DB II
WGR 8
Vraag 1
In Ierland zijn 4 lichamen gevestigd die besluiten om de in Nederlands gevestigde Target BV
over te nemen. Ten behoeve van een overname wordt een overnemende vennootschap,
overnameholding B.V. opgericht. De 4 Ierse lichamen 1 tot en met 4 verstrekken ieder een
lening van € 1,5 miljoen (totaal € 6 miljoen) aan de overnemende vennootschap. Met de
lening verwerft overnameholding B.V. vervolgens de aandelen van Target B.V. De 4 Ierse
lichamen houden individueel een belang van 25% in overnameholding B.V. De materiële
zeggenschap over de – vormgeving van de – investering en het gezamenlijke belang in de
overgenomen vennootschap berust bij een coördinerende rechtspersoon. Het Ierse tarief van
de vennootschapsbelasting is 12,5%. De lening kan zowel civielrechtelijk als fiscaalrechtelijk
worden aangemerkt als vreemd vermogen en er kan worden verondersteld dat de rente
zakelijk is.
b) Hoe verloopt de fiscale behandeling van de financiering in Nederland en is er sprake van
een fiscaal voordeel in Nederland?
Stappenplan:
Stap 1: is er sprake van vreemd vermogen? Dit beoordelen we aan de hand van de
civielrechtelijke kwalificatie. Als er civielrechtelijk sprake is van vreemd vermogen, dan is dit
fiscaalrechtelijk ook zo.
Stap 2: er zijn drie uitzonderingen: schijnlening, bodemlozeputlening en
deelnemerschapslening. Als er sprake is van een van deze uitzonderingen, dan volgen we
fiscaal niet de civielrechtelijke kwalificatie, maar hanteren we de fiscaalrechtelijke
kwalificatie. Het is dan eigen vermogen en de rente is dan niet aftrekbaar.
Stap 3a: lening met onzakelijke voorwaarden. Een lening waarbij bijvoorbeeld geen rente is
bedongen. De lening moet je dan verzakelijken op grond van art. 8b Vpb.
Stap 3b: er zijn ook leningen die niet verzakelijkt kunnen worden. Dit noem je een
onzakelijke lening. Deze leningen worden verzakelijkt op grond van de borgstellingsanalogie.
Ten aanzien van die leningen zijn afwaarderingen aftrekbaar.
Stap 4: vier wettelijke renteaftrekbeperkingen.
Voorwaarden art. 10a Vpb:
1) Schuld aan een verbonden lichaam.
2) Besmette rechtshandeling (lid 1 sub a t/m c).
3) Verband tussen de schuld en de rechtshandeling.
Ratio art. 10a Vpb: het bestrijden van gekunstelde constructies. Je ziet vaak maximale
renteaftrek in een hoog belast land en maximaal voordeel door de rentebaten te laten
neerslaan in een laag belaste jurisdictie. Dit bestrijdt art. 10a Vpb.
Je zorgt ervoor dat de renteaftrek wordt afgetrokken tegen een hoog tarief en de
rentebaten wordt belast tegen een laag tarief.
WGR 8
Vraag 1
In Ierland zijn 4 lichamen gevestigd die besluiten om de in Nederlands gevestigde Target BV
over te nemen. Ten behoeve van een overname wordt een overnemende vennootschap,
overnameholding B.V. opgericht. De 4 Ierse lichamen 1 tot en met 4 verstrekken ieder een
lening van € 1,5 miljoen (totaal € 6 miljoen) aan de overnemende vennootschap. Met de
lening verwerft overnameholding B.V. vervolgens de aandelen van Target B.V. De 4 Ierse
lichamen houden individueel een belang van 25% in overnameholding B.V. De materiële
zeggenschap over de – vormgeving van de – investering en het gezamenlijke belang in de
overgenomen vennootschap berust bij een coördinerende rechtspersoon. Het Ierse tarief van
de vennootschapsbelasting is 12,5%. De lening kan zowel civielrechtelijk als fiscaalrechtelijk
worden aangemerkt als vreemd vermogen en er kan worden verondersteld dat de rente
zakelijk is.
b) Hoe verloopt de fiscale behandeling van de financiering in Nederland en is er sprake van
een fiscaal voordeel in Nederland?
Stappenplan:
Stap 1: is er sprake van vreemd vermogen? Dit beoordelen we aan de hand van de
civielrechtelijke kwalificatie. Als er civielrechtelijk sprake is van vreemd vermogen, dan is dit
fiscaalrechtelijk ook zo.
Stap 2: er zijn drie uitzonderingen: schijnlening, bodemlozeputlening en
deelnemerschapslening. Als er sprake is van een van deze uitzonderingen, dan volgen we
fiscaal niet de civielrechtelijke kwalificatie, maar hanteren we de fiscaalrechtelijke
kwalificatie. Het is dan eigen vermogen en de rente is dan niet aftrekbaar.
Stap 3a: lening met onzakelijke voorwaarden. Een lening waarbij bijvoorbeeld geen rente is
bedongen. De lening moet je dan verzakelijken op grond van art. 8b Vpb.
Stap 3b: er zijn ook leningen die niet verzakelijkt kunnen worden. Dit noem je een
onzakelijke lening. Deze leningen worden verzakelijkt op grond van de borgstellingsanalogie.
Ten aanzien van die leningen zijn afwaarderingen aftrekbaar.
Stap 4: vier wettelijke renteaftrekbeperkingen.
Voorwaarden art. 10a Vpb:
1) Schuld aan een verbonden lichaam.
2) Besmette rechtshandeling (lid 1 sub a t/m c).
3) Verband tussen de schuld en de rechtshandeling.
Ratio art. 10a Vpb: het bestrijden van gekunstelde constructies. Je ziet vaak maximale
renteaftrek in een hoog belast land en maximaal voordeel door de rentebaten te laten
neerslaan in een laag belaste jurisdictie. Dit bestrijdt art. 10a Vpb.
Je zorgt ervoor dat de renteaftrek wordt afgetrokken tegen een hoog tarief en de
rentebaten wordt belast tegen een laag tarief.