Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 3 out of 30 pages
Summary

Voortplanting - Samenvatting ziekteleer voortplantingsstelsel

Document preview thumbnail
Preview 3 out of 30 pages

Samenvatting van de ziekteleer (onderdeel Voortplantingsstelsel) van het vak Voortplanting, studie Diergeneeskunde in Utrecht

Content preview

Diergeneeskunde jaar 3 Voortplanting Ziekteleer Voortplantingsorganen

Voortplanting – Ziekteleer
10.2 Het vrouwelijk geslachtsapparaat
Bij het rund wordt gestreefd naar 1 kalf per koe per jaar voor optimaal economisch resultaat. De gemiddelde dracht
duurt 280 dagen en het puerperium neemt 6 weken in beslag  6-7 weken over om drachtig te worden.
Bij het varken duurt de periode van partus tot partus (= graviditeitcyclus) idealiter 147 dagen, dit betekent dat een
zeug gemiddeld 2,4 worpen per jaar kan voortbrengen.
Bij het paard wordt gestreefd naar 1 veulen per merrie per jaar, liefst geboren in het voorjaar. Merries zijn lang
drachtig (330-340 dagen) waardoor er maar 35 dagen over zijn om drachtig te worden. 9-11 dagen post partum wordt
de merrie alweer hengstig. Er blijven echter weinig cycli over want de merrie is een ‘seasonal breeder’: komt in
anoestrus bij afnemende daglichtlengte. Dit geldt ook voor kleine herkauwers, maar zij komen juist in de oestrus bij
afnemende daglichtlengte. Bij kleine herkauwers vindt vaak synchronisatie van de oestrus plaats.
Bij gezelschapsdieren is optimale begeleiding tijdens de loopsheid van groot belang voor het bepalen van het
optimale dek-/inseminatiemoment. Pas na een half jaar wordt een teef opnieuw loops (is een mono-oestrische
diersoort). Bij honden en katten is oestruspreventie ook van belang, net als ontsporingen van het geslachtsapparaat
zoals bij een endometritis. Bij VBD komen individueel gehouden dieren vaak met voortplantingsproblemen, bijv.
endometriumhyperplasie en uterustumoren bij niet-gedekte konijnen, en persisterend eieren leggen bij
parkiet/papegaai.

10.2.2. Ovarium
Enkele specifieke ovariële afwijkingen zijn:

Disfunctie van het ovarium
De anoestrus is de rustperiode van het geslachtsapparaat tussen 2 perioden van cyclische activiteit. Bij mono-
oestrische dieren is dit de periode tussen 2 oestrische cycli. De duur verschilt per diersoort. Een abnormale anoestrus
is een voortplantingsstoornis waarbij de ovaria zonder reden weinig actief zijn, er geen oestrus en ovulatie optreedt en
er dus géén ovariële cyclus plaatsvindt. Kan bij alle diersoorten voorkomen.

Abnormale anoestrus bij het rund

 Aantal vormen van abnormale oestrus:
o Ware anoestrus = geen enkele activiteit op de ovaria
 Door een anatomische afwijking
 Door een endocrinologische afwijking in ovaria of hypothalamo-hypofysaire-ovarium as.
 Door omgevingsfactoren (huisvesting, licht), voeding, leeftijd en productie
 Bij rectaal onderzoek voel je 2 kleine, harde ovaria. Een corpus luteum ontbreekt altijd.
 Therapie: koe in betere conditie brengen/wachten tot volwassenheid, daarna hormonale
behandeling met progestagenen (= kunstmatig corpus luteum creëren).
o Andere vormen van anoestrus
 Meestal wel enige ovariële activiteit maar geen (expressie van) oestrusverschijnselen.
 Soms wordt de oestrus niet waargenomen; ditnoem je suboestrus die gekenmerkt wordt door
de aanwezigheid van een corpus luteum.
 Therapie: luteolyse door injectie met prostaglandine F2α tijdens de dioestrus.

Abnormale anoestrus bij het varken

 Je spreekt bij abnormale anoestrus van anafrodisie = niet/niet op tijd/onvoldoende duidelijk berig worden.
o Gelten (= nog nooit geworpen) die te weinig berigheid vertonen niet behandelen maar afvoeren
 Vooral bij eersteworps zeugen een verlengde tijd tussen spenen en inseminatie (>6 dagen), veroorzaakt door
te weinig voeropname in de kraamstal  negatieve energiebalans tijdens spenen.
 Therapie: management optimaliseren, hormonale therapie met combi van eCG en hCG (equine en humaan
chorionic gonadotropin). eCG stimuleert verdere follikelontwikkeling en hCG stimuleert ovulatie en luteïnisatie
van aanwezige grotere follikels. NIET tijdens luteale fase todienen  kan cysten in de ovaria induceren!

Abnormale anoestrus bij het paard

 Bij juveniele merries en merries in de winter kan je fysiologisch inactieve ovaria tegenkomen.
 Bij merries die vroeg in het veulenseizoen bevallen kan de hengstigheid terugkomen in de anoestrusperiode.
 Soms kom je kleine inactieve ovaria tegen bij hypofyseproblemen (Cushing) of afwijkend chromosoompatroon
 Inactieve ovaria zijn klein en hard zonder corpus luteum.

1

,Diergeneeskunde jaar 3 Voortplanting Ziekteleer Voortplantingsorganen

 Therapie: anoestrusperiode verkorten door verlengd lichtregime tijdens anoestrusseizoen. Evt behandelen
met analogen van GnRH of progestagenen (om luteale fase na te bootsen).

Abnormale anoestrus bij de hond

 Primaire anoestrus = teef die nog nooit loops is geweest na 18 maanden.
o Kan komen door hermafroditisme / pseudohermafroditisme
 Abnormaal verlengd interoestrusinterval = teef heeft al een oestrus doorgemaakt en heeft nu een interval
van >12 maanden of het dubbele van het gebruikelijke. Kan meerdere oorzaken hebben:
o Hypothyreoïdie
o Stille loopsheid
o Iatrogeen – door toediening van corticoïden/progestagenen of ovariëctomie
o Slechte waarneming v/d loopsheid door eigenaar
o Hypercortisolisme (bijv. door Cushing) bij oudere teven  veel corticosteroïden  minder FSH/LH
 Bij teven >8 jaar neemt de lengte van het interval vaak toe.
 Diagnostiek: algemeen lichamelijk en gynaecologisch onderzoek, evt hormoonbepalingen/testen.
 Therapie: afhankelijk van onderliggende oorzaak

Persisterende (pro-)oestrus bij de hond

 Persisterende (pro)oestrus = nog steeds verschijnselen van
oestrogeeninvloed na 25 dagen (pro)oestrus
 Verschijnselen: bloederige uitvloeiing, aantrekkelijkheid voror
reugen, typisch vaginoscopisch/cytologisch beeld voor veel
oestrogeen en weinig progesteron.
 Oorzaken kunnen zijn:
o Ovulatiestoornis
o Cysteuze follikels
o Ovariumtumoren
o Iatrogeen – door oestrogeentherapie
o Leverafwijking
 Vooral bij jonge honden tijdens eerste en/of tweede loopsheid. Meestal is ovulatiestoornis de oorzaak.
 Therapie: GnRH-preparaten om luteïnisatie te verkrijgen. Geen succes?  symptomen stoppen met
progestagenen, oraal in lage dosering (je wil geen cysteue endometriumhyperplasie (CEH) ontwikkelen). Evt
een ovariëctomie in overleg met eigenaar.

Persisterende oestrus bij de fret

 Fret heeft seizoensgebonden oestrus en geïnduceerde ovulatie. Niet worden gedekt  blijft loops gedurende
hele voortplantingsseizoen, maart tot september.
 Tijdens deze periode veel oestrogeenproductie  beenmergsupressie  pancytopenie.
 Preventie: oestrus voorkomen bij fretten waar niet mee wordt gefokt.

Cysteuze ovariële follikels (COF) bij het rund

 De ovaria zijn cysteus ontaard maar alleen de follikels zijn hierbij betrokken.
 Onderdeel van stoornis in endocrien systeem waarbij andere klieren ook betrokken zijn; hypothalamus –
hypofyse – ovaria – endometrium – evt bijnieren. Is dus een polyglandulair ziekteproces.
 Verschijnselen: anoestrus, nymfomanie (= vaak, lang en onregelmatig tochtig). Geen corpus luteum te voelen
bij rectaal onderzoek, maar wel cysten (= follikel van >2,5 cm doorsnede die >10 dagen op het ovarium blijft).
Meestal dunwandig, soms dikker en geluteïniseerd maar te weinig progesteron producerend om luteolyse te
bewerkstelligen.




2

, Diergeneeskunde jaar 3 Voortplanting Ziekteleer Voortplantingsorganen

 Therapie: suppletie mt GnRH of hCG  LH komt vrij uit hypofyse. Of
progesteronsuppletie, intravaginaal. Folliculaire cyste kan ook
transvaginaal worden aangeprikt en uitgezogen. Geluteïniseerde cyste
behandelen met prostaglandine. Soms herstellen koeien spontaan
maar alleen in een fase kort na de partus. Prognose is gunstig.




Persisterende di-oestrus bij het paard

 Meestal door persisterend corpus luteum. Bij 15% v/d cycli wordt deze niet
afgebroken door uterien PGF2α na de cyclus waardoor het maanden
aanwezig kan blijven  te hoog progesterongehalte  merrie wordt niet
hengstig.
 Kan ook ontstaan door persisterend anovulatoir follikel/hemorragisch follikel.
Ovuleren niet op verwacht tijdstip maar blijven doorgroeien en luteïniseren.
Structuren van 5-10 cm doorsnede met spinnenwebachtige doorsnede bij
echografisch onderzoek. ()
 Therapie: exogeen PGF2α toedienen.

Neoplasieën

Ovariumtumoren bij hond en kat

 Primaire ovariumtumoren komen weinig voor bij hond en kat.
o Afkomstig van epitheel  adenoom/cystadenoom of -carcinoom
 Verschijnselen: ascites (door lymfevatobstructie of metastasen), toename buikomvang,
gewichtsverlies, anorexie. Oestrische cycli zijn normaal!
o Afkomstig van stromacellen  granulosaceltumor, thecaceltumor of luteoom
o Afkomstig van kiemcellen  dysgerminoom (ongedifferentieerde kiemcellen) of teratoom (ectoderm,
mesoderm of endoderm en dus allerlei verschillende weefsels zoals bot, vet, etc).
 Verschijnselen: Als een ovariumtumor oestrogenen en evt
progesteron produceert kan de hond een persisterende
(pro)oestrus laten zien of verkorte interoestrusintervallen.
Daarnaast beenmerghypoplasie (door oestrogeen), cysteuze
endometriumhyperplasie / endometritis, toename van
mammaweefsel (door progesteron). Symmetrisch haarverlies door
folliculaire atrofie.
 Meestal unilaterale tumoren, metastaseren zelden.
 Therapie: totale ovariohysterectomie ivm kans tot uitbreiding naar
uterus. Eventueel eenzijdig als eigenaar graag wil fokken.
 Prognose: goed als er geen metastasen zijn.

Ovariumtumoren bij het paard

 Komt niet vaak voor maar vormt wel 3% vd tumoren bij volwassen
merries.
 Vooral ranulosacel-thecaceltumoren. Aangetast ovarium produceert
hormonen (inhibine (vaak hoge concentraties), testosteron,
oestrogeen, heel soms progesteron)  gedragsverandering.
o Inhibine zorgt voor atrofie van contralaterale ovarium door
negatieve feedback op FSH-productie. Oorzaak van infertiliteit
van de merrie.
 Bijna altijd unilateraal en metastaseren nauwelijks.
 Verschijnselen: nymfomaan, anoestrisch of agressief gedrag.
 Diagnostiek: te onderscheiden van teratoom en carcinoom door echo
(geen bot/kraakbeen te zien), afwijkend gedrag en cyclus van de merrie.
 Therapie: unilaterale ovariëctomie, meeste merriesworden dan weer normaal cyclisch.

3

Document information

Study
Uploaded on
February 13, 2018
Number of pages
30
Written in
2017/2018
Type
Summary
$9.60

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
Lauraderks97
4.1
(57)
Sold
175
Followers
94
Items
70
Last sold
1 month ago

Reviews from verified buyers




Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions