18.3 wat is een dialect
dialect: vormen van taalgebruik in bepaalde gebieden of gemeenschappen
taalvariatie: variatie van een taal
- binnen een taal
- regionale verschillen
- variatie de te maken hebben met linguistische factoren
accent: klanken waaraan iemands herkomst te horen is maar die niet een grammatical of
lexicale kenmerken van een dialect hebben
idiolect: taal of dialect van 1 individu
18.4 De bestudering van taalvariatie
- linguïstische variabele: als je een woord op verschillende manieren kunt uitspreken
- fonologisch: uitspraak
- syntactisch: zinnen op een andere manier kan zeggen
- morfologisch: woordvorming
- lexicale variatie: andere vormen voor de betekenis
- semantische: hetzelfde woord in verschillende taalvariatieiten gebruiken homonymie
- pragmatische : stijl van spreken
18.5 Taalvariatie en sociale factoren
1. plaats of regio (dialect)
a. Dialect beschrijving
b. dialectgeografie
c. isoglos: grenslijn op een dialectkaart
2. sociale klasse (sociolect)
3. etnische groep (etnolect)
4. leeftijd
5. sekse
18.6 Andere factoren: de situatie en de linguïstische context
stijl: informeel of formeel
register: taalgebruik die bij een bepaalde groep of situatie wordt gebruikt
linguistische context: taalvariatie onder invloed van de talige omgeving van een klank,
morfeem of woord
18.7 Taalvariatie en sociale betekenis
sociale betekenis: sociale waardering die aan bepaalde taalvarianten is gekoppeld
hypercorrectie:
taalattitude
taalloyaliteit
verborgen prestige
dialect: vormen van taalgebruik in bepaalde gebieden of gemeenschappen
taalvariatie: variatie van een taal
- binnen een taal
- regionale verschillen
- variatie de te maken hebben met linguistische factoren
accent: klanken waaraan iemands herkomst te horen is maar die niet een grammatical of
lexicale kenmerken van een dialect hebben
idiolect: taal of dialect van 1 individu
18.4 De bestudering van taalvariatie
- linguïstische variabele: als je een woord op verschillende manieren kunt uitspreken
- fonologisch: uitspraak
- syntactisch: zinnen op een andere manier kan zeggen
- morfologisch: woordvorming
- lexicale variatie: andere vormen voor de betekenis
- semantische: hetzelfde woord in verschillende taalvariatieiten gebruiken homonymie
- pragmatische : stijl van spreken
18.5 Taalvariatie en sociale factoren
1. plaats of regio (dialect)
a. Dialect beschrijving
b. dialectgeografie
c. isoglos: grenslijn op een dialectkaart
2. sociale klasse (sociolect)
3. etnische groep (etnolect)
4. leeftijd
5. sekse
18.6 Andere factoren: de situatie en de linguïstische context
stijl: informeel of formeel
register: taalgebruik die bij een bepaalde groep of situatie wordt gebruikt
linguistische context: taalvariatie onder invloed van de talige omgeving van een klank,
morfeem of woord
18.7 Taalvariatie en sociale betekenis
sociale betekenis: sociale waardering die aan bepaalde taalvarianten is gekoppeld
hypercorrectie:
taalattitude
taalloyaliteit
verborgen prestige