Conventionele ventilatie:
Ventilator breath:
volume controle inflatie volume gelijk
druk controle: inflatie druk gelijk
Volume control:
VCV; voor geselecteerde teugvolume waarbij de longen met een constante flow worden geinsuffleerd
totdat het gewenste volume is bereikt. De piek druk in de proximale luchtwegen is groter dan in de
alveoli. Piek alveolair is de relfectie van alveolair volume aan het einde van de inflatie.
Voordelen:
constante teug volume; kan een constant teugvolume leveren ondanks de mechanische
eigenschappen van de longen. wanneer de luchtwegweerstand vergroot wordt of de long
compliance minder dan genereert de machine een grotere druk om het juiste volume te leveren.
geeft een gewenste ventilatie terwijl er veranderingen optreden.
Nadelen:
luchtweg druk; bij ieder gegeven teugvolume zijn de drukken in de luchtwegen aan het einde van de
inspiratie groter in VCV dan bij pressure control. (PCV). Echter long schade treedt pas op bij hoge
alveolaire drukken niet in de prox luchtwegen(P alveolair die zijn gelijk bij VCV en PCV).
Inspiratoire flow:
Duratie van de inspiratie is relatief kort en kan tot oneven alveolair vulling leiden.
daarbij komt ook dat de maximale inspiratie beperkt is wanneer de flow constant is.
De inspiratoire flow rare kan niet adequaat zijn in patienten met hoge flow demand leidt tot distress
bij patient. ( decelerating flow is mogelijk op VCV)
Pressure control:
PCV de inflatie druk is vooraf geselecteerd en een decelerating inspiratoire flow rate bevorderd hoge
flow aan het begin van de inflatie om snel de druk te behalen. De inspiratie tijd is aangepast zodat er
genoe tijd is dat de flow rate naar 0 zakt aan het einde van de inspiratie.
Voordelen:
controle over piek alveolaire druk belangrijkste voor risico op alveolaire distensie en long schade.
(VILI). Wanneer de alveolaire druk < 30 cm H2O geen risico op longschade.
PAtient comfort: geeft meer comfort dan VCV en vooral door hoge initiele flow rate en langere duur
van inspiratie.
Nadelen: alveolair volume: vermindering van alvelair volume bij luchtweg weerstand of vermindering
van compliance van de long. van belang bij respiratoir falen, waarbij de steady state condities van
de longen onwaarschijnlijk zijn.
, Druk gereguleerd, volume gecontroleerd
PRVC is een hybride ventilator met constant teugvolume( zoals VCV), maar beperkt de eind-
inspiratoire luchtwegdruk( zoals PCV). ventilator monitort de long compliance, gebruikt dit om de
laagste luchtwegdruk te gebruiken om het gewenste teugvolume te bereiken.
Assist control ventilatie
ACV laat patient initieren om te ademen, wanneer dit niet mogelijk is dan geeft de machine de
beademing. Kan volume controled zijn of pressure.
Triggers van ACV:
door negatieve druk( inademingspoging van patient)
afwezigheid van negatieve druk( uitblijven van ademhaling) time triggered
Patient gerelateerde triggers:
negatieve druk en inspiratoire flow rate
Negatieve druk: 2-3 cm H2O druk, geeft een positieve klep opening in de ventilator. deze druk is 2x
zo hoog als een rustige ademhaling.( daarom faalt 1/3 inademingspogingen ook)
Flow-rate: flow zorgt ervoor dat er geen verandering in volume en druk ontstaat. minder
mechanisch werk dan druk triggers. De flow rate die nodig is om een ventilator breath te krijgen
verschilt per apparaat maar zit tussen de 1-10L/min. Veel auto-triggering komt voor.
De ademhalingscyclus:
de regel gedurende mechanische beademing is dat de exp 2x zo lang moet duren als de insp. dit is
om dynamische hyperinflatie te voorkomen of occulte PEEP.
I:E ratio kan worden vergroot door: insp. Flow rate te verhogen, teugvolume te verminderen, of de
inspiratie tijd te verminderen(PCV)
Rapid breathing:
wanneer rapid brathing voorkomt zonder discomfort of angst pogingen om dan de respiratoire rate te
verminderen door te sederen of de inspiratoire flow aan te passen zijn vaak niet succesvol. Hiervoor
is een modus aanpassing nodig, namelijk de
Intermittent mandatory ventilation
De methode:
moeilijkheden met snel ademen en ACV bij bijv neonaten met respiratoire distress syndroom hebben
vaak AHF>40/min.
IMV is gemaakt oor spontane ademingen tussen ventilator breaths heen. Hierbij wordt het spontane
ademen parallel gelegd aan de ventilator beademing. Hierbij wordt een klep geopend wanneer er
een spontane ademhaling is.
Wanneer dit synchroon verloopt is het SIMV kan VCV en PCV
nadelen:
Ventilator breath:
volume controle inflatie volume gelijk
druk controle: inflatie druk gelijk
Volume control:
VCV; voor geselecteerde teugvolume waarbij de longen met een constante flow worden geinsuffleerd
totdat het gewenste volume is bereikt. De piek druk in de proximale luchtwegen is groter dan in de
alveoli. Piek alveolair is de relfectie van alveolair volume aan het einde van de inflatie.
Voordelen:
constante teug volume; kan een constant teugvolume leveren ondanks de mechanische
eigenschappen van de longen. wanneer de luchtwegweerstand vergroot wordt of de long
compliance minder dan genereert de machine een grotere druk om het juiste volume te leveren.
geeft een gewenste ventilatie terwijl er veranderingen optreden.
Nadelen:
luchtweg druk; bij ieder gegeven teugvolume zijn de drukken in de luchtwegen aan het einde van de
inspiratie groter in VCV dan bij pressure control. (PCV). Echter long schade treedt pas op bij hoge
alveolaire drukken niet in de prox luchtwegen(P alveolair die zijn gelijk bij VCV en PCV).
Inspiratoire flow:
Duratie van de inspiratie is relatief kort en kan tot oneven alveolair vulling leiden.
daarbij komt ook dat de maximale inspiratie beperkt is wanneer de flow constant is.
De inspiratoire flow rare kan niet adequaat zijn in patienten met hoge flow demand leidt tot distress
bij patient. ( decelerating flow is mogelijk op VCV)
Pressure control:
PCV de inflatie druk is vooraf geselecteerd en een decelerating inspiratoire flow rate bevorderd hoge
flow aan het begin van de inflatie om snel de druk te behalen. De inspiratie tijd is aangepast zodat er
genoe tijd is dat de flow rate naar 0 zakt aan het einde van de inspiratie.
Voordelen:
controle over piek alveolaire druk belangrijkste voor risico op alveolaire distensie en long schade.
(VILI). Wanneer de alveolaire druk < 30 cm H2O geen risico op longschade.
PAtient comfort: geeft meer comfort dan VCV en vooral door hoge initiele flow rate en langere duur
van inspiratie.
Nadelen: alveolair volume: vermindering van alvelair volume bij luchtweg weerstand of vermindering
van compliance van de long. van belang bij respiratoir falen, waarbij de steady state condities van
de longen onwaarschijnlijk zijn.
, Druk gereguleerd, volume gecontroleerd
PRVC is een hybride ventilator met constant teugvolume( zoals VCV), maar beperkt de eind-
inspiratoire luchtwegdruk( zoals PCV). ventilator monitort de long compliance, gebruikt dit om de
laagste luchtwegdruk te gebruiken om het gewenste teugvolume te bereiken.
Assist control ventilatie
ACV laat patient initieren om te ademen, wanneer dit niet mogelijk is dan geeft de machine de
beademing. Kan volume controled zijn of pressure.
Triggers van ACV:
door negatieve druk( inademingspoging van patient)
afwezigheid van negatieve druk( uitblijven van ademhaling) time triggered
Patient gerelateerde triggers:
negatieve druk en inspiratoire flow rate
Negatieve druk: 2-3 cm H2O druk, geeft een positieve klep opening in de ventilator. deze druk is 2x
zo hoog als een rustige ademhaling.( daarom faalt 1/3 inademingspogingen ook)
Flow-rate: flow zorgt ervoor dat er geen verandering in volume en druk ontstaat. minder
mechanisch werk dan druk triggers. De flow rate die nodig is om een ventilator breath te krijgen
verschilt per apparaat maar zit tussen de 1-10L/min. Veel auto-triggering komt voor.
De ademhalingscyclus:
de regel gedurende mechanische beademing is dat de exp 2x zo lang moet duren als de insp. dit is
om dynamische hyperinflatie te voorkomen of occulte PEEP.
I:E ratio kan worden vergroot door: insp. Flow rate te verhogen, teugvolume te verminderen, of de
inspiratie tijd te verminderen(PCV)
Rapid breathing:
wanneer rapid brathing voorkomt zonder discomfort of angst pogingen om dan de respiratoire rate te
verminderen door te sederen of de inspiratoire flow aan te passen zijn vaak niet succesvol. Hiervoor
is een modus aanpassing nodig, namelijk de
Intermittent mandatory ventilation
De methode:
moeilijkheden met snel ademen en ACV bij bijv neonaten met respiratoire distress syndroom hebben
vaak AHF>40/min.
IMV is gemaakt oor spontane ademingen tussen ventilator breaths heen. Hierbij wordt het spontane
ademen parallel gelegd aan de ventilator beademing. Hierbij wordt een klep geopend wanneer er
een spontane ademhaling is.
Wanneer dit synchroon verloopt is het SIMV kan VCV en PCV
nadelen: