Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 1 out of 4 pages
Summary

Samenvatting Stofwisseling & Endocrinologie Thema 4: Metabole Strategie

Document preview thumbnail
Preview 1 out of 4 pages

Korte samenvatting van de zelfstudie van thema 4 van Stofwisseling & Endocrinologie in het 2e jaar van de bachelor Diergeneeskunde in Utrecht.

Content preview

Thema 4: Metabole strategie
Zelfstudie: Metabole strategie en regulering

2.1 Ketonlichamen
Het merendeel v/d acetyl-coA die is gevormd bij vetzuurafbraak gaat de Krebscyclus in. Maar sommige worden gebruikt
om een alternatieve brandstof te vormen: ketonlichamen. Dit zijn acetoacetaat, 3-hydroxybutyraat en aceton. Er komt
minder ATP uit dan uit vetzuren, maar ze hebben een groot voordeel; ze zijn wateroplosbaar. Hierdoor kunnen ze
makkelijk worden vervoerd. Acetoacetaat en 3-hydroxybutyraat zijn dus normale producten v/d stofwisseling. Aceton is
een bijproduct en wordt uitgeademd. Sommige organen (hartspier, nierschors) gebruiken ketonlichamen zelfs liever dan
glucose als brandstof.

De belangrijkste plaats voor de ketogenese is in de mitochondriën in de lever. Acetoacetaat wordt uit acetyl-coA
gemaakt in 3 stappen, met als reactievergelijking: 2 acetyl-coA + H2O  acetoacetaat + 2 CoA + H+. Om hieruit 3-
hydroxybutyraat nog te vormen is een extra stap nodig; acetoacetaat moet gereduceerd worden in de mitochondriale
matrix. Dan kan het ketonlichaam de lever verlaten en gaat hij het bloed in d.m.v. carrier eiwitten. Aceton ontstaat door
langzame, spontane decarboxylatie van oxaloacetaat en is alleen nuttig bij vasten, dan kan hij voor glucosesynthese
worden gebruikt.

Om ketonlichamen te gebruiken als brandstof moeten ze worden gemetaboliseerd om NADH en acetyl-coA te vormen. 3-
hydroxybutyraat wordt geoxideerd tot oxaloacetaat, wat wordt geactiveerd door een CoA transferase. Acetoacetyl-coA
wordt dan gesplitst tot 2 moleculen acetyl-coA, en dat kan de Krebscyclus in. Maar levercellen hebben géén CoA
transferase waardoor acetoacetaat in andere weefsels gebruikt moet worden.
Acetoacetaat is ook regulatoir; hoge [acetoacetaat] = veel acetyl units, hierdoor lagere lipolysesnelheid in vetweefsel.

Dieren kunnen van vetzuren géén glucose maken! Acetyl-coA kan namelijk niet worden omgezet in pyruvaat of
oxaloacetaat, en dat is juist nodig voor gluconeogenese. De reactie van pyruvaat naar acetyl-coA is namelijk irreversibel.
2 C-atomen van acetyl-coA gaan de Krebscyclus in, maar 2 C-atomen verlaten de Krebscyclus als CO2. Oxaloacetaat
wordt dus wel gemaakt, maar wordt niet de novo gevormd wanneer de acetyl unit van acetyl-coA wordt geoxideerd in de
Krebscyclus. De C-atomen gaan verloren als CO2. Planten daarentegen hebben extra enzymen waarmee C-atomen van
acetyl-coA worden omgezet tot oxaloa cetaat, dus die kunnen dit wel.




Acetoacetaat 3-hydroxybutyraat Aceton

4.2 Calorische homeostase en glucostase
Binnen bepaalde grenzen worden temperatuur, pH en ionenconcentraties in een dier constant gehouden waardoor het
minder afhankelijk v/d buitenwereld is. Een groot deel van de energie dat een dier put uit de stofwisseling in de
rusttoestand (= basaal metabolisme) wordt gebruikt voor zulke homeostatische processen. Ook de reparatie/vervanging
van macromoleculen in het lichaam vallen hieronder.

Als de samenstelling van het voedsel verandert, past het metabolisme zich aan. Door een glycogeen- en vetreserve wordt
vasten overleefd. Een uitgebreid regelsysteem zorgt dat het aanbod oxideerbaar substraat en essentiële nutriënten in het
bloed constant blijft = calorische homeostase. Dit betekent niet dat de concentraties in het bloed altijd constant zijn! Er
treden (afhankelijk van aanbod, lichaamsactiviteit en hormonale status) grote schommelingen in op. Het regelsysteem
zorgt er alleen voor dat er op elk moment voldoende substraat circuleert. Glucose neemt daarbij een bijzondere positie in,
koolhydraatmetabolisme is voor zoogdieren essentieel omdat:

1) Erytrocyten en hersencellen alleen glucose kunnen gebruiken als substraat.
2) Dieren (in tegenstelling tot planten) geen glucose kunnen maken uit vetzuren.
3) De opslagcapaciteit voor koolhydraat (lever- en spierglycogeen) beperkt is.

Er moet dus wel altijd voldoende glucose circuleren. De kritische ondergrens is bij mens/kat/hond 4 mM. Dit wordt
glucostase genoemd. Glucose moet in bepaalde omstandigheden ‘gespaard’ worden voor het brein en de ery’s, dan
moeten andere cellen overschakelen op vetten en evt. eiwitten als substraat.

Document information

Study
Uploaded on
May 14, 2017
Number of pages
4
Written in
2016/2017
Type
Summary
$4.19

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
Lauraderks97
4.1
(57)
Sold
175
Followers
94
Items
70
Last sold
1 month ago


Reviews from verified buyers




Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions