Biopsychosociale Perspectieven op Psychopathologie
Somatisch-symptoomstoornis en verwante stoornissen;
Dissociatieve stoornissen
Traumagerelateerde stoornissen
Traumatische ervaring als oorzaak of medeoorzaak
Na trauma ontstaat soms 1, soms meerdere traumagerelateerde stoornissen
Soms meteen, soms pas jaren later stoornis
Niet iedereen krijgt na zelfde trauma zelfde stoornis
Sommige stoornissen ontstaan na 1 trauma, sommige pas na herhaaldelijke
traumatisering
Aard stoornis hangt af van type, duur, ernst trauma, wanneer in je leven plaatsvindt
Angststoornissen
o Paniekstoornis
o Gegeneraliseerde angststoornis
Trauma-en stressor gerelateerde stoornissen
o ASS
o PTSS
o Aanpassingsstoornissen
Dissociatieve stoornissen
Persoonlijkheidsstoornissen (o.a. Borderline Persoonlijkheidsstoornis)
Psychotische stoornis
Stemmingsstoornissen
o Depressieve stoornis
Somatisch-symptoomstoornis en verwante stoornissen
o Somatisch-symptoomstoornis, nagebootste stoornis conversiestoornis
Diverse verslaving stoornissen
Eetstoornissen
Gevolgen vroegkinderlijke chronische traumatisering (symptomen/gedrag)
(Chronische) depressie Alcohol en druggebruik
Angst Negatief zelfbeeld
Posttraumatische stress Leerproblemen
Woede Eetproblemen
Zelfbeschadiging Revictimisering
Seksuele problemen Antisociaal gedrag
Interpersoonlijke problemen HIV risicovol gedrag
Suïcidaal gedrag Somatisatie
Vermijdend gedrag Chronische pijnklachten
Stoornis gehechtheidsrelatie (hechtingsstoornis)
Diepgewortelde angst om zich emotioneel te binden/hechten en anderen te
vertrouwen
Oorzaak kan geestelijke of emotionele verwaarlozing of mishandeling zijn
Geeft persoonlijkheidsstoornis
Somatische-symptoomstoornis en verwante stoornissen
, Biopsychosociale Perspectieven op Psychopathologie
Zijn verwant en hebben gemeenschappelijke kenmerken
Voorheen: hysterische neurose Freud: conversie hysterie tot 1980: Neurotische
stoornissen
Niet goed begrepen, intrigerend
Onbewuste conflicten/afweermechanismen, overlevingsstrategieën
SOLK
o Somatische Onvoldoende verklaarde Lichamelijke Klachten
DSM-5 Somatisch-symptoomstoornis en verwante stoornissen
1) Somatisch-symptoomstoornis
2) Ziekteangststoornis
3) Conversiestoornis (functioneel- neurologisch-symptoomstoornis)
4) Psychische factoren die somatische aandoeningen beïnvloeden
5) Nagebootste stoornis (pathomimie)
6) Andere gespecificeerde somatisch-symptoomstoornis of verwante stoornis
7) Ongespecificeerde somatisch- symptoomstoornis of verwante stoornis
DSM-5 Somatische-symptoomstoornis
Overlap met ziekteangststoornis, maar meer bezorgdheid met symptomen dan angst
voor hebben van ernstige ziekte;
Meerdere jaren meerdere somatisch onverklaarde lichamelijke klachten;
Continu zwak en ziek zijn, vermijden lichamelijke activiteit;
Ziekterol;
Statistiek:
o Eerstelijns zorg: 16,6%
o Het komt twee keer zo vaak voor bij vrouwen, ongetrouwde mensen en
mensen met een lage sociaaleconomische status
o Comorbiditeit:
Angst- en stemmingsstoornissen
o Misbruik van de gezondheidszorg, de kosten zijn negen keer hoger dan
gemiddeld
o Het is vaak chronisch
o Somatisering komt overal in de wereld voor
Oorzaak (vergelijkbaar met de ziekteangststoornis)
o Eigen ziekten of ziekten in familie
o Komt in families voor, er is mogelijk sprake van genetische factoren
Er bestaat een link met een antisociale persoonlijkheidsstoornis: mannen hebben
vaker een antisociale persoonlijkheidsstoornis en vrouwen een somatisch-
symptoomstoornis
o Gedragspatronen worden aangeleerd in de familie;
o Neurobiologisch: inhibitiesyndroom, wat gekenmerkt wordt door impulsief
gedrag;
o Sociale en culturele factoren bepalen het gedrag, bijvoorbeeld agressie bij een
man en afhankelijkheid bij een vrouw
Behandeling
o Zeer lastig, effectiviteit is lager dan bij angst en stemmingsstoornissen
Somatisch-symptoomstoornis en verwante stoornissen;
Dissociatieve stoornissen
Traumagerelateerde stoornissen
Traumatische ervaring als oorzaak of medeoorzaak
Na trauma ontstaat soms 1, soms meerdere traumagerelateerde stoornissen
Soms meteen, soms pas jaren later stoornis
Niet iedereen krijgt na zelfde trauma zelfde stoornis
Sommige stoornissen ontstaan na 1 trauma, sommige pas na herhaaldelijke
traumatisering
Aard stoornis hangt af van type, duur, ernst trauma, wanneer in je leven plaatsvindt
Angststoornissen
o Paniekstoornis
o Gegeneraliseerde angststoornis
Trauma-en stressor gerelateerde stoornissen
o ASS
o PTSS
o Aanpassingsstoornissen
Dissociatieve stoornissen
Persoonlijkheidsstoornissen (o.a. Borderline Persoonlijkheidsstoornis)
Psychotische stoornis
Stemmingsstoornissen
o Depressieve stoornis
Somatisch-symptoomstoornis en verwante stoornissen
o Somatisch-symptoomstoornis, nagebootste stoornis conversiestoornis
Diverse verslaving stoornissen
Eetstoornissen
Gevolgen vroegkinderlijke chronische traumatisering (symptomen/gedrag)
(Chronische) depressie Alcohol en druggebruik
Angst Negatief zelfbeeld
Posttraumatische stress Leerproblemen
Woede Eetproblemen
Zelfbeschadiging Revictimisering
Seksuele problemen Antisociaal gedrag
Interpersoonlijke problemen HIV risicovol gedrag
Suïcidaal gedrag Somatisatie
Vermijdend gedrag Chronische pijnklachten
Stoornis gehechtheidsrelatie (hechtingsstoornis)
Diepgewortelde angst om zich emotioneel te binden/hechten en anderen te
vertrouwen
Oorzaak kan geestelijke of emotionele verwaarlozing of mishandeling zijn
Geeft persoonlijkheidsstoornis
Somatische-symptoomstoornis en verwante stoornissen
, Biopsychosociale Perspectieven op Psychopathologie
Zijn verwant en hebben gemeenschappelijke kenmerken
Voorheen: hysterische neurose Freud: conversie hysterie tot 1980: Neurotische
stoornissen
Niet goed begrepen, intrigerend
Onbewuste conflicten/afweermechanismen, overlevingsstrategieën
SOLK
o Somatische Onvoldoende verklaarde Lichamelijke Klachten
DSM-5 Somatisch-symptoomstoornis en verwante stoornissen
1) Somatisch-symptoomstoornis
2) Ziekteangststoornis
3) Conversiestoornis (functioneel- neurologisch-symptoomstoornis)
4) Psychische factoren die somatische aandoeningen beïnvloeden
5) Nagebootste stoornis (pathomimie)
6) Andere gespecificeerde somatisch-symptoomstoornis of verwante stoornis
7) Ongespecificeerde somatisch- symptoomstoornis of verwante stoornis
DSM-5 Somatische-symptoomstoornis
Overlap met ziekteangststoornis, maar meer bezorgdheid met symptomen dan angst
voor hebben van ernstige ziekte;
Meerdere jaren meerdere somatisch onverklaarde lichamelijke klachten;
Continu zwak en ziek zijn, vermijden lichamelijke activiteit;
Ziekterol;
Statistiek:
o Eerstelijns zorg: 16,6%
o Het komt twee keer zo vaak voor bij vrouwen, ongetrouwde mensen en
mensen met een lage sociaaleconomische status
o Comorbiditeit:
Angst- en stemmingsstoornissen
o Misbruik van de gezondheidszorg, de kosten zijn negen keer hoger dan
gemiddeld
o Het is vaak chronisch
o Somatisering komt overal in de wereld voor
Oorzaak (vergelijkbaar met de ziekteangststoornis)
o Eigen ziekten of ziekten in familie
o Komt in families voor, er is mogelijk sprake van genetische factoren
Er bestaat een link met een antisociale persoonlijkheidsstoornis: mannen hebben
vaker een antisociale persoonlijkheidsstoornis en vrouwen een somatisch-
symptoomstoornis
o Gedragspatronen worden aangeleerd in de familie;
o Neurobiologisch: inhibitiesyndroom, wat gekenmerkt wordt door impulsief
gedrag;
o Sociale en culturele factoren bepalen het gedrag, bijvoorbeeld agressie bij een
man en afhankelijkheid bij een vrouw
Behandeling
o Zeer lastig, effectiviteit is lager dan bij angst en stemmingsstoornissen