• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 2 out of 23 pages
Class notes

Samenvattingen reguliere colleges Inleiding Internationaal en Europees belastingrecht

Document preview thumbnail
Preview 2 out of 23 pages

Dit is een uitgebreide samenvatting van de reguliere colleges van het vak Inleiding Internationaal en Europees Belastingrecht. Het bevat de samenvattingen van alle reguliere colleges, inclusief college 5.

Content preview

College 1
Internationaal belastingrecht
Internationaal belastingrecht gaat over de belastingheffing bij grensoverschrijdende
activiteiten. Grensoverschrijdende gevallen kunnen leiden tot dubbele heffing als
meerdere staten willen heffen. Het kan ook leiden tot geen belastingheffing als
bijvoorbeeld de ene staat niet heft en de andere staat een vrijstelling geeft.
Multinationale belastingplichtigen proberen ook door het schuiven van winsten
belastingheffing te ontgaan. De OESO heeft veel methoden ontwikkeld om dit tegen
te gaan. Dit vak gaat daarom ook over het samenspel tussen het nationaal recht en
belastingverdragen. Dit bemoeilijkt de activiteiten van de OESO. Sommige
oplossingen kunnen gevonden worden door belastingverdragen aan te passen, maar
andere oplossingen werken alleen als de nationale wetgeving wordt aangepast.
OESO heeft geen wetgevende bevoegdheid. Daarom kan de OESO dus alleen
verzoeken doen om wetten aan te passen. Als staten dat niet doen, kunnen dubbele
belastingen blijven bestaan.

Er zijn drie pijlers van het internationale belastingrecht, namelijk het nationaal recht,
in het bijzonder het onderscheid tussen binnenlandse en buitenlandse belastingplicht,
belastingverdragen en tot slot het Europese recht.

Heffingsbeginselen
Staten baseren hun belastingheffing op verschillende heffingsbeginselen, namelijk
het woonstaatbeginsel, bronstaatbeginsel of nationaliteitsbeginsel. Het
woonplaatsbeginsel en het nationaliteitsbeginsel zijn persoonlijke
heffingsbeginselen. Er is dan een onbeperkte belastingplicht. Het subject wordt
belast over het wereldinkomen. Hierbij wordt aangehaakt bij het subject. Het
bronstaatsbeginsel is een zakelijk heffingsbeginsel. Hierbij wordt aangehaakt bij
het object.

Stel dat een Amerikaanse schrijver die in Nederland woont en boeken verkoopt in
Japan. Hij ontvangt daarover royalty’s uit Japan. Japan houdt bronbelasting in op de
royalty’s. Deze royalty’s worden in Nederland belast met inkomstenbelasting, omdat
deze schrijver in Nederland woont. Hij is dan binnenlands belastingplichtig en is dus
belastingplichtig over zijn wereldinkomen. In de Verenigde Staten worden de
royalty’s belast op grond van het nationaliteitsbeginsel. Het gevolg is dat de royalty’s
drie keer worden belast. Met belastingverdragen tussen Nederland en Japan en
tussen Nederland en Verenigde Staten kan deze meervoudige heffing worden
opgelost.

Er kan ook sprake zijn van een dubbele niet-belasting. Stel dat een schrijver zijn
rechten heeft ingebracht in een Ltd in Hong Kong. Hij krijgt royalty’s uit Nederland. In
Nederland kan er geheven worden op grond van het bronstaatbeginsel. Hong Kong
kan heffen op grond van het woonstaatbeginsel. Hier is sprake van een dubbele niet-
belasting. Nederland kent namelijk geen bronbelasting op royalty’s. Hong Kong
hanteert een ander systeem dan de meeste anderen landen. Als een vennootschap
is gevestigd is, wordt niet het wereldinkomen belast, maar wordt alleen inkomen
belast dat uit Hong Kong komt. De royalty’s uit Nederland valt hier dus niet onder. Dit
is het territorialiteitsbeginsel. Een land belasten alleen inkomsten die genoten zijn
uit hun eigen land.

Persoonlijke heffingsbeginselen
Het woonplaatsbeginsel en nationaliteitsbeginsel persoonlijke heffingsbeginselen. De
definitie van woonplaats is te vinden in art. 4 AWR. Er zijn verschillende


1

, woonplaatsficties in diverse wetten. Het is de basis voor de inkomstenbelasting en de
vennootschapsbelasting. Heffen op basis van het nationaliteitsbeginsel komt in
Nederland zelden voor bij natuurlijke personen. Bij rechtspersonen is dat wel vaak te
zien, bijvoorbeeld het feit dat een naar Nederlands recht opgerichte vennootschap
altijd geacht wordt in Nederland gevestigd te zijn. Dit leidt vaak tot dubbele
belastingheffing. Als je aansluit bij de nationaliteit, loop je het risico op verboden
discriminatie. Daarover later meer.

Zakelijke heffingsbeginselen
Zakelijke heffingsbeginselen knopen aan bij het object. Er is sprake van een
beperkte belastingplicht. Drie categorieën worden gebruikt als aanknopingspunt voor
de belastingplicht, namelijk onroerende zaken, actieve inkomsten zoals winst uit
onderneming en inkomsten uit arbeid en de woonplaats van degene die bijvoorbeeld
dividendbelasting inhoudt.

Nederland kent ook zakelijke heffingsbeginselen, namelijk de buitenlandse
belastingplicht voor de IB en de Vpb en de dividendbelasting voor buitenlandse
dividendgenieters. Nederland kent geen bronbelasting op rente en royalty’s.
Nederland is als doorstroomland daarom heel aantrekkelijk bij het vermijden van
bronbelasting. Een voorbeeld maakt dit duidelijk. Japan bepaalt via een Nederlandse
BV royalty’s aan een Hong Kong vennootschap. Omdat Nederland geen
bronbelasting kent, spreekt Nederland af dat Japan ook een bronbelasting inhoudt
van 0%. De nationale wet wordt dus ingeperkt door het verdrag. Daarna spreekt
Nederland met Hong Kong af dat Nederland de royalty’s tegen 0% belast. Hong
Kong belast geen inkomsten afkomstig uit het buitenland. Het gevolg is dat er over
de royalty’s geen belasting wordt geheven. Als Japan direct aan Hong Kong betaalt,
zou Japan wel een bronbelasting moeten inhouden. OESO probeert deze structuur
tegen te houden.

Internationale dubbele belasting
Er kan sprake zijn van een economische dubbele belastingheffing en een juridische
dubbele belastingheffing. Bij een juridische dubbele belastingheffing wordt
hetzelfde object belast bij dezelfde subject. Een voorbeeld is dat er in Japan
bronbelasting wordt ingehouden op royalty’s en in de woonstaat van de schrijver
nogmaals belast wordt. Bij een economische dubbele belastingheffing wordt
hetzelfde object belast bij twee verschillende subjecten. Stel dat een Nederlandse BV
een dochtermaatschappij heeft in Engeland. De winst van de dochter wordt eerst
belast in Engeland. Als er in Nederland geen deelnemingsvrijstelling is, zou de winst
nogmaals bij de moeder in Nederland worden belast. Dan zou sprake zijn van
economische dubbele heffing.

Er zijn verschillende mogelijke conflicten tussen heffingsbeginselen. Het kan persoon
– persoonlijk zijn. Hierbij gaat het om conflicten tussen twee woonstaatbeginselen of
woonstaatbeginsel met nationaliteitsbeginsel. Dit laatste kan voorkomen als land A
de winst van een vennootschap belast omdat het feitelijk in land A is gevestigd, maar
tegelijkertijd land B ook wil heffen, omdat de vennootschap naar het recht van land B
is gevestigd. Dit wordt opgelost door belastingverdragen. Art. 4 OESO zegt dat het
bronstaatbeginsel en woonstaatbeginsel voor het nationaliteitsbeginsel staat.
Een conflict tussen persoonlijk – zakelijk is ook mogelijk. Dan gaat het om een
inwoner die buitenlands inkomen geniet. Er is dan een conflict tussen het
woonstaatbeginsel en bronstaatbeginsel.
Ten slotte is zakelijk – zakelijk ook mogelijk, bijvoorbeeld er sprake is van een
dubbele bron of omdat heb object als verschillende inkomsten worden gekwalificeerd.
Een voorbeeld hiervan is het Japanse royalty-arrest. Een BV heeft een vaste
inrichting in Zwitserland. Japan betaalt royalty’s aan de vaste inrichting in Zwitserland

2

Document information

Study
Uploaded on
June 15, 2017
File latest updated on
June 28, 2017
Number of pages
23
Written in
2016/2017
Type
Class notes
Professor(s)
Unknown
Contains
All classes
$9.22
Purchased by 4 students

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
Fiscaaltje96
3.9
(298)
Sold
984
Followers
403
Items
70
Last sold
4 months ago

Reviews from verified buyers




Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions