9.2 Volgorde en niveaus van analyse/ 9.4 zinstype
bewerende zin: een zin waarin een bewering wordt gedaan.
vraagzinnen: ja-nee vragen
imperatiefzinnen: bevelende zinnen
9.3 Woordvolgorde op zinsniveau / 9.7
basisvolgorde: woordvolgorde op zinsniveau voor een taal
Bewerende zin: SVO
jij koopt een boek
Vraagzin: VSO
koop jij en boek
Imperatiefzin: V(S)O
koop een boek
V:verb
S: subject
O: object
Criterium voor het vaststellen van de basisvolgorde:
1. wat voor zin is het
2. wat is de situatie in de hoofdzin
3. complexiteit: hoe complex is een zin
hoe complexer een zin hoe verder het object naar achter
4. wat is de informatiestatus: de informatie die gebruikt wordt voor de communicatie
9.8 Woordvolgorde op zinsdeelniveau
binnen het nominale en verbale gedeelte is de woordvolgorde belangrijk
9.9 Samenhang
woordvolgorde-univeralia: er is een samenhang tussen woordvolgorde en zinsvolgorde
9.10 Discontinue zinsdelen
discontinue werkwoordcluster: het hulpwerkwoord neemt de plaats van het finiete
werkwoord in.
scheidbare werkwoord: werkwoord dat in 2 delen kan worden gesplitst.
extrapositie: een relatieve zin dat wordt losgekoppeld van het nominale hoofd en achteraan
wordt geplakt
bewerende zin: een zin waarin een bewering wordt gedaan.
vraagzinnen: ja-nee vragen
imperatiefzinnen: bevelende zinnen
9.3 Woordvolgorde op zinsniveau / 9.7
basisvolgorde: woordvolgorde op zinsniveau voor een taal
Bewerende zin: SVO
jij koopt een boek
Vraagzin: VSO
koop jij en boek
Imperatiefzin: V(S)O
koop een boek
V:verb
S: subject
O: object
Criterium voor het vaststellen van de basisvolgorde:
1. wat voor zin is het
2. wat is de situatie in de hoofdzin
3. complexiteit: hoe complex is een zin
hoe complexer een zin hoe verder het object naar achter
4. wat is de informatiestatus: de informatie die gebruikt wordt voor de communicatie
9.8 Woordvolgorde op zinsdeelniveau
binnen het nominale en verbale gedeelte is de woordvolgorde belangrijk
9.9 Samenhang
woordvolgorde-univeralia: er is een samenhang tussen woordvolgorde en zinsvolgorde
9.10 Discontinue zinsdelen
discontinue werkwoordcluster: het hulpwerkwoord neemt de plaats van het finiete
werkwoord in.
scheidbare werkwoord: werkwoord dat in 2 delen kan worden gesplitst.
extrapositie: een relatieve zin dat wordt losgekoppeld van het nominale hoofd en achteraan
wordt geplakt