Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 109 pages
Exam (elaborations)

Opgeloste examenvragen anatomie (Fase 1)

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 109 pages

Dit zijn de vragen antwoorden van alle vragen (1-16b) van anatomie in fase 1 Open vragen en meerkeuzevragen ingevuld Logopedie en Audiologie Fase

Content preview

EXAMENVRAGEN ANATOMIE EN FYSIOLOGIE

Antwoorden: schematisch, NIET in volzinnen

(...): wegingsfactor van de vragen: 1, gewoon; 2, belangrijker; 3, zeer belangrijk

H1 Inleiding tot de menselijke anatomie en fysiologie
Q1.1: geef en beschrijf 5 eigenschappen van ‘leven’ (2)

- Reactievermogen = organismen reageren op veranderingen in de buitenwereld
en hun eigen intern milieu, er zijn acute en chronische veranderingen maar we
hebben een aanpassingsvermogen dat kan reageren op de veranderingen
- Groei = levende wezens kunnen groeien, bij ééncelligen wordt de cel groter en
meercelligen worden groter door het delen van cellen die zelf ook groter kunnen
worden, niet alle cellen zijn gelijk, er is een specialisatie van groepen van cellen
zodat bepaalde functies mogelijk worden
- Voortplanting = jezelf vermenigvuldigen, resulteert in opeenvolgende
generaties van hetzelfde organisme
- Beweging = kan extern dus door voortbeweging van de omgeving maar ook
intern, het transport van stoffen doorheen het organisme
- Stofwisseling = metabolisme, alle chemische reacties in het organisme, zorgt
voor opname van voedingsstoffen uit de omgeving, aanmaak van noodzakelijke
stoffen die niet uit de omgeving komen, afbraak van schadelijke stoffen,
respiratie (ademhaling) en excretie (uitscheiding)

Q1.2: beschrijf hoe de groei van een meercellig organisme verschilt van een 1- cellig (1)

- Een meercellig organisme wordt groter door het delen van de cellen, die op hun
beurt ook groter worden door te delen. Een 1-cellig organisme wordt zelf groter.

Q1.3: definieer metabolisme en geef een voorbeeld (1)

- Metabolisme = een verzameling van alle chemische reacties in een organisme.
- Alle biochemische processen die op een bepaald moment in het lichaam
plaatsvinden; bestaat uit opbouw- en afbraakreacties; stofwisseling.
Vb. Afbraak schadelijke stoffen

Q1.4: beschrijf waarin het metabolisme van een meercellig organisme verschilt van een
1-cellig (1)

- Bij een ééncellig organisme gebeuren opname, ademhaling en uitscheiding door
verplaatsing van de stoffen door oppervlakten in contact met de omgeving.
- Bij een meercellig organisme zijn er bijkomende stappen nodig, speciale
structuren breken complexe voedingsstoffen af tot eenvoudigere stoffen met
eenvoudiger transport en opname.




1

,Q1.5: maak het onderscheid (indien mogelijk) tussen anatomie en fysiologie (1)

- Anatomie is de studie van de in- en uitwendige structuren, fysiologie is de studie
van hoe dingen werken.
- Wetenschappelijk termen: anatomie is de studie van inwendige en uitwendige
structuren en de fysieke relaties tussen lichaamsdelen, fysiologie is de studie van
hoe levende organismen hun levensfuncties verrichten

Q1.6: geef de niveaus van organisatie binnen het menselijk lichaam en beschrijf de
karakteristieken van elk (1)

- Chemisch niveau: atomen, de kleinste stabiele bouwstenen van de materie,
verbinden zich met elkaar tot moleculen met een complexe vorm.
- Celniveau: verschillende moleculen vertonen interactie, zodat grotere structuren
ontstaan. (macromoleculen) Elk type structuur heeft een specifieke functie in
een cel. (organel)
- Weefselniveau: een weefsel bestaat uit cellen van hetzelfde type die
samenwerken om een specifieke functie uit te voeren.
- Orgaanniveau: een orgaan bestaat uit twee of meer verschillende weefsels die
samenwerken om een specifieke functie uit te voeren.
- Orgaanstelselniveau: organen werken samen in orgaanstelsel. Telkens wanneer
het hart samentrekt
- Organismenniveau: alle orgaanstelsels in het lichaam werken samen om het
leven en de gezondheid in stand te houden

Q1.7: beschrijf de vereisten van het leven (1)

- Water: onderdeel bij metabole processen, milieu van metabole processen, transport,
regulering lichaamstemperatuur.
- Voedingsmiddelen: nutriënten voor metabole processen, energie bouwstoffen,
regulering metabole processen
- Zuurstof: vrijmaken energie uit voedingstoffen
- Warmte: product van metabole processen, bepaalt snelheid van metabole processen
- Druk: atmosferische druk (ademhaling), hydrostatische druk (bloeddruk)

Q1.8: definieer homeostase en beschrijf het belang ervan (2)

- = de noodzaak van een stabiel intern milieu
- een stabiel intern milieu is noodzakelijk omdat men in het leven moet omgaan
met veranderingen in het interne- en externe milieu. Het is dus noodzakelijk voor
het overleven.

Q1.9: beschrijf de samenstelling en werking van een algemeen zelfregulerend
controlesysteem (2)

- bestaat uit: receptoren, besturingscentrum met instelpunt en effectoren.
- Receptoren geven informatie over de stimuli/verandering in de interne
omgeving




2

, - Besturingscentrum ontvangt en verwerkt de info van receptor en vergelijkt de
verandering tov. het instelpunt
- Effectoren veroorzaken de reacties die de omstandigheden veranderen
(neutraliseren/accentueren) in de interne omgeving

Q1.10: beschrijf de werking van negatieve terugkoppeling (met voorbeeld) (2)

- De afwijking van het instelpunt wordt gecorrigeerd, door een effector die
verandering veroorzaakt in de tegenovergestelde of negatieve richting tov. de
afwijking, en de correctie de werking van de effector vermindert, om
overcorrectie te vermijden. Resulteert tot een stabiel intern milieu
- Bv. De chauffage slaagt automatisch af als de temperatuur van 21°C is bereikt. Of
de chauffage slaagt weer op als de temperatuur van 19°C is bereikt.

Q1.11: beschrijf de werking van een positieve terugkoppeling (met voorbeeld) (2)

- De afwijking van het instelpunt wordt verdergezet en de toestand evolueert
verder weg van de normale toestand. Resulteert tot een onstabiel intern milieu
- Bv. Bij een bevalling, bloedstolling

Q1.12: beschrijf de werking van de controle van de lichaamstemperatuur (1)

/

Q1.13: beschrijf het verschil tussen de axiale en appendiculaire delen van het lichaam
(1)

- Axiale deel: as, beenderen van hoofd tot staartbeentje
- Appendiculaire deel: beenderen van de ledematen

Q1.14: beschrijf de caviteiten binnen het axiale deel van het lichaam (1)

- Schedelholte (mondholte, neusholte, orbitale holte, middenoorholte),
wervelkanaal met ruggenmerg, thoracale holte (=borstholte), abdominoperineale
caviteit (=bekkenholte)

Q1.15: beschrijf het mediastinum en de inhoud ervan (1)

- Het mediastinum is de centrale weefselmassa die de borstholte in twee pleurale
holten verdeelt; bevat de aorta en andere grote bloedvaten, de slokdarm, trachea,
thymus, de pericardiale holte en het hart en een groot aantal zenuwen en kleine
bloed-en lymfevaten.

Q1.16: geef het verschil tussen een parië taal en visceraal membraan (1)

- Pariëtaal: heeft betrekking tot de lichaamswand of buitenste laag.
- Visceraal: behorend bij viscera of hun buitenste deklagen.




3

, Q1.17: benoem de grote orgaansystemen, en beschrijf de samenstelling en de algemene
functies van elk (2)




Q1.18: schrijf een volledige zin met é é n/elk van de volgende termen om de relatieve
locaties van specifieke lichaamsdelen correct weer te geven: proximaal, distaal, mediaal,
lateraal, anterior, posterior, superior, inferior, diep, oppervlakkig (2)

- De neus ligt superior t.o.v. de mond
- De neus ligt inferior t.o.v. de ogen
- De baarmoeder ligt anterior t.o.v. het staartbeentje
- De wervels liggen posterior t.o.v. de ribben
- De neus ligt mediaal t.o.v. de oren
- De schouder ligt lateraal t.o.v. het hart
- De knie ligt proximaal t.o.v. de voet
- De hand ligt distaal t.o.v. de schouder
- Spieren liggen diep t.o.v. de huid
- Spieren liggen oppervlakkig t.o.v. de beenderen

Q1.19: schets een menselijk lichaam en gebruik lijnen om elk van de volgende
doorsneden weer te geven: sagittaal, transversaal, coronaal (2)


Sagittaal:


Transversaal:


Coronaal:



4

Document information

Study
Uploaded on
January 4, 2018
Number of pages
109
Written in
2017/2018
Type
Exam (elaborations)
Contains
Questions & answers
$6.49
Purchased by 4 students

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
kaatspildooren1
3.9
(17)
Sold
37
Followers
27
Items
37
Last sold
5 year ago

Reviews from verified buyers




Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions