Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 5 out of 23 pages
Summary

Samenvatting voortplanting dieren

Document preview thumbnail
Preview 5 out of 23 pages

In deze samenvatting komt alles voor over de voortplanting van dieren + de dracht. Ook worden hierbij de meest voorkomende ziektes besproken die zeker in toetsen maar ook het kennisexamen word besproken.

Content preview

Voortplanting – Anatomie van het geslachtsapparaat
Ligging en functie
 Urogentiaal apparaat = geslachtsapparaat + urinevormend apparaat
o Bij zoogdieren gescheiden uitgang
o Vogels, amfibieën, reptielen en vissen: een gemeenschappelijke uitgang = cloaca

 Belangrijkste taak: vorming van geslachtscellen (eicellen en zaadcellen)
o Vrouwen -> met eicellen geboren
o Aanmaak zaadcellen -> puberteit

Celdeling
 Mitose = gewone voorplanting
o 1 cel -> dubbele kern maken
o Nieuwe wand tussen de dubbele celkern
o De cel deelt zich in 2e

 Meiose = voortplantingsceldeling
o Deelt zich op in 1 chromosoom (geslachtscel)
o 50% moeder/50% vader

Mitose = Celdeling
Aantal chromosomen worden gehalveerd




Meiose = reductiedeling
 Chromosomenparen
o Hond = 39
o Kat = 19
 Dubbele informatie
 Reductiedeling in geslachtsklieren
o Eerst verdubbeling om te delen (zoals bij mitose),
daarna verdeling over 4 (geslachts)-cellen

Geslachtsceldeling en bevruchting
 1 eicel/zaadcel heeft dus 19 (kat)/ 39 (hond) chromosomen
 Bevruchting: weer chromosomenparen

 Eicel = X
 Zaadcel = X of Y
o X en Y zijn geslachtshormonen

Het mannelijke geslachtsapparaat
 Taken:
o Productie en opslag van zaadcellen
o Inbrengen van zaadcellen bij het vrouwelijke dier
o Aanmaak geslachtshormonen

, 1. Endeldarm 6. Penis 11. Urethra (plasbuis)
2. Zaadleider 7. Voorhuid 12. Bijbal
3. Ureter (urineleider) 8. Zwellichamen 13. Testikels
4. Blaas 9. Anus 14. Balzak
5. Penisbotje 10. Prostaatklier

Scrotum = balzak
 Verschillen reu/kater
o Ligging
o Beharing
o Castratie

 Tunica vaginalis = inwendige balzak
o Via lieskanaal verbonden met buikholte

Testes/testikels
 Zaadballen
 Eivormig en grijsgrauw van kleur
 Goed doorbloed
 Vorming van zaadcellen vanaf de puberteit
o Tempratuur mag niet te hoog zijn, ideale tempratuur van ca. 35 graden
o M. Cremaster
 Indaling van de testes vanaf de geboorte
o Gemiddeld 6 weken, in theorie tot 6 maanden leeftijd mogelijk
 Drie soorten weefsel:
1. Kiemweefsel: productie zaadcellen
2. Hormoonproducerend weefsel: testosteron
3. Bindweefsel

,Secundaire geslachtskenmerken
 Testosteron (aangemaakt in de testes uit cholesterolverbinding)
 Primaire geslachtskenmerken:
o Testikels
o Bijballen
o Penis
 Secundaire geslachtskenmerken (Ontwikkelen tijdens de puberteit)
o Algemene bouw van het dier
o Gedrag
o Secundaire geslachtsklieren:
 Prostaat
 Bulbo-urethraal klieren
 Ampulla (reu)

Testosteron
Reguleert:
 Zaadcelproductie
 Eiwitstofwisseling (anabool steroïd hormoon)
o Spiergroei
 Haargroei (flanken en rug)


Epididymis (Bijbal)
 Zaadcellen gemaakt in testis reist naar epididymis in ca. 10 dagen
 Bijbal = afvoerbuis (meters lang) van testikels en opslagplaats voor zaadcellen (tot 3
maanden)

Ductus deferens (zaadleider)
 Vanuit bijbal via lieskanaal buikholte in en sluit aan op urethra (plasbuis)
 Peristatiek, doormiddel van glad spierweefsel uitmonding in de urethra (plasbuis)
 Naast ductus deferens liggen bloedvaten (arterie en vene)
 Laatste deel kliercellen (ampulla) voegen vocht (voedingsstoffen) toe aan zaadcellen (reu)

Het vrouwelijke geslachtsapparaat
 2 eierstokken (ovaria)
 2 eileiders (oviducten)
 Uterus
o 2 uterushoornen
o Baarmoeder (Corpus Uterus)
o Cervix (baarmoedermond)
 Schede/vagina (samenkomst urethra
(plasbuis)
o Vulva (gezamenlijke uitgang)




Eierstokken (Ovaria)
Ovaria

,  Boonvormig, veel kleiner dan testes
 Bursa ovarica (mesovarium) = deel peritoneum (ophanging)
 Ligging: caudaal van de nieren
 Produceren eicellen en de hormonen oestrogeen en progesteron (eicellen zitten er al vanaf
de geboorte)
 Weefsel:
o Kiemvormende cellen
o Bindweefsel
o Ontwikkelende eicellen met daaromheen een
blaasje (follikel)
o Voor de geboorte al ongeveer 50.000
kiemvormende cellen aanwezig
o Vormen zich tot eicel vanaf de puberteit

Eileiders (Oviducten)
 Ovarium: eicel -> eileider (tuba uterina/oviduct)
trechtervormig gaat over in de baarmoederhoorn
 Bevruchting vindt plaats in de eileider

Uterus (Baarmoeder)
 Baarmoeder: 2 hoornen (cornuae) en een lichaam (corpus)
o Uitgang: cervix (baarmoedermond) -> bescherming
 Bevruchte eicel nestelt zich in de uterus (slijmvlies van de baarmoeder)
 Foetus vormt 2 vruchtvliezen
o Amnion
o Chorion
 Samen met slijmvlies en de vruchtvliezen vormt zich de placenta (moederkoek) voor
bloedvoorziening van de foetus (via navelstreng)

Vagina
 Cervix -> vagina -> urethraopening -> vestibulum
 Wand vagina: secundaire geslachtskliertjes, veel bloedvaten soort zwellichaam
 Clitoris, tegenhanger van de penis. Ligging op de bodem van de vagina
 Vulva (LH: kling). Sluit het vrouwelijke geslachtsapparaat af.

Hormonen/cyclus teef
Hormonen en betekenissen:
 LH: luteïniserend hormoon ->
 FSH: Follikelstimulerend hormoon ->

Hormonen:
 Hypothalamus -> Hypofyse -> FSH -> Follikel 1e groei ->
oestrogenen -> oestrus/loops/krols

 Hypothalamus -> Hypofyse -> LH -> follikel 2 e groei ->
ovulatie -> Corpus luteum -> progesteron



Samenvatting: onder invloed van licht: signaal van hersenen ->
 Hypothalamus (hormoonklier) ->

,  Hypofyse ->
o FSH
 Ovaria ->
o Kiemcellen -> eicellen in follikels
o Follikelrijping (meerdere follikels)
 Follikel ->
o Oestrogeen
o Hypofyse -> LH
 Eisprong -> CL -> progesteron -> negavtive feedback naar hypothalamus die
hypofyse laat stoppen LH te maken

Hormonen
 Oestrogeen
o Invloed op de secundaire geslachtsklieren (mammae)
o Vrouwelijk dier wordt dekbereid
o Slijmvlies van de baarmoeder wordt dikker (evt. dracht)
o Cervix verslapt
o Zwelling van de vulva
o Voor de oestrus (pro-oestrus): uitvloeiing
 Progesteron
o Productie dracht door CL
o ‘’Drachtigsheidshormoon’’
o Vorming van slijmvliezen en placenta


Cyclus van de teef
 Start van de cyclus in de puberteit 6 -23 maanden leeftijd
 Aantal cyclussen per jaar: 1-2
o Interval: tussen 5 en 13 maanden
o Gemiddeld: iedere 7 maanden
 De cyclus bestaat uit 4 fasen:
o An-oestrus
o Pro-oestrus
o Oestrus
o Met-oestrus

An-Oestrus = 3 maanden
Rustfase van het voortplantingsapparaat
 Duur: ongeveer 3 maanden

Pro-Oestrus = 9 dagen
Voorbereiding op de oestrus, vormt samen met de oestrus loopsheid
 Duur: 4 tot 15 dagen. Gemiddeld 9 dagen

Oestrus = 9 dagen
Fase waarin de ovulatie (eisprong) optreedt, vormt samen met de pro-oestrus loopsheid
 Duur: 3 -21 dagen. Gemiddeld 9 dagen


Met-Oestrus = 2 maanden
Periode na de oestrus, duurt bij drachtig en niet-drachtige dieren even lang

Document information

Study
Uploaded on
January 30, 2024
Number of pages
23
Written in
2022/2023
Type
Summary
$9.57

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
1
Followers
0
Items
8
Last sold
1 year ago




Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions