1 Inleiding
1.1 Een definitie van de psychologie
Psychologie = is de wetenschappelijk studie van het gedrag én de mentale activiteiten van het
individu.
biologie = hersenmechanismen, eventuele ziektes zoals alzheimer
sociologie= maatschappelijke invloeden, grote maatschappelijke tendensen
1.2 Wetenschappelijke psychologie en intuïtieve mensenkennis.
→ gelijk
- dezelfde doelstelling: begrijpen van gedrag
bv ergens zitten en mensen beoordelen
- gebaseerd op ervaringsgegevens
bv meerdere mensen hetzelfde denken
→ verschillend
- soort ervaringen waarop psychologie zich baseert
bv spreuken de appel valt niet ver van de boom
- wijze waarop conclusies worden getrokken
PSYCHOLOGIE IS EEN WETENSCHAP
1.2.1 Verschillen in het verzamelen van gegevens
- Objectief vaststellingen
= elke onderzoeker kan hetzelfde vaststellen
1) dezelfde conclusie trekken
2) gebruik maken van instrumenten (bv IQ-test)
- Systematisch
= niet 1 keer maar elke dag
- gecontroleerde situatie (labo’s)
= alle storende factoren wegwerken
→ situatie creëren die zoveel mogelijk controleerbaar is door storende prikkels weg te werken
1.2.2 Verschillen in het zoeken naar samenhangen ( 3 soorten)
,→ onderzoeksmethoden:
- begrijpende methode
=verklaring bedenken en het meest waarschijnlijke kiezen
- correlationele methode
= elementen met elkaar in verband brengen
- experimentele methode
bv heeft hoogdringendheid een effect op keuze wc
twee soorten:
1) controlegroep= hun gang laten gaan
2) experimentele onderzoek= (manipuleren) 10 min wachttijd door kuisen
afhankelijk variabele= keuze wc
→ heeft onderzoeker niet in handen
onafhankelijk variabele= zorgen voor wachttijd
→ heeft onderzoeker wel in handen
→ inkaderen in een bredere theorie
walvis geluiden afspelen → zorgt voor minder stress
→ empirische toetsing
- kan herhaald worden
- hypothese blijft bestaan tot het blijkt dat niet alles klopt.
1.3 Geschiedenis van de psychologie
1.3.1 De verre voorgeschiedenis
3 Foliofen
- houden zich bezig met de vraag “ waarom doen mensen zo?”
- zijn de eerde die hier tijd voor maakten
, 1) plato
2) socrates
3) aristotles
1.3.2 De meer directe
voorgeschiedenis
→ ontwikkeling in de filosofie
rationalisme empirisme
rené descartes jonh locke
rationalisme = logisch denken empirisme= zintuiglijke waarneming
- alles opgesplitst in 2 delen gaat uit van een leeg blad= tabula rasa
-
geest vs alles wat ruimte inneemt
(denken) (materie) - een baby heeft in zijn bewustzijn eerst
een lege ruimte die wordt gevuld door
1) wetenschapper kan je alleen toepassen zintuigelijke indrukken
op materie - bewustzijn is toegankelijk voor
2) geest kan niet bestudeerd worden via observatie = alleen bij jezelf
zintuiglijke waarneming
bewust zijn wel observeren, de ziel niet
= oorzaak kunstmatige verdeling
→ impulsen vanuit de natuurwetenschappen
1.3.3 De psychologie als wetenschap van het bewustzijn
vanaf de 19de eeuw
1) experimentele bewustzijn psychologie( europa)
Wunt (duitsland)
- eerste laboratorium voor experimentele psychologie 1879
- uitlokken → waarnemen
- experimentele BEWUSTZIJNSpsychologie
= via experimenten nagaan hoe het bewustzijn in elkaar zit
Titchener (verenigde staten)
- uitlokken-waarnemen-via introspectie(= binnenkijken bij jezelf)
, - structuralisme= structuur van de geest analyseren.
2) functionalistische bewustzijnspsychologie(amerika)
- werking of functie van het bewustzijn onderzoeken
- experimenten-introspectie
- dierproeven
1.3.4 De behavioristische revolutie
3) reflexologie ( europa)
pavlov= conditioneringsproces
4) behaviorisme ( amerika)
→ john watson
- alleen uitwendig waarneembaar gedrag
- gedrag kan herleiden tot → stimulus-respons (S-R)
1.3.5 Nieuwe klemtonen in Europa
5) gestaltpsychologie(europa)
we zien altijd een geheel i.P.V een som der delen
6) dieptepsychologie( europa)
→ freud
- psychoanalyse
- gedrag verklaard door onbewuste motieven
1.3.6 Amerika en de herontdekking van het innerlijke
7) neobehaviorisme( amerika)
→ woodworth
- S-O-R opvatting
stimulus
organisme → blackbox= geen rechtstreekse inkijk
respons
8) humanistische psychologie( amerika)
- maslov= motivatietheorie