• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 84 pages
Summary

Samenvatting organische chemie: reactiviteit

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 84 pages

Met deze samenvatting behaalde ik een 15/20 op de test en was ik geslaagd in eerste zit. Er is ook een overzicht aanwezig met alle reactietypes.

Content preview

Samenvatting organische chemie: reactiviteit


Organische chemie: reactiviteit
1 Begrippen in organische chemie
1.1 Nucleofiel – elektrofiel - radicaal
Begrip Betekenis
Nucleofiel (Nu) Een elektronrijk bestanddeel.
Elektronrijk karakter Dit wil zeggen dat er één of
meerdere vrije
elektronenparen of een C-C π
elektronenpaar in de molecule
aanwezig is.
Hyperconjugatie Dit is het positief
mesomeereffect dat optreedt
bij een C-H-binding naast een
lege p-orbitaal op een
naastgelegen koolstofatoom.
Bij deze binding treedt er een
ruimtelijke overlap op tussen
het lege p-orbitaal en de σ-
binding.
1.1.1Nucleofiel

a. Neutraal nucleofiel
 Neutrale nucleofielen zijn elektronrijk.
 Bij een C-C π -binding is er nucleofiel gedrag door de
zijdelinkse overlap van 2p atoomorbitalen, waardoor er
elektronenrijke zones boven en onder de binding ontstaan.
 Organisch neutrale nucleofielen: amines, alcoholen, ethers.
 Niet-organische neutrale nucleofielen: water en ammoniak
(NH3).
 Het nucleofiel gedrag zal enkel optreden in de
aanwezigheid van een passend elektrofiel.
 De reactiviteit is zwakker dan bij anion nucleofielen.

b. Geladen nucleofiel
 Geladen nucleofielen zijn anion deeltjes.
 Het anion wordt toegevoegd onder zoutvorm. Na
dissociatie van het zout, wordt het anion deel beschikbaar
voor de reactie. Het metaalkation vertoont geen
reactiviteit in het reactiemidden.

1

, Samenvatting organische chemie: reactiviteit




 Organische anion nucleofielen zijn alkoxiden (RO-),
gedeprotoneerde amines (RNH-, R2N-), carboxylaationen
(RCOO-), alkylanionen (R-)…
 Niet-organische anion nucleofielen zijn hydroxiden (OH-) en
het amide anion (NH2-).

c. Neutraal vs geladen nucleofiel
 Anion nucleofielen zijn reactiever dan neutrale
nucleofielen.
 Binnen de anion nucleofielen is diegene met de meeste
stabilisatie (groter geconjugeerd systeem bij resonantie
door mesomerie) minder reactief en vertoont een minder
sterk nucleofiel gedrag, omdat deze stabieler zijn.
1.1.2Elektrofiel

a. Elektrofielen: voorstelling
2 types worden onderscheiden:
 Een kation gedraagt zich als elektrofiel omwille van zijn
positieve lading. Zijn positieve lading is het kenmerk van
zijn elektron arm karakter. Door dit elektron arm karakter
zal het elektrofiel snel reageren met elektronrijke
bestanddelen (Nu). Voorbeelden van elektrofielen zijn
carbokationen, deze bevatten en positieve lading op een
C-atoom:
- Methylkationen (CH3+)
- Primaire carbokationen (RCH2+). Het kationcentrum is
gebonden aan één alkylgroep (R). Vb. ethyl kation,
CH3CH2+.
- Secundair carbokation (R2CH+). Het kationcentrum is
gebonden aan twee alkylgroepen (R). Vb. isopropyl
kation, (CH3)2CH+.
- Tertiair carbokation (R3C+). Het kationcentrum is
gebonden aan drie alkylgroepen (R). Vb. tert-butyl
kation, (CH3)3C+.

 Een neutrale molecule is nooit een elektrofiel op zich, maar
kan wel elektrofiele eigenschappen vertonen. Dit vereist
dat binnen de molecule een elektrofiel centrum aanwezig
2

, Samenvatting organische chemie: reactiviteit

is. Dit elektrofiel centrum is een δ+ centrum, dat ontstaat
door een verschil in elektronegativiteit tussen gebonden
atomen in de molecule. Voorbeelden van moleculen met
elektrofiele eigenschappen: halogeenalkanen, ketonen,
aldehyden, zuurhalogeniden, esters, amiden en
anhydriden.
b. Elektrofielen: verschil in reactiviteit
 Kationen zijn veel reactiever als elektrofiel dan het
elektrofiele δ+ centrum in neutrale reagentia.
 Carbokationen zijn heel reactief.
 Het verschil in reactiviteit heeft te maken met het verschil
in stabiliteit. Het meest stabiele kation is het minst
reactief. Verschillen in stabiliteit hebben te maken met de
mogelijkheid om een lading te spreiden doorheen een
structuur door mesomerie of conjugatie. Verschillen in
stabiliteit worden ook gekoppeld aan hyperconjugatie.

c. Carbokationen: verschil in reactiviteit door hyperconjugatie
 Hyperconjugatie wordt waargenomen bij carbokationen.
 Het C-kation centrum is sp2 gehybridiseerd. De lege 2p-
lobe van dit kation centrum wordt door “interactie” met de
elektrondensiteit aanwezig in naburige σ-bindingen
gedeeltelijk opgevuld. Hierdoor is het kation karakter
minder sterk aanwezig. Het afzwakken van de positieve
lading zorgt voor verhoging van de stabiliteit van het
kation.
 Hyperconjugatie treedt nooit op bij een methylkation. Deze
is dus het minst stabiele carbokation en dus ook het meest
reactief.
 Het effect van hyperconjugatie neemt toe met het aantal
alkylgroepen gebonden aan het kation centrum.
 Stabiliteit: tertiair carbokation (R3C+) > secundair
carbokation (R2CH+) > primair carbokation (RCH2+) >>
methyl kation (CH3+)
 Stabiliteit door mesomerie weegt meer door dan
stabilisatie door hyperconjugatie.
1.1.3Radicaal

 Radicalen bevatten een ongepaard elektron.
- Methyl radicaal (CH3•)
- Primair radicaal (RCH2•)
- Secundair radicaal (R2CH•)

3

, Samenvatting organische chemie: reactiviteit

- Tertiair radicaal (R3C•)
- Radicalen worden ook gestabiliseerd door mesomerie.

1.2 Additie – Eliminatie – Substitutie
1.2.1Additie reacties: A + B  D

Er worden 2 moleculen samengevoegd en vormen één
eindproduct
1.2.2Eliminatie reacties: A–B–D  A=B + D

Er wordt een bestanddeel verwijderd uit de reagens moleculen.
Er kunnen 2 types dubbele binding ontstaan: een gepolariseerde
dubbele binding (C=O) of een niet-gepolariseerde dubbele
binding (C=C).
1.2.3Substitutie reacties: A-B + D  A-D + B

Er wordt een deel van de molecule vervangen door het
toegevoegde reagens.

1.3 Regioselectiviteit – stereoselectiviteit
1.3.1Regioselectiviteit

Dit is een reactie die leidt tot de selectieve vorming van één
bepaald plaatsisomeer.
Voorbeeld:




1.3.2Stereoselectiviteit

Dit is een reactie die leidt tot de selectieve vorming van één
bepaald stereoisomeer. Dit kan een enantiomeer of een
diastereomeer zijn.
Voorbeeld: Er is geen voorkeur voor één van beide
diastereomeren. Deze additie reactie verloopt dus niet
stereoselectief.




4

Document information

Study
Uploaded on
May 17, 2023
Number of pages
84
Written in
2022/2023
Type
Summary
$8.64

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
SchmidtDPM
3.7
(3)
Sold
23
Followers
13
Items
10
Last sold
6 months ago



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions