1. Verschillende soorten cellen
Geel deel = mitose = diploïde deel van ons leven 2n 2n + 2n
Blauwe deel = meiose = haploïde deel van ons leven 2n n + n + n + n
Overgang van blauw naar geel = bevruchting zygote (2n) gevormd
Want zaadcel (n) en eicel (n) gaan samen
Mitose = je vertrekt van een diploïde moedercel en krijgt twee diploïde dochtercellen, die genetisch identiek zijn, deze
volstaat niet want we moeten van 2n naar n meiose zodat haploïde dochtercellen (gameten) gevormd kunnen worden
Meiose = je vertrekt van een diploïde moedercel (voorloper cel van de gameten) en krijgt vier haploïde dochtercellen, die niet
genetisch identiek zijn meiose vindt plaats in de teelballen en eierstokken en zorgt voor de vorming van gameten
2. Mitose
Belang en functie van de mitose
Voor de groei en ontwikkeling
Stamcellen (= oercellen, moedercellen die zich kunnen specifiëren in specifieke cellen zoals hartcellen en hersencellen)
gaan onder invloed van de mitose in twee dochtercellen splitsen, de ene dochtercel differentieert = specialiseert en de
andere blijft een stamcel. Totipotente stamcellen kunnen alle cellen vormen tot 4 dagen na de bevruchting, ze kunnen
elk tot een individu uitgroeien
Voor herstel van beschadigd weefsel
Voor het in stand houden van een organisme moeten nieuwe cellen aangemaakt worden bv Bloedcellen
Vorming van sporen bij planten, zijn geen gameten
Voor het in stand houden van een soort
Mitose kan tot voortplanting leiden, niet met seks maar klonen bv bacteriën. Bij planten is dit ook zo, je neemt bv een
ent en plant deze weer zal nieuwe plant uit groeien = ongeslachtelijke voorplanting
E. Coli = prokaryoot
Leeft in dikke darm en maken vitamine K aan = bloedstolling, aanwezig bij alle warm bloedige
Antibiotica minder E. Coli darmbloedingen, neusbloedingen
E. Coli kunnen zichzelf klonen door mitose houden hun soort in stand
Mitose als onderdeel van de celcyclus
De celinterfase = 21 uur: bestaat uit groeifase 1 (G1), de synthese (S) en groeifase 2 (G2)
G1: toename v.h. cytoplasma en aanmaak proteïnen en nucleotiden omdat het
DNA verdubbeld moet worden
S: DNA replicatie
G2: De histonen en het DNA moeten weer ingewikkeld worden + centrosoom
+ membraanmateriaal + verdubbeling van de centriool
De celdeling = 1 uur: bestaat uit de mitose (= celkerndeling, de zusterchromatiden worden uit elkaar getrokken) gevolgd door
de cytokinese (scheidt de dochtercellen = cytoplasmakinese),
de mitose zelf bestaat uit de profase – de metafase – de anafase – de telofase
Celinterfase: G1, S, G2
, Celdeling: mitose + cytokinese
Controlepunten in de celcyclus: (proteïne p53)
Controle tussen G2 en profase omdat het anders zou beginnen delen
Fouten opsporen
Nagegaan of er naar de volgende fase overgegaan mag worden
De G0-fase: als de cel uit de celcyclus treed en gespecialiseerd is
waardoor ze niet meer kan delen
Verloop van mitose en cytokinese in een dierlijke cel
Planten meristemen (deelweefsels) voor lengtegroei
Celdeling bij planten Houtige planten cambium tussen hout (binnen) en zeefvaten (buiten) voor diktegroei