Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 2 out of 7 pages
Class notes

HC 4 BPR

Document preview thumbnail
Preview 2 out of 7 pages

Omvat het college 4 van het vak BPR aan de EUR in Bachelor Jaar 2.

Content preview

HOORCOLLEGE 4A

HOOFDVRAGEN
1. Welke feiten moeten worden bewezen?
2. Welke partij moet bewijzen?
Het begint in art. 149 Rv en die moet je aandachtig lezen en analyseren.


ART. 149 RV EN STELPLICHT
Lid 1 eerste volzin: Tenzij uit de wet anders voortvloeit, mag de rechter slechts die feiten of rechten
aan zijn beslissing ten grondslag leggen, die in het geding aan hem ter kennis zijn gekomen of zijn
gesteld en die overeenkomstig de voorschriften van deze afdeling zijn komen vast te staan.


Terug naar het voorbeeld:
Er was een geldlening aan mevrouw van Dam. Van Mierlo stelt als feit dat hij haar €100 heeft gegeven
en ik stel het daaruit voortvloeiende recht dat dat een geldlening is en dat zij verplicht is om dat aan
haar terug te geven. Mevrouw van Dam zegt dat het feit dat hij haar geld heeft gegeven, dat klopt.
Maar het recht dat hij zegt te hebben klopt niet, want het geven was niet in het kader van het tot stand
gekomen geldleningsovereenkomst, maar het was een schenking.


Dan zie je dat er feiten/rechten aan de ene kant staan (dus het geven en lenen) en aan de andere
kant (geven en schenken). Dus die moeten dan overeenkomstig de voorschriften van deze afdeling 9
komen vast te staan. Dat betekent dat die door een van de partijen, de feiten die zij stellen en het
rechtsgevolg dat zij daaraan verbinden, zal door een van hen beiden moeten worden bewezen.


Lid 1 tweede volzin: Feiten of rechten die door de ene partij zijn gesteld en door de wederpartij niet of
niet voldoende zijn betwist, moet de rechter als vaststaand beschouwen, behoudens zijn bevoegdheid
bewijs te verlangen, zo vaak aanvaarding van de stellingen zou leiden tot een rechtsgevolg dat niet ter
vrije bepaling van partijen staat.


Dus:
Als ik stel dat het feit van het geven van het geld en het recht dat daaruit voortvloeit, omdat het een
geldlening is dat mevrouw van Dam moet terugbetalen. Dan zijn dat feiten die door mij zijn gesteld. En
als mevrouw van Dam dat niet of niet voldoende betwist, dat ze dan niks zegt. Dus ze kan zeggen ‘het
klopt’, dan geldt dat voor de rechter als vaststaand. En dat is de procedurele waarheid.


STELPLICHT NADER BESCHOUWD
Beiden partijen moeten feiten/rechten gaan stellen, want als de een iets stelt, en de ander stelt daar
niks tegenover of ontkent het niet, dan staat daarmee het feit vast.


Partijen stellen de feiten die nodig zijn voor het intreden van het rechtsgevolg.
 Het is dus niet de rechter die de feiten aan het aanvullen is. Het zijn partijen die dit doen
 Artikel 23, 24 en 149 Rv
 Donkersgoed/Janssen

, DONKERSGOED/JANSSEN
Er was een apotheek met een bovenwoning. En de apotheek wil die bovenwoning hebben voor eigen
gebruik. De rechter bij het Hof ging toen via internet extra feiten erbij opzoeken. En dan heeft hij via
het internet gevonden wat het apothekersteam was. Hierdoor zei hij: “als ik het apothekersteam zie
dan heb je te weinig ruimte beneden, dus dan moet je wel een ontspanningsruimte boven hebben.”
 De rechter heeft hier toen verboden feiten aangevuld en dat mag niet.
 Op basis van de aan de website ontleende feiten en omstandigheden heeft het Hof een
beslissing genomen zonder daartoe partijen in de gelegenheid te stellen zich hierover uit te
laten, hetgeen in strijd is met het beginsel van hoor en wederhoor. Volgens de Hoge Raad
mag een rechtsprekende instantie, zoals in dit geval het Hof, niet op eigen beweging
informatie op het internet verzamelen en deze gebruiken als motivering voor zijn beslissing als
hij partijen niet in de gelegenheid heeft gesteld argumenten hierover naar voren te brengen.


STELPICHT EN MATERIËLE RECHT
Het belang van het materiële recht bij de stelplicht is groot. Voorbeeld:
- Tijdens het inleidende praatje hebben we verschillende casusposities waar het procesrecht
een rol speelt. Een van die posities was het gebroken ruit. Er was een ster in een ruit. Die ster
is er bewust ingegooid door een stenenwerper meneer X. Juridisch naar het materiële recht
wordt daardoor de stenengooier X inbreuk gemaakt op mijn eigendomsrecht en dat is
onrechtmatig → art. 6:162 BW


Voor de stelplicht van de eiser zijn die feiten enorm van belang. Want als je de feiten niet goed stelt,
kom je niet tot de conclusie dat er een aansprakelijkheid is. En die feiten moet je ook in het fundament
van de dagvaarding zetten (art. 111 onder lid 2 sub d Rv). Dezelfde feiten zijn belang voor het
weerleggen van het verweer.
 Dus de stelplicht is van belang voor het fundament van de dagvaarding en ook voor het
weerleggen van het verweer.


Je hebt ook een waarheidsplicht: art. 21 Rv. Hier zie je ook dat er streng wordt gekeken. Want voor
de materiële norm heb je de feiten nodig want die feiten moet je stellen in het fundament en die moet
je juist en volledig stellen. Als de rechter erachter komt dat ze niet volledig zijn of niet naar waarheid,
dus je de rechter bewust op een verkeerd been wil zetten. Dan kan de rechter daaruit de
gevolgtrekking maken die jij geraden dacht.


WELKE FEITEN BEHOEVEN (GEEN) BEWIJS? ART. 149 RV
In art. 149 Rv: sommige feiten hoef je niet te bewijzen.
Geen bewijs behoeven:
 Processuele feiten
 Gestelde, niet voldoende betwiste feiten (tenzij …)
 Notoire feiten, feiten van algemene bekendheid (feiten van het internet: Donkersgoed/Jansen)
Als gedaagde moet je goed kijken welke feiten zijn aangehaald door de eiser. En goed kijken of al die
gestelde feiten voldoende betwist zijn, want zo niet dan staan die feiten vast.


Wel bewijs behoeven:
 Gestelde feiten, die voldoende zijn betwist
 Alleen gestelde feiten voor zover die van belang zijn voor het ingeroepen
rechtsgevolg. Er kunnen allerlei feiten worden gesteld die volstrekt irrelevant zijn.

Document information

Study
Uploaded on
November 2, 2023
Number of pages
7
Written in
2020/2021
Type
Class notes
Professor(s)
-
Contains
College 3
$5.35

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
merle_1234
4.2
(25)
Sold
88
Followers
73
Items
111
Last sold
1 year ago



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions