Inleiding tot het recht
Algemene inleiding
Wat is recht?
Kenmerken en definitie van het recht
Recht = het geheel van afdwingbare regels die het menselijk handelen in de samenleving ordenen
Soorten rechtsregels:
- Gedragsregels
- Toepassingsregels en –structuren (rechtsbescherming!)
- Regels maken en wijzigen van het recht
Subjectief recht en rechtssubject
Objectief recht tegenover subjectieve rechten
- Geheel van rechtsregels = objectieve rechten
- Het recht zelf nemen dat bij u van toepassing is = subjectieve rechten (eigendomsrecht)
Rechtssubjecten
- Natuurlijke personen
- Rechtspersonen
Subjectieve rechten
- Politieke rechten
- Civiele (burgerlijke) rechten
, Politieke vrijheden
politieke rechten Participatierechten
Sociaal-economische
rechten
zakelijk rechten
Subjectieve rechten
patrimoniale rechten vorderingsrechten
intellectuele rechten
burgerlijke rechten
persoonlijkheidsrechten
buiten-patrimoniale
rechten
familierechten
Politieke rechten
= rechten t.a.v. de overheid
Burgerlijke rechten
= rechten tegenover een ander persoon
- Buitenpatrimoniaal: vallen buiten vermogen, universele rechten die t.a.v. iedereen gelden
(zoals recht op privacy, recht om te huwen/scheiden)
- Patrimoniale: vallen binnen het vermogen zoals eigendomsrecht, vruchtgebruik
Voorbeeldjes
a) Jan wil gemeenteraadslid worden en heeft zich op de lijst van “groen” gezet. Hij hoopt veel
stemmen te verzamelen tijdens de verkiezingen
a. POLITIEK
b) Jef heeft een fiets gekocht op internet. Na 30dagen is de fiets nog niet geleverd. Hij stuurt
een aanmaningsbrief naar de webwinkel om alsnog de fiets te verkrijgen.
a. BURGERLIJK
,Buiten patrimoniale rechten
- Vallen buiten het vermogen: niet in geld waardeerbaar; niet verhandelbaar
- Eindigen bij overlijden van het rechtssubject
2 types van buiten patrimoniale rechten
a) Persoonlijkheidsrechten: beschermen de persoonlijkheid van het individu recht op
euthanasie, wet op de privacy
b) Familierechten: rechten die een individu kan uitoefenen om wille van zijn leven in
familieverband
Patrimoniale rechten
= vermogensrechten
- In geld waardeerbaar en verhandelbaar
- Eindigen niet bij overlijden van het rechtssubject
- Indeling
o Zakelijke recht (eigendomsrecht)
o Vorderingsrecht (koop/verkoop)
o Intellectuele recht (auteursrecht, patenten, octrooien)
Rechtsfeit
= een feit waaraan het objectief recht rechtsgevolgen verbindt
- Doen ontstaan
- Wijzigen
- Doen verdwijnen
Rechtshandeling
= handeling die wordt gesteld met als doel rechtsgevolgen te creëren
Soorten
- Eenzijdige
- Meerzijdige
Verjaring
Begrip: privaatrecht (art. 2219 BW)
= verloop van een bepaalde tijd, waardoor men:
- Bedrijf is van een verbintenis (“bevrijdende” verjaring)
- Bepaalde rechten verwerft (“verkrijgende” verjaring)
Bedoeling = rechtszekerheid en bewijsproblemen voorkomen
Kan gestuit (als je dagvaard dan stopt de termijn, daarna volgt er een nieuwe) of geschorst (bepaalde
pauze, on hold zetten) worden, MAAR niet contractueel worden uitgesloten
, Schorsing
Stuiting
Algemene inleiding
Wat is recht?
Kenmerken en definitie van het recht
Recht = het geheel van afdwingbare regels die het menselijk handelen in de samenleving ordenen
Soorten rechtsregels:
- Gedragsregels
- Toepassingsregels en –structuren (rechtsbescherming!)
- Regels maken en wijzigen van het recht
Subjectief recht en rechtssubject
Objectief recht tegenover subjectieve rechten
- Geheel van rechtsregels = objectieve rechten
- Het recht zelf nemen dat bij u van toepassing is = subjectieve rechten (eigendomsrecht)
Rechtssubjecten
- Natuurlijke personen
- Rechtspersonen
Subjectieve rechten
- Politieke rechten
- Civiele (burgerlijke) rechten
, Politieke vrijheden
politieke rechten Participatierechten
Sociaal-economische
rechten
zakelijk rechten
Subjectieve rechten
patrimoniale rechten vorderingsrechten
intellectuele rechten
burgerlijke rechten
persoonlijkheidsrechten
buiten-patrimoniale
rechten
familierechten
Politieke rechten
= rechten t.a.v. de overheid
Burgerlijke rechten
= rechten tegenover een ander persoon
- Buitenpatrimoniaal: vallen buiten vermogen, universele rechten die t.a.v. iedereen gelden
(zoals recht op privacy, recht om te huwen/scheiden)
- Patrimoniale: vallen binnen het vermogen zoals eigendomsrecht, vruchtgebruik
Voorbeeldjes
a) Jan wil gemeenteraadslid worden en heeft zich op de lijst van “groen” gezet. Hij hoopt veel
stemmen te verzamelen tijdens de verkiezingen
a. POLITIEK
b) Jef heeft een fiets gekocht op internet. Na 30dagen is de fiets nog niet geleverd. Hij stuurt
een aanmaningsbrief naar de webwinkel om alsnog de fiets te verkrijgen.
a. BURGERLIJK
,Buiten patrimoniale rechten
- Vallen buiten het vermogen: niet in geld waardeerbaar; niet verhandelbaar
- Eindigen bij overlijden van het rechtssubject
2 types van buiten patrimoniale rechten
a) Persoonlijkheidsrechten: beschermen de persoonlijkheid van het individu recht op
euthanasie, wet op de privacy
b) Familierechten: rechten die een individu kan uitoefenen om wille van zijn leven in
familieverband
Patrimoniale rechten
= vermogensrechten
- In geld waardeerbaar en verhandelbaar
- Eindigen niet bij overlijden van het rechtssubject
- Indeling
o Zakelijke recht (eigendomsrecht)
o Vorderingsrecht (koop/verkoop)
o Intellectuele recht (auteursrecht, patenten, octrooien)
Rechtsfeit
= een feit waaraan het objectief recht rechtsgevolgen verbindt
- Doen ontstaan
- Wijzigen
- Doen verdwijnen
Rechtshandeling
= handeling die wordt gesteld met als doel rechtsgevolgen te creëren
Soorten
- Eenzijdige
- Meerzijdige
Verjaring
Begrip: privaatrecht (art. 2219 BW)
= verloop van een bepaalde tijd, waardoor men:
- Bedrijf is van een verbintenis (“bevrijdende” verjaring)
- Bepaalde rechten verwerft (“verkrijgende” verjaring)
Bedoeling = rechtszekerheid en bewijsproblemen voorkomen
Kan gestuit (als je dagvaard dan stopt de termijn, daarna volgt er een nieuwe) of geschorst (bepaalde
pauze, on hold zetten) worden, MAAR niet contractueel worden uitgesloten
, Schorsing
Stuiting