CP). Deze
stofen zijn de drijvende kracht achter het
grootste deel van alle lichaamsprocessen. Door
splitsing van deze moleculen komt energie vrij.
Glucose en vetzuren leveren bij verbranding
energie voor de vorming van ATP uit ADP en P
ENERGIERIJKE FOSFATEN (2.2)
Levende organismen gebruiken voor de energie vragende levensprocessen een standaard
energieleverend molecuul. De meeste enzymatsche processen hebben voor de synthese, de omzetng,
maar ook voor het verbranden van organische moleculen een energiedrager nodig die voor alle processen
gelijk is.
De lichaamscellen hebben een vaste energieleverancier adenosinetrifosfaat (ATP) die energie uit
verbrandingsprocessen tjdelijk kan opslaan en kan doorgeven aan energie vragende processen.
ATP
Een basisstructuur met daaraan gekoppeld een keten met 3 fosfaatroepen.
Afsplitsing van een fosfaatgroep van dit molecuul levert direct bruikbare chemische energie waarmee een
spiervezel kan samentrekken, het hart kan pompen en een zenuwcel prikkels kan geleiden.
H2 ENERGIELEVERING BIJ INSPANNING
Bewegen kost energie (2.1)
Energie, arbeid, vermogen en capaciteit (2.1.1)
Energie
- Tijdens bewegen wordt arbeid verricht je lichaam verplaatst zich of je tlt een gewicht op. Een
deel van de energie wordt verbruikt voor het verplaatsen. We leveren mechanische arbeid, maar
een deel van de gebruikte energie komt vrij als warmte. Bij bewegingen moeten allerlei
inwendige weerstanden worden overwonnen en de producte van energie kent zelf ook veel
verliesen. De vrijgemaakte energie die niet voor de voortbeweging wordt benut, wordt omgezet
in warmte.
o Mechanische arbeid de kracht die nodig is voor het verplaatsen van een gewicht x de
afstand van de verplaatsing.
Arbeid
- Newton x meter (Nm) of joule (J).
o Wanneer je een voorwerk van 1 kg oppakt, levert dit gewicht een kracht van 10 newton.
Om het tegen de zwaartekracht in 1 meter op te tllen, lever je arbeid, en wel 10 N x 1
meter = 10 Joule.
Vermogen
- P = arbeid / tjd ( in J/s, W of Nm/s)
Capaciteit
- Geeft weer hoe lang je met de beschikbare energie een prestate kunt volhouden.
- Aerobe capaciteit
o De totale hoeveelheid energie die d.m.v. de aerobe stofwisseling kan worden
vrijgemaakt.
Energiesystemen en energievoorraden (2.1.2)
Het meest economische proces is de volledige verbranding van veten m.b.v. zuurstof. levert de
meeste energie op.
Ook de volledige verbranding van suikers is efcicnt, maar de voorraden hiervoor zijn beperkt. De
verzamelnaam voor suikerhoudende reservestofen koolhydraten. Zetmeel, glycogeen, maltose,
sacharose ect zijn allemaal koolhydraten, maar de term glucose wordt veel gebruikt, omdat koolhydraten
na de spijsvertering overwegend als glucose aan de spieren worden aangeboden.
, Inspanningsfysiologie, oefentherapie en training
Glucose is een koolhydraat dat het lichaam snel kan afreken en dat voor een deel in de lever, maar ook
in spieren ligt opgeslagen. Glucose wordt sneller omgezet dan vet.
- Snelle energieleverancier
energieoorraad glucose
- Langzame energieleverancier
vetvoorraad
Het zenuwstelsel gebruikt alleen glucose voor de
hersenactviteit.
In de spieren is direct inzetbare energie in de
vorm van energierijke fosfaten, adenosine
trifosfaat (ATP) en creatnefosfaat (CP). Deze
stofen zijn de drijvende kracht achter het
grootste deel van alle lichaamsprocessen. Door
splitsing van deze moleculen komt energie vrij.
Glucose en vetzuren leveren bij verbranding
energie voor de vorming van ATP uit ADP en P
ENERGIERIJKE FOSFATEN (2.2)
Levende organismen gebruiken voor de energie vragende levensprocessen een standaard
energieleverend molecuul. De meeste enzymatsche processen hebben voor de synthese, de omzetng,
maar ook voor het verbranden van organische moleculen een energiedrager nodig die voor alle processen
gelijk is.
De lichaamscellen hebben een vaste energieleverancier adenosinetrifosfaat (ATP) die energie uit
verbrandingsprocessen tjdelijk kan opslaan en kan doorgeven aan energie vragende processen.
ATP
Een basisstructuur met daaraan gekoppeld een keten met 3 fosfaatroepen.
Afsplitsing van een fosfaatgroep van dit molecuul levert direct bruikbare chemische energie waarmee een
spiervezel kan samentrekken, het hart kan pompen en een zenuwcel prikkels kan geleiden.