Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 1 out of 7 pages
Summary

Samenvatting Stofwisseling & Endocrinologie Thema 2: Vetstofwisseling

Document preview thumbnail
Preview 1 out of 7 pages

Korte samenvatting van de zelfstudie van thema 2 van Stofwisseling & Endocrinologie in het 2e jaar van de bachelor Diergeneeskunde in Utrecht.

Content preview

Thema 2: Vetstofwisseling
Zelfstudie: Regulering van het lipiden-metabolisme

2.1 Structuur & functie van lipiden
Het enige gemeenschappelijke kenmerk van lipiden is hun slechte oplosbaarheid in water. De metabool belangrijkste zijn:

 TAG (triacylglycerol): als belangrijkste brandstofreserve. Glycerolskelet met 3 vetzuurstaarten, onvertakt met
een even aantal C-atomen. Vetzuur op de 2-positie van glycerolskelet bevat vaak dubbele bindingen.
 Fosfolipiden: als bouwmateriaal voor membranen. Glycerolskelet, 2 vetzuren en een fosfaatgroep met daaraan
een organische alcohol (choline of ethanolamine).
 Cholesterol: in gal, de biomembraan en als steroïd-precursor en cholesterolesters: met een vetzuur gekoppeld
aan de vrije hydroxylgroep van cholesterol.

De belangrijkste functies van vetten/vetzuren bij zoogdieren zijn:

1. Energievoorziening (vetzuren).
2. Bouwmateriaal voorbiomembranen en lipiden-monolagen zoals surfactant.
3. Signaaloverdracht (intracellulair en intercellulair).
4. Grondstof voor biosyntheseroutes.
5. Opname van lipofiele vitaminen (A, D, E, K) in darmkanaal.

2.2 Endogeen aanbod van TAG
Het eindproduct v/d vetzuursynthese is palmitaat (C16:0), die kan verder worden verlengd of verkort. Enzymen op het
endoplasmatisch reticulum katalyseren de verlenging, hierbij worden malonyl coA units gebruikt om telkens 2C-stukjes
eraan vast te maken. Zoogdieren hebben geen enzymen om dubbele bindingen te introduceren vanaf C-9 in een vetzuur,
zij kunnen dus geen linoleaat en lionelenaat maken: dit zijn de twee essentiële vetzuren, de omega-vetzuren.
Cellen kunnen zelf ook vetzuren maken, de belangrijkste weefsels zijn hierbij lever, vetweefsel en melkklieren. Belangrijke
verschillen tussen lever en vetweefsel:

 Lever kan glycerol-3-fosfaat maken uit glycerol dankzij het enzym glycerolkinase. Vetweefsel kan dit niet.
 Lever kan mitochondriaal acetyl-coA gebruiken voor zowel vetzuursynthese, verbranding via de Krebscyclus, en
de vorming van ketonlichamen (ketogenese). Vetweefsel kan dit niet.
 Lever exporteert endogeen gevormd TAG verpakt in een lipoproteïne als VLDL naar het bloed en slaat TAG
alleen op onder pathologische omstandigheden (= leververvetting).

Vetzuursynthese is maximaal bij koolhydraatrijke voeding. Het sleutelenzym bij vetzuursynthese is acetyl-coA
carboxylase (ACC). Dit enzym katalyseert de eerste step in de vetzuursynthese: de productie van malonyl-coA.
Acetyl-coA carboxylase reageert op lokale veranderingen, en wordt inactief door fosforylering. AMP activeert de AMP-
afhankelijke proteïnekinase die ACC inactief maakt. Dus; wanneer er weinig energie is (weinig AMP), is ACC inactief.
Vetten worden niet gesynthetiseerd wanneer er juist energie nodig is.
ACC wordt daarnaast ook gestimuleerd door citraat. Citraat kan de remming opheffen om zo het enzym deels te
activeren. Wanneer er veel ATP en acetyl-coA is, is [citraat] hoog, en kunnen er dus vetzuren gemaakt worden.
Het stimulerende effect van citraat wordt tenietgedaan door palmitoyl-coA, waar veel van is als er te veel vetzuren zijn.

ACC speelt ook een rol in de regulering v/d afbraak
van vetzuren. Wanneer er veel brandstof is, is er
veel malonyl-coA, wat carnitine acyltransferase I
remt, waardoor vetzuur-coA’s niet het
mitochondrium in kunnen gaan.

ACC wordt ook gereguleerd door hormonen:

 Insuline stimuleert vetzuursynthese, dus
activeert ACC. Remt de mobilisatie van
vetzuren en stimuleert hun opslag als TAG
in spier en vetweefsel. Insuline stimuleert een eiwitfosfatase die ACC defosforyleert waardoor het actief wordt.
 Glucagon & adrenaline remmen vetzuursynthese, dus inactiveren ACC. Na vasten is er geen glycogeenreserve
meer en wordt dus de vetopslag aangesproken voor energie. TAG wordt door vetweefsel in het bloed
uitgescheiden, en in spieren wordt opgeslagen vet gelijk gebruikt. Glucagon en adrenaline remmen tegelijkertijd
vetzuursynthese door ACC in de geïnactiveerde gefosforyleerde staat te laten.

Document information

Study
Uploaded on
May 14, 2017
Number of pages
7
Written in
2016/2017
Type
Summary
$4.79

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
Lauraderks97
4.1
(57)
Sold
175
Followers
94
Items
70
Last sold
1 month ago


Reviews from verified buyers




Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions