Hoofdstuk 6
Chylomicron = grote lipoproteïnedeeltjes bestaande uit triglyceriden, cholesterol, eiwitten en andere
lipiden; transporteren veten door het lymfestelsel en de bloedbaan
Apolipoproteïne = eiwitten die helpen bij het transport van vetten (lipiden) door ons lichaam. Ze zijn
belangrijk voor het reguleren van cholesterol en andere vetten in ons bloed.
Lipoproteïnelipase =enzyme dat een rol speelt met het metabolisme van lipiden; aan het opp van
cellen van bloedvaten in vetweefsel, spieren en lever; breekt triacylglycerolen in lipoproteïnedeeltjes
waardoor weefsel een energiebron hebben of om ze op te slaan in vetweefsel voor toekomstig
gebruik; wordt geactiveerd door apoC-22; insuline stimuleert zijn activiteit; adrenaline & glucoagon
remt activiteit
Lipoproteïne (zoals chylomicronen en VLDL, vrije vetzuren en glycerol, LDL, HDL) = complexe
combinatie van lipiden en eiwitten; fungeert als transportmiddel voor lipiden in bloed; zorgen dat
lipiden verpakt zijn met wateroplosbaar omhulsel zodat oplosbaarheid in waterige omgevingen
verhoogt kan door bloed naar doelweefsels
Carnitine-shuttle = transportmechanisme waarmee vetzuurketens met 14/+ koolstofatomen toch
door het mitochondriale membranen kunnen gaan
Vetacyl-CoA-synthetase-isozym activeert vetzuur door de vorming van een thioësterbinding
te vormen tussen carboxylgroep vetzuur en thiolgroep Co-enzym-A wat een vetacyl-CoA
oplevert (gekoppeld aan de splitsing van ATP tot AMP en PPi)
o Naar mitochondrion oxideren om ATP te produceren (transporter =
acymcarnitine/carnitine-cotransporter) (carnitineacyltransferase 1 geïnhibeert door
malonyl-CoA)
o Co-enzym A in de mitochondriale matrix gebruikt voor oxidatie (pyruvaat,
vetzuren, sommige aminozuren) & ATP productie
o In cytosol gebruiken om membraanlipiden te synthetiseren
, Propionyl-CoA = tussenproduct betrokken bij het metabolisme van vertakte ketenvetzuren en
bepaalde aminozuren (V,I,M)
⍺-oxidatie = metabole route betrokken bij afbraak vetzuren van vertakte ketens
Vetzuren met vertakte ketens peroxisomen daar activatie d.m.v. acyl-CoA-synthetase
vorming vetzuur gebonden aan Co-A om acyl-coA te vormen
Acyl-CoA ondergaat hydroxylering op alfa-koolstof d.m.v. acyl-CoA-oxidase vorming 3-
hydroxyacyl-CoA wordt gesplitst door thiolase ter vorming van een kortere acyl-CoA en
acetyl-CoA
Acetyl-CoA verder metaboliseren in citroenzuurcyclus om ATP te genereren
Cholesterolester = lipiden die bestaat uit cholesterolmoleculen veresterd met vetzuur (gevormd door
reactie van cholesterol met acyl-CoA); bestanddeel lipoproteïnedeeltje (LDL, HDL) die instaan voor
het transport van cholestrol in het lichaam
Ketonlichamen of ketonen = organische verbindingen gevormd tijdens metabolisme van vetzuren in
de lever; fungeren als brandstofbron voor het lichaam in perioden van vasten, langdurige inspanning
en bij weinig koolhydraten; v.b.’n: acetoacetaat, beta-hydroxyboterzuur en aceton
Citraat-malaat-pyruvaat-shuttle = mechanisme betrokken bij transport van NADH tussen cytoplasma
(waar NADH gesynthetiseerd werd tijdens glycolyse) en mitochondriën (waar wordt gebruikt voor
energieproductie via oxidatieve fosforylering)
Pyruvaat wordt in cytoplasma omgezet in acetyl-CoA d.m.v. pyruvaatdehydrogenase
In mitochondriën reageert acetyl-CoA met oxaalacetaat om citraat te vormen d.m.v.
citraatsynthase
Citraat verlaat de mitochondriën door omgezet te worden in malaat door het enzym citraat-
malaatshuttle
In cytoplasma wordt malaat omgezet in oxaalacetaat in pyruvaat door
malaatdehydrogenase waarbij NADH geproduceert wordt NADH wordt gebruikt in
glycolyse voor productie ATP
Chylomicron = grote lipoproteïnedeeltjes bestaande uit triglyceriden, cholesterol, eiwitten en andere
lipiden; transporteren veten door het lymfestelsel en de bloedbaan
Apolipoproteïne = eiwitten die helpen bij het transport van vetten (lipiden) door ons lichaam. Ze zijn
belangrijk voor het reguleren van cholesterol en andere vetten in ons bloed.
Lipoproteïnelipase =enzyme dat een rol speelt met het metabolisme van lipiden; aan het opp van
cellen van bloedvaten in vetweefsel, spieren en lever; breekt triacylglycerolen in lipoproteïnedeeltjes
waardoor weefsel een energiebron hebben of om ze op te slaan in vetweefsel voor toekomstig
gebruik; wordt geactiveerd door apoC-22; insuline stimuleert zijn activiteit; adrenaline & glucoagon
remt activiteit
Lipoproteïne (zoals chylomicronen en VLDL, vrije vetzuren en glycerol, LDL, HDL) = complexe
combinatie van lipiden en eiwitten; fungeert als transportmiddel voor lipiden in bloed; zorgen dat
lipiden verpakt zijn met wateroplosbaar omhulsel zodat oplosbaarheid in waterige omgevingen
verhoogt kan door bloed naar doelweefsels
Carnitine-shuttle = transportmechanisme waarmee vetzuurketens met 14/+ koolstofatomen toch
door het mitochondriale membranen kunnen gaan
Vetacyl-CoA-synthetase-isozym activeert vetzuur door de vorming van een thioësterbinding
te vormen tussen carboxylgroep vetzuur en thiolgroep Co-enzym-A wat een vetacyl-CoA
oplevert (gekoppeld aan de splitsing van ATP tot AMP en PPi)
o Naar mitochondrion oxideren om ATP te produceren (transporter =
acymcarnitine/carnitine-cotransporter) (carnitineacyltransferase 1 geïnhibeert door
malonyl-CoA)
o Co-enzym A in de mitochondriale matrix gebruikt voor oxidatie (pyruvaat,
vetzuren, sommige aminozuren) & ATP productie
o In cytosol gebruiken om membraanlipiden te synthetiseren
, Propionyl-CoA = tussenproduct betrokken bij het metabolisme van vertakte ketenvetzuren en
bepaalde aminozuren (V,I,M)
⍺-oxidatie = metabole route betrokken bij afbraak vetzuren van vertakte ketens
Vetzuren met vertakte ketens peroxisomen daar activatie d.m.v. acyl-CoA-synthetase
vorming vetzuur gebonden aan Co-A om acyl-coA te vormen
Acyl-CoA ondergaat hydroxylering op alfa-koolstof d.m.v. acyl-CoA-oxidase vorming 3-
hydroxyacyl-CoA wordt gesplitst door thiolase ter vorming van een kortere acyl-CoA en
acetyl-CoA
Acetyl-CoA verder metaboliseren in citroenzuurcyclus om ATP te genereren
Cholesterolester = lipiden die bestaat uit cholesterolmoleculen veresterd met vetzuur (gevormd door
reactie van cholesterol met acyl-CoA); bestanddeel lipoproteïnedeeltje (LDL, HDL) die instaan voor
het transport van cholestrol in het lichaam
Ketonlichamen of ketonen = organische verbindingen gevormd tijdens metabolisme van vetzuren in
de lever; fungeren als brandstofbron voor het lichaam in perioden van vasten, langdurige inspanning
en bij weinig koolhydraten; v.b.’n: acetoacetaat, beta-hydroxyboterzuur en aceton
Citraat-malaat-pyruvaat-shuttle = mechanisme betrokken bij transport van NADH tussen cytoplasma
(waar NADH gesynthetiseerd werd tijdens glycolyse) en mitochondriën (waar wordt gebruikt voor
energieproductie via oxidatieve fosforylering)
Pyruvaat wordt in cytoplasma omgezet in acetyl-CoA d.m.v. pyruvaatdehydrogenase
In mitochondriën reageert acetyl-CoA met oxaalacetaat om citraat te vormen d.m.v.
citraatsynthase
Citraat verlaat de mitochondriën door omgezet te worden in malaat door het enzym citraat-
malaatshuttle
In cytoplasma wordt malaat omgezet in oxaalacetaat in pyruvaat door
malaatdehydrogenase waarbij NADH geproduceert wordt NADH wordt gebruikt in
glycolyse voor productie ATP