Stealthing
Naam en studentnummer: Norvhille Waterval 5809622
Werkgroepsnummer: 05
Naam werkgroepsdocent: Mr. T. Vos
Het gebruikte aantal woorden: 3021
Inleiding
, Uit het maatschappelijk debat over seksueel geweld komt duidelijk naar voren dat de
sociale norm is dat seksueel contact vrijwillig en gelijkwaardig behoort te zijn en dient te
berusten op wederzijds goedvinden. Ongelijkwaardige seks en onvrijwillige seksuele
interactie is altijd strafbaar, ook als er geen sprake is van dwang, geweld of bedreiging
door de pleger en ongeacht of het slachtoffer zich heeft verzet.1
Omdat de huidige strafwetgeving onvoldoende bescherming biedt aan slachtoffers die in
een situatie verkeren waarin ze geen seksueel contact willen, maar waarmee geen of
onvoldoende rekening wordt gehouden door de andere, is aanpassing van de
zedenwetgeving nodig. Naar aanleiding hiervan is op 10 oktober 2022 het wetsvoorstel
seksuele misdrijven ingediend door de minister van Justitie en Veiligheid. De bedoeling is
dat dit wetsvoorstel de huidige titel in Boek 2 van Strafrecht vervangt met een nieuwe
titel XIV Seksuele misdrijven.2
Het nieuw voorstel beschrijft welk gedrag onder welke omstandigheden tot
strafrechtelijke aansprakelijkheid leidt. Een van deze vormen van seksueel
grensoverschrijdend gedrag is stealthing. Stealthing is gedwongen onveilige seks, waarbij
de mannelijke partner stiekem het condoom afdoet, terwijl het slachtoffer hiermee niet
heeft ingestemd.3 Dit is geen apart delict en zou volgens de Tweede Kamer moeten vallen
onder het nieuw delict opzetverkrachting om zodoende slachtoffers meer bescherming te
bieden.4 Omdat stealthing nog niet is opgenomen in het Wetboek van Strafrecht heeft de
Rechtbank Rotterdam op 13 maart 2023 een verdachte vrijgesproken wegens
verkrachting en veroordeeld vanwege stealthing ter zake het generieke delict dwang.5
Het OM heeft aangekondigd tegen het eerste vonnis in hoger beroep te gaan.
De centrale vraag die ik in deze paper wil beantwoorden luidt als volgt; Is het plaatsen
van stealthing onder het delict opzetverkrachting van het Wetboek van Strafrecht ethisch
wenselijk?
In de paper wordt eerst een probleemschets weergegeven en daarna wordt ingegaan op
de invloed die ethiek heeft op het recht. Vervolgens wordt er een uitgebreide filosofische
analyse gemaakt van twee belangrijke theorieën en daarna volgt er een toepassing van
deze theorieën op de probleemanalyse.
De eerste theorie die besproken wordt is de deontologietheorie van Kant. Kant betoogde
dat ethisch juist handelen van ons vergt dat we een ander behandelen als een doel op
zich en nooit louter als middel in het bevredigen van onze persoonlijke behoeften. 6 Hij
beredeneert dat straf nooit opgelegd kan worden met als doel om voordeel te behalen;
de mens mag niet worden gekleineerd tot middel om bepaalde doelen te verwezenlijken.
Straf kan alleen worden opgelegd ter vereffening. De vergelding is inherent aan het
retributivisme.7
De tweede theorie, is de uitwerking van het utilitarisme van Jeremy Bentham. Volgens
Bentham streeft de mens voortdurend naar geluk/genot, terwijl hij pijn/leed tracht te
vermijden. Hierop baseert hij zijn utilistische moraal en zijn preventieve strafrecht
theorie; ten behoeve van het grootste geluk voor het grootste aantal mensen is soms
straf nodig. Zijn visie biedt geen ruimte voor vergelding, maar generale preventie. 8
Probleemschets
1
Kanne en Driessen 2020, p. 34-35.
2
Kamerstuk II 2022/23, 36222, nr. 2.
3
Aanhangsel Handelingen ІІ 2022/23, nr. 65.
4
Kamerstukken II 2022/23, 36222, nr. 7.
5
Rb. Rotterdam 14 maart 2023, ECLI:NL: RBROT:2023:2092.
6
Kwak en Venema 2022, p. 34.
7
Kant 1986, p. 138.
8
Claessen, p. 123.