Oximetry en capnometry
Oximetry:
Ieder atoom neemt een bepaalde golflengte op van licht. Deze eigenschap is kenmerkend voor
oximetry( spectrophotometry). Hierdoor kan hemoglobine worden gemeten.
Licht absorptie door hemoglobine:
Hb veranderd van chemische structuur wanneer dit in een chemische reactie mee doet. Dit geeft dus
een kenmerkend lichtpatroon.
HbO2
Hb(deoxygeneerd)
metHb(methemoglobine)
COHb( carboxyhemoglobine)
geoxygeneerd Hb absorbeert licht niet zo goed als deoxygeneerd Hb lijkt daardoor dus feller.
andersom in het infrarode spectrum waar oxygeneerd meer opneemt dan deoxygeneerd.
660nm en 940 respectievelijk.
Pulsatiele oximetry:
Wanneer licht door een arterie gaat zijn ver fasische verschillen in bloedvolume. Deze pulsatiele
veranderingen zorgen voor veranderingen in de intensiteit van de verzonden licht straal. Door alleen
de analyse te starten bij deze pulsaties meet je het arteriele bloed. En beperkt je de invloed van
veneus Hb, bindweefsel en de huid.
De probe zelf zendt twee lichtstralen uit van 660 resp. 940 nm monochromatisch licht uit.
De intensiteit van gereflecteerd licht op beide golflengtes is het resultaat van deoxy Hb in arterieel
bloed.
Betrouwbaarheid:
De SpO2 verschilt maar 3% van de werkelijkheid. weinig spotane variatie.
Dyshemoglobinemieen
COHb en methemoHb kan niet worden gedetecteerd door oximetry. Deze varianten zijn normaal
gesproken in minder dan 5% aanwezig.
Bij verhoging van COHb zal je dit niet zien op de pulsoximeter echter wel in arterieel O2.
In het lab kunnne door meer golflengtes te gebruiken alle Hb varianten gezien worden.
Ook bestaan er pulsoximeters die dit allemaal al kunnen. Rainbow Puls Co-oximeter bijv.
Hypotensie:
Puls oxi effectief bij lage tensies zoals 30 mmHg. Zwakke pulsaties verminderen de accuratesse niet
van de meter.
Anemie:
Effectief bij een Hb van 2-3 g/dl
Pigment:
donkere huid kan een 10% discrepantie veroorzaken in SpO2 en SaO2, vooral bij Sa tussen 70 en 80%
( veel lager dan toegestaan in IC). Donkere nagellak geeft 2% discrepanties.
Voorhoofd puls oximetry
, arteriele circulatie van het voorhoofd gaat minder gebukt onder vasoconstrictie. Dit geeft een goed
alternatief voor wanneer vingers niet bruikbaar zijn. Deze devices worden boven de wenkbrauwen
geplaatst ( grootste vasculaire densiteit). Meting gaat door middel van terugkaatsing.
Veneuze pulsaties:
grootste nadeel van meten op het voorhoofd is het risicp op spuriously low SpO2 reading. Door locale
veneuze congestie. ( door bijvoorbeeld PEEP). Dit komt door toegenomen veneuze pulsaties, die als
arteieel worden waargenomen.
gebruik van puls oximetry
alleen gebruik wanneer arteriele oxygenatie een probleem is.
Laagst tolereerbare SpO2 is nooit vastgesteld, echter vaak 92-95%
echter meeste is ermpirsch.
Veneuze oximetry:
Gespecialiseerde oximetry katheters zijn er om het Hb in de vena cava sup en arteria pulmonalis te
meten. Dit gaat fiberoptisch die twee golflengtes gebruiken. veneuze oximetry ververst iedere 5 sec.
Veneuze O2 saturatie
De O2 saturatie in veneus bloed ( art. pulmonalis en vena cava sup) , beide zijn onder invloed van
systemische O2 delivery en O2 consumptie.
SvO2 of ScvO2= 1-VO2/DO2
gemixte veneuze saturatie
metingen met SvO2 in arteria pulmonalis zijn meestal met variatie van 1-2% in vitro.
Als meting langer dan 5 min is en >5% dan is het significant.
Centraal veneuze O2 saturatie
zijn iets lager dan de SvO2, effect wordt vergroot de circulatiore shock. Metingen kunnen met 10%
verschillen.
Capnometry
Meten van CO2 in uitgeademde lucht door caorische technieken te gebruiken of infrarood
spectrofotometrie.
Colorische capnometry
snelle en simpele methode om te kijken of een endotracheale tube in de longen zit.
( auscultatie is niet betrouwbaar). Er wordt hiervoor een pH gevoelig papier gebruikt dat CO2 in
uitgeademde lucht meet.
Voorspellende waarde:
van geel naar paars laat een goede intubatie zien.
Deze switch gebeurd niet bij een hartstilstand.
Het hoeft niet altijd naar paars te gaan ; door lage CO hoeft er niet veel CO2 uitgeademd.
Infrarood capnografie:
Oximetry:
Ieder atoom neemt een bepaalde golflengte op van licht. Deze eigenschap is kenmerkend voor
oximetry( spectrophotometry). Hierdoor kan hemoglobine worden gemeten.
Licht absorptie door hemoglobine:
Hb veranderd van chemische structuur wanneer dit in een chemische reactie mee doet. Dit geeft dus
een kenmerkend lichtpatroon.
HbO2
Hb(deoxygeneerd)
metHb(methemoglobine)
COHb( carboxyhemoglobine)
geoxygeneerd Hb absorbeert licht niet zo goed als deoxygeneerd Hb lijkt daardoor dus feller.
andersom in het infrarode spectrum waar oxygeneerd meer opneemt dan deoxygeneerd.
660nm en 940 respectievelijk.
Pulsatiele oximetry:
Wanneer licht door een arterie gaat zijn ver fasische verschillen in bloedvolume. Deze pulsatiele
veranderingen zorgen voor veranderingen in de intensiteit van de verzonden licht straal. Door alleen
de analyse te starten bij deze pulsaties meet je het arteriele bloed. En beperkt je de invloed van
veneus Hb, bindweefsel en de huid.
De probe zelf zendt twee lichtstralen uit van 660 resp. 940 nm monochromatisch licht uit.
De intensiteit van gereflecteerd licht op beide golflengtes is het resultaat van deoxy Hb in arterieel
bloed.
Betrouwbaarheid:
De SpO2 verschilt maar 3% van de werkelijkheid. weinig spotane variatie.
Dyshemoglobinemieen
COHb en methemoHb kan niet worden gedetecteerd door oximetry. Deze varianten zijn normaal
gesproken in minder dan 5% aanwezig.
Bij verhoging van COHb zal je dit niet zien op de pulsoximeter echter wel in arterieel O2.
In het lab kunnne door meer golflengtes te gebruiken alle Hb varianten gezien worden.
Ook bestaan er pulsoximeters die dit allemaal al kunnen. Rainbow Puls Co-oximeter bijv.
Hypotensie:
Puls oxi effectief bij lage tensies zoals 30 mmHg. Zwakke pulsaties verminderen de accuratesse niet
van de meter.
Anemie:
Effectief bij een Hb van 2-3 g/dl
Pigment:
donkere huid kan een 10% discrepantie veroorzaken in SpO2 en SaO2, vooral bij Sa tussen 70 en 80%
( veel lager dan toegestaan in IC). Donkere nagellak geeft 2% discrepanties.
Voorhoofd puls oximetry
, arteriele circulatie van het voorhoofd gaat minder gebukt onder vasoconstrictie. Dit geeft een goed
alternatief voor wanneer vingers niet bruikbaar zijn. Deze devices worden boven de wenkbrauwen
geplaatst ( grootste vasculaire densiteit). Meting gaat door middel van terugkaatsing.
Veneuze pulsaties:
grootste nadeel van meten op het voorhoofd is het risicp op spuriously low SpO2 reading. Door locale
veneuze congestie. ( door bijvoorbeeld PEEP). Dit komt door toegenomen veneuze pulsaties, die als
arteieel worden waargenomen.
gebruik van puls oximetry
alleen gebruik wanneer arteriele oxygenatie een probleem is.
Laagst tolereerbare SpO2 is nooit vastgesteld, echter vaak 92-95%
echter meeste is ermpirsch.
Veneuze oximetry:
Gespecialiseerde oximetry katheters zijn er om het Hb in de vena cava sup en arteria pulmonalis te
meten. Dit gaat fiberoptisch die twee golflengtes gebruiken. veneuze oximetry ververst iedere 5 sec.
Veneuze O2 saturatie
De O2 saturatie in veneus bloed ( art. pulmonalis en vena cava sup) , beide zijn onder invloed van
systemische O2 delivery en O2 consumptie.
SvO2 of ScvO2= 1-VO2/DO2
gemixte veneuze saturatie
metingen met SvO2 in arteria pulmonalis zijn meestal met variatie van 1-2% in vitro.
Als meting langer dan 5 min is en >5% dan is het significant.
Centraal veneuze O2 saturatie
zijn iets lager dan de SvO2, effect wordt vergroot de circulatiore shock. Metingen kunnen met 10%
verschillen.
Capnometry
Meten van CO2 in uitgeademde lucht door caorische technieken te gebruiken of infrarood
spectrofotometrie.
Colorische capnometry
snelle en simpele methode om te kijken of een endotracheale tube in de longen zit.
( auscultatie is niet betrouwbaar). Er wordt hiervoor een pH gevoelig papier gebruikt dat CO2 in
uitgeademde lucht meet.
Voorspellende waarde:
van geel naar paars laat een goede intubatie zien.
Deze switch gebeurd niet bij een hartstilstand.
Het hoeft niet altijd naar paars te gaan ; door lage CO hoeft er niet veel CO2 uitgeademd.
Infrarood capnografie: