LECTURE 10 IMPULSIVITEIT, COMPULSIVITEIT EN VERSLAVING
STAHL, S.M. (2013). STAHLS ESSENTIAL PSYCHOPHARMACOLOGY. NEUROSCIENTIFIC BASIS AND
PRACTICAL APPLICATIONS. CAMBRIGDE: MEDICINE
HOOFDSTUK 14 IMPULSIVITEIT, COMPULSIVITEIT EN VERSLAVING
In dit hoofdstuk wordt niet alleen drugsverslaving besproken, maar wordt ook ingegaan op andere ‘impulsieve-
compulsieve stoornissen’, waaronder de obsessief compulsieve stoornis (OCD), trichotllomanie, gokken,
agressie, obesitas en andere stoornissen waarvan
wordt verondersteld dat ze deels gerelateerd zijn
aan een inefcicnte informateverwerking in de
prefrontale cortex/het striatale circuit.
Overzicht van impulsief-compulsieve stoornissen
Impulsiviteit en compulsiviteit zijn endofenotypen,
namelijk symptomen die gekoppeld zijn aan
specifeke hersencircuits en die trans-diagnostsch
als een dimensie van psychopathologie van vele
psychische stoornissen worden gepresenteerd.
Impulsiviteit en compulsiviteit resulteren uit het feit
dat het brein het moeilijk vindt om ‘nee’ te zeggen.
Impulsiviteit wordt gedefnieerd als handelen
zonder eerst na te denken; het gebrek aan refecte
op de gevolgen van je eigen gedrag; het
onvermogen om beloning uit te stellen en voorkeur
voor onmiddellijke belang ten opzichte van meer
gunstge, maar uitgestelde beloning; moeite met
het inhiberen van motorische responsen, vaak
kiezen voor riskant gedrag; of gebrek aan wilskracht
om verleidingen te weerstaan. Compulsiviteit wordt
gedefnieerd als handelingen die ongepast zijn in
een bepaalde situate, maar die toch aanhouden en
uiteindelijk vaak tot ongewenste gevolgen leiden.
Compulsies worden gekenmerkt door het
onvermogen om gedrag aan te passen na negateve
feedback. Gewoontes zijn een soort compulsie.
1
, Neurocircuits en impulsief-compulsieve stoornissen
De moeite met het inhiberen van impulsen en compulsen in diverse
psychische stoornissen heef mogelijk te maken met een probleem
in cortcale circuits die deze gedragingen normaal gesproken
onderdrukken. Een simpele uitleg is dat impulsiviteit en
compulsiviteit hypothetsch gezien neurobiologische ‘botom-up’
drifen zijn, waarbij impulsiviteit afomstg is uit het ventrale
striatum en compulsiviteit van het dorsale striatum. Verschillende
gebieden in de prefrontale cortex werken ‘top-down’ om deze
drifen te onderdrukken. Inhiberende controle wordt dus top-down
uitgeoefend door cortcale mechanismen, wat impliceert dat
impulsiviteit en compulsiviteit het gevolg zouden kunnen zijn van
een relaxate van deze controle. Volgens deze formulering van
impulsiviteit en compulsiviteit wordt gedragsmatge output dus
gestuurd door een balans tussen tweevoudige en soms
concurrerende neurogedragssystemen. Wat uiteindelijk
daadwerkelijk gebeurt, is afankelijk van de balans tussen ‘top-
down’ en ‘botom-up’, waarbij zowel impulsiviteit als compulsiviteit
ofwel veroorzaakt worden door of het falen van respons-
inhibitesystemen (inadequate top-down cogniteve controle), of
het gevolg van te veel druk vanuit de botom-up van het ventrale
striatum voor impulsiviteit, of vanuit het dorsale striatum voor
compulsiviteit.
Neuroanatomisch worden impulsiviteit en compulsiviteit gezien als verschillende neuronale loops: impulsiviteit
als een handelingsuitkomst ventraal afankelijk leersysteem en compulsiviteit als een dorsaal
gewoontesysteem. Veel gedragingen beginnen als impulsen in de ventrale loop van beloning en motvate. Na
verloop van tjd migreren sommige van deze gedragingen dorsaal, dit vanwege een cascade van
neuroadaptates en neuroplastciteit die het gewoontesysteem vormen, waardoor een impulsieve handeling
uiteindelijk compulsief wordt. Diverse gebieden van de prefrontale cortex, waaronder de hippocampus en
amygdala, lijken bij dit proces betrokken. Drugsverslaving is een bekend voorbeeld van ventrale naar dorsale
migrate.
Het mesolimbisch dopaminecircuit als het uiteindelijke gezamenlijke beloningspad
Alle drugs die tot verslaving kunnen leiden, verhogen DA in het ventrale striatum, ook wel de nucleus
accumbens genoemd. Dit gebied van de hersenen staat ook wel bekend als het mesolimbische DA-pad wat
overmatg actef zou zijn bij mensen met een psychose en wat de symptomen van schizofrenie medieert. Van
het uiteindelijke gezamenlijke bekrachtgings- en beloningspad in de hersenen wordt verondersteld dat het
ditzelfde mesolimbische DA-pad is. Het mesolimbische DA-pad is zeer belangrijk bij verslaving en wordt ook wel
het ‘pleasure center’ genoemd, waarbij DA als ‘pleasure neurotransmiter’ wordt aangeduid. Allerlei natuurlijke
gebeurtenissen (o.a. sporten, orgasme, complimenten krijgen) kunnen de mesolimbische DA-neuronen
triggeren om DA vrij te laten en zo een ‘natural high’ crecren. Hierbij spelen allerlei neurotransmiters een rol
bij, zoals:
Endorfnen: als het ware de natuurlijke morfne/heroïne van de hersenen.
Anandamine: de natuurlijke marihuana van de hersenen.
Acetylcholine: de natuurlijke nicotne van de hersenen.
DA: de natuurlijke amfetamine/cocaïne van de hersenen.
2
STAHL, S.M. (2013). STAHLS ESSENTIAL PSYCHOPHARMACOLOGY. NEUROSCIENTIFIC BASIS AND
PRACTICAL APPLICATIONS. CAMBRIGDE: MEDICINE
HOOFDSTUK 14 IMPULSIVITEIT, COMPULSIVITEIT EN VERSLAVING
In dit hoofdstuk wordt niet alleen drugsverslaving besproken, maar wordt ook ingegaan op andere ‘impulsieve-
compulsieve stoornissen’, waaronder de obsessief compulsieve stoornis (OCD), trichotllomanie, gokken,
agressie, obesitas en andere stoornissen waarvan
wordt verondersteld dat ze deels gerelateerd zijn
aan een inefcicnte informateverwerking in de
prefrontale cortex/het striatale circuit.
Overzicht van impulsief-compulsieve stoornissen
Impulsiviteit en compulsiviteit zijn endofenotypen,
namelijk symptomen die gekoppeld zijn aan
specifeke hersencircuits en die trans-diagnostsch
als een dimensie van psychopathologie van vele
psychische stoornissen worden gepresenteerd.
Impulsiviteit en compulsiviteit resulteren uit het feit
dat het brein het moeilijk vindt om ‘nee’ te zeggen.
Impulsiviteit wordt gedefnieerd als handelen
zonder eerst na te denken; het gebrek aan refecte
op de gevolgen van je eigen gedrag; het
onvermogen om beloning uit te stellen en voorkeur
voor onmiddellijke belang ten opzichte van meer
gunstge, maar uitgestelde beloning; moeite met
het inhiberen van motorische responsen, vaak
kiezen voor riskant gedrag; of gebrek aan wilskracht
om verleidingen te weerstaan. Compulsiviteit wordt
gedefnieerd als handelingen die ongepast zijn in
een bepaalde situate, maar die toch aanhouden en
uiteindelijk vaak tot ongewenste gevolgen leiden.
Compulsies worden gekenmerkt door het
onvermogen om gedrag aan te passen na negateve
feedback. Gewoontes zijn een soort compulsie.
1
, Neurocircuits en impulsief-compulsieve stoornissen
De moeite met het inhiberen van impulsen en compulsen in diverse
psychische stoornissen heef mogelijk te maken met een probleem
in cortcale circuits die deze gedragingen normaal gesproken
onderdrukken. Een simpele uitleg is dat impulsiviteit en
compulsiviteit hypothetsch gezien neurobiologische ‘botom-up’
drifen zijn, waarbij impulsiviteit afomstg is uit het ventrale
striatum en compulsiviteit van het dorsale striatum. Verschillende
gebieden in de prefrontale cortex werken ‘top-down’ om deze
drifen te onderdrukken. Inhiberende controle wordt dus top-down
uitgeoefend door cortcale mechanismen, wat impliceert dat
impulsiviteit en compulsiviteit het gevolg zouden kunnen zijn van
een relaxate van deze controle. Volgens deze formulering van
impulsiviteit en compulsiviteit wordt gedragsmatge output dus
gestuurd door een balans tussen tweevoudige en soms
concurrerende neurogedragssystemen. Wat uiteindelijk
daadwerkelijk gebeurt, is afankelijk van de balans tussen ‘top-
down’ en ‘botom-up’, waarbij zowel impulsiviteit als compulsiviteit
ofwel veroorzaakt worden door of het falen van respons-
inhibitesystemen (inadequate top-down cogniteve controle), of
het gevolg van te veel druk vanuit de botom-up van het ventrale
striatum voor impulsiviteit, of vanuit het dorsale striatum voor
compulsiviteit.
Neuroanatomisch worden impulsiviteit en compulsiviteit gezien als verschillende neuronale loops: impulsiviteit
als een handelingsuitkomst ventraal afankelijk leersysteem en compulsiviteit als een dorsaal
gewoontesysteem. Veel gedragingen beginnen als impulsen in de ventrale loop van beloning en motvate. Na
verloop van tjd migreren sommige van deze gedragingen dorsaal, dit vanwege een cascade van
neuroadaptates en neuroplastciteit die het gewoontesysteem vormen, waardoor een impulsieve handeling
uiteindelijk compulsief wordt. Diverse gebieden van de prefrontale cortex, waaronder de hippocampus en
amygdala, lijken bij dit proces betrokken. Drugsverslaving is een bekend voorbeeld van ventrale naar dorsale
migrate.
Het mesolimbisch dopaminecircuit als het uiteindelijke gezamenlijke beloningspad
Alle drugs die tot verslaving kunnen leiden, verhogen DA in het ventrale striatum, ook wel de nucleus
accumbens genoemd. Dit gebied van de hersenen staat ook wel bekend als het mesolimbische DA-pad wat
overmatg actef zou zijn bij mensen met een psychose en wat de symptomen van schizofrenie medieert. Van
het uiteindelijke gezamenlijke bekrachtgings- en beloningspad in de hersenen wordt verondersteld dat het
ditzelfde mesolimbische DA-pad is. Het mesolimbische DA-pad is zeer belangrijk bij verslaving en wordt ook wel
het ‘pleasure center’ genoemd, waarbij DA als ‘pleasure neurotransmiter’ wordt aangeduid. Allerlei natuurlijke
gebeurtenissen (o.a. sporten, orgasme, complimenten krijgen) kunnen de mesolimbische DA-neuronen
triggeren om DA vrij te laten en zo een ‘natural high’ crecren. Hierbij spelen allerlei neurotransmiters een rol
bij, zoals:
Endorfnen: als het ware de natuurlijke morfne/heroïne van de hersenen.
Anandamine: de natuurlijke marihuana van de hersenen.
Acetylcholine: de natuurlijke nicotne van de hersenen.
DA: de natuurlijke amfetamine/cocaïne van de hersenen.
2