Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 37 pages
Summary

Samenvatting : Examenst of Biologie

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 37 pages

Samenvatting : Examenst of Biologie. Borstholte: hart, longen – worden beschermd door ribben Middenrif = spierwand die borstholte en buikholte scheidt (aorta, onderste holle ader en slokdarm gaan hier doorheen) Buikholte: darmen, lever, nieren, maag Bij veel weefsels zoals beenweefsel ligt tussen de cellen de tussencelstof; dit is dood materiaal Orgaanstelsel: Functie: Skelet = beenderstelsel Stevigheid, vorm, bescherming en beweging mogelijk maken Spierstelsel Bewegen Verteringsstelsel Voedsel kleiner maken en opnemen in het bloed Ademhalingsstelsel Zuurstof opnemen en koolstofdioxide afgeven aan de lucht Bloedvatenstelsel Vervoeren van zuurstof en voedingsstoffen naar de spieren/organen. Afvoeren van koolstofdioxide en afvalstoffen Zenuwstelsel Informatie van je zintuigen naar je hersenen sturen en van je hersenen informatie naar je spieren sturen Verteringsstelsel beenderstelsel spierstelsel bloedvatenstelsel ademhalingsstelsel zenuwstelsel De plantaardige cel bevat: Celkern regelt alles in de cel en bevat DNA Cytoplasma vloeistof in cel met opgeloste stoffen Celmembraan vliesje om cel dat boel bij elkaar houdt Vacuole blaasje gevuld met vocht dat zorgt voor stevigheid van de cel (turgor) Celwand stevige laag om de cel heen deze is moeilijk te verteren Plastiden = korrels in het cytoplasma. 3 soorten: Bladgroenkorrels zitten in groene deel van de plant fotosynthese uitvoeren Kleurstofkorrels geven rode/oranje/gele kleur aan bloem of vrucht Zetmeelkorrels kleurloos en zit zetmeel in opgeslagen Plastiden kunnen van het ene type naar het andere overgaan. Bijv. rijpen van tomaat: bladgroenkorrels veranderen in kleurstofkorrels Een dierlijke cel bevat:  Celkern (kernplasma en kernmembraan)  Cytoplasma  Celmembraan Celkern bevat chromosomen Chromosomen = DNA + eiwitten DNA bevat erfelijke eigenschappen 46 chromosomen van mens kun je ordenen in chromosomenportret Elke lichaamscel heeft “23 paar” chromosomen Cellen delen, vanwege groei en vervangen oude cellen dit is Mitose (gewone celdeling) Celdeling 2 stappen:  Kerndeling celkern in tweeën  Celdeling = mitose o Uit 1 moedercel ontstaan 2 dochtercellen met evenveel chromosomen, waarna cytoplasma wordt bijgevormd = plasmagroei Chromosoom wordt pas zichtbaar vlak voor deling cel (= spiraliseren)  Elk chromosoom bestaat nu uit twee DNA-ketens die aan elkaar vastzitten. Beide ketens zijn kopie van elkaar.  Tijdens celdeling gaan deze twee kopieën uit elkaar. Elk naar 1 van de 2 dochtercellen Opzet van een onderzoek 1) Probleemstelling formuleer je in een onderzoeksvraag 2) Je formuleert een veronderstelling (verwacht antwoord onderzoeksvraag) = hypothese 3) Werkplan met je onderzoeksopzet  gebruik een proefgroep en een controlegroep  voer een proef met grote aantallen uit  In een proef slechts 1 factor variëren 4) Resultaten: waarnemingen in grafieken/tabellen 5) Conclusie: wat is het antwoord op je onderzoeksvraag / klopte je hypothese? Examenvragen “organen en cellen” Samenvatting Ordening Ordenen = het indelen in groepen op basis van hetzelfde kenmerk Organismen kunnen we indelen in 4 rijken op basis van hun cellen: Bacterie Schimmel Plant Dier Aantal cellen 1 1 of meercellig 1 of meercellig 1 of meercellig Celwand? Ja Ja Ja Nee Celkern? Nee, DNA los in cytoplasma Ja Ja Ja Grote vacuole? Nee Ja Ja Nee Bladgroenkorrels? Nee Nee Ja Nee Tekening Alleen meercellige organismen hebben weefsels of organen Functie bladgroenkorrels = fotosynthese (maken zuurstof en voedingsstof- glucose) Organismen behoren tot 1 soort als ze samen vruchtbare nakomelingen kunnen voortbrengen Binnen een soort komen rassen voor (bijv. hondenrassen), ontstaan door selectief kruisen door mens Populatie groep individuen van zelfde soort, die zich onderling voortplanten Bacteriën  Sommige bacteriën noemen we bacillen  Sommige bacteriën hebben zweepharen om te bewegen  Bacteriën planten zicht voort d.m.v. deling  Chromosomen/DNA liggen los in cytoplasma  Veel bacteriën ruimen dode resten van organismen op en zetten dit om in nuttige voedingsstoffen (reducenten)  Bacteriën kunnen een infectie veroorzaken (bijv. cholera, longontsteking, tuberculose)  Sommige bacteriën maken voedsel: o.a. yoghurt en zuurkool Antibiotica (bijv. penicilline) kan bacteriële infecties bestrijden Schimmels Eencellige schimmel: Bijvoorbeeld Gist Voortplanting door deling Veelcellige schimmels: Bestaan uit schimmeldraden Voortplanten d.m.v. sporen Sporen soms in een speciaal orgaan, de paddenstoel (= voortplantingsorgaan) Functies schimmel:  Dode resten organismen afbreken (en voedsel bederven)=reducent  Veroorzaken ziektes (o.a. zwemmerseczeem)  Sommige schimmels maken antibiotica (penseelschimmel maakt penicilline)  Voedsel maken: brood, bier, wijn (alle drie met gist), schimmelkaas of als hele schimmel (champignon) Dieren Afdelingen dierenrijk ingedeeld op basis van:  Skelet o Geen skelet o Inwendig skelet (wervelkolom, inwendige schelp) o Uitwendig skelet (schelp, huisje, pantser insect) Symmetrie = een voorwerp is in twee gelijke helften te verdelen Eencelligen dieren Amoebe:  Kan van vorm veranderen cytoplasma stroomt richting uit en vormt zo schijnvoetjes  Met schijnvoetjes ook voedsel sluiten ontstaat voedingsvacuole (verteert het voedsel)  Onverteerde resten worden verwijderd via het celmembraan  Leeft in water Pantoffeldiertje:  Celmembraan bevat trilhaartjes om voort te bewegen  Bevat celmond (instulping in cel) om voedsel op te nemen en voedingsvacuole te vormen. Celanus om onverteerde resten te verwijderen Geleedpotigen Poten zijn geleed = opgebouwd uit kleine stukjes/leden Het lichaam is gesegmenteerd = opgebouwd uit stukjes/segmenten 4 groepen: Duizendpoten: Kreeftachtigen: Spinachtigen: Insecten Lichaam insect bestaat uit 3 segmenten:  Kop ogen en voelsprieten  Borststuk poten en evt. vleugels  Achterlijf Gewervelden Bevatten wervelkolom met wervels Huid Temperatuur Ademhaling Voortplanting Zoogdieren Haar Warmbloedig Longen Levendbarend Vissen Schubben Koudbloedig Kieuwen Eieren zonder schaal Reptielen Droge schubben Koudbloedig Longen Eieren met leerachtige schaal Vogels Veren Warmbloedig Longen Eieren (kalkschaal) Amfibie Slijmachtige huid Koudbloedig Jong: kieuwen en huid Volwassen: Longen en huid Slijmachtige eieren Warmbloedig: lichaamstemperatuur is constant Koudbloedig: lichaamstemperatuur is gelijk aan de omgeving Oefenvragen “ordening” Samenvatting Voortplanting Bevruchting = kernen van twee geslachtscellen smelten samen (kern van de eicel en kern van de zaadcel) Teelballen= testes Produceert zaadcellen / maken hormoon testosteron Balzak Ligt iets buiten lichaam voor perfecte temperatuur zaadcelontwikkeling Bijballen Tijdelijke opslag zaadcellen Zaadleiders Vervoeren zaadcellen van de bijbal naar de urineleider Zaadblaasje Voegt vocht met voedingsstoffen toe aan zaadcellen Prostaat Voegt vocht toe aan de zaadcellen / sluit urinebuis af bij erectie Urinebuis Komen de zaadleiders in uit Eikel Veroorzaakt seksuele prikkeling Voorhuid Dunne huidplooi over de eikel Zwellichamen Veroorzaakt erectie wanneer deze vullen met bloed Sperma bij zaadlozing (klaarkomen/orgasme) bevat: Zaadcellen (met zweepstaart) Vocht van prostaat en zaadblaasje 2 Eierstokken Ontwikkelen zich eicellen (1 eicel per 4 weken) 2 Eileiders Vervoeren eicel naar baarmoeder Hierin vindt de bevruchting tussen eicel en zaadcel plaats Baarmoeder Dikke laag spieren bekleedt met slijmvlies, waarin bevruchte eicel zich kan nestelen Baarmoederslijmvlies Bevat veel bloedvaten om embryo van voedingsstoffen te voorzien Vagina Clitoris Veroorzaakt seksuele prikkeling Kleine schaamlippen Bevat o.a. klieren die slijm produceren bij opwinding, zodat penis makkelijker vagina in kan Grote schaamlippen Maagdenvlies Randje weefsel aan begin van de vagina (niet bij alle meisjes aanwezig) fabel dat er bloedverlies moet zijn bij de eerste keer geslachtsgemeenschap Eicellen:  bevat veel reservevoedsel, daardoor groter dan zaadcel voor 1e ontwikkeling bevruchte eicel  ontwikkelen zich door. hormonen uit hypofyse  ontwikkeling stopt in overgang (ong 50e jaar)  Ovulatie = eisprong = vrijkomen van een eicel uit de eierstok  Onbevruchte eicel leeft maar 12 – 24 uur In eicel bevinden zich follikels die waarvan er 1 per 4 weken gaat groeien = rijpende follikel. Rijpende follikel barst open = eisprong gele lichaam blijft achter in eierstok Bevruchting = kern van mannelijke geslachtscel smelt samen met kern van vrouwelijke geslachtscel (dat is in de eileider!) Innesteling = klompje cellen van bevruchte eicel zet zich vast in het baarmoederslijmvlies (dan pas ben je zwanger) Primaire geslachtskenmerken Vanaf geboorte aanwezig -Man: penis, balzak -Vrouw: vagina, schaamlippen Secundaire geslachtskenmerken Geslachtskenmerken die vanaf 10 jaar ontstaan o.i.v. hormonen - Man: baard, borst en schaamhaar, lagere stem o.i.v. hormoon testosteron - Vrouw: borsten, bredere heupen, schaamhaar o.i.v. homoon oestrogeen Menstruatie = ongesteld = baarmoederslijmvlies wordt afgestoten door samentrekken spierlaag baarmoederwand Menstruatie vanaf ongeveer 13 jaar en stopt in overgang Menstruatiecyclus is 28 dagen:  Dag 1 t/m 4 de menstruatie  Eerste twee weken rijpen follikels in eierstok o.i.v. hormonen hypofyse, tevens wordt baarmoederslijmvlies dikker  Op 14e dag de ovulatie  Na eisprong blijft gele lichaam over maakt hormoon oestrogeen maakt baarmoederslijmvlies nog iets dikker en geschikter voor innesteling

Content preview

Mavo Samenvatting :
Examenst of Biologie

,Samenvatting :
(dit is de minimale stof, je zult de boeken moeten gebruiken om alle stof goed door te nemen – leer de
plaatjes uit je boek)

Samenvatting “Organen en cellen”
Er zijn 4 groepen organismen: (organismen zijn levende wezens)
- Planten (producenten - maken zuurstof en glucose)
- Dieren (consumenten – planteneters, vleeseters, alleseters)
- Schimmels (reducenten – maken van organische stoffen, anorganische stoffen)
- Bacterien (reducenten – maken van organische stoffen, anorganische stoffen)

Alle organismen hebben dezelfde levensverschijnselen:
- Bewegen, -ademhalen, -voeden, -voortplanten,
-uitscheiden, -groeien, -waarnemen -reageren op prikkels

Van groot naar klein:
* Organisme = levend wezen (Plant, dier, schimmel, bacterie)
* Orgaanstelsel = groep van samenwerkende organen (bijv. ademhalingsstelsel,
* Orgaan = deel van een organisme met een of meerdere functies
* Weefsel = groep cellen met dezelfde vorm en functie (bijv. beenweefsel,
* Cel

Borstholte: hart, longen – worden beschermd door ribben
Middenrif = spierwand die borstholte en buikholte scheidt (aorta, onderste holle ader en slokdarm
gaan hier doorheen)
Buikholte: darmen, lever, nieren, maag
Bij veel weefsels zoals beenweefsel ligt tussen de cellen de tussencelstof; dit is dood materiaal

Orgaanstelsel: Functie:
Skelet = beenderstelsel Stevigheid, vorm, bescherming en beweging mogelijk
maken
Spierstelsel Bewegen
Verteringsstelsel Voedsel kleiner maken en opnemen in het bloed
Ademhalingsstelsel Zuurstof opnemen en koolstofdioxide afgeven aan de lucht
Bloedvatenstelsel Vervoeren van zuurstof en voedingsstoffen naar de
spieren/organen. Afvoeren van koolstofdioxide en
afvalstoffen
Zenuwstelsel Informatie van je zintuigen naar je hersenen sturen en van
je hersenen informatie naar je spieren sturen

Verteringsstelsel beenderstelsel spierstelsel bloedvatenstelsel ademhalingsstelsel zenuwstelsel

,De plantaardige cel bevat:

Celkern > regelt alles in de cel en bevat
DNA
Cytoplasma > vloeistof in cel met
opgeloste stoffen
Celmembraan > vliesje om cel dat boel bij
elkaar houdt
Vacuole > blaasje gevuld met vocht dat
zorgt voor stevigheid van de cel (turgor)
Celwand > stevige laag om de cel heen
deze is moeilijk te verteren
Plastiden = korrels in het cytoplasma. 3
soorten:
Bladgroenkorrels > zitten in groene deel
van de plant > fotosynthese uitvoeren
Kleurstofkorrels > geven rode/oranje/gele
kleur aan bloem of vrucht
Zetmeelkorrels > kleurloos en zit zetmeel in opgeslagen

Plastiden kunnen van het ene type naar het andere overgaan. Bijv. rijpen van tomaat:
bladgroenkorrels veranderen in kleurstofkorrels

Een dierlijke cel bevat:

 Celkern (kernplasma en kernmembraan)
 Cytoplasma
 Celmembraan

Celkern bevat chromosomen
Chromosomen = DNA + eiwitten
DNA bevat erfelijke eigenschappen
46 chromosomen van mens kun je ordenen in chromosomenportret
Elke lichaamscel heeft “23 paar” chromosomen

Cellen delen, vanwege groei en vervangen oude cellen dit is Mitose (gewone celdeling)

Celdeling 2 stappen:

 Kerndeling > celkern in tweeën
 Celdeling = mitose
o Uit 1 moedercel ontstaan 2 dochtercellen met evenveel chromosomen, waarna
cytoplasma wordt bijgevormd = plasmagroei

Chromosoom wordt pas zichtbaar vlak voor deling cel (= spiraliseren)

 Elk chromosoom bestaat nu uit twee DNA-ketens die aan elkaar vastzitten. Beide ketens zijn
kopie van elkaar.
 Tijdens celdeling gaan deze twee kopieën uit elkaar. Elk naar 1 van de 2 dochtercellen

Opzet van een onderzoek
1) Probleemstelling formuleer je in een onderzoeksvraag
2) Je formuleert een veronderstelling (verwacht antwoord onderzoeksvraag) = hypothese
3) Werkplan met je onderzoeksopzet

 gebruik een proefgroep en een controlegroep
 voer een proef met grote aantallen uit

,  In een proef slechts 1 factor variëren

4) Resultaten: waarnemingen in grafieken/tabellen
5) Conclusie: wat is het antwoord op je onderzoeksvraag / klopte je hypothese?

Examenvragen “organen en cellen”
http://biologiepagina.nl/Toetsen/organenencellen/organencellen.htm



Samenvatting Ordening
Ordenen = het indelen in groepen op basis van hetzelfde kenmerk
Organismen kunnen we indelen in 4 rijken op basis van hun cellen:
Bacterie Schimmel Plant Dier
Aantal cellen 1 1 of meercellig 1 of meercellig 1 of meercellig
Celwand? Ja Ja Ja Nee
Nee, DNA
Celkern? los in Ja Ja Ja
cytoplasma
Grote vacuole? Nee Ja Ja Nee
Bladgroenkorrels? Nee Nee Ja Nee




Tekening




Alleen meercellige organismen hebben weefsels of organen

Functie bladgroenkorrels = fotosynthese (maken zuurstof en voedingsstof- glucose)

Organismen behoren tot 1 soort als ze samen vruchtbare nakomelingen kunnen voortbrengen
Binnen een soort komen rassen voor (bijv. hondenrassen), ontstaan door selectief kruisen door mens
Populatie groep individuen van zelfde soort, die zich onderling voortplanten

Bacteriën

 Sommige bacteriën noemen we bacillen
 Sommige bacteriën hebben zweepharen om te bewegen
 Bacteriën planten zicht voort d.m.v. deling
 Chromosomen/DNA liggen los in cytoplasma
 Veel bacteriën ruimen dode resten van organismen op en zetten dit om in nuttige
voedingsstoffen (reducenten)
 Bacteriën kunnen een infectie veroorzaken (bijv. cholera, longontsteking, tuberculose)
 Sommige bacteriën maken voedsel: o.a. yoghurt en zuurkool

Antibiotica (bijv. penicilline) kan bacteriële infecties bestrijden

Document information

Uploaded on
June 19, 2023
Number of pages
37
Written in
2022/2023
Type
Summary
$15.49

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
DRBRIGHT2026
3.7
(192)
Sold
967
Followers
697
Items
7065
Last sold
14 hours ago



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions