College 1 (09-11)
- Ken de COS (theorie is zelfstudie, tijdens les enkel dilemma’s)
- Dilemma: er doet zich iets voor, je moet een keuze maken, maar je weet niet welke keuze.
- Wat is de situatie? Wat is het dilemma? Wie zijn de belanghebbende?
ADVA
Het door de accountant nemen en verdedigen van objectieve deskundige besluiten in zijn/haar
maatschappelijke rol, in het spanningsveld waarin naast zuivere vaktechnische uitgangspunten ook
andere, mogelijk persoonlijke waarden en conflicterende belangen een rol spelen.
Fundamentele beginselen
- Professionaliteit
- Zorgvuldigheid en deskundigheid
- Vertrouwelijkheid
- Objectiviteit
- Integriteit
Bedreigingen
- Eigenbelang
- Zelftoetsing
- Belangenbehartiging
- Vertrouwdheid
- Intimidatie
• Risicoanalyse (COS 315)
• Materialiteit (COS 320)
• Inhuur deskundigen (COS 620) Onafhankelijkheid en deskundigheid zijn van belang
• Standaard 260 en 265 (communicatie governance belaste personen)
• Continuïteit (COS 570)
• Rapportage Accountant (INCLUSIEF VERKLARINGENSTELSEL) COS 700 sfeer
• Verklaringenstelsel komt altijd aan bod in tentamen!!!
Vereisten tentamen:
• Theoretische kennis
• Actuele ontwikkelingen
• Stakeholders
• Analytisch vermogen
• Grenzen aan rationaliteit
• Dilemma’s
• Alles wat in onderwijsprogramma staat, als het er niet in staat dan komt het niet aan bod
TENTAMEN
• Je krijgt twee dilemma’s 5 werkdagen voor examendag
• Deze mag je uitwerken en bespreken met iedereen (Collega’s, medestudenten)
• Op tentamen USB-stick met presentatie meenemen
• HRA-bundel is aanwezig
• 2 examinatoren (beide niet je docent)
, Dilemma-analyse (ANALYSESTRUCTUUR) TIJDENS TENTAMEN ANDERE STRUCTUUR)
1. Situatieschets (korte samenvatting casus)
2. Belanghebbende (wie worden geraakt door beslissing)
3. Dilemma (welke keuze en welke pijn bij iedere keuze?)
4. Deelelementen (meest relevante deelvragen) (Stuk of 3 tot 4 deelvragen)
5. Wet- en regelgeving/literatuur/ artikelen
6. Actualiteiten/ praktijkvoorbeelden
7. Heuristics (theorie)
8. Voor- en tegenargumenten
9. Conclusie
10. Plan van aanpak (vervolgstappen)
BETOOGSTRUCTUUR (TENTAMEN)
1. Dilemma
2. Conclusie/ plan van aanpak
3. Argumenten voor en tegen
a. Belanghebbenden
b. Wet- en regelgeving / literatuur
c. Actualiteiten
d. Afweging argumenten
4. Herhaal conclusie
5. Nodig uit tot dialoog (‘graag zou ik met jullie in discussie gaan’)
Grenzen aan rationaliteit (Heurestics)
- Prospect theory
Gaat om inschatten van kansen en risico’s. Fenomeen waarbij mensen emotie-gedreven
omgaan met winst en verliesscenario’s. Bij winstscenario’s is men te conservatief, bij
verliesscenario’s te risico-bereid.
- Confirmation bias
De bevestigingsvalkuil. Het interpreteren van informatie als een bevestiging van de algemeen
aanvaarde hypothese.
- Bounded awareness
Begrensd bewustzijn. Het fenomeen waarbij een individu (of groep) beschikbare informatie
niet ‘ziet’ gedurende het besluitvormingsproces, terwijl andere informatie wel wordt ‘gezien’.
Als gevolg hiervan blijft zinvolle informatie buiten de focus van de beslisser.
- Slippery slope
De zeephelling. Het fenomeen waarbij grenzen steeds een klein stukje worden verlegd
waardoor het verschil nauwelijks waarneembaar is. Uiteindelijk kan dit leiden tot het
ongemerkt overschrijden van kritieke grenzen. De zeephelling (of het hellend vlak) wordt
veelal gekoppeld aan ethische dwalingen, maar kan zich ook manifesteren ten aanzien van
economische beslissingen.
- Ranking bias
De rangorde heuristiek. Het fenomeen waarbij een individu (of groep) beschikbare informatie
weegt op basis van de herkomst van informatie. Als gevolg hiervan wordt informatie mogelijk
als waardevoller of juist minder waardevol beschouwt dan juist is.
- In group/out group
Wij-zij-denken. De eigenschappen van de ‘in-group’- d.w.z. de groep waarmee je je
identificeert – positiever beoordelen dan dezelfde eigenschappen van de ‘out-group’. Een
manifestatie hiervan is biased fairness, het fenomeen waarbij de eigen groep onbewust meer
‘mag’ dan groepen waar je geen deel van uitmaakt.
- Do not harm bias
Breng geen schade toe. Fenomeen waarbij actief schade toebrengen als zwaarder wordt
ervaren dan het hebben van een passieve, indirecte rol, die mogelijk in dezelfde of zelfs in
grotere schade resulteert, maar niet rechtstreeks tot jou te herleiden is.