HOOFDSTUK 20
.Planten.
20.1, Veredelen
SAMENVATTING
Net als mensen kunnen planten ook met nieuwe ziektes in aanraking
komen. Daarom veredelen mensen planten al eeuwen om ze resistent te
maken voor nieuwe ziektes. Dit gebeurd door geslachtelijke
voortplanting tussen 2 planten waardoor nieuwe combinaties van
allelen ontstaan. Als eenmaal het ideale ras is ontstaan dan gaan
veredelaars over op ongeslachtelijke voortplanting om de soort te
vergroten. Dit houdt wel in dat de genenpool hetzelfde blijft en
daardoor een ras extreem afhankelijk is van overleven of er een nieuwe
ziekte ontstaat of niet. Als dit wel gebeurt worden planten zo snel
mogelijk gekruist tot deze resistentiegenen ontwikkeld tegen de ziekte.
Tegenwoordig worden planten genetisch gemodificeerd zodat ze
sneller de best mogelijke genen krijgen. Hierbij worden nieuwe genen
ingebracht bij een plant om deze beter te maken dan de vorige. De
nieuwe genen worden aangebracht in de plasmiden, cirkelvormig DNA.
Om te zorgen dat de plant ook echt resistent wordt tegen
aandoeningen wordt het gen gekoppeld aan een markergen die
resistent is tegen bepaalde antibiotica. De rest van de plant is niet
bestand tegen deze antibiotica en overlijdt ook als dit wordt
toegediend. De overgebleven cellen dragen nu allemaal het nieuwe
gen.
BEGRIPPEN
Geslachtelijke voortplanting- voortplanting voor bepaalde
eigenschappen
Ongeslachtelijke voortplanting- voortplanting om succesvol ras te
vermeerderen
Fungiciden- bestrijdingsmiddelen tegen schimmels
BRONNEN
, 20.2, Opname en transport van water
SAMENVATTING
Een van de belangrijkste dingen die een plant nodig heeft is water. Het
wordt opgenomen via de wortelharen en huidmondjes. Vanuit de
wortelharen gaat het door de symplastische of apoplastische route
naar het midden van de wortel en de houtvaten. Daarbij passeert het
water de endodermis en het bandje van caspari. Dan wordt het water
omhoog gebracht door houtvaten die gebruik maken van cohesie en
adhesie. Dit creëert worteldruk. Voor bladeren is deze druk niet
genoeg om water te verkrijgen en deze verdampen daarom water om
extra overdruk te creëren en zo water te krijgen. Als laatste spelen
osmotische processen een rol in de worteldruk door zouten naar
plekken te transporteren waar water nodig is.
BEGRIPPEN
Apoplast-route- opname via celwanden
Symplast-route- opname via celmembranen en grondplasma
Guttatie- water wordt uit speciale poriën geduwd
Cohesie- Aantrekking van watermoleculen
Adhesie- houtvaten trekken elkaar ook aan
Worteldruk- de overdruk die water omhoog duwt
BRONNEN
.Planten.
20.1, Veredelen
SAMENVATTING
Net als mensen kunnen planten ook met nieuwe ziektes in aanraking
komen. Daarom veredelen mensen planten al eeuwen om ze resistent te
maken voor nieuwe ziektes. Dit gebeurd door geslachtelijke
voortplanting tussen 2 planten waardoor nieuwe combinaties van
allelen ontstaan. Als eenmaal het ideale ras is ontstaan dan gaan
veredelaars over op ongeslachtelijke voortplanting om de soort te
vergroten. Dit houdt wel in dat de genenpool hetzelfde blijft en
daardoor een ras extreem afhankelijk is van overleven of er een nieuwe
ziekte ontstaat of niet. Als dit wel gebeurt worden planten zo snel
mogelijk gekruist tot deze resistentiegenen ontwikkeld tegen de ziekte.
Tegenwoordig worden planten genetisch gemodificeerd zodat ze
sneller de best mogelijke genen krijgen. Hierbij worden nieuwe genen
ingebracht bij een plant om deze beter te maken dan de vorige. De
nieuwe genen worden aangebracht in de plasmiden, cirkelvormig DNA.
Om te zorgen dat de plant ook echt resistent wordt tegen
aandoeningen wordt het gen gekoppeld aan een markergen die
resistent is tegen bepaalde antibiotica. De rest van de plant is niet
bestand tegen deze antibiotica en overlijdt ook als dit wordt
toegediend. De overgebleven cellen dragen nu allemaal het nieuwe
gen.
BEGRIPPEN
Geslachtelijke voortplanting- voortplanting voor bepaalde
eigenschappen
Ongeslachtelijke voortplanting- voortplanting om succesvol ras te
vermeerderen
Fungiciden- bestrijdingsmiddelen tegen schimmels
BRONNEN
, 20.2, Opname en transport van water
SAMENVATTING
Een van de belangrijkste dingen die een plant nodig heeft is water. Het
wordt opgenomen via de wortelharen en huidmondjes. Vanuit de
wortelharen gaat het door de symplastische of apoplastische route
naar het midden van de wortel en de houtvaten. Daarbij passeert het
water de endodermis en het bandje van caspari. Dan wordt het water
omhoog gebracht door houtvaten die gebruik maken van cohesie en
adhesie. Dit creëert worteldruk. Voor bladeren is deze druk niet
genoeg om water te verkrijgen en deze verdampen daarom water om
extra overdruk te creëren en zo water te krijgen. Als laatste spelen
osmotische processen een rol in de worteldruk door zouten naar
plekken te transporteren waar water nodig is.
BEGRIPPEN
Apoplast-route- opname via celwanden
Symplast-route- opname via celmembranen en grondplasma
Guttatie- water wordt uit speciale poriën geduwd
Cohesie- Aantrekking van watermoleculen
Adhesie- houtvaten trekken elkaar ook aan
Worteldruk- de overdruk die water omhoog duwt
BRONNEN