Vraag 1 (11 punten)
Karel van den Berg, in loondienst werkzaam bij een accountantskantoor,
moest voor 1 april 2015 zijn aangifte inkomstenbelasting 2014 indienen. In
februari 2015 diende Karel bij de belastingdienst een verzoek om uitstel in. Dit
verzoek werd gehonoreerd tot 1 november 2015. Uiteindelijk diende Karel op
15 september 2015 zijn aangifte in.
a. Wat is de uiterste datum waarop de aanslag inkomstenbelasting 2014
moet zijn vastgesteld door de belastingdienst? Motiveer je antwoord met
behulp van de wet. (5 punten)
b. Stel: Karel heeft opzettelijk een inkomstenbron in zijn aangifte verzwegen.
Veel later, in 2020, wil de inspecteur dit herstellen met een
navorderingsaanslag. Kan dat? Licht je antwoord toe aan de hand van de
wet. (6 punten)
Antwoord a:
Op basis van artikel 11 lid 3 en 4 AWR 1 punt
is de termijn 3 jaren na het ontstaan van de belastingschuld 1 punt
Belastingschuld is ontstaan op 31-12-2014 1 punt
Deze termijn wordt verlengd met uitstel dus 3 jaar + 7 maanden 1 punt
Dit betekent dat de uiterste datum 31 juli 2018 is 1 punt
Antwoord b:
Art 16 lid 1 en 3 AWR 1 punt
Aan de vereiste kwade trouw is voldaan 1 punt
De termijn is: 5 jr na het ontstaan van de belastingschuld 1 punt
te verlengen met 7 mnd wegens uitstel voor het doen van aangifte 1 punt
oftewel 31 juli 2020 1 punt
Voor deze datum is navordering nog mogelijk 1 punt