Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 1 out of 4 pages
Summary

uitgebreide samenvatting 4 havo biologie thema 6 bas 1 en 2 - bvj

Document preview thumbnail
Preview 1 out of 4 pages

alles over de onderdelen van het oog, de werking (accommodatie) van de lens en impulsen in het oog!

Content preview

BIOLOGIE SMV H6 – H4

Leerdoel 1(bas1): je kunt de werking van zintuigen beschrijven en de relatie van het zintuigstelsel
met het zenuwstelsel beschrijven.
 Zintuigen bestaan uit zintuigcellen (receptoren) die interne prikkels uit inwendig mileu
en externe prikkels uit uitwendig mileu ontvangen.
 Tastzintuig, gezichtszintuig, gehoorzintuig, reukzintuig, smaakzintuig, evenwichtszintuig
 Zintuigcellen zijn gevoelig/ingesteld op een bepaald type prikkel die bij hun past: (f1)
1. Mechanische receptoren: reageren op aanraking, druk, beweging, geluid. Hierin ontstaat
een impuls wanneer het celmembraan buigt of uitrekt = vervorming (= prikkel > impuls)
 Gehoor en evenwichtreceptoren: hebben haartjes die buigen = vervorming celm = impuls
 Tast en druk receptoren: drukr liggen dieper dan tastr. Aanraking = vervorming = impuls
2. Chemische receptoren: binden bepaalde moleculen uit de omgeving, waardoor hierin een
impuls ontstaat (=prikkel > impuls)
 Smaak en ruikreceptoren: binden moleculen waardoor hierin impuls ontstaat.
 Tempratuurreceporen: liggen in de huid en reageren op warmte en kou. Tempratuur hierin
boven/onder normwaarde = impuls
 Pijnreceptoren: zitten in hele lichaam en zijn de uiteinde van bepaalde zenuwen. extreme
druk, extreme temperaturen, chemische stoffen van beschadiging/ontsteking weefsel = impuls
 Lichtreceptoren (fotoreceptoren): hierin ontstaat impuls door licht dat opgenomen wordt.
 Zintuigcellen zijn gespecialiseerde zenuwcellen of uitlopers van zenuwcellen
 in zintuigcellen ontstaan impulsen als prikkel sterker is dan prikkeldrempel
 Adequate prikkel: type prikkel waarvoor prikkeldrempel van zintuigcel het laagste is, dit
is de prikkel die past bij de zintuigcel.
 Niet-adequate prikkel: type prikkel waarvoor prikkeldrempel van zintuigcel hoger is,
omdat deze prikkel eigenlijk niet bij zintuigcel hoort maar hierin wel impuls kan opwekken
 Adaptie/gewenning: aanpassing van de prikkeldrempel (af/toe) van een zintuig voor
een bepaalde prikkel bij een aanhoudende prikkelsterkte.

Leerdoel 2(bas2): je kunt delen van een oog beschrijven en hun functie toelichten
 Harde oogvlies: witte gedeelte van je oog, stevig vlies dat bescherming geeft.
 Hoornvlies: doorzichtige gedeelte van het harde hoornvlies, waardoor er licht in kan.
 Iris (regeboogvlies): gekleurde gedeelte van het oog, gevormd door pigment. Die de hoeveelheid
lichtinval in pupil regeld, door pupil te verstellen.
 Pupil: opening in de iris
 Voorste oogkamer: kamer met vocht tussen het hoornvlies en de iris
 Achterste oogkamer: kamer met vocht tussen de iris en de ooglens
 Ooglens: bolle lens achter de Iris en de pupil, die ervoor zorgt dat het beeld dat we zien wordt
verkleint en dat het scherp op het netvlies komt.
 Straalvormig lichaam: spier die rondom ooglens zit.
 Vaatvlies: laag onder hard oogvlies dat veel bloedvaten bevat, zorgt voor voeding groot deel oog
 Netvlies: onderste laag van de oogwand onder vaatvlies, hierin liggen de lichtreceptoren die
geprikkeld worden als er licht op valt > ontstaan impuls > via oogzenuw naar hersenen.
 Gele vlek: plaats in het centrum van het netvlies.
 Op microscopische foto is dit een zwarte vlek doordat licht geabsorbeerd wordt
 Blinde vlek: plaats in het netvlies waar de oogzenuw het oog verlaat, en bloedvaten
samenkomen omdat dit voor hun de doorgang is.
 Op microscopische foto is dit licht gele vlek doordat het licht reflecteerd: geen lichtreceptoren.
 Glasachtige lichaam: geleiachtige massa waarmee het oog voor het grootste deel gevuld is. Het
houdt het netvlies op zijn plaats
 Traanklieren: liggen boven de ogen en produceren traanvocht dat oogleden over ogen
verspreiden. Voorkomt uitdroging en reinigd de ogen.
 In ooghoeken zitten kleine openingen > traanvocht naar traanbuizen > Vocht wordt door
traanbuizen afgevoerd naar neusholte.
 Oogspieren die aan harde oogvlies zijn bevestigd draaien de ogen in gewenste richting.
Veel staat in binas maar sommige dingen niet zie foto 2


Leerdoel 3 (bas2): je kunt de beeldvorming door ooglenzen beschrijven en de pupilreflex toelichten.

1

Connected book
 image
Publisher: Unknown ISBN: 9789034574251 Edition: 5

Document information

Level
School year
4
Summarized whole book?
No
Which chapters are summarized?
Unknown
Uploaded on
May 26, 2023
Number of pages
4
Written in
2022/2023
Type
Summary
$5.40

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
Ndm1
3.6
(7)
Sold
37
Followers
4
Items
59
Last sold
2 months ago



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions